RADAR+ Online

Word Abonnee

valkuil.jpg

Valkuilen

We gedragen ons behoorlijk irrationeel als het om onze portemonnee gaat. Acht psychologische valkuilen van ons primitieve geldbrein.

bestelnu1_2019

Valkuil #1
Afkeer van verandering
Eigenlijk zou je dat dure telefoonabonnement ­moeten opzeggen en een goedkoop ­moeten ­nemen. Maar ja, straks ben je niet meer bereik­baar, en die andere providers zijn vast ook duur. We blijven nogal eens plakken aan bedrijven die ons niet de beste deal bieden. Dat komt door onze afkeer van verandering. ­Mensen hebben de neiging om de huidige situatie te ­beschouwen als goed en elke verandering als lastig of verdacht te zien. Dat wordt door weten­schappers status quo bias genoemd: je laat je graag leiden door je eigen vooroordelen. De oorzaak? De mens is een gewoontedier. Zonder gewoontes raakt ons brein bedolven onder alle prikkels. Zonder ingebakken automatismen zouden we elke dag moeten nadenken over hoe we autorijden of tanden­poetsen. Toch is verandering soms hard nodig, om de sleur te doorbreken of om van slechte gewoontes af te komen. Of omdat je anders een dief bent van je eigen portemonnee. Zo berekende Autoriteit ­Consument & Markt dat Nederlandse ­consumenten € 450 per jaar mislopen door te blijven plakken aan hun oude energieleverancier.
Tip>>> Stel jezelf een beloning in het vooruitzicht.
Trakteer jezelf en je partner op een etentje nadat je de moeite hebt genomen over te stappen van energiebedrijf.


Valkuil #2
In het nu leven
Een aardig experiment: als je mensen vraagt of ze nu tien euro willen of morgen elf, dan kiezen de meeste voor het tientje vandaag. Beloning op ­termijn trekt ons minder. Nog problematischer wordt het als je die elf euro pas over een jaar krijgt. Niet vreemd dus dat we vaak maar weinig interesse tonen in ons pensioen. Totdat we bijna stoppen met werken. Dat kan tot vreemde situaties leiden: we zijn uren zoet met het (prijs)vergelijken van printers, maar nemen niet de tijd om verschillende hypotheekoffertes op te vragen. Dat komt niet alleen doordat het vergelijken van hypotheek­offertes ingewikkelder is. Als je minder betaalt voor een printer, zie je dat direct in je portemonnee. De tijd die je steekt in het uitpluizen van hypotheek­offertes, verdien je pas terug op lange termijn.
Tip>>> Volgens gedragseconoom Dan Ariely zouden we een brief aan onze toekomstige zelf moeten schrijven. Hoe wil je later kunnen leven? Zet je fantasieën op papier. Zo krijg je beter inzicht in wat je straks nodig hebt.

Valkuil #3
In potjes denken
Veel mensen staan rood, terwijl ze daarnaast ook spaargeld hebben. Het geld op onze spaar­rekening is bedoeld voor de vakantie, daar willen we niet aankomen, en die roodstand is zo weg­gewerkt als het salaris wordt gestort, zo redeneren we. Dit klinkt misschien logisch, maar het is pure geldverspilling. Want we betalen fors meer rente voor roodstand dan we krijgen voor het saldo op onze spaarrekening.
Econoom en Nobelprijswinnaar Richard Thaler ontdekte dat mensen in hun hoofd een boekhouding bijhouden met verschillende potjes voor boodschappen, vakanties en spaargeld voor later. Dit wordt mental accounting genoemd: mentaal boekhouden dus. Door die mentale ­potjes worden we inflexibel en halen we niet altijd het beste uit ons geld.
Tip>>> Je kunt je mentale boekhouder het ­zwijgen opleggen door een papieren administratie aan te leggen. Eén overzicht met wat er in- en ­uitgaat, en waarvoor je wilt sparen, helpt je om het ­grote plaatje te zien en flexibeler met je geld om te gaan. Waardoor je uiteindelijk minder geld ­verspilt.


Valkuil #4
Angst voor verlies
Een testje: zou je meedoen aan de volgende
weddenschap? Als het kop is, verlies je 100 euro. Als het munt is, win je 150 euro. Uit angst 100 euro te verliezen bedanken de meeste mensen voor dit wedje. Uit allerlei experimenten is gebleken dat de emotionele impact van verliezen twee keer zo groot is als die van winnen.
Dat we zulke slechte verliezers zijn, kan ons ­financieel in de weg staan. Zo houden mensen vaak te lang vast aan verlieslijdende beleggingen. Simpelweg omdat we het verlies niet willen nemen. En daardoor verliezen we soms nog meer.
Tip>>> Spreid je risico’s. Zet een deel op een spaarrekening of deposito. Maar durf ook een deel te beleggen in een aandelenfonds waarop je waarschijnlijk op den duur een hoger rendement krijgt dan op je spaarrekening.


