RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Wilma van Hoeflaken | illustratie: Nina van Wageningen

RADAR_illu_financieel_plan.jpg

Tijd voor een slim financieel plan

Je bent straks oud en hebt tijd zat. Dus je wilt backpacken in Azië, kooklessen volgen, shoppen in New York, concerten bezoeken en Spaans leren. Waar haal je het geld vandaan? Tip 1: investeer NU in jezelf.

 

bestelnu

Wie later comfortabel wil leven, moet daar nu iets voor doen. Hoe jonger je daarmee begint, hoe beter. Als je vanaf je 30ste elke maand € 100 opzijzet en je haalt drie procent rendement, heb je op je 70ste bijna € 92.000. Als je daar pas mee start op je 55ste, kom je nog niet eens aan de € 23.000.


Eerst maar eens alles in kaart brengen

Het zou natuurlijk mooi zijn als er een simpel plan bestond voor een financieel onbezorgde oude dag. En als je dat plan gewoon maar volgt het vanzelf goed komt. Zo eenvoudig is het niet.
Wie later genoeg geld wil hebben, moet daar nu al van alles voor doen en laten. Allereerst moet je je inkomsten en uitgaven in kaart brengen. Vervolgens moet je uitrekenen hoeveel geld je nodig hebt na je pensioen. ‘De ervaring leert dat de meeste mensen in de eerste jaren na pensionering evenveel geld nodig hebben als voor die tijd. En soms zelfs meer’, zegt onafhankelijk financieel planner Hanneke Wolff-Rierink, die eind 2018 door vakgenoten werd gekozen als Financieel Planner van het Jaar. Wel is het zo dat sommige uitgaven in de loop der jaren vanzelf al verdwenen zijn. Bijvoorbeeld de kosten die je maakt voor je kinderen. Zodra die op eigen benen staan, houd je geld over.
Ook gaan je hypotheeklasten waarschijnlijk omlaag. Mensen die al langer een hypotheek hebben, kunnen ervoor kiezen om hun hypotheek af te ­lossen. Mensen die net begonnen zijn aan hun ­eerste hypotheek, moeten die hypotheek verplicht in maximaal dertig jaar aflossen. Dus uitgaven voor de hypotheek en de kinderen kun je ­misschien schrappen, maar de andere uitgaven blijven ­bestaan. Dat betekent dat je na je pensioen genoeg inkomen moet hebben om je uitgaven te bekostigen.


Heb je genoeg aan je pensioen?

De meeste mensen gaan er financieel flink op
achteruit als ze met pensioen gaan. Als je met je DigiD inlogt op mijnpensioenoverzicht.nl zie je wat je per maand krijgt na pensionering. Je ziet een netto bedrag, dat bestaat uit pensioen dat je hebt opgebouwd bij werkgevers plus de AOW. Dat bedrag is gebaseerd op je huidige omstandigheden.
Het pakt waarschijnlijk lager uit als je gaat ­scheiden, als je minder gaat werken of als je ­arbeidsongeschikt of werkloos raakt. Daarom is het verstandig om bij belangrijke veranderingen in je leven even te checken hoe het zit met je pensioen.
Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je alleen het werknemerspensioen en de AOW. Wat je eventueel zelf hebt geregeld, als extraatje of omdat je zzp’er bent, vind je hier niet terug. Dus als je lijfrenteverzekeringen of een geblokkeerde bankspaarrekening hebt, moet je die apart checken.


Je komt geld tekort. Wat nu?

Stel dat je inkomen na je pensionering te laag is. Je komt zeker € 500 per maand tekort. Dan is het tijd voor een plan. ‘Houd rekening met de inflatie’, zegt Wolff. Je geld wordt minder waard. Gemiddeld is de inflatie twee procent per jaar. Dat betekent dat een tekort van € 500 per maand in 2019 opgelopen is naar een tekort van € 745 per maand in 2039.
Stel dat je wilt doorwerken totdat je AOW krijgt. Dan is er een redelijke kans dat je daarna nog minstens twintig jaar leeft. De inflatie gaat in de tussentijd ook door, dus die € 745 wordt ook weer minder waard. In dit voorbeeld gaan we voor het gemak even uit van een tekort van € 750 per maand, dus € 9000 per jaar en dat twintig jaar lang. Dat betekent dat je € 180.000 bij elkaar moet sparen. Als je dat in twintig jaar wilt doen, moet je bij drie procent rendement elke maand € 548 opzijzetten. En niet op de bank, want daar krijg je nu geen drie procent. Al kan dat over vijf of tien jaar natuurlijk best anders zijn. Het is koffiedik kijken. Maar uitgaande van de ­huidige rente zul je een deel van je geld moeten beleggen in aandelen. Of meer opzijzetten. Of na je pensionering zuiniger leven. Of een beetje blijven werken. Wie een afgelost eigen huis heeft, heeft het waarschijnlijk iets makkelijker. Dan kun je overwegen je huis te verkopen en te gaan huren, of iets goedkopers terug te kopen.

