RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Hanneke Groeteman

GettyImages-52102945.jpg

Dik ontevreden

Vanaf haar twintigste jojode tv-presentator Hanneke Groenteman zich van het ene dieet naar de volgende dikke-mensen-praatgroep. Ze wist het zeker: als ze slank zou zijn, begon het eeuwigdurende geluk. 

 

4promo3nrs

Eén van de vele domme dingen die ik in mijn leven heb gedaan, is op mijn veertiende Audrey Hepburn (foto) als idool uitkiezen.
Natuurlijk, ik was de enige niet, ze was lieftallig en beeldschoon, ik kan mijn idolatrie van toen tot op de dag van vandaag navoelen, alleen ... ze was broodmager. En ik niet. Integendeel. Ik was een stevige tiener. Niet dik, maar stevig. Maar als je een graatmager iemand als idool kiest, voel je je altijd dik. TE DIK. Nou, dat heb ik geweten. 

Een flink deel van mijn leven heb ik mezelf te dik gevonden. Eerst in vergelijking met Audrey, maar alras vestigde mijn obsessie met overgewicht zich zelfstandig in mijn ziel. In mijn puberteit viel het nog wel mee, toen was ik over de hele linie nogal ongelukkig. Maar daarna vond ik dat ik toch om gelukkig te worden serieus moest gaan werken aan een dunnere versie van mezelf: op mijn twintigste begon ik met mijn eerste dieet. Er volgde een ellenlange reeks behandelingen, aanpakken, diëten, regimes, praatgroepen. Veel successen, vaker mislukkingen. Kansloos allemaal.

Schommelend almaar dikker

Uiteindelijk besteedde ik veel energie aan de sport jojoën. Ik ben sterk want ik val af, ik ben een mislukking want ik kom weer aan. Met rente, van een schommelend gewicht word je steeds dikker. Mijn obesitas werd het hoofdbestanddeel van mijn gepieker. Ik studeerde, had leuk werk in de journalistiek en trouwde met de aardigste man van de wereld. Uiteindelijk zetten wij ons huwelijk om in een levenslange vriendschap, ik had vervolgens nogal wat relaties die niet leidden tot het Grote Eeuwigdurende Geluk. En dat kwam allemaal, dacht ik, doordat ik te dik was. Ik werd niet de succesvolle publiekslieveling waarvan ik droomde, natuurlijk niet: ik was gewoon te dik. Kreeg niet die adembenemende prins op dat witte paard: ik was gewoon te dik. Niet dat glamoureuze leven met veel vrienden en diners aan lange schaterende tafels: ik was gewoon te dik. Overbodig te zeggen dat dat allemaal onzin was, maar zo voelde het wel, diep vanbinnen. 

 

Het tovermiddel: een maagverkleining

En toen zag ik een voormalig dik iemand die zich had laten opereren en nu een slanke ster was. Bovendien had ik een wijze vriendin die zich ook slank had laten opereren. En langzaamaan groeide
in mij het verlangen naar dat tovermiddel: een maagoperatie. Daar scheen je tientallen kilo’s van af te vallen zonder dat er nog één dieetboek aan te pas kwam. Het scheen dat je wilskracht op een laag pitje kon, er kwam licht aan het eind van mijn tunnel. Niets zou mijn geluk meer in de weg staan. Ik onderzocht de mogelijkheden in Nederland (we spreken over twaalf jaar geleden), die waren er mondjesmaat. Met wachtlijsten en voorwaarden (eerst tien kilo afvallen om te bewijzen dat je het ‘zelf’ kon) en leeftijdsgrenzen en psychologische begeleiding voor- en achteraf. In België deden ze niet zo moeilijk. Ik kon direct op consult komen, 
ik was eigenlijk wel te oud, maar de dokter kneep een oogje dicht en, heel belangrijk: deze dokter had al honderden keren deze operatie gedaan. In Nederland kwam het nog maar weinig voor. Dus: vooruit met de geit. Zes weken later gebeurde het, drie dagen later was ik kiplekker weer thuis en na een paar weken begon ik drastisch af te vallen. Ik kon namelijk niet veel eten. Eerlijk is eerlijk: mijn verwachtingen werden niet beschaamd. In het begin. Ik viel 42 kilo af. Fluitend, met maar een paar kleine ongemakken. Die wuifde ik weg: ik was zielsblij met mijn nieuwe gewicht en mijn nieuwe uiterlijk. Je ziet er slecht uit, vonden mijn vriendinnen, maar wel slank. Ik dacht: kom maar door met dat geluk. 

 

Ik grom gewoon door

Inmiddels ben ik aan mijn gewicht gewend en vind ik mezelf alweer te dik. Bovendien: ik ben er niet dolgelukkig van geworden. Nog altijd blij met het lichtere gewicht natuurlijk, maar verder grom ik gewoon door. Ik vind me nu te oud voor een nieuwe liefde, te oud voor felle lichten en camera’s, te oud voor Omroep Max, te oud te oud te oud. Ik moet nu op zoek naar een nieuwe gemoedsrust. Ik houd mezelf voor: ik heb een geweldige familie, ik creëer mijn eigen werk. En lekker thuis op de bank zitten moet ik niet ervaren als uitgerangeerd zijn. Dat is best hard werken, want het mechanisme van ontevreden zijn met het leven zoals het is, van altijd iets of iemand de schuld geven van wat jij als mislukking ziet, krijg je nooit helemaal weg. Dat zit vanbinnen. Daar helpt geen operatie tegen.