RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Jean-Pierre van de Ven | Illustratie: Sophie van Boven

midlifeman.jpg

Jongetjes van 49

Rond hun vijftigste gaan veel mannen zich gedragen als Peter Pan: ze willen voor altijd jong blijven. Ze kopen een racefiets en flirten met jongere vrouwen. Gevalletje midlifecrisis. Maar waar komt die crisis vandaan? Moeten kleine jongetjes niet gewoon volwassen worden?

 

2bestelnu

Zoals bekend kunnen mannen van middelbare leeftijd, zo tussen de ­veertig en vijftig jaar oud, zich ­bijzonder kinderachtig gedragen. Ze lijken wel pubers. Aan de ene kant ­willen ze worden bemoederd door een zorgzame vrouw, aan de andere kant willen ze zich absoluut niet aan deze vrouw binden. In 1962 bedacht schrijver Aldous Huxley voor dit gedrag de term Peter Pan-syndroom, naar het jongetje dat nooit volwassen wilde uit de romans van J.M. Barrie.
Het begrip midlifecrisis dateert van drie jaar later. In 1965 namelijk publiceerde Elliot Jacques het artikel De dood en de midlifecrisis in het Inter­national Journal of Psychoanalysis. Volgens psychotherapeut Jacques bestaat de midlifecrisis uit een combinatie van lichamelijke en mentale problemen, zoals minder zin in seks, prikkel­baarheid, somberheid, een achteruitgang van intellectuele activiteit en een afname van spierkracht. De crisis wordt veroorzaakt doordat ­mannen voor het eerst de dood onder ogen zien. Ouders overlijden, vrienden worden ziek. Middelbare mannen krijgen daarom de neiging om te evalueren: wat heb ik van mijn leven gemaakt? Zijn mijn dromen uitgekomen? En zo niet, heb ik nog tijd voor een nieuw plan?


Geen bewijs voor het bestaan van de midlifecrisis

Jacques en Huxley hadden het uitsluitend over mannen van middelbare leeftijd. In mijn ervaring kunnen ook vrouwen van deze leeftijd zich kinderachtig gedragen, inclusief bindingsproblemen en de neiging tot evalueren, maar daarover gaat het een andere keer.
In dit artikel concentreer ik me op de mannen, al was het maar omdat het meeste wat over midlife is geschreven over mannen gaat. Sinds 1965 is een heuse hausse verschenen over midlife-mannen in populaire bladen en kranten. In de vakbladen werd het ondertussen steeds stiller. Psychologen, sociologen en antropo­logen konden namelijk weinig tot geen bewijs vinden voor het bestaan van de midlifecrisis.
Alleen dokters en farmacologen kunnen er nog wat mee. De laatste jaren publiceren ze allerlei onderzoeken naar wat de andropauze, het Ageing Male Syndrome, of het Androgen ­Decline in the Aging Male (ADAM) is gaan heten. Centraal in deze onderzoeken staat het hormoon testosteron. Een gebrek aan ­testosteron zou de lichamelijke verschijnselen van een midlifecrisis veroorzaken en het toedienen ervan zou ze oplossen. Maar deze ­behandeling werkt niet bij alle mannen even goed. Hoe zit het nou? Beelden mannen van middelbare leeftijd zich al die kwalen en kwaaltjes in? Of is er een alternatieve ­verklaring voor hun gedrag?

Bij Timo en Annette, een kinderloos echtpaar uit het oosten des lands van 49 en 46 jaar oud, is niet zozeer de seksuele verhouding het probleem, als wel de financiële situatie. Na een carrière bij Shell is Timo gaan werken als leraar op een basisschool. Het verlies aan inkomsten is zo groot dat ze overwegen om kleiner te gaan wonen. Voor Timo is de verandering van baan ingegeven door idealen. Hij wilde niet langer deelnemen aan een vervuilende industrie en in plaats daarvan de mensheid helpen waar het hard nodig is. Annette ziet op tegen de verhuizing en ze kan de stress over de onzekere financiën niet meer aan. Ze vraagt het nog net niet hardop, maar haar ogen spreken boekdelen: is er misschien genezing mogelijk voor Timo?