Een oplossing op maat

‘Vraag je eerst af wat je wilt. Sommige mensen willen graag de mogelijkheid hebben om op hun 55ste te stoppen met werken’, zegt Wolff. ‘Of ze dat doen is een ander verhaal, maar ze willen straks kunnen kiezen. Zij hebben dus al jong veel geld nodig. Andere mensen ­vinden hun werk heerlijk en willen helemaal niet ­stoppen. Wat wil je? Pas als je dat weet, kun je gaan rekenen.’
Wie meer geld wil hebben, kan aan drie ­knoppen draaien. Blijven werken en zorgen voor inkomen. Zorgen voor minder uitgaven. En ­zorgen voor rendement. ‘Blijven werken en minder uitgeven lukt meestal wel. Daar ben je zelf bij’, zegt Wolff. ‘Maar rendement is onzeker. Daar heb je veel minder invloed op. Het pakt ­altijd anders uit dan de prognose en de verwachting.’ Volgens haar is het belangrijk dat je bij het maken van een financieel plan keuzes maakt waar je je comfortabel bij voelt. ‘Kijk niet alleen naar euro’s, kijk ook of iets bij je past.’
Als voorbeeld noemt ze iemand die elke maand € 150 overhoudt. Dat geld is niet nodig als buffer voor bijvoorbeeld een kapotte wasmachine of een lekkend dak, want er staat al voldoende ­buffer op de bank. Als je die € 150 elke maand wilt gebruiken om je financiële positie te ­verbeteren, zijn er grofweg drie mogelijkheden. Je kunt het geld gebruiken om de hypotheek extra af te lossen. Je kunt het in een pensioenproduct stoppen. En je kunt ermee gaan sparen of beleggen. Alle drie die mogelijkheden hebben fiscale consequenties.
+ Over geld op de bank betaal je vermogens­rendementsheffing zodra je meer dan zo’n € 30.000 hebt.
+ Geld in een pensioenproduct stoppen,
betekent vaak dat je juist belasting terug krijgt.
+ Je hypotheek aflossen betekent dat je
maandlasten lager worden.
Wolff: ‘Het zou kunnen dat het netto méér oplevert als je die € 150 elke maand in een pensioenproduct stopt. Maar als het je gelukkig maakt om helemaal geen hypotheek meer op je huis te hebben, is dat voor jou de beste keuze.’


Knop om 1: Blijf werken

Misschien erf je nog eens wat, misschien win je nog eens wat, maar doorgaans is werken de enige manier om aan geld te komen. Dus blijf werken en investeer in jezelf. Leef gezond, blijf fit en zorg dat je bijblijft in je vak. Als je in deeltijd werkt, kun je overwegen om meer uren te gaan werken. Dat levert nu extra salaris op en straks extra pensioen. Ook langer doorwerken is een effectieve manier om over meer geld te beschikken. Dat kan in je eigen vak. Dat zie je vooral bij zzp’ers, maar ook steeds meer bij mensen in loondienst. Je kunt ook denken aan kleine baantjes. Heel wat ouderen klussen bij als postbezorger of taxichauffeur. Honden uitlaten, op kinderen passen, belastingaangiftes ­invullen, een bed and breakfast starten, er valt van alles te verzinnen. Als je in loondienst werkt, is deeltijdpensioen vaak een aantrekkelijke oplossing. Dan ga je minder werken. Daardoor ga je minder verdienen, maar dat compenseer je door alvast een deel van je pensioen te laten uitkeren. Op de dagen dat je werkt, blijf je pensioen ­opbouwen. Op die manier kun je bijvoorbeeld vanaf je 60ste of 63ste in deeltijd gaan werken, ­zodat je over meer vrije tijd beschikt. Omdat je ­minder vermoeid raakt, kun je waarschijnlijk veel langer blijven doorwerken en ondertussen nog pensioen opbouwen. Financieel is dat een mooie oplossing, maar het pensioenbedrag dat je per maand krijgt, is dan wel lager dan nu op je pensioenoverzicht staat. De meeste pensioen­fondsen bieden deeltijdpensioen als keuze­mogelijkheid aan.


