RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Wilma van Hoeflaken

GettyImages-468595306.jpg

Zzp’er en (tijdelijk) arbeidsongeschikt?

Als je zzp’er bent en ziek wordt, verdien je niets. Hoe lang kun je dat volhouden? Misschien toch maar eens nadenken over zo’n dure arbeidsongeschiktheidsverzekering of het alternatief: een broodfonds.

Een week ziek zijn is meestal geen probleem. Daar heb je vast wel een buffer voor. Misschien kun je zelfs drie maanden ziekte uitzingen met je spaargeld. Maar stel dat je ernstig ziek wordt en een jaar uit de running bent. Of nog langer. Of dat je helemaal niet meer in staat bent om te werken. Hoe los je dat op?

Een partner? Vermogen?
De meeste zzp’ers hebben geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het worden er zelfs steeds minder. In 2006 had 29 procent van alle onder­nemers (met uitzondering van ondernemers met een bv) een arbeidsongeschiktheidsverzekering. In 2013 was dat teruggelopen naar 25 procent. Dat blijkt uit een rapport van het Centraal Planbureau (CPB) van november 2016. Uit dit rapport blijkt overigens ook dat veel zelfstandigen een alternatieve oplossing achter de hand hebben. Bijvoorbeeld omdat ze ook nog een baan(tje) in loondienst hebben en op die manier automatisch verzekerd zijn tegen arbeidsongeschiktheid. Of omdat hun partner een inkomen heeft. Dat helpt, zolang je niet uit elkaar gaat. Of omdat ze genoeg geld op de bank hebben om jarenlang van rond te komen. Maar een groot deel van de zelfstandigen heeft deze alternatieven niet. En voor meer dan de helft van alle ondernemers geldt dat ze – ondanks eventuele alternatieve inkomstenbronnen – een te laag inkomen hebben als ze arbeidsongeschikt worden.

Bijstand? Of sparen?
Natuurlijk kun je aankloppen bij de bijstand als de nood aan de man/vrouw komt. Maar of dat een oplossing is? Bijstand krijg je niet snel. Er wordt gekeken naar de eventuele overwaarde van je huis, naar het inkomen en het vermogen van je partner, naar het inkomen van thuiswonende kinderen en uiteraard naar je eigen vermogen. De regels zijn streng: het maximale eigen vermogen voor iemand die alleen woont is € 5940. Bijstand is geen alternatief voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het is een vangnet voor als het écht niet anders kan. Zelf sparen voor het geval je arbeidsongeschikt wordt, is niet te doen. Het minimumloon is een kleine € 1600 per maand. Als je 10 jaar lang over dat bedrag wilt beschikken, moet je zo’n € 200.000 bij elkaar sparen. En stel dat je inderdaad fors hebt kunnen sparen. Dan heb je misschien bedacht dat dat geld bestemd is voor je pensioen, als aanvulling op je AOW. Want ook dat moet je zelf regelen als zzp’er. Arbeidsongeschiktheid is – tenzij je steenrijk bent, of lang en gelukkig getrouwd met een gulle partner – bij uitstek het voorbeeld van een risico dat je niet zelf kunt dragen. Daarom zijn er verzekeringen.

