RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Caroline Griep | Illustratie: Getty Images

GettyImages-128892832CP.jpg

In 8 stappen naar een opgeruimd huis

Gek word je ervan: overvolle kastjes en torenhoge stapels die elke keer als je er langsloopt, roepen: ‘Ruim mij op!’ Personal organizer Caroline Griep loodst je in acht stappen naar een ordelijk en gezellig huis.

Opruimen is helemaal hip & happening. De Japanse goeroe Marie Kondo heeft inmiddels wereldwijd miljoenen trouwe volgelingen die zweren bij haar rigoureuze methode en ook minimaliseren lijkt aan een niet te stuiten opmars begonnen. Belangrijkste vraag: word ik blij van mijn spullen? De (levens)kunst is om je alleen nog maar te omringen met waar je van houdt (Kondo). En daarvan het liefst zo min mogelijk (minimalisme). Hartstikke mooi natuurlijk, want rommel kan inderdaad een hoop ongemak veroorzaken. Maar wat als je helemaal geen zin hebt om de laatste trend te omarmen of mee te gaan in een hype, maar gewoon ‘old school’ wilt opruimen? Gelukkig mag dat ook nog steeds. Als alles een vaste plek heeft, is de basis in huis georganiseerd. Dat is een cliché van de bovenste (lege) plank, maar leuker kunnen we het niet maken: de winst zit in het feit dat opruimen dan slechts een kwestie van dingen terugleggen is, waardoor het veel sneller gaat. Systeem aanbrengen is absoluut de moeite waard, want het kost veel minder energie en ergernis dan steeds naar spullen zoeken.

Stap 1: blijf op één plek

Als je gaat opruimen, moet je even goed bedenken wát je precies gaat doen. Anders loop je het risico dat je in de badkamer begint en in de keuken eindigt. Dat werkt namelijk zo: je doet het badkamerkastje open. Daar valt van alles uit. Je besluit het even opnieuw in te delen en schoon te maken. Het bad- kamermatje kan wel een wasbeurt gebruiken. Naast de wasmachine staat nog een mand met schone kleren, die opgevouwen moeten worden. Als je de shirts van je zoon in zijn kast wilt leggen, schrik je van de hoeveelheid vuile vaat in zijn kamer. Mopperend raap je het bij elkaar en brengt het naar de keuken. In de keuken blijkt dat de vaatwasmachine uitgeruimd moet worden… Na twee uur heb je het gevoel dat je bijna niets hebt gedaan. De oplossing: beperk je tot één ruimte. Als je die verlaat om iets naar de plek van herkomst te brengen, keer dan meteen terug en laat je niet afleiden tot alles dáár is opgeruimd.

Stap 2: maak niet al te grote plannen

Te veel willen doen tijdens een opruimsessie is vragen om een teleurgesteld gevoel of losse eindjes na afloop. De hele zolder of kelder is misschien helemaal geen haalbare kaart op die ene vrije dag, maar de kelderkast of het oude speelgoed uitzoeken wél. Bezint dus eer je begint: • Maak een klus nooit te groot: zet op papier wat er moet gebeuren en bedenk per onderdeel hoeveel tijd je eraan kwijt denkt te zijn.

  • Liever zes klusjes van een of twee uur dan één van acht uur.
  • Haal niet alles overhoop, maar begin doelgericht aan de eerste klus.
  • Ruim na een klus eerst écht alles op. Dus: oude kleren naar de kledingcontainer of tweedehandsspullenwinkel, oude spullen naar de recyclewinkel of het grofvuil. Wat je wil bewaren, leg je op de plaats die je ervoor hebt uitgezocht: een krat, een lade, een plank, een kledingroede. Als je daar te lang mee wacht, heb je aan het eind van de dag geen zin meer. En dat vergroot de kans dat je het allemaal op één hoop gooit en de volgende keer tijd kwijtraakt aan opnieuw sorteren/zoeken. Aan het einde van de klus mag je dus nergens meer rommel zien.

Stap 3: pak je rommelmagneten aan

Rommel trekt rommel aan. Als een magneet. Rommelmagneten zijn die overvolle schalen en lades of torenhoge stapels die elke keer als je er langsloopt verwijtend roepen: ‘Ruim mij op!’ In de meeste huishouden zijn ze een bron van ergernis. Niet in de laatste plaats vanwege hun onverklaarbare eigenschap: je denkt dat je weet waar iets ligt, maar als je dat bibliotheekpasje nodig hebt, is het ineens niet meer te vinden. Er zit maar één ding op: ga er een uurtje voor zitten. Je zult zien: het meeste van die zooi kan weg. Sorteer de rest en geef het een vaste plek. Ruim écht alles op. Ieder restantje gaat namelijk gewoon verder met het aantrekken van rommel. Dat is een natuurwet.

