RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Irene van den Berg

GettyImages-156026010.jpg

Ode aan het rijtjeshuis

Als je alle rijtjeshuizen in Nederland naast elkaar zet, kom je op ruim 16.000 kilometer, ongeveer de afstand tussen Amsterdam en Peking en terug. Nergens op de wereld komt het rijtjeshuis zo vaak voor als in ons land. Journalist Irene van den Berg vraagt zich af: is het rijtjeshuis het toppunt van saaiheid of de perfecte woning?

 

4bestelnu

Ik ben opgegroeid in een rijtjeshuis. Een doorzonwoning in een middelgroot Brabants dorp, gebouwd in de jaren zeventig. In een buurt met heel veel andere rijtjeswoningen, waar mijn vriendjes en vriendinnetjes woonden. Voor een kind een paradijs. Voor een puber de perfecte plek om je tegen af te zetten. Later als ik groot ben, dan koop ik een bijzonder huis, dacht ik als tiener. Een woonboot, een penthouse in een hoge woontoren of een idyllisch boerderijtje. Je raadt al hoe ik nu woon: inderdaad, in een rijtjeshuis. Net als tien miljoen andere Nederlanders. Mijn man en ik hebben op originelere plekken gewoond. Ons eerste koophuis was een jarendertig­appartement in de stad, met en suite deuren, plafondlijsten en een visgraat ­parketvloer. Het was er prachtig maar gehorig. Daarna verhuisden we naar een modern appartement op de 23ste verdieping. Met glas tot op de grond, maar geen ‘buiten’. Dat werd vooral een bezwaar na de geboorte van ons dochtertje. Dus verhuisden we naar een rijtjeshuis met een tuin in een buitenwijk van de stad. Vier jaar en wat verbouwingen later, ben ik behoorlijk verknocht aan ons huis.


Drukbevolkt land? Prima oplossing!

Pieter Hoexum, filosoof en auteur van Kleine ­filosofie van het rijtjeshuis, begrijpt dat ik van mijn rijtjeshuis houd. ‘Het rijtjeshuis is een allemansvriend. Dat maakt het zo sympathiek. Mensen zeggen ­weleens dat het rijtjeshuis karakterloos is, maar daardoor kun je er ook mee doen wat je wilt’, aldus Pieter, trots eigenaar van een rijtjeshuis in ­Purmerend. ‘Het is de beste oplossing’ voor een drukbevolkt land dat zo veel mogelijk mensen een goede woning wil geven. Het rijtjeshuis en de ­verzorgingsstaat zijn onlosmakelijk met elkaar ­verbonden.’


Tegenhanger van hoogbouw

Een huis is een rijtjeshuis als het aan beide ­kanten wordt ingesloten door een (bijna) identieke woning (of in spiegelbeeld). En het moet een eigen deur hebben aan de straat. Geen land ter wereld kent zo veel rijtjeshuizen als Nederland. Engeland en Ierland staan ook in de top drie, maar in ons land staan de meeste. De eerste ­Nederlandse rijtjeshuizen werden al in de ­vijftiende eeuw gebouwd, in hofjes waar weduwen en andere arme mensen woonden. Maar het rijtjeshuis werd pas echt populair in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen de woonerven in zwang raakten. Als tegenhanger van de vele hoogbouw die tijdens de wederopbouw in de jaren zestig was neergezet. Hoexum is geen fan van flats: ‘Mensen zijn niet gemaakt om op elkaar te wonen. Flats hebben bovendien gemeenschappelijke ruimtes, die ingewikkeld zijn omdat niemand er verantwoordelijk voor is. Ze voelen vaak als niemandsland. Het mooie van een rijtjeswoning daarentegen is dat die eigen grond heeft. Dat komt tegemoet aan de drang van mensen om iets te bezitten.’ Volgens hem is een rijtjeswoning ‘het beste compromis tussen zelfstandig en samen’.


