Radar+ Online

Word Abonnee

tekst Irene Ras fotografie Linelle Deunk

12Naamloos-1.jpg

Mensen werk

Je hebt een plan of een droom. Wilt iets goeds doen voor jezelf of voor een ander. En je hebt geen zin om te wachten op de overheid of een of andere instantie. Dus zeg je: we doen het zelf!

Rebecca de Kuijer (48), Katinka Jesse (50), Helen Kooijman (48) en Frank van Soest (49) zijn de initiatiefnemers van Welkom in Utrecht.

Katinka: ‘Een mailtje van Helen bracht ons allemaal op een zondagavond bij elkaar. De volgende dag zouden de eerste bussen met vluchtelingen aankomen, niet ver van onze straat. We moesten iets, maar we hadden geen flauw idee hoe of wat. Die avond besloten we in elk geval een Facebookpagina aan te maken met een overzicht van bestaande activiteiten voor vluchtelingen en een oproep nieuwe activiteiten bij ons aan te melden. Wat volgde was een chaotische en leuke tijd, want de oproep werkte als een olievlek. Ideeën en aanbiedingen om te helpen stroomden binnen en de gemeente maakte dankbaar van ons gebruik als aanspreekpunt. We hadden dus makkelijk toegang tot officiële instanties en welwillende Utrechters konden we concreet verder helpen. Ooit ben ik op mijn veertiende op straat gevraagd taalles in een buurtcentrum te geven aan arbeidsmigranten. Samen met een vriendinnetje ging ik met veel plezier aan de slag. Er was destijds een enorm tekort aan vrij­willigers en er waren nauwelijks initiatieven om nieuwkomers te helpen integreren. We weten dat die integratie van toen is mislukt, dit keer hebben we de kans om het anders te doen. Welkom in Utrecht brengt vluchtelingen in contact met Utrechters en andersom. Honderden Utrechters doen mee. Ze koken of sporten bijvoorbeeld met nieuwkomers, tuinieren of discussiëren.

Katinka (50) ‘Een Syriër die bioloog is van beroep, koppelen we aan een bioloog uit Utrecht’

Het kan van alles zijn. Een Syriër die bioloog is van beroep, koppelen we aan een bioloog hier uit de stad. Vluchtelingen leren zo de Nederlandse taal, ze kunnen een netwerk opbouwen, vrienden maken, en ze leren de Nederlandse normen en waarden. De overheid kan niet zomaar iedereen met elkaar verbinden. Dat moeten burgers vooral zelf doen. Algemeen belang is ook je eigen belang. En het is bovendien leuk, contact met anderen maakt je eigen wereld groter. Die eerste keer dat we met ­honderd man in het taalcafé bij elkaar waren, dat was geweldig.’ welkominutrecht.nu

Gilma Laurence (44) is initiatiefneemster van stichting South East Stars.
Gilma: ‘Ik wilde iets doen voor de kinderen uit mijn buurt waar veel armoede heerst. Toen ik er voor de derde keer letterlijk over droomde, stapte ik ’s nachts uit bed, schreef mijn droom op een A4’tje en ging er de volgende ochtend mee naar mijn baas. Ik was administratief medewerker bij een telecombedrijf. Mijn ­leidinggevende wilde wel een financiering voor wat sportspulletjes regelen, als mijn werk er maar niet onder zou lijden. Sindsdien is er zo veel op mijn pad gekomen. Binnen twee weken leerde ik dertig kinderen softballen. Ze ­kwamen steeds vaker bij me thuis, gewoon om even een praatje te maken. Ik kwam handen en tijd te kort. Buurtbewoners die stilletjes over straat liepen, sprak ik aan. Sommigen zijn eenzaam, of komen moeilijk aan een baan. Zij helpen nu allemaal mee. Thuis werd het te druk voor mijn eigen kinderen. Via de wooncoöperatie kreeg ik een gratis ruimte waar de kinderen na school langs ­kunnen komen. We geven dansles, kookles, we knutselen met ze. En ik bied ze een luisterend oor. Als het moet, geef ik ze op hun donder, maar ik laat ze nooit vallen. Iedere week prikken alle kinderen de buurt schoon. Dat vinden ze geweldig. Speciale T-shirts aan en rennen maar. Ook winkeliers en restaurants heb ik om hulp gevraagd. De kinderen krijgen van ons een warme maaltijd of gezonde broodjes. ­Tieners lopen bij ons stage, ze helpen gehandicapten en ouderen met kleine klusjes. Zo wordt iedereen trots op zichzelf en op hun buurt. Simpel en sterk, dat is SES. Alles moet tegenwoordig digitaal én snel in de maatschappij. Volgens mij moeten we weer eens terug naar de basis, elkaar zíén. Door een reorganisatie op mijn werk werd ik vorig jaar zelf overtallig ­verklaard. Ik hoop dat ik van Stichting SES mijn werk kan maken. Of het gaat lukken weet ik niet, maar doorgaan zal ik.’ stichtingses.nl

