RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Wilma van Hoeflaken | fotografie: Wout Jan Balhuizen

10euro.jpg

Waarom komt Jan Modaal niet rond?

Vroeger kon een gezin met een modaal inkomen prima rondkomen. Maar dat  lijkt nu een stuk minder makkelijk. Is het leven duurder of zijn wij verwender?

 

4promo3nrs


Wat is modaal?

Netto modaal inkomen is € 2252.
Anderhalf keer modaal is € 3378.
Het modale inkomen is het inkomen
dat het meest voorkomt.
Bron: Nibud

Is rondkomen moeilijker dan vroeger? Dat is geen gemakkelijke vraag om te beantwoorden. Onderzoek van het Nibud laat zien dat 38 procent van de huishoudens moeite heeft om rond te komen. Dat is een grote groep. Maar niet groter dan tien jaar geleden. ‘We zijn weer terug op het niveau van vóór de economische crisis’, zegt Nibud-woordvoerder Gabriëlla de Bettonville. Tijdens de economische crisis was de werkloosheid hoog en moesten veel gezinnen opeens leven van een lager inkomen. Toen had maar liefst 45 procent van de huishoudens moeite om rond te komen.


Rondkomen is een gevoel

Rondkomen heeft met geld te maken. ‘Maar ook met gedrag’, zegt Bettonville. Van de gezinnen met een laag inkomen zegt 15 procent dat ze gemakkelijk rondkomen. Maar van de gezinnen met een hoog inkomen komt 9 procent moeilijk rond. ‘Een goed inkomen helpt, maar als je heel gemakkelijk geld uitgeeft, kun je toch in de problemen komen. Dan moet je eigenlijk een onuitputtelijke geldbron hebben.’ Uit Nibud-onderzoek blijkt dat mensen die precies weten wat erin komt en wat eruit gaat en die goed weten op welke tegemoetkomingen en toeslagen ze recht hebben, makkelijker kunnen rondkomen. ‘Rondkomen is een gevoel.’


Nauwelijks ouderwetse kostwinners

Hoe komt het dat zo veel mensen het gevoel hebben dat ze niet kunnen rondkomen? Neem een gezin dat leeft van een modaal inkomen. Uit koopkrachtberekeningen blijkt dat zij er ieder jaar een paar procent op vooruitgaan. Hoe komt het dan dat toch veel mensen met een modaal inkomen vaak het gevoel hebben dat dat niet zo is? Laten we eerst eens kijken wat een modaal gezin is. ’Er is geen standaard huishouden meer’, zegt Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Dertig jaar geleden spraken we over Jan Modaal. Dat was een alleenverdiener met kinderen. Die situatie was zo dominant dat je kon zeggen dat die kenmerkend was voor de hele bevolking.’ Tegenwoordig is er nog maar in 7 procent van de gezinnen zo’n ouderwetse kostwinner.


Hoezo 2 procent meer koopkracht?

De meeste stellen werken allebei, hij vaak fulltime, zij vaak parttime. Ook zijn er steeds meer eenoudergezinnen. Je kunt dus niet meer in het algemeen stellen dat een modaal gezin er 2 procent in koopkracht op vooruitgaat. De Beer: ‘Het Centraal Planbureau maakt nu een puntenwolk. Daar zetten ze voor duizenden huishoudens de koopkrachtontwikkeling in. Als je zo’n puntenwolk ziet, weet je niet welk puntje jij bent.’ Koopkracht kun je uitrekenen voor individuele gezinnen, maar niet meer voor een grote groep. De Beer deed onderzoek naar de jaarlijkse koopkrachtontwikkeling voor de middengroepen en ontdekte dat de spreiding enorm is. Een kwart ging er 10 procent op vooruit, een kwart ging er ruim 3 procent op achteruit. De grote middengroep zat ergens tussen de plus 10 en de min 3.


Wel of geen dertiende maand

Bovendien is de situatie in een en hetzelfde gezin ook niet stabiel. De Beer: ‘Als het goed gaat in het bedrijf waar je werkt en er wordt een dertiende maand uitgekeerd, heb je 8 procent meer salaris. Als het het jaar erop slecht gaat en je krijgt geen dertiende maand, ga je er direct 8 procent op achteruit. Dat is een behoorlijke klap.’ Ook de samenstelling van het gezin speelt een rol. Zodra er een baby wordt geboren, daalt de koopkracht. Als het kind uit huis gaat, gaat je koopkracht in de statistieken omhoog. Maar misschien ben je ondertussen elke maand juist extra geld kwijt, omdat je dat kind financieel ondersteunt. ‘Die schommelingen worden in de standaardkoopkracht niet meegenomen.’


Vaste banen niet vanzelfsprekend

Wat ook niet helpt, is dat er zo veel mensen zijn met een onzeker inkomen. Een zzp’er verdient het ene jaar meer dan het andere jaar. Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat mensen met een wisselend inkomen moeilijker rondkomen dan mensen met een vast inkomen. Ook hebben steeds meer mensen tijdelijke contracten. ‘Het moment waarop je een vaste baan krijgt, schuift steeds verder op’, zegt Daniël van Vuuren, hoogleraar economie aan Tilburg University. ‘Zelfs voor dertigers is een vaste baan niet altijd vanzelfsprekend.’ Hij deed onderzoek waaruit blijkt dat de dertigers van nu het minder goed hebben dan hun ouders. ‘Generaties kregen het sinds de Tweede Wereldoorlog steeds een stukje beter. Nu zien we voor het eerst dat kinderen minder goed af zijn dan hun ouders.’


