RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Suzanne Weusten

1vooringenomenheidflat.jpg

Zo voorkom je denkfouten!

Als je bij alle oordelen eerst rationeel na moest denken, kwam je tijd tekort. Dus gaan we vaak op gevoel en intuïtie af. Stel: er loopt een onbekende man in de buurt en hij kijkt schichtig rond. Denk je dan: een inbreker! Of: dat zal wel iemand zijn die de weg kwijt is. Psycholoog Suzanne Weusten legt uit hoe denkfouten werken.

In het dorpje waar ik woon wordt de laatste tijd geregeld ingebroken – ongeveer één keer per maand, schat ik. Een ondernemende buurtgenoot heeft daarom een whatsappgroep aangemaakt om elkaar te waarschuwen bij onraad. Aanvankelijk twijfel ik of ik zal meedoen – elk alarm jaagt me vast de stuipen op het lijf –, maar omdat het me ook een veilig gevoel geeft om zo verbonden te zijn met de buurt, sluit ik me aan bij de groep. En al snel is het raak: een echtpaar komt terug van een weekendje weg en treft een chaos aan in hun opengebroken huis.
‘Heeft iemand iets verdachts gezien?’ lees ik op mijn schermpje. ‘Meld het bij de politie!’
Een paar weken later licht het buurtalarm weer op. ‘Loopt opvallend figuur rond! Man, groene jas, lang blond haar en kijkt schichtig om zich heen.’
‘Fijn om te weten’, appt iemand terug. Dan blijft het stil. Tot de volgende dag een vrouw reageert: ‘Dat was mijn zoon.’
Ik moet er hard om lachen. In zijn ijver om verdachte personen te registreren zag mijn oplettende buurtgenoot een onschuldige man voor een inbreker aan. Oeps. Te snel een conclusie getrokken. Het overkomt iedereen weleens. We maken een inschattingsfout: we denken dat individuen zich gedragen en eruitzien als een prototype: inbrekers kijken schichtig om zich heen en drugscriminelen zijn snelle jongens in dure auto’s. Maar dat wil niet zeggen dat elke schichtig kijkende voorbijganger een inbreker is of elke snelle jongen in een dure auto een drugscrimineel.
De meeste mensen oordelen door af te gaan op hun gevoel of een recente ervaring. In veel gevallen klopt zo’n intuïtieve reactie, zoals een op ervaring gebaseerde beslissing ook een goed besluit