RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst Marte van Santen

Grote-hartdossier.jpg

Haar hart is niet het zijne

‘Ik heb pijn in mijn arm en ik ben moe, maar dat komt vast omdat ik gisteren in de tuin heb gewerkt.’ Het laatste waar een vrouw aan denkt bij bepaalde klachten is aan een hartinfarct. Ook dokters denken dan vaak niet aan hart- en vaatziekten, die worden nog steeds vooral gezien als een mannenkwaal. Onterecht en heel zorgwekkend.

Over de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn boekenplanken vol geschreven. Of het nu gaat om de manier van communiceren of het vermogen om kaart te lezen, de lijst is schier eindeloos. Waar niet of nauwelijks over gerept wordt, is het verschil in hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen. Zorgwekkend, vindt cardioloog Janneke Wittekoek, schrijfster van het boek Het vrouwenhart. Want hart- en vaatziekten zijn onder vrouwen wereldwijd doodsoorzaak nummer één. In Nederland sterven er dagelijks 56 vrouwen aan hart- en vaatziekten, versus 49 mannen.

Is het vrouwenhart dan echt zo anders dan het mannenhart? ‘In grote lijnen niet’, zegt Wittekoek. ‘Met uitzondering van de mensen met een aangeboren hartafwijking, hebben we allemaal twee boezems, twee kamers en vier hartkleppen. Maar de kransslagaders van vrouwen zijn over het algemeen wel kleiner en fijner. Ook is de binnenbekleding ervan bij hen gevoeliger voor stress en hormonen.’ Verder weten artsen inmiddels dat het proces van aderverkalking bij mannen en vrouwen anders verloopt. Mannen krijgen vaak een ernstige blokkade in de kransslagader. Bij vrouwen onder de 65 komt dat minder voor; bij pijn op de borst blijken hun kransslagaders in 60 procent van de gevallen ‘schoon’. ‘Maar dat betekent niet dat zij geen hartproblemen hebben’, benadrukt Wittekoek. ‘Vrouwen hebben namelijk eerder last van aantasting van kleine hartvaatjes, verspreid over een groter gebied. Microvasculair syndroom, noemen we dat. Die aandoening is veel moeilijker vast te stellen. Met als gevolg dat artsen nog te vaak ten onrechte concluderen dat er niets aan de hand is, en vrouwen lang niet altijd de behandeling krijgen die ze nodig hebben.’ Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit in Rotterdam is gebleken dat bij 54 procent van de vrouwen te laat wordt ontdekt dat zij een hart- of vaatziekte heeft. Bij mannen is dat 33 procent. Overigens beperken de verschillen zich niet tot de diagnose. Ook bij de behandeling reageren vrouwen vaak anders. Zo rapporteren vrouwen 60 procent meer bijwerkingen bij medicatie tegen hart- en vaatziekten. De vraag is of de werking bij hen ook anders is, en of zij wellicht een aangepaste dosering nodig hebben. Daar moet nog veel onderzoek naar worden gedaan.

Vrouwen Moeten hun klachten serieuzer nemen
De meeste mensen hebben er geen idee van dat er meer vrouwen dan mannen overlijden aan hart- en vaatziekten. Dat geldt óók voor veel zorgverleners. ‘Omdat hartproblemen er bij vrouwen vaak anders uitzien, en ook andere klachten kunnen geven’, zegt dr. Yolande Appelman, interventiecardioloog in VUmc Amsterdam, gespecialiseerd in de behandeling van hart- en vaatziekten bij vrouwen. ‘Dichtgeslibde hartvaten geven bij mannen meestal de bekende pijn op de borst. Vrouwen hebben vaak meer en ook andere, vagere klachten, zoals algemene lamlendigheid, pijn in de kaak, nek, rug of tussen de schouderbladen, kortademigheid, vermoeidheid, duizeligheid of een onrustig gevoel. Ongemakken die ook allerlei andere oorzaken kunnen hebben. Dan hoor je al snel: ‘ze is vast overspannen’ of ‘het zijn de hormonen’.”

Waarom weten veel zorgverleners dit niet?
‘Omdat er decennialang vooral onderzoek is gedaan bij mannen. Simpel gezegd was dat een kwestie van gemak en kosten. De vrouwelijke geslachts­ hormonen zorgen ervoor dat belangrijke lichaams­ waarden constant schommelen. Het betekent dat je meer vrouwen nodig hebt om even betrouwbare onderzoeksresultaten te krijgen als bij mannen. Een grotere onderzoekspopulatie wil zeggen: meer moeite, meer tijd en meer geld. En dat is er allemaal meestal niet. Ook in het onderwijs was het mannenlichaam lang leidend. Gelukkig begint daar de laatste jaren verandering in te komen.’

Maar met een hartfilmpje of een echo kun je toch ook bij vrouwen snel vaststellen of het om een vernauwing in de kransslagader gaat?
‘Lang niet altijd. Veel jongere vrouwen hebben last van vernauwingen in de (heel) kleine bloedvaten in het hart. Dat is moeilijk zichtbaar te maken. Dat betekent dat vrouwen minder snel naar de cardioloog worden verwezen en vaker zonder – of met een verkeerde – diagnose naar huis worden gestuurd. Maar op de lange duur kunnen problemen in die kleine vaatjes wel tot klachten leiden, zoals hartfalen, een slechte kwaliteit van leven en zelfs overlijden. Vandaar dat ik vrouwen oproep om hun klachten vooral zelf serieuzer te nemen.’

