RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst Wilma van Hoeflaken

GettyImages-881468074.jpg

Ben je als zzp’er beter af dan in loondienst?

Je bouwt als zzp’er niet automatisch pensioen op, hebt geen recht op een uitkering als je geen werk meer hebt, en vakantiegeld bestaat niet. Toch zijn er veel blije zzp’ers. Ze zijn eigen baas, soms verdienen ze veel meer dan werknemers, en er zijn belastingvoor­delen. Maar weegt dat op tegen de veiligheid van vaste dienst?  

vier-artikelen-banner

 

Wat is het verschil tussen een zzp’er en iemand in vaste dienst?

Soms is er op het eerste gezicht nauwelijks verschil tussen iemand in loondienst en een zzp’er. Er zijn zzp’ers die rustig een halfjaar of langer voor één bedrijf werken, waar ze elke ochtend op een vaste tijd moeten verschijnen. Net als een werknemer. En er zijn zzp’ers die voor minstens tien verschillende opdrachtgevers werken en zelf hun tijd indelen. En alles daartussenin. Een buitenstaander weet vaak niet of iemand zzp’er is. Het kan best zo zijn dat de kapsters in de kapsalon waar je altijd komt allemaal zzp’ers zijn. Ze huren een stoel en hebben hun eigen klanten. Het kan ook zijn dat de ene kapster zzp’er is en de andere werknemer. De timmerman die bij jou een dakkapel bouwt, kan in loondienst zijn bij de aannemer. Maar hij kan net zo goed een zzp’er zijn die door de aannemer is ingehuurd.  
Als je kijkt naar verzekeringen en voorzieningen zijn de verschillen tussen werknemers en zzp’ers wel groot. Bijna alle werknemers bouwen automatisch pensioen op. Als ze ziek zijn, worden ze (deels) doorbetaald. Als ze met vakantie gaan, gaat hun loon gewoon door. Ze krijgen zelfs een extraatje: vakantiegeld. Als ze zonder werk komen te zitten,
krijgen ze een werkloosheidsuitkering. Voor zzp’ers geldt dat allemaal niet. Als zij een inkomen willen bij ziekte, ouderdom of werkloosheid, moeten ze daar zelf voor zorgen.


Waarom wordt iemand zzp’er?

Mensen worden uit vrije wil zzp’er omdat ze liever kleine baas zijn dan grote knecht. Omdat ze zelf
willen uitmaken hoe ze hun werk doen en zelf hun tijd willen indelen. Of omdat ze verwachten dat ze als zzp’er met hetzelfde werk meer kunnen verdienen
dan als werknemer. Of omdat ze als zzp’er hun werk makkelijker kunnen combineren met de zorg voor hun kinderen.
Naast deze grote groep zzp’ers zijn er ook veel zzp’ers die er niet zelf voor hebben gekozen. Ze werkten voorheen in loondienst en dat vonden ze prima. Het liefst zouden ze dat morgen weer doen. Maar hun oude werkgever ziet dat niet zitten. Werknemers brengen verplichtingen met zich mee. Daarom huurt hij zijn oude personeelsleden liever in als zzp’er. Als het druk is, zijn ze welkom. En als het niet druk is, blijven ze thuis. Lekker flexibel. In de bouw en in de journalistiek kom je dit veel tegen.


Wat is het probleem?