Vroeger en nu, lastig vergelijken

Kon je vroeger met een modaal inkomen meer doen dan nu? ‘Zo beleven mensen dat misschien wel, maar ik denk dat het objectief niet zo is’, zegt De Beer. ‘Ik ben een groot muziekliefhebber en in het verleden gaf ik kapitalen uit aan grammofoonplaten en later cd’s. Nu heb ik Spotify. Voor maar € 10 per maand heb ik veel meer muziek dan vroeger. Dat is welvaartswinst die je in de koopkrachtplaatjes niet terugvindt.’ Het omgekeerde voorbeeld is dat gezinnen vroeger één vaste telefoon hadden. Nu heeft elk gezinslid een smartphone. Daardoor zijn de telefoonkosten veel hoger geworden. ‘Dit soort voorbeelden maakt het heel lastig om vergelijkingen te maken tussen de koopkracht vroeger en nu.’


Dit is goedkoper geworden

Van Vuuren zegt: ‘Afgezet tegen de inkomensgroei zijn de prijzen niet hard gestegen. Veel dingen zijn relatief zelfs goedkoper geworden.’ Boodschappen zijn voordeliger dan vroeger. Gezinnen waren dertig jaar geleden een groter deel van hun inkomen kwijt aan voedsel dan nu. Al maakt het nogal wat uit of je biologische producten koopt of  naar de goedkoopste supermarkt gaat. Ook kleding is veel goedkoper  – maar we kopen wel veel meer. ‘Onze behoeften zijn veranderd’,  zegt Van Vuuren. ‘Vroeger was je zuinig op kleding en als iets stuk was, repareerde je het. Nu gooi je het sneller weg.’ Zelfs sommige vakanties zijn goedkoper geworden. Vroeger maakten gezinnen geen vliegreizen. Ze gingen kamperen in Frankrijk of huurden een huisje in Zeeland. Nu is het goedkoper om met een gezin all-inclusive naar Turkije te vliegen dan een huisje te huren aan de Zeeuwse kust.


Dit is duurder geworden

Voor veel gezinnen is wonen duurder geworden. Van Vuuren: ‘Er is woningschaarste. Daardoor zijn mensen veel geld kwijt aan huur of hypotheek. Dan komt je besteedbare inkomen onder druk te staan.’ Uit Nibud-onderzoek uit 2019 blijkt dat gezinnen met een modaal inkomen en een gemiddelde huur elke maand 55 procent van hun netto-inkomen kwijt zijn aan vaste lasten. Het percentage huishoudens dat de huur of hypotheek niet op tijd kan betalen steeg van 12 procent in 2012 naar 19 procent in 2018. Maar ook in de woonlasten is veel variatie. Want tegenover de gezinnen die moeite hebben om de huur te betalen, staan gezinnen die nauwelijks woonlasten hebben omdat ze hun hypotheek hebben afgelost. Of nog maar een kleine hypotheek hebben en weinig rente betalen. Ook de energierekening en de zorgverzekering zorgen voor hogere vaste lasten. ‘Dat mensen zo’n groot deel van hun budget kwijt zijn aan vaste lasten, hebben we nooit eerder gezien’, zegt Bettonville. Het Nibud adviseert om bij de vaste lasten onder de 50 procent proberen te blijven. ‘Anders is er direct al een heel grote hap van je inkomen weg.’ Of het lukt om je vaste lasten beperkt te houden, is maar de vraag. Dat hangt sterk af van de regio waar je woont. In grote delen van het land zijn te weinig betaalbare huur- of koophuizen.


De standaard is omhooggegaan

‘Omdat mensen andere behoeften hebben dan in het verleden, hebben ze het gevoel dat hun inkomen niet toereikend is’, zegt Van Vuuren. De Beer zegt: ‘Of je je arm voelt, is sterk afhankelijk van de groep waarmee je je vergelijkt.’ In het rapport De val van de middenklasse? Het stabiele en kwetsbare midden dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 2017 publiceerde, staat dat de middengroepen steeds harder moeten fietsen om niet om te vallen of achterop te raken. De Beer, die aan dit rapport meewerkte, denkt dat dit te maken heeft met een veranderde behoefte. ‘Onze standaard is omhooggegaan.’ Vroeger kon de kostwinner die veertig uur per week werkte en een modaal inkomen verdiende gemakkelijk zijn gezin onderhouden. Hij vergeleek zichzelf met andere mannen die ook veertig uur per week werkten en een gezin hadden. Zij hoorden tot de middengroep. De Beer: ‘Maar tegenwoordig zit een gezin met één kostwinner aan de onderkant van de inkomensverdeling. Nu moeten partners samen minstens zestig uur per week werken om nog steeds te behoren tot de middengroep.’