RADAR+ Online

Word Abonnee

_DSC5754_RM_47_buren_soephoofd_diana_sarina_095DEF.jpg

We zijn allemaal buren

In Nederland wonen we gemiddeld met 408 mensen op één vierkante kilometer. We kunnen dus wel vaststellen dat iedereen buren heeft. Of je nu in een flatgebouw woont of op een boerderij, er woont ­altijd ­iemand naast je. Journalist Saskia Smith leerde van alle buren die haar pad kruisten wel iets.

 

1bestelnu

Soms heb je buren boven, beneden én naast je, soms wonen ze tweehonderd meter verderop. Het leuke van buren is dat je meestal de liefde voor je woonplek deelt en dat je met elkaar die woonplek zo leuk een aangenaam ­mogelijk wil maken. Ander voordeel is dat buren kunnen voelen als vrienden of familie, maar dat er geen allerlei verplichtingen, denk: samen kerst moeten vieren, zondagochtendkoffie bij je schoonmoeder of verjaardagen waar je niet op zit te wachten, aan vastkleven. Het zijn daarmee eigenlijk de beste vrienden die je kunt hebben: wel de lusten niet de lasten.  


Steeds weer nieuwe buren


Gemiddeld verhuizen we zeven keer in ons leven, en krijgen we dus even zo vaak nieuwe buren. Mijn burencarrière was iets langer, de teller staat op vijftien, maar een vriendin van mij woont nog steeds in het huis waar ze is geboren en heeft in haar leven slechts twee verschillende buren gehad. De eerste buren die ik me kan herinneren was een groot Turks gezin dat in de flat naast ons kwam wonen. Ik was een jaar of drie, vier en liep als klein meisje daar vaak naar binnen. Ik werd bij een struise oma op schoot gezet die me allerlei lekkers voerde. Ik kan haar zoete geur nog ruiken en de drukte in de kleine woonkamer voelen. Daarna verhuisden we naar een eengezinswoning en kwamen we naast tante Annie en oom Kees te wonen. Dat waren geen echte tante en oom, maar in die buurt was iedereen een tante of een oom. Zij hadden al volwassen kinderen en vonden het heerlijk dat mijn broer en ik bij hen in- en uitliepen zodat er nog wat leven in huis was. Een paar jaar later verhuisden we naar een nieuwbouwwijk en woonden we naast een jong gezin met een doof jongetje en leerde ik gebarentaal zodat ik met hem kon praten. Daarna ging ik op mezelf wonen en kreeg ik een hele rits aan verschillende buren. Het grappige is dat ze me allemaal wel iets hebben geleerd. Door ome Bram van 93 wist ik hoe eenzaamheid eruitzag, door de gescheiden vader met twee zoontjes die hij amper zag, wist ik wat verdriet was. En door de buurjongen met ALS zag ik hoe kwetsbaar het leven is. Deze mensen hadden nooit mijn pad gekruist als ze niet mijn buren waren geweest, maar hebben een onuitwisbare indruk achtergelaten.


We passen op elkaar

Hoewel je je buren doorgaans niet uitkiest, en je soms pech hebt als er geen match is, is het goed om ze te koesteren. Je moet het immers met elkaar doen. Of je het nu wilt of niet, je woont in dezelfde wijk, straat of pand. En het is nu eenmaal handig als je even bij iemand kunt binnenlopen om een ei of een klopboor te lenen. In mijn buurt gaan we, gelukkig, heel vrijblijvend met elkaar om. Leuk als je meedoet, prima als je liever op jezelf bent. Bij mijn ene buren loop ik de deur plat, de buren van twee deuren verderop zie en spreek ik amper. Als het moet dan helpen we elkaar. We grijpen in bij uit de hand gelopen ruzies, tussen ­kinderen én volwassenen, troosten elkaar bij misère en proosten op nieuwe liefdes, nieuw geluk of een nieuw leven. Met sommigen van hen vier ik oud en nieuw en kijk ik voetbalwedstrijden op een groot scherm, en bij sommige buren zorg ik voor de dieren en planten als ze op vakantie zijn. Mijn buurjongen paste op onze kinderen toen die nog klein waren, mijn dochter past op de tweeling die achter ons woont. Met elkaar passen we weer op onze oude buurvrouw van 88 zodat ze in haar eigen huis kan blijven wonen. De een brengt haar af en toe een pan eten, de ander doet boodschappen met haar. Ook is er een jaarlijkse straatkoffieochtend en straatspeeldagen waarbij de straat wordt afgezet zodat de kinderen er veilig kunnen spelen. Deze initiatieven zijn zomaar ontstaan. Iemand bedenkt een plan, een paar buren haken aan en voor je het weet is er een leuk feest. Dat hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. De straatspeeldag was een kwestie van twee auto’s dwars zetten aan het einde van de straat zodat het verkeersvrij was, de koffie­ochtend begon met een: ‘Zullen we een keer met elkaar koffiedrinken?’ en eindigde met lange tafels op straat en rijen met taarten die iedereen had gebakken.


Binnenkort is het weer Burendag

Deze buren-initiatieven zijn niet alleen leuk om elkaar beter te leren kennen, maar zorgen ook dat het buurtgevoel groeit. Als je het leuk met elkaar hebt, wil je dat zo houden. De buurt is op een bepaalde manier daardoor ook socialer geworden, als je elkaar kent weet je ook wat de ander nodig heeft. En het is veiliger geworden, met de buurtpreventie-app houden we elkaar op de hoogte van eventuele ongeregeldheden. Het is misschien een cliché, maar je kunt echt beter een goede buur hebben dan een verre vriend. Op 28 september is het Burendag. Dan worden er landelijk allemaal kleine en grote buurtprojecten georganiseerd door buurtbewoners. Het is misschien wel dé dag om de banden met de buren aan te halen. Echt, je krijgt er geen spijt van.