Al die mensen die uit vrije wil als zzp’er werken,
hebben geen probleem. Maar dat er zo veel
gedwongen zzp’ers zijn, is wel een probleem.
Werknemers die op vrijdagmiddag door hun baas ontslagen worden en op maandagochtend terug mogen komen als zzp’er. Zij zijn op geen enkele manier beschermd. Waar moeten ze van leven als ze ziek of arbeidsongeschikt raken? Als ze te oud zijn om te werken? En dat geldt misschien ook wel voor veel van die blije, vrijwillige zzp’ers. Hebben zij iets geregeld voor als ze oud zijn of ziek worden?
Als we een grote groep ouderen of zieken met een te laag inkomen hebben, is dat een maatschappelijk
probleem. Anderzijds: als grote groepen mensen uit het stelsel van werknemersverzekeringen stappen en geen premies meer betalen, ondermijnt dat het stelsel. Daarom wordt vaak gesproken over een pensioenplicht voor zzp’ers. Of over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers – die er overigens even is geweest maar weer werd afgeschaft. En over maatregelen om te voorkomen dat werkgevers/opdrachtgevers mensen inschakelen
als zzp’er, terwijl ze die mensen gewoon in loondienst zouden moeten nemen. Overigens tot nu toe zonder succes. De VAR (verklaring arbeidsrelatie) is afgeschaft en de DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelatie) is mislukt.


Wat doet de regering?

In het regeerakkoord staat dat zzp’ers die weinig verdienen, zeg minder dan € 15 tot € 18 per uur,  en die hetzelfde werk doen als werknemers in een bedrijf, of ergens langer dan drie maanden werken, in loondienst moeten zijn. Over zzp’ers die meer dan € 75 per uur verdienen, doet het kabinet niet moeilijk. Behalve misschien als ze heel lang dag in dag uit voor dezelfde opdrachtgever werken. Voor de groep met een uurtarief daar tussenin – dat zal de overgrote meerderheid zijn – wordt per geval bekeken of iemand zzp’er is of in loondienst zou moeten. Dat schiet niet echt op, behalve dan dat zzp’ers met een laag inkomen beter beschermd worden. Maar voorlopig zijn deze afspraken uit het regeerakkoord nog niet vertaald in wetten. Over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers hoor je momenteel weinig. Over een pensioenplicht des te meer, maar het is de vraag of die er komt. De sociale partners krijgen het niet eens voor elkaar om afspraken te maken over het pensioen van werknemers, dus aan pensioen voor zzp’ers gaan ze hun vingers helemaal niet branden.
Misschien is dat ook helemaal niet nodig. Afgelopen maart bleek uit onderzoek van het Centraal Planbureau dat zzp’ers meer sparen en meer aflossen op hun hypotheek dan werknemers.


Wat kun je beter zijn, werknemer of zzp’er?

Dat is een lastige vraag. Als je kijkt naar tevredenheid, scoren zzp’ers hoger. Komt dat door de zelfstandigheid in het werk? Staan mensen die zzp’er worden optimistischer in het leven en hebben ze meer zelfvertrouwen? Als je kijkt naar inkomen lijkt de werknemer beter af te zijn. Volgens het CBS hebben werknemers gemiddeld een hoger inkomen dat zzp’ers. Van de werknemers heeft 1,7 procent een laag inkomen en van de zzp’ers 9,8 procent, schrijft het CBS in het rapport Armoede en sociale uitsluiting, dat in januari van dit jaar verscheen. Het rapport is gebaseerd op cijfers uit 2016. Toen gold € 1030 per maand als laag inkomen voor een alleenstaande en € 1940 voor een stel met twee minderjarige kinderen. De kans dat een zzp’er een laag inkomen heeft, is dus groter. Maar vergis je niet, percentages geven soms een scheef beeld. Er zijn veel meer werknemers dan zzp’ers. Daardoor is het verschil in absolute aantallen arme werknemers en arme zzp’ers niet zo groot.
Tegenover de arme zzp’ers staan de rijke zzp‘ers. Inkomens van zzp’ers hebben veel meer uitschieters naar beneden en naar boven dan inkomens van werknemers. Maar als individuele werknemer of zzp’er heb je niet veel aan die cijfers. Ze zeggen niets over het inkomen dat jij elke maand hebt te besteden.


Wie houdt netto het meest over?

