RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Lara Aerts | Fotografie: Getty Images

GettyImages-74858942C.jpg

Kies de school die past bij uw kind

Een goede school is niet per se de beste en een zwakke school kan ideaal zijn voor je kind. Dat ‘goed’ en ‘zwak’ zijn beoordelingen van de onderwijsinspectie. Betrouwbaar instituut, zul je denken. Maar het zit iets anders in elkaar.

De sfeer op school en waar de vriendjes en vriendinnetjes naartoe gaan. Dat vond Pippa (nu 16) van doorslaggevend belang bij het kiezen van een middelbare school. Haar moeder vond het, net als de meeste andere ouders, juist belangrijk dat ze goed onderwijs zou krijgen. Op onderwijsinspectie.nl kunnen ouders gelukkig makkelijk zien of een school van de onderwijsinspectie het predicaat basis, zwak of zeer zwak heeft gekregen. De informatie over scholen van de inspectie wordt vervolgens door verschillende media (Elsevier, RTL, scholenopdekaart.nl en keuzegidsscholen.nl) gebruikt om ranglijsten te maken. Ranking the schools: wat zijn de beste en slechtste scholen van Nederland? Ideaal, zou je zeggen. Kwestie van de beste scholen in de buurt of de stad opzoeken in de lijstjes.

 

Zittenblijven verbieden is gunstig voor de school-ranking 

Toch is het niet zo simpel, vindt natuurkundedocent ­Margreet Schut-den Haan. Ze snapt de neiging van ouders om met een boog om een zwakke school te lopen. Toch raadt ze eerder aan om met een boog om de scholenranglijsten heen te lopen. Waarom? Schut: ‘De onderwijsinspectie beoordeelt scholen op basis van het percentage zittenblijvers in onder- en boven­bouw, de positie van de leerling in het derde leerjaar ten opzichte van het basisschooladvies en hun gemiddelde cijfer voor het centraal examen. Op die zaken kan een school prima ­scoren zonder per se goed onderwijs te bieden, zolang goede en kansrijke leerlingen worden geselecteerd en risico’s vermeden.’ Dat laatste kan een school doen door zittenblijven te verbieden en ‘diploma’s stapelen’ of tussentijds opstromen naar een hoger niveau te ontmoedigen. Omgekeerd kan hetzelfde gebeuren: een school die goed onderwijs geeft kan toch zwak uit de bus komen. De school waar Schut lesgeeft (het Lyceum Schraven­lant in Schiedam) zit nu – na een paar jaar aan de ‘verkeerde’ kant te hebben gezeten (zwak) –, weer aan de ‘goede’ kant (basis), maar biedt volgens Schut wel goed onderwijs: ‘Het lukt ons om veel kinderen met niet-Nederlandse ouders of een relatief lage Cito-score toch een vwo-diploma te laten halen. Hun eindexamencijfer ligt gemiddeld wel wat lager dan dat van kinderen van hoogopgeleide ouders op andere scholen. Daar worden we op afgerekend in de ranking.’ 

 

Predicaat zwak betekent: hallo negatieve spiraal

Schut weet hoe schadelijk het is om als zwak aangemerkt te zijn. ‘Het betekent minder inschrijvingen, dus minder geld. Het betekent dat goede leerlingen de school mijden. En voor je het weet zit je in een negatieve spiraal. Toen wij het predicaat zwak hadden, adviseerde de inspectie ons tussen de regels door om ook wat strenger te zijn bij de leerlingenselectie, om zo weer op te klimmen. Met onderwijsverbetering heeft dit niets te maken.’ 

 

Op het ene lijstje is de school goed, op het andere slecht

Er kleven nog meer bezwaren aan de populaire Ranking the Schools-gewoonte. Dick van der Wateren, docent (ook natuurkunde) op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem, somt er een aantal op. ‘De lijstjes zijn gebaseerd op ­informatie van groepen leerlingen die jaren eerder op school zaten. Inmiddels kan er best wat veranderd zijn.’ Van der Wateren, die ­verschillende lijstjes en scholen naast elkaar legde, kwam erachter dat dezelfde school op de ene lijst als goed, en op de andere lijst als slecht wordt aangemerkt. ‘Wat moeten ouders dan nog geloven?’ Ook apart: sommige scholen hebben over een tijdspanne van een paar jaar zeer wisselende resultaten. Van der Wateren: ‘Hoe kan een school het ene jaar heel goed scoren en het volgende jaar ineens matig, en het jaar daarna weer goed? Alsof ineens alle goede docenten zijn verdwenen, en het volgende jaar weer zijn teruggekomen.’ 