De midlifecrisis als overgang naar betere tijden

Voor een genezing is een diagnose nodig en het is nog maar de vraag over welke kwaal we het hier hebben. Dat was ook de gedachte van de economen David Blanchflower en Andrew Oswald. Ze wilden voor eens en voor altijd vaststellen wanneer de midlifecrisis precies toeslaat in een mensen­leven, bij wie de klap het hardste aankomt en welke symptomen het meeste voorkomen. Ze gebruikten psychologische onderzoeken naar het wel­bevinden van 500.000 Amerikanen en Europeanen en ­kleinere, maar nog steeds grote datasets over de rest van de wereldbevolking. En ze kwamen tot een verrassende ontdekking.
Aan de ene kant neemt in een mensenleven de kans op psychische aandoeningen als angst, depressie en verslaving toe tot ongeveer vijftig jaar, om daarna voorgoed te dalen. Aan de andere kant daalt ons welbevinden vanaf het zestiende jaar tot het midden van ons leven, om daarna weer opwaarts te gaan tot ver in de oude dag. Blanch­flower en Oswald concluderen dat deze Happiness Curve (de gelukskromme of de geluks-U) het ­laagste punt bereikt tussen de 45 en 55 jaar. Dit geldt voor mannen en vrouwen, overal ter wereld.
Ze komen zelfs tot specifieke cijfers per land. In Nederland bereiken we volgens het door hen aangehaalde Eurobarometer-onderzoek het dieptepunt als we 46,9 jaar oud zijn. Volgens het World Value Onderzoek zijn we in Nederland op ons ongelukkigst als we 54,6 jaar oud zijn. Als we deze cijfers middelen, zit het dieptepunt van ons leven dus op vijftig jaar en negen maanden.
Volgens journalist Jonathan Rauch, auteur van het boek The Happiness Curve Why Life Gets Better After Midlife is de midlifecrisis helemaal geen crisis, maar een overgang van steeds slechtere naar steeds betere tijden. Er is geen enkele reden voor somberheid, integendeel. Je stemming verbetert, je kennis neemt toe, en je bent eerder tevreden met wat het leven je te bieden heeft. Omdat je positiever staat tegenover het leven, biedt het leven je meer kansen dan je lang voor mogelijk had gehouden.


Hoe ging het verder met Gert-Jan en Olga, en Timo en Annette?

Aanhangers van deze geluks-U-hypothese zijn er nog niet uit waarom het leven beter wordt na de vijftig. Kunnen we door ervaring de ­gevaren van het leven beter inschatten? ­Kunnen  we rationeler omgaan met onze ­talenten en zwakheden? De aanhangers hebben ook geen ­verklaring voor het narcistische, soms ronduit egoïstische gedrag van mannen van middel­bare leeftijd. Misschien verschilt dat per ­persoon en per situatie.
Gert-Jan loog tegen zijn vrouw en hij bedroog haar. In het begin van onze gesprekken ­verklaarde hij dit gedrag vanuit een midlife­crisis. Eigenlijk was hij meer slachtoffer dan dader. Maar zou er niet iets anders aan de hand kunnen zijn, zoals een relatie­probleem? ­Gedurende onze gesprekken kwam die ­v­­erklaring steeds meer op de voorgrond te staan. Ik nodigde Olga uit voor gesprekken met Gert-Jan samen en daaruit bleek al snel dat een gebrek aan communicatie de kern van hun probleem vormde. Olga wist allang van Gert-Jans affaire, maar durfde er niets over te zeggen uit angst om hem te verliezen.
Ook bij Timo en Annette lag de kern van de problemen niet in hormonen of doodsangst. De problemen kwamen voort uit Timo’s gewoonte om alles in zijn eentje te beslissen, zonder overleg met Annette. Dit had hij altijd al gedaan, maar de neiging was de ­laatste jaren sterker geworden, waarschijnlijk doordat zijn stemming verbeterde. Tijdens onze gesprekken ontdekte Timo dat zijn ego­centrische opstelling een verdediging was tegen een negatief zelfbeeld, dat hem al hinderde sinds zijn jeugd. Doordat hij hier openlijk over sprak met Annette verbeterde hun verhouding aanzienlijk.


Kleine jongetjes moeten grote jongens worden

In feite schieten beide verklaringsmodellen voor het gedrag van middelbare mannen tekort. Het model van de midlifecrisis focust te sterk op somberheid en andere ­psychische klachten gedurende een korte periode in een mensenleven. In het model is geen plaats voor de spontane verbetering van deze klachten. De geluks-U hypothese getuigt weliswaar van een optimistisch wereldbeeld, maar daardoor blijven echte problemen soms onbenoemd.
De crisis waarin mannen van vijftig ­kunnen terechtkomen is vaak een verwaarloosd hechtingsprobleem dat dringend aandacht behoeft. Anders gezegd: als je op je vijftigste nog steeds een jongetje bent dat alleen aan zichzelf denkt, mag je daar best een keer iets aan doen. Als je op deze leeftijd nog steeds je leven niet werkelijk kunt delen met een ander persoon, wordt het hoog tijd om te ­veranderen.
Het lijkt aantrekkelijk om altijd jong te ­blijven, maar dat heeft ook een groot nadeel. Wie altijd jong blijft, zal ook voorgoed worden achtervolgd door problemen uit zijn jeugd. En waarom zou een grote jongen dat nou willen?

Tips
Dit doe je aan een midlifecrisis
+  De problemen in deze periode gaan voor een groot gedeelte vanzelf voorbij.
+  Maar niet allemaal! Laat je niet foppen door de term midlifecrisis. Sommige ­problemen sleep je al een leven lang met je mee.
+  Wees eerlijk en zie de ­problemen onder ogen. Meestal hebben de ­problemen te maken met hechting: je al dan niet kunnen binden aan een ander persoon.
+  Leer vrede te sluiten met de negatieve aspecten van
je zelfbeeld, zodat je jezelf in al je glorie kunt tonen aan een partner.

Bronnen
David G. Blanchflower en Andrew J. Oswald, Is well-being U-shaped over the life cycle?, Social Science & Medicine.
Jonathan Rauch, The Happiness Curve: Why Life Gets Better After Midlife.
Elliot Jacques, Death and the midlifecrisis, International journal of psychoanalysis.