Huis van de toekomst: een rijtjeskasteel

Een ander belangrijk pluspunt van de rijtjes­woning is de prijs. ‘Uit de zoekresultaten van Funda blijkt dat mensen het vaakst zoeken op villa’s en ­kastelen. Maar uiteindelijk kiezen ze meestal toch een betaalbaar rijtjeshuis’, zegt architect Jeroen Atteveld van Heren 5 Architecten in Amsterdam.
Dat herken ik. Toen wij een huis zochten, heb ik me ook verlekkerd aan schattige boerderijtjes en mooie vrijstaande huizen. Maar als mijn lief me dan voorrekende hoe lang ik er elke ­ochtend over zou doen om op mijn werkplek in de stad te komen, was het snel gedaan met mijn ­enthousiasme. ‘Tja, het liefst willen we allemaal een boerderij midden op de Dam in Amsterdam’, ­reageert Atteveld. Hij wilde een brug slaan ­tussen de woon­droom van veel Nederlanders en het meest voorkomende huizentype. Hij ontwierp met collega architect ­Dingeman Deijs het ‘rijtjes­kasteel’. Dat lijkt van ­buiten op een huis met drie verdiepingen, een puntdak en een dakkapel. Maar binnen wacht de verrassing: de woon­kamer is opvallend hoog, en een trap verbindt alle ­ruimtes. Naar de tuin gaat een gigantische deur en via het dak komt licht ­binnen. Atteveld: ‘We hebben de eigenschappen van een kasteel als basis gebruikt. De muur ­fungeert als schil, waarin alle ruimtes zijn opgenomen. En die ruimtes ­vouwen zich als het ware om die heel ruime woonkamer.’ Het huis moet in 2021 te koop zijn. Waar en voor hoeveel, is nog niet bekend.


Niet meer van deze tijd: grote ramen aan de voorkant

Atteveld zou graag zien dat meer rijtjes­huizen zo’n make-over krijgen. Hij gelooft dat de klassieke doorzonwoning passé is. De doorzonwoning is het beroemdste type rijtjeswoning, met een woonkamer die de gehele diepte van het huis doorloopt en voor en achter ramen heeft. Zodat de zon door de hele kamer kan schijnen. ‘Grote ramen aan de voorkant zijn echt niet meer van deze tijd. Mensen willen tegenwoordig meer privacy’, stelt de architect.


Er gaat kleiner worden gebouwd

Architect Atteveld verwacht dat er in de toekomst minder rijtjes­huizen gebouwd zullen worden. ‘Huishoudens worden steeds diverser en dat vraagt om meer maatwerk. Niet iedereen heeft drie slaapkamers meer nodig. Andere woonvormen zullen opkomen’, aldus de architect. Hij denkt aan woongroepen voor singles of senioren of kleinere woningen voor koppels zonder kinderen. Kleiner bouwen helpt bovendien om het nijpende woningtekort op te lossen. Volgens Eurostat hebben Nederlanders gemiddeld 2 kamers per persoon tot hun beschikking, tegenover een Europees gemiddelde van 1,6. Zo bezien draagt het rijtjeshuis dus bij aan de krapte op de
woningmarkt.


Terug naar de stad?

Later, als ons dochtertje groot is, gaan we terug naar een appartement in de stad, hebben we af­gesproken. Het afscheid zal waarschijnlijk zwaar vallen. Geen achtertuin meer met fruitbomen, geen garage die je kunt volstouwen met spullen en geen logeer­kamer voor gasten. Is er misschien een ­architect die een rijtjespenthouse voor ons wil ontwerpen?

Meer lezen?

- Het rijtjeshuis. De geschiedenis van een oer-Hollands fenomeen, Bernard Hulsman en Luuk Kramer (vanaf
€ 19,95).
- Kleine filosofie van het rijtjeshuis, Pieter Hoexum (vanaf € 19,99).




Sluiten

INHOUDSOPGAVE