Nemen vrouwen hun klachten niet serieus?
‘Lang niet altijd. Wij vrouwen hebben nogal eens de neiging om onze problemen af te zwakken, of er zelf een verklaring voor te zoeken. ‘Ik heb pijn in mijn arm en ik ben moe, maar dat komt vast omdat ik gisteren in de tuin heb gewerkt’, hoor ik bijvoorbeeld op mijn spreekuur. Makkelijk voor de dokter, zo’n zelfdiagnose. Maar het verhindert soms ook dat die verder onderzoek doet. Zwak je klachten dus vooral niet af.’

Verschillende hartklachten
De term hart­ en vaatziekten slaat op alle hart­ vaatproblemen die zich in je lichaam kunnen voordoen. Dus bijvoorbeeld ook op beroertes (in het hoofd) en op etalagebenen. In dit stuk hebben we het met name over hartziekten. Daarvan zijn er heel veel. Maar bij bepaalde aandoeningen zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen groot.

Slagaderverkalking bijvoorbeeld, waarbij het proces bij vrouwen onder de 55 echt anders verloopt. Ook de symptomen van een infarct (hartaanval) kunnen bij mannen en vrouwen verschillen, waardoor dat bij vrouwen vaker wordt gemist. Als het over hartklachten gaat, hoor je ook vaak over hartfalen. Dat is geen ziekte, maar een verzamelnaam voor verschijnselen en klachten, zoals kortademigheid, vermoeidheid en vocht vasthouden. Die ontstaan, omdat het hart niet meer goed in staat is om het bloed door het lichaam te pompen. Ook bij de oorzaken hiervan zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen.

Een persoonlijk risicoprofiel
Onder de vijftig komen hartinfarcten – zeker bij mensen die niet roken – relatief weinig voor. Maar dat is volgens cardioloog Janneke Wittekoek geen reden om maar raak te leven. ‘Baby’s gaan naar het consultatiebureau, jonge kinderen naar de schooldokter’, zegt ze. ‘Maar daarna houdt niemand meer in de gaten hoe je gezondheid ervoor staat. Vreemd, want met preventie kun je heel veel ellende voorkomen. Bij vrouwen én mannen.’ Hoeveel mensen zouden er weten wat op dit moment hun BMI, hun bloeddruk en hun cholesterolgehalte is? Het antwoord van Wittekoek laat zich raden: te weinig. Want alleen als je je getallen kent, weet je of je actie moet ondernemen om die te verbeteren en zo problemen vóór te zijn. ‘Met het op de rails krijgen van die waarden kun je niet vroeg genoeg beginnen. Dat betekent een BMI van onder de 25 en een bloeddruk van rond de 120/80. Voor cholesterol hanteer ik het            ezelsbruggetje 5-3-1. Dat wil zeggen dat je totale cholesterol niet hoger mag zijn dan 5, het slecht LDL-cholesterol niet hoger dan 3 en het goede HDL-cholesterol niet lager dan 1.’ Vanzelfsprekend zou het aantal sigaretten idealiter nul moeten zijn - roken is de belangrijkste risicofactor voor het krijgen van een hartinfarct, vooral bij jonge vrouwen. Twijfel je over je waarden, heb je klachten of komen hart- en vaatziekten in je familie voor, vraag je huisarts dan om een je risicoprofiel voor je te bepalen.

Vrouwen moeten extra alert zijn
Als het om hart- en vaatziekten gaat, zijn voor mannen en vrouwen dezelfde zaken risicovol. Maar bij vrouwen is het    effect daarvan vaak wel groter, aldus Yolande Appelman. ‘Een hoge bloeddruk heeft een schadelijker effect op het vrouwenhart dan op het mannenhart’, vertelt ze. ‘En rokende jonge vrouwen krijgen jonger een hartaanval dan jonge rokende mannen, en hebben een grotere kans om eraan te overlijden. Bovendien houdt het nadelige effect van roken op hart en vaten bij vrouwen ook langer aan.’ Los daarvan zijn er ook nog een aantal vrouwspecifieke risicofactoren. Met stip op één: de overgang. ‘Het vrouwelijke hormoon oestrogeen houdt bloedvaten voor de menopauze soepel en elastisch’, vult Janneke Wittekoek aan. ‘Bovendien houdt het de cholesterolwaarden en de bloeddruk laag, en beschermt het tegen aderverkalking. Als dit hormoon na de overgang wegvalt, worden de vaten stugger en stijver. Dat kan pijnklachten geven, alsof je beha te strak zit of dat je niet goed kunt doorzuchten. Daarnaast krijgen vrouwen meer buikvet en zijn ze gevoeliger voor een verhoogd cholesterol en een te hoge bloeddruk - allemaal risicoverhogers voor hart- en vaatklachten. Reden om daar na de overgang extra alert op te zijn.’ Ook vrouwen die tijdens hun zwangerschap last hebben gehad van een hoge bloeddruk, diabetes of zwangerschapsvergiftiging moeten oppassen. Die aandoeningen vergroten namelijk de kans op hart- en vaatziekten later.




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.