 

Zwakke leerlingen worden dwarsgezeten

Een ander probleem dat kleeft aan de lijstjes en de inspectie­methode van het ministerie, is dat scholen de practise to the test method kunnen gaan hanteren, zegt Van der Wateren. Dat wil zeggen: wordt er gelet op het cijfer van het centraal schriftelijk? Dan gaat een school daar extra op trainen. Is juist het slagingspercentage een criterium? Dan probeert de school (iets wat
niet mag, maar wel gebeurt) zwakke leerlingen ervan te weer­houden examen te doen. Zodoende worden bepaalde zaken, die wel heel belangrijk zijn, niet meegenomen in de ­beoordeling. Schadelijk voor de school, schadelijk voor het ­curriculum maar vooral schadelijk voor de leerlingen, vindt Schut.
‘Kijk, kun je heel goed leren, zijn je ouders hoog opgeleid en ben je supergemotiveerd, dan ga je als leerling weinig last ­hebben op een school die er alles aan doet om hoog aan­geschreven te blijven - inclusief leerlingenselectie. Maar heb je een gemengd advies, of ben je een laatbloeier, spreek je nog niet zo goed Nederlands of zijn er andere omstandigheden, dan kan het je lelijk opbreken om op een heel prestatiegerichte school terecht te komen, of op een school waar men op safe speelt.’ 

 

Ze had een havo-profiel, maar de school hield het tegen

Daar kan Martine, de moeder van Pippa over meepraten.
‘Ze had een Cito-score van 538, waarmee je een havo-advies zou kunnen krijgen, maar ze kreeg een mavo/havo-advies omdat ze een jonge leerling is. We moesten dus naar een lyceum waar ook mavo wordt aangeboden. Scholen met alleen havo en vwo mogen haar aannemen, maar de scholen in onze buurt doen dat niet. Ze kwam in een gemengde brugklas, en kreeg te horen dat ze aan het eind gemiddeld een 7 moest staan om naar de havo te gaan. Dat lukte niet: het scheelde een tiende punt op één toets. De school was onverbiddelijk, ondanks een IQ-test die ik Pippa liet afnemen en die een zuiver havo-profiel liet zien. De school is razend populair en heeft heel goede resultaten. Nu snap ik waarom: als je kinderen een niveau laat volgen dat ze heel makkelijk aankunnen, dan is er geen kunst aan. Pippa doorliep met twee vingers in haar neus de mavo, maar had in het examenjaar een boel stress: ze moest weer een zeven gemiddeld staan om naar de havo te mogen. Gedurende alle ouderbijeenkomsten op de mavo werd er door school op gehamerd hoe lastig de overgang is van mavo naar havo, hoe weinig kinderen het halen en hoeveel er toch nog stranden in de vierde. Ze haalde het trouwens, maar wat een stress werd er gecreëerd!’ 

 

Niet bang om uit te vinden op welk niveau het kind gedijt

Op een school in de buurt die veel minder populair is, had ­Lydia een tegenovergestelde ervaring met haar zoon ­Marcus van 14. Hij had een havo/vwo-advies, maar was ook heel druk en beweeglijk en had moeite zich te concentreren. Toch stelde de school voor hem in een vwo-brugklas te plaatsen. We proberen het gewoon, misschien heeft hij die uitdaging nodig, werd er gezegd. Terug naar de havo kan altijd nog. Lydia: ‘Die school is lang als zwak aangemerkt geweest door de inspectie. Maar ik heb het idee dat ze het leuk vinden om uit te ­vogelen op welk niveau een kind goed gedijt, en ze zijn niet bang aangelegd. Ze hebben misschien wat minder te verliezen dan al die kakscholen in de buurt.’ 