Stap 4: koop niets voor je hebt opgeruimd

Het is een van de grootste valkuilen als je eens flink gaat opruimen: de aanschaf van plastic boxen en mooie dozen terwijl je nog geen idee hebt wat je erin gaat opbergen. Voor je het weet zit je namelijk met dozen in formaten die net niet geschikt blijken te zijn en wordt de rommel alleen maar groter. Dus: concentreer je op één probleemplek per keer. Sorteer globaal per subcategorie. Verdeel speelgoed bijvoorbeeld in: knutselspullen, knuffels, barbies, spelletjes, puzzels, en wat je verder nog tegenkomt. Iedere subcategorie krijgt een eigen doos of box. Vervolgens kun je die gaan kopen.

Stap 5: wees streng voor jezelf

Opbergbakken horen vooral achter gesloten deuren, of in ieder geval uit het zicht, omdat ze niets voor je interieur doen. Als je ze gebruikt in je kasten, zorg dan dat je precies kunt zien wat er in zit. En dat ze goed stapelbaar zijn, zodat er geen ruimte verloren gaat. Wees streng voor jezelf en prop ze niet lukraak vol. Omdat er toevallig nog een plekje over is in de box met badkleding betekent dat niet dat je daar ook alle wintersjaals bij moet doen… Blijf selecteren en onderverdelen, anders ben je zo weer het spoor bijster en weet je nog steeds niet waar je dingen opgeborgen hebt. Dweilen met de kraan open heet dat.

Stap 6: laat geen plastic tasjes slingeren

Plastic tasjes laat je niet, lees nóóit, rondslingeren! Als je iets gekocht hebt, pak je het uit en het tasje berg je op. Op een vaste plek waar je ze niet ziet. Rondslingerende plastic tassen maken een huis namelijk écht onnodig rommelig. En ongezellig. Maak meteen maar even een rondje door je huis en kijk hoeveel plastic tassen (met of zonder inhoud) er rondzwerven. Verzamel ze. Bewaar er tien in een lade of mand, en gooi de rest in de plastic afvalbak. In plastic tassen berg je trouwens geen dingen op, ook niet in de schuur, kelder of op zolder. Spullen hebben een vaste plek nodig, in een kast, op een plank, in een lade of met soortgenoten in een doos, kist of bak.

Stap 7: wat heb je echt nodig?

Veel vrouwen vergaren in de loop der jaren veel te veel beddengoed en ander huishoudtextiel. Maar wat moet een doorsneegezin in hemelsnaam met 37 dekbedhoezen en 25 handdoeken? Dat is meer dan we in de rest van ons leven kunnen of zullen gebruiken. Bekijk alles eens goed en neem afscheid van de handdoeken en lakens die hun beste tijd hebben gehad. Een lastiger categorie zijn de met de hand geborduurde tafelkleden van oma die nooit gebruikt worden. Die kun je toch niet zomaar wegdoen? Bedenk één goede reden waarom zou je die zou bewaren. Omdat ze je aan vroeger doen denken? Bedenk dan dat je herinneringen in je hart bewaart. Waar ze totaal geen ruimte in beslag nemen.

Stap 8: waar horen je spullen thuis?

In de slaapkamer doe je elke nacht nieuwe energie op. Dat is de bedoeling. Maar hoe lekker slaap je tussen spullen die er helemaal niet thuishoren? Van kapotte tennisballen tot bergen kleren op een stoel en van stapels dvd’s tot sleutels waarvan niemand meer weet bij welk slot ze horen.

  1. Maak met een vuilniszak een eerste rondje en gooi alle echte troep weg, ook oude tijdschriften en kranten.
  2. Sorteer: leg kleren op de plek waar ze horen (in de wasmand, in de strijkmand, in de kast), toiletspullen gaan naar de badkamer, sieraden en accessoires bij elkaar in een doos.
  3. Neem een doos en doe daarin alles wat niet in de slaapkamer hoort: schroefjes, bonnetjes, postzegels… verdiep je er nu niet te veel in, blijf gefocust (zie stap 1). Die doos ruim je later op.



Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.