RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Jean-Pierre van de Ven | Illustratie: Sophie van Boven

veerkracht.jpg

Verder dankzij veerkracht

Waarom wordt de ene mens na tegenslag in zijn
jeugd wél een succesvolle volwassene en komt de
andere in de problemen? Dat heeft alles te maken
met veerkracht. Gelukkig is veerkracht aan te leren,
zegt psycholoog Jean-Pierre van de Ven.

 

3promo3nrs

Narigheid kan ieder van ons overkomen: een verkeersongeluk, het plotselinge verlies van een naaste, slachtoffer worden van pesterijen, een inbraak of een brand. Ongeveer 85 procent van de mensen die zo’n nare, schokkende gebeurtenis meemaakt, kan na een paar weken of maanden gewoon weer verdergaan met het leven. De andere vijftien procent kan dat niet, vanwege symptomen van traumatisering. Ze krijgen last van herbelevingen, gaan plaatsen, personen of herinneringen vermijden, en een verhoogde alertheid maakt dat ze voortdurend op de toppen van hun zenuwen verkeren.
Het was voor psychologen lang een raadsel waarom sommige mensen wel en anderen niet getraumatiseerd raakten na een schokkende gebeurtenis. Lag het aan de aard van de gebeurtenis? De grootte van de schok? Karaktertrekken? Pas na uitgebreid onderzoek bleek dat onze voorgeschiedenis bepaalt of we een trauma oplopen na een nare ervaring. Mensen die veel tegenslag hebben gekend in hun jeugd en die daardoor een negatief zelfbeeld hebben gekregen, lopen de meeste kans op een trauma.
Maar het is ook weer niet zo dat alle kinderen met een moeilijke jeugd een negatief zelfbeeld opbouwen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw begon het psychologen op te vallen dat sommige kinderen die opgroeiden onder nare omstandigheden - denk aan armoede, geweld, het verlies van dierbaren - daar goed mee om konden gaan en succesvolle volwassenen werden, terwijl andere kinderen in vergelijkbare gezinnen opgroeiden tot lichamelijke en mentale probleemgevallen. Wat maakte het verschil tussen deze groepen?
Het antwoord is samen te vatten in één woord: veerkracht. Kinderen die zichzelf blijven zien als slachtoffer, als dom of machteloos slagen er niet in om later in hun leven de nare gevolgen van schokkende ervaringen af te weren. Kinderen die een strategie ontwikkelen om met zulke nare gevoelens om te gaan, slagen daar wél in. Zij hebben geleerd om veerkrachtig te zijn.


Het gevoel dat je er niet toedoet

Sociologiestudent Herman werkt in een café in het centrum van de stad. Op een kwade nacht wordt hij na sluitingstijd overvallen door twee mannen die hem neerslaan en ervandoor gaan met de dagopbrengst. In de maanden die volgen, wordt Herman steeds sterker gekweld door angsten die hem uiteindelijk het werken beletten. ‘Ik stond de hele avond op de uitkijk’, vertelt hij me in ons eerste gesprek. ‘Als iemand een koffiekopje hard op het schoteltje neerzette, zat ik al in de gordijnen.’
In de gesprekken die volgen leer ik Herman beter kennen. Hij is opgegroeid met een vader die het gezin terroriseerde met driftbuien en depressies. Zijn moeder was daar niet tegen opgewassen en Herman ook niet. Hij had geen enkele invloed op de stemming en het gedrag van zijn vader. Daar hield hij het gevoel aan over dat hij er niet toe doet. Door de overval werd dit gevoel versterkt, omdat Herman opnieuw merkte dat hij machteloos was. Deze machteloosheid werkte zijn psychisch trauma in de hand.


Overeind blijven naast een bazige vader

Ook Tess is opgegroeid met een dominante vader. Ze leerde als kind dat het nooit genoeg was. Als ze op school negens haalde, moesten het tienen zijn. Toen ze haar zwemdiploma haalde, werd dat afgedaan als de normaalste zaak van de wereld. Verjaardagen werden thuis niet gevierd.
‘Ik had het gevoel dat ik totaal niet belangrijk was. Ik voelde me meestal slecht en onbeduidend. Alleen door alles zo goed mogelijk te doen kon ik me staande houden.’
Deze ijverige strategie kwam haar in het leven goed van pas. Niet alleen kon ze haar studie geneeskunde cum laude afronden, ze werd ook een uitstekende internist in een academisch ziekenhuis. Maar het belangrijkste was dat ze door haar ijver leerde om negatieve gevoelens af te weren. Ze kon overeind blijven naast een bazige vader, maar later ook goed omgaan met de stress en de verlieservaringen waar artsen nu eenmaal aan blootstaan.