 

Het gaat om het kind, niet om strafpunten van de inspectie

Ook Joyce, moeder van Rover (16) heeft goede ervaringen met een school waarvan ouders zeggen: als mijn kind dáárheen moet, dan verhuis ik. De school staat in een vrij ruige wijk, de kinderen komen uit alle windstreken. Joyce: ‘Eerst zat Rover op een witte, heel populaire school met enorme wachtlijsten. Hij was er doodongelukkig. Hij paste niet in het stramien, was anders dan de doorsneeleerling aldaar waarop het onderwijs is toegerust. Ons werd vriendelijk verzocht een andere school te zoeken. Ze zeiden tegen Rover: je hebt huiswerkbegeleiding en bijles gehad, maar aan je rapport is dat niet te zien. Trillend en bevend – hij had echt een héél slecht rapport – zat ik tegenover zijn huidige mentor tijdens het intakegesprek. Ze keek naar het rapport en zei: ‘Ik zie een 1,4 voor Duits, maar dat reken ik niet mee. Zo’n cijfer is niet realistisch. Ik zie ook dat je huiswerkbegeleiding hebt gehad en bijles. Als ik naar de rest van je rapport kijk, dan zie ik dat je best vooruit bent gegaan.’ Een totaal andere benadering! Vanaf dag één bloeide hij op. Hij was blij en vrolijk, ging met plezier naar school. Maar zijn inzet en de resultaten ... die bleven nogal achter. Wéér op gesprek, wéér trillend als een riet. De mentor zei: ‘Er zijn grofweg drie ­soorten leerlingen. Leerlingen die heel makkelijk leren, die gaan vanzelf. Dan heb je de leerlingen die wat minder ­makkelijk leren maar keihard werken. Die komen er ook. En dan heb je leerlingen die niet zo goed leren en ook niet zoveel doen.’ 

Ik viel bijna flauw want ik verwachtte, net als op de vorige school, dat ze zouden zeggen: en die leerlingen moeten maar een andere school zoeken. Maar de mentor zei: ‘Die leerlingen moeten we extra in de gaten houden, anders lopen we kans ze te verliezen.’ Ik schoot ter plekke vol. Wat een liefdevolle, niet oordelende, methodische benadering van een puber! Ze hebben aandacht voor de wat minder meegaande of minder begaafde leerling. En ze zijn ook wel wat gewend wat betreft rebels gedrag, ze kijken niet snel ergens van op. Rover is op die school een niveau gezakt en ook eens blijven zitten. Maar ik heb nooit gemerkt dat de school zich zorgen maakte over strafpunten van de inspectie. Volgens mij hebben ze daar wel wat beters te doen.’ 

 

Het moeten wereldburgers worden met een open blik

Duidelijk: de scholenranglijstjes zijn niet altijd betrouwbaar als je wilt weten welke school goed onderwijs geeft aan jouw specifieke kind. Maar waar ga je dan op af? Van der Wateren: ‘Eerst moet je je afvragen wat dat is: goed onderwijs. Ik volg in deze onderwijskundige Gert Biesta. Volgens hem moet er een balans zijn tussen kwalificatie (wat een kind moet kunnen, kennen en weten om in de maatschappij te functioneren) en vorming: jonge mensen leren een volwassen rol te spelen in de wereld, zodat het wereldburgers worden met een open blik die niet alleen maar hun eigenbelang nastreven. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste ouders beide facetten belangrijk vinden.’ 

 

Geen goede of slechte scholen

Zowel Van der Wateren als Schut benadrukken dat het goed is om te kijken wat voor school bij je kind past. Van der ­Wateren: ‘Dat is eigenlijk nog belangrijker dan de vraag waar goed onderwijs wordt gegeven. ‘Hij haalt daarbij een essay aan uit 2012 van de Britse onderwijsonderzoeker Dylan Wiliam, die concludeert dat er geen goede of slechte scholen bestaan. ‘Als je namelijk corrigeert voor sociaaleconomische factoren, zoals opleidingsniveau van de ouders, zijn de verschillen tussen scholen heel klein.’  +




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
004_BW_RADAR6.jpg
Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.