Verzekeren is duur
Zzp’ers verzekeren zich niet tegen arbeidsongeschiktheid, omdat ze de premies te hoog vinden. Daar is weinig tegen in te brengen. Een dertiger met een klusbedrijf die € 40.000 per jaar verdient en bij arbeidsongeschiktheid tot de AOW-leeftijd een uitkering van 80% van zijn inkomen wil ontvangen (dat is een gangbaar percentage), betaalt elke maand zo’n € 230 premie. Wel kun je de premie aftrekken van de belasting. Daardoor kost de verzekering netto ongeveer € 160 per maand. Als deze klusjesman op zijn 50ste een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluit, is de premie voor dezelfde verzekering zo’n € 460 per maand. Netto is dat zo’n € 320. Over de arbeidsongeschiktheidsuitkering die je ontvangt, moet je overigens belasting betalen. Vind je de premie te hoog? Je kunt de premie verlagen door te kiezen voor een langere wachttijd. Als je een uitkering wilt vanaf de eerste week dat je ziek bent, is de premie hoger dan wanneer je pas een uitkering wilt vanaf het moment dat je al drie maanden ziek bent. Als de dertiger met het klusbedrijf kiest voor drie maanden wachttijd, daalt zijn premie naar ongeveer € 200 per maand. Voor de 50-jarige wordt de premie dan ongeveer € 380. Als je een arbeidsongeschiktheidsverzekering wilt afsluiten, loont het de moeite om bij verschillende verzekeraars offertes aan te vragen. Het kan best zijn dat de ene verzekeraar het risico van arbeidsongeschiktheid in jouw beroepsgroep veel hoger inschat dan de andere verzekeraar. Bedenk ook dat de premie hoger wordt als je pas op latere leeftijd instapt. Het is raadzaam om eens in de paar jaar te checken of je verzekering nog in de pas loopt met je inkomen. Je sluit zo’n verzekering namelijk af op basis van een bepaald salaris. Dat salaris kan stijgen, en dan ben je misschien te laag verzekerd. Dat kun je voor lief nemen, want anders gaat je premie weer omhoog, maar als je op basis van dat hogere inkomen ook meer uitgaven hebt (je hebt bijvoorbeeld een duurder huis gekocht), kan zo’n verzekering vies tegenvallen.

Het alternatief: een broodfonds
Een broodfonds is een populair alternatief voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Een broodfonds is een groep van minimaal 20 tot maximaal 50 zelfstandige ondernemers die samen een vereniging vormen en elkaar financieel steunen als ze arbeidsongeschikt raken. Deelnemers storten maandelijks geld op hun eigen rekening bij het broodfonds. Als een deelnemer ziek wordt, ontvangt hij van al die rekeningen een bedrag. Je houdt dus je eigen potje, maar als iemand ziek is wordt er elke maand een bedrag uit jouw potje overgemaakt naar de zieke. Je kiest zelf welk bedrag je per maand inlegt. Hiermee hangt samen wat je per maand wilt ontvangen als je ziek bent. Bij een inleg van bijvoorbeeld € 45 per maand, ontvang je € 1000 per maand. Hoe meer je inlegt, hoe hoger je uitkering. Een broodfonds is geen verzekering. De leden schenken bij ziekte geld aan elkaar. Dat betekent dat je je inleg niet kunt aftrekken van de belasting. Maar over het geld dat je ontvangt, hoef je ook geen belasting te betalen. In de wet staat dat je belasting moet betalen over een schenking, zodra het bedrag hoger is dan € 2129 per jaar. Dit bedrag betreft een schenking van één persoon. In een broodfonds zijn de schenkingen afkomstig van misschien wel 40 of 50 personen. Hierdoor blijft de schenking per persoon onder de grens van de fiscus. Het eerste broodfonds werd ruim 10 jaar geleden opgericht. Inmiddels zijn er al bijna 240 broodfondsen, waar zo’n 11.000 zelfstandigen bij aangesloten zijn. Meer informatie vind je op broodfonds.nl.

Broodfonds én verzekering
Een broodfonds keert bij ziekte maximaal twee jaar uit. De ervaring leert namelijk dat de meeste mensen die ziek worden binnen twee jaar weer aan de slag zijn. De kans dat je langer ziek blijft, is heel klein. Maar het zal je maar gebeuren. Als je dat risico financieel wilt afdekken, kom je toch weer uit bij een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het kan een goede oplossing zijn om zowel mee te doen aan een broodfonds als een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Je kunt er dan voor kiezen om de arbeidsongeschiktheidsverzekering pas na twee jaar ziekte te laten uitkeren. Die eerste twee jaar vang je immers op met het broodfonds. De meeste grote verzekeraars bieden die mogelijkheid. Het mooie van een wachttijd van twee jaar is dat je premie fors omlaag gaat. Hoeveel precies hangt van je situatie af. Als je ouder bent, of werk doet dat volgens de verzekeraar risicovol is, of als je in het verleden veel ziek was, zal de premie niet veel omlaag gaan. In andere gevallen kan de premie soms wel met 40 of 50 procent dalen.




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.