Het vermogen om je aan te passen

Psychologische veerkracht is het vermogen van mensen om zich aan te passen aan tegenslag, zodat ze zo snel mogelijk kunnen terugkeren naar hun normale situatie. Als dokter werd Tess natuurlijk wel geschokt of verdrietig of boos door wat er met haar patiënten gebeurde, maar ze slaagde er steeds in om kalm te blijven en nuchter te handelen. De strategie die ze in haar jeugd had geleerd, om altijd zo goed mogelijk te presteren, hielp haar om veerkrachtig te zijn. Zoals ze zelf zei: ‘Tijdens een crisis focus ik niet op emoties, maar op oplossingen.’
Zo’n strategie had Herman niet. Hij beschouwde zichzelf als volwassene nog steeds als een loser, als iemand die geen invloed heeft op wat er met hem gebeurt. Gelukkig voor hem is veerkracht iets wat een mens tijdens het leven kan leren. Hoe eerder dit in je leven gebeurt hoe beter, maar beter laat dan nooit. Nadat we in zijn behandeling het trauma hadden aangepakt, richtten we daarom de pijlen op het vergroten van zijn veerkracht in vier stappen, zoals op de linkerpagina wordt beschreven.


Haar ijver maakte haar huwelijk tot een hel

Je leren aanpassen aan tegenslag maakt je veerkrachtiger, maar deze aanpak heeft ook zijn grenzen. Als je hebt geleerd om de gevolgen te minimaliseren van een bepaalde stressor, zoals overvallers, een dominante vader, of patiënten die komen te overlijden, dan kun je nog steeds niet opgewassen zijn tegen een andere bron van stress, zoals geldgebrek of een kind dat chronisch ziek is. Bovendien kan een strategie die goed werkt in de ene situatie een ander probleem juist erger maken.
Tess kon goed omgaan met de stress van het doktersbestaan, maar niet met de relatieproblemen waarvoor ze bij me kwam. De eigenschap die ze in haar jeugd had ontwikkeld, om alles zo goed mogelijk te doen, was nou juist de reden waarom haar man helemaal gek van haar werd. Ze zat altijd op hem te vitten omdat hij iets verkeerd deed, van te weinig geld verdienen tot de wc slecht schoonmaken. Ze deed er eindeloos lang over om een restaurant, een nieuwe bank of een vakantiebestemming te vinden

Bronnen
Folke, C., Carpenter, S., Walker, B., Scheffer, M., Chapin, T., & Rockström, J. (2010). Resilience thinking:
integrating resilience, adaptability and transformability. Ecology and Society, 15(4).
Yates, T. M., & Masten, A. S. (2004). Fostering the
Future: Resilience Theory and the Practice of Positive Psychology



5 tips voor meer veerkracht

+    Stop met ontkennen. Je hebt een probleem. Daar ben je misschien niet schuldig aan, maar je bent wel verantwoordelijk voor hoe je daarmee omgaat.
+   Focus op je zelfbeeld, niet op vaardigheden. Hoe zie je jezelf? Klopt dat beeld nog wel? Wanneer speelt dat beeld een rol?
+    Streef geen perfectie na, maar stel haalbare doelen. Veel babystapjes maken ook een reuzensprong.
+    Focus op vooruitgang in plaats van op problemen. Hoe zou je willen dat je in het leven stond?
+   Investeer in relaties. Zorg dat je tijd doorbrengt met je dierbaren, zodat je er niet alleen voor staat in het leven.

Welk antidepressivum?
+    Antidepressiva beïnvloeden ‘neurotransmitters’, stoffen in de hersenen die negatieve of juist positieve gevoelens bepalen, zoals serotonine en noradrenaline. Bij depressie is de werking van die neurotransmitters ontregeld. Antidepressiva helpen de neurotransmitters weer om hun werk goed te doen door de opname te reguleren. In feite herstellen zij dus een natuurlijke balans. Er zijn diverse soorten antidepressiva, die allemaal een net andere werking hebben.
+    Bekende antidepressiva zijn fluoxetine (zoals Prozac) en paroxetine (bijvoorbeeld Seroxat). Zogeheten TCA’s (tricyclische antidepressiva)  zoals doxepine werken vaak beter bij zwaardere depressies, en MAO-remmers (mono-amino-oxidase-remmers) en ‘overige’ antidepressiva beïnvloeden de neurotransmitters weer op een iets andere manier. Lithium is strikt gezien geen antidepressivum, maar vlakt bijvoorbeeld grote stemmingswisselingen af. Het wordt ook wel gebruikt in combinatie met andere antidepressiva. Bijwerkingen zijn verschillend per persoon en per middel: geef het dus niet op wanneer middel één niet werkt of als je er suf of dik van wordt. Er is zoveel keus dat er altijd wel een medicatie is die bij jou past.
+    Vervelend is dat het vaak een aantal weken duurt voordat het middel werkt en je het ook niet in één keer kunt afbouwen. Daarom kan de zoektocht naar ‘jouw’ antidepressivum wel even duren. Geef de moed niet op!




Sluiten

INHOUDSOPGAVE