Peter Prak (50) en Liedeke Reitsma (64) zijn initiatiefnemers van de Knarrenhof. Mede-initiatiefnemer Eerde Schipper (61) 
Liedeke: ‘De Knarrenhof is ontstaan uit boosheid. Als je geld hebt, kun je kiezen op de woningmarkt. In de sociale huursector kijkt niemand naar je om. Een leuk huisje en een tuintje, in een hofje voor ouderen: daar kon
ik alleen maar van dromen. Maar de woning­cor­poraties waren niet in ons geïnteresseerd. Met een oproep in de lokale krant verzamelde ik 25 belangstellenden die net als ik graag in een hofje wilde wonen. Tijdens mijn zoektocht op internet stuitte ik op Peter en Eerde. Zij waren ook enthousiast. Met z’n drieën hebben we toen de Knarrenhof bedacht: een ouderenhofje voor sociale en particuliere huurwoningen en koopwoningen. We richtten een vereniging op, want dan heb je recht op subsidie voor een Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Zo’n CPO is een middel van de overheid om burgerinitiatieven te
stimuleren. Eindeloos zaten we aan tafel met financiers, bouwers, gemeenteambtenaren en onwelwillende buurtbewoners. Soms moesten Peter en ik elkaar moed inpraten. Maar na zes jaar is het zover, ik durf het nog niet echt te geloven. De eerste ouderenhofjes worden op dit moment in mijn woonplaats Zwolle gebouwd, inclusief sociale huurwoningen. De Knarrenhof is inmiddels een landelijke beweging. Met 175 leden, zes mensen die op landelijk niveau Knarrenhofjes lostrekken, acht mensen die op lokaal niveau hetzelfde doen, en nog eens vier vrijwilligers op het stafbureau. In zeventig gemeenten liggen onze plannen op tafel. Martin Luther King zei ooit: ‘Je hoeft niet de hele weg te overzien, zet gewoon de eerste stap.’ Zo simpel is het. Na je zestigste krijg je natuurlijk wat kwaaltjes, een sociale buurt waar de mensen naar elkaar omkijken is dan juist belangrijk. Twee hoog­leraren gezondheidszorg berekenden al dat ouderenhofjes de samenleving op de lange
termijn een heleboel gezondheidszorg besparen. Het zou mooi zijn als alle gemeenten in Nederland dat gaan inzien.’ knarrenhof.nl



Cerian van Gestel (44, ) en Annunziata Tanzarella (45) zijn de initiatiefnemers van Krijgdekleertjes.
Cerian: ‘Het kwam eigenlijk door mijn ­schoonzus. Toen ik zes jaar geleden wéér ­zakken met kinderkleding van haar kreeg, vroeg ik me af of dat niet anders kon. Mijn neefjes zijn tien jaar ouder dan mijn zoons, dus die kleding konden ze nog lang niet dragen. Op internet zocht ik naar een kleding­ruil­website, tevergeefs. Ik besloot zelf maar iets te gaan doen. Bij de supermarkt stond ik net wat ­kartonnen dozen voor proefkledingpakketten te­ ­verzamelen, toen een vriendin langsliep: ­Annunziata. Ze wilde graag meedoen. Er sloten zich nog twee vriendinnen bij ons aan en met behulp van crowdfunding konden we een website met ruilsysteem laten bouwen. Met vijfduizend leden, een online ruilwinkel en twintig ruillocaties door heel Nederland is Krijgdekleertjes een goed lopend netwerk. Geef je een kledingpakket, dan krijg je een ruilpunt. Krijg je een kledingpakket, dan lever je een ruilpunt in. Je moet een ander iets ­gunnen. De ruil­locaties passen het beste bij onze missie. ­Kleding met elkaar ruilen, is natuurlijk duurzamer dan telkens nieuwe ­kleren kopen, maar het gaat ook om iets voor een ander doen, ­zonder daar zelf meteen geld aan te willen ­verdienen. Krijgdekleertjes is meer dan goedkope kleding­ruil, het is een sociaal bindmiddel. Als je gewoon je kleren in de container doet, mis je het fijne gevoel van geven. Vrijwilligers ­organiseren ruilmiddagen in een buurt­centrum of gewoon bij hen thuis. Zo leren zij ook weer ouders uit hun omgeving kennen. Op onze Facebookpagina worden ervaringen uitgewisseld en vriendschappen gesloten. Soms stoppen mensen een aardig briefje bij hun pakket. Iedereen vindt het leuk iets voor een ander te doen.’ krijgdekleertjes.nl

 

Michiel van Willigen (41) en Peter Koster (46) zijn de oprichters van Autodelen.
Michiel: ‘Tja, mannen die kinderen krijgen, willen graag een grote auto. Peter kon een aantal jaar geleden een mooie stationwagen van zijn werkgever overnemen. Zo’n auto wilde ik ook wel, maar was me te duur. Zo ontstond het idee om één auto voor twee gezinnen aan te schaffen. We wonen in dezelfde jarendertigbuurt, met weinig parkeerplaatsen. Dat zou daar ook weer een parkeerplek schelen. Drie maanden lang noteerden we allebei onze autogebruiksmomenten bij wijze van proef. Daarna kochten we samen een auto. Mijn buurman haakte al snel aan en stelde één van zijn twee auto’s beschikbaar. Met vijf huishoudens ­bezitten we nu twee auto’s. We zijn ook weleens met zes huishoudens geweest, maar dat werkte niet. In noodgevallen kunnen we gebruik maken van een andere auto uit een andere groep. Andersom wordt, in geval van nood, een van onze auto’s ook weer door die groep gebruikt. Omdat we zo veel enthousiaste reacties uit de buurt kregen, probeerde ik mensen te koppelen voor nieuwe autogroepen. Een vriend van ons bouwde een handige website, met voor elke nieuwe autogroep een persoonlijke inlogcode. Zo kan iedereen zelf een deelschema maken en auto’s reserveren. Je kunt iets in je eigen voordeel verbeteren, maar als je net wat meer doet, help je meteen een heleboel anderen. Ik schat in dat zo’n ­honderd mensen in Zwolle en Deventer ­inmiddels auto’s delen, geïnspireerd door onze ­website. Ik durf niet te beweren dat het ­parkeerprobleem in onze wijk nu is opgelost, maar het is in elk geval goed voor het milieu, je bespaart jezelf een hoop geld en je raakt meer betrokken bij elkaar. We vertrouwen elkaar. Eén keer deelden we een auto met een ­onbekende. Met de tankpas werden toen heel ­andere zaken aangeschaft. Daar leer je ook weer van. Binnenkort verruilen we één auto voor een elektrische. Het zou mooi zijn als buurtgenoten ons daar ook weer in volgen.’ autodelenzwolle.nl




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.