Knop om 2: Houd je uitgaven in de hand

Als er elke maand een sloot geld binnenstroomt, is het uiteraard makkelijker om geld over te houden dan wanneer je weinig verdient. Maar uit onderzoek blijkt steeds opnieuw dat goed rondkomen niet alleen met geld te maken heeft. Je karakter speelt een grote rol. Wie het geld graag laat rollen, zal nooit een koele rekenmeester worden, maar je kunt wel leren om verstandiger met geld om te gaan.
Op nibud.nl vind je goede tips om geld over te houden. Ga naar ‘Persoonlijk budget­advies’. Hier kun je je inkomsten en uitgaven in kaart brengen. Dat geeft overzicht. Bovendien kun je jezelf vergelijken met anderen. Je ziet de ­gemiddelde uitgaven van mensen die qua ­inkomen en gezinssamenstelling op jou lijken. Dan zie je meteen of jouw uitgavenpatroon ­‘normaal’ is. Als je aan een bepaalde kostenpost veel meer uitgeeft dan anderen, is dat misschien een post waarop je kunt bezuinigen.
Stel dat je veel meer uitgeeft aan kleding dan andere mensen. Dan kun je besluiten om ­minder kleren te kopen, of alleen nog tweedehands spullen. Bezuinigen werkt het best als je het niet zomaar doet, maar als je bewust kiest waarop je gaat bezuinigen. Bovendien moet je niet bezuinigen op iets wat voor jou belangrijk is. Als je dol bent op kleding en daar graag geld aan uitgeeft, moet je daar niet op bezuinigen. Dat werkt niet en je wordt er niet gelukkig van. Kies iets wat je niet belangrijk vindt. De meeste mensen kunnen wel bezuinigen op hun vaste lasten. ­Overstappen naar een andere energie­leverancier bij­voorbeeld, of kritisch naar je verzekeringen kijken.


Knop om 3: Zorg voor een goed rendement

Geld op een spaarrekening levert nu vrijwel niets op. Beleggen levert op de lange termijn meer op. Als je nu dertig, veertig of vijftig bent, heb je een lange beleggingshorizon. Iemand die nu vijftig is en tot zijn 70ste wil blijven werken, heeft de opbrengst van de aandelen immers ook pas over twintig jaar nodig. Daarom kan beleggen een goed idee zijn. Maar wie slapeloze nachten krijgt van ­schommelende koersen wordt van beleggen doodongelukkig. Beleggen moet je alleen doen met geld dat je de komende jaren niet nodig hebt. Het is de kunst om je emoties uit te schakelen. Heel wat mensen worden nerveus van dalende koersen en besluiten dan hun aandelen te verkopen. Niet doen. Blijf rustig zitten en wacht op betere tijden. Wie weinig verstand heeft van beleggen en er geen tijd aan wil besteden, kan het beste beleggen in een zogenaamde tracker die breed is gespreid. Een tracker is een fonds dat passief een aandelenindex volgt, dus de kosten zijn laag. Je kunt dit doen met een beleggingsrekening bij je eigen bank of via beleggings­instellingen, zoals Binck of Degiro. Het handigst is om elke maand een vast bedrag te storten en er verder niet al te veel naar te kijken. En je hoeft niet al je geld in aandelen te stoppen: je kunt je geld ook verdelen over een spaarrekening en een beleggingsrekening. Voor beginnende beleggers is Beleggen voor dummies een helder boek (€ 24,99). Je kunt ook nog geavanceerder te werk gaan. In dat geval kun je je geld verdelen in porties: het bedrag dat je nodig hebt in de eerste vijf jaar nadat je bent gestopt met werken en het geld dat je nodig hebt in de jaren erna. Wat ga je opmaken, hoeveel blijft er staan, hoeveel rendement heb je nodig? Wie het zo grondig wil aanpakken, kan het beste een financiële planner in de arm nemen. Op ffp.nl vind je gecertificeerde planners bij jou in de buurt.






Sluiten

INHOUDSOPGAVE