In maart van dit jaar berekende NRC Handelsblad met een bureau voor financiële planning hoeveel een zzp’er en een werknemer netto overhouden als ze hetzelfde verdienen. Als uitgangspunt namen ze twee gezinnen met elk een fulltime werkende partner en een partner die in deeltijd werkt. De ene fulltimer was zzp’er en de ander werknemer. Het totale bruto inkomen in beide gezinnen, inclusief kinderbijslag, was ruim € 92.000 per jaar.
Netto hielden beide gezinnen zo’n € 55.000 per jaar over.
Daarbij werd rekening gehouden met het feit dat de zzp’er zelf zijn pensioenvoorziening moet regelen en premie betaalt voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Als dat allemaal is gebeurd, heeft hij in dit rekenvoorbeeld netto min of meer hetzelfde te besteden als de werknemer.


Even een fabeltje wegwerken

Vaak wordt gezegd dat zzp’ers fiscaal gezien mazzel hebben. Over de eerste € 20.000 die ze verdienen, betalen ze geen belasting. Dat is waar. Ze hebben belastingvoordelen voor ondernemers en ze hebben de algemene heffingskorting en de arbeidskorting die iedereen heeft. Daardoor houden ze van € 20.000 bruto op jaarbasis netto € 19.382 over. Maar een werknemer die € 20.000 bruto per jaar verdient, houdt dankzij de algemene heffingskorting en de arbeidskorting netto ook € 18.081 per jaar over (bron: berekenhet.nl). Dat betekent dat de zzp’er per maand ruim € 100 meer overhoudt dan de werknemer bij een inkomen van € 20.000.


Zzp’ers hebben buffers nodig

Zzp’ers zouden best wat meer mogen overhouden dan werknemers. Als zzp’er kun je immers van de een op de andere dag zonder werk komen te zitten. Een werkloosheidsuitkering krijg je niet. Tegen werkloosheid kun je je als zzp’er ook niet verzekeren. Je hebt dus een forse buffer nodig om zo’n tegenvaller op te vangen. En wat te denken van vakanties? Dan gaat het loon van de werknemer gewoon door, terwijl de zzp’er niets verdient. Of bij een weekje griep: dan keert die arbeidsongeschiktheidsverzekering echt niet uit. Ook daar heb je een buffer voor nodig. Hetzelfde geldt voor cursussen. Werknemers worden bijgeschoold op kosten van de baas en in de tijd van de baas. Als een zzp’er een cursus volgt, moet hij die zelf betalen en verdient intussen niets.


Profiteer van de gunstige economie

Zzp’ers hebben wel een belastingvoordeel. Ze mogen sowieso 14 procent van hun winst aftrekken en ze hebben een aftrekpost van € 7280 als ze minstens 1225 uur per jaar aan hun bedrijf besteden. Als een zzp’er dat geld in zijn huishoudpot stopt, is hij financieel beter af dan een werknemer met hetzelfde inkomen. Maar het is niet slim. Hij kan beter geld opzijzetten voor zijn pensioen, een goede
arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten en zo nu en dan een cursus volgen om zijn vakkennis op peil te houden. Overigens zijn die belastingvoordelen helemaal niet voldoende om dat allemaal te doen. Alleen al voor je pensioen zou je minstens 15 procent van
je inkomen opzij moeten zetten. Dat moet je als
zzp’er voor ogen houden bij het bepalen van je uur- of dagtarief. Net zoals je er rekening mee moet
houden dat je geld nodig hebt om materialen of gereedschappen aan te schaffen, of een kantoor of een werkplaats te huren.
Er zijn ook zzp’ers die zo’n laag inkomen hebben, dat ze de belastingvoordelen voor ondernemers hard nodig hebben om rond te kunnen komen. Zich verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid? Iets regelen voor hun pensioen? Dat kunnen ze niet betalen. In dat geval kun je je afvragen of het wijs is om zzp’er te blijven. Het gaat weer beter met de economie, dus de kansen op een baan nemen toe. Of je grijpt je kansen en verhoogt je tarief. Dat is altijd een goed idee. Ook voor werknemers trouwens. Als de economie er inderdaad weer zo goed voor staat, wordt het tijd dat je dat ook terugziet op je loonstrookje.




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
inhoud_04.png