Valkuil #5
Kuddegedrag
Mensen zijn kuddedieren. Dat komt voort uit overlevingsdrang. Wanneer de kudde begint te hollen, is het niet slim om stil te blijven staan. Ook anno 2018 kun je gebruikmaken van kennis van de groep. Dat doen we bijvoorbeeld bij online reviews. Als tientallen mensen oordelen dat het eten in een restaurant niet lekker is, dan kun je je afvragen of je daar wel moet reserveren. Aan de andere kant: smaken verschillen, de meerder­heid heeft niet altijd gelijk. Bovendien drijft kudde­­­gedrag de prijs op. Omdat Amsterdam zo ­populair is, betaal je meer voor een appartement in De Pijp dan voor een villa in Oost-Groningen. Ook bij beleggen zie je vaak kuddegedrag: iedereen wil ineens hetzelfde aandeel. Maar wie achter de groep aangaat, koopt een aandeel op het hoogtepunt, dus op zijn duurst. En wil er vanaf als niemand er nog een stuiver voor wil geven.
Tip>>> Wees kritisch op je eigen keuzes. Is dat jarendertigappartement in die populaire wijk echt het ideale huis voor jou, of wil je ‘erbij horen’ en laat je je vooral beïnvloeden door de keuzes van je vrienden?


Valkuil #6
Overschatten van bezittingen
Onderhandel altijd eerst over de prijs van een auto voordat je een proefrit maakt. Want voor je het weet, waan je je eigenaar van de bolide en dan is het lastig om nog een pokerface op te ­zetten. Dat komt door een psychologisch proces dat het endowment effect wordt genoemd. Dat houdt in dat we een hogere waarde toekennen aan dingen die we in ons bezit hebben. Verkopers maken daar gebruik van door ons spullen alvast te laten aanraken en uitproberen, om ons zo het gevoel te geven dat iets van ons is.
Het endowment effect speelt ook een rol op de woningmarkt: huizenverkopers hebben vaak de neiging met een roze bril naar hun eigen huis te kijken. Hoe langer ze ergens wonen, des te meer ze het huis hebben aangepast aan hun ­wensen. Door die investeringen overschatten ze de ­objectieve waarde ervan. Ze kunnen zelf reuze trots zijn op die man cave in de garage, maar misschien zet de volgende bewoner er liever zijn auto neer. Het risico van die overwaardering is dat we te veel geld voor het huis vragen en het onverkoopbaar wordt.
Tip>>> Valt iets buiten je budget, laat je niet ­verleiden om het aan te raken, te passen of uit te proberen. Voor je het weet, ben je verkocht.


Valkuil #7
Slechte kansberekening
Ons primitieve geldbrein heeft weinig gevoel voor statistiek. Dat blijkt onder meer uit onze liefde voor loterijen. De kans dat je de Oudejaarsloterij wint, is ongeveer 1 op 4,5 miljoen. Even voor de duidelijkheid: een kans van 1 op 1 miljoen is te vergelijken met de kans dat je twintig keer een munt opgooit en het elke keer kop is.
Dat we toch blijven dromen over de hoofdprijs, heeft te maken met het possibility effect. Wanneer iets mogelijk is, maar de kans erop is klein, dan hebben we de neiging om die kans te overschatten. Daar spelen loterijen slim op in. Onze neiging tot overschatten wordt nog erger als de uitkomst grote emotionele gevolgen heeft, zoals bij het winnen van de jackpot, een zeldzame nare ziekte of een vliegtuigongeluk. Catastrofeverzekeringen – die uitkeren in geval van een overstroming, aardbeving of een terroristische aanslag – varen ook wel bij onze onkunde in kansberekening.
Het omgekeerde is het certainty effect: de angst voor verlies. Wanneer iets mogelijk is, en de kans daarop redelijk groot, dan onderschatten we die kans juist. Dat komt door het ontbreken van zekerheid. Mensen kiezen dan ook liever voor 500 euro gegarandeerd, dan 80 procent kans op 1000 euro.
Tip>>> Koop slechts af en toe een lootje – zelfs als je heel vaak meedoet, dan zul je gemiddeld ­genomen nog steeds niets of heel weinig winnen – en besef dat je vooral betaalt voor de droom.


Valkuil #8
Beslissingsverlamming
Terug naar dat dure telefoonabonnement dat moet worden opgezegd. Heb je je afkeer van verandering inmiddels overwonnen, dan is er nog een ander probleem: welk abonnement dan wel? Niet gek als je door het grote aanbod van ­abonnementen zo overweldigd raakt dat je ­helemaal niets meer doet.
Een experiment met potjes jam in een ­Amerikaanse supermarkt sluit hier mooi bij aan. In een ­kraampje werden eerst 24 verschillende potjes jam tentoon­gesteld; daarna een selectie van zes. Bij het kraampje van 24 smaken ging slechts drie procent van de mensen over tot aankoop. Bij het kraampje met de kleinere selectie was dat tien keer zo veel. Oftewel: hoe groter het aanbod, des te minder we geneigd zijn ervan gebruik te maken. En dat is ­zonde, want daardoor laten we wellicht aantrekke­lijke opties liggen.
Tip>>> Vergelijkingssites kunnen helpen om het aanbod in kaart te brengen en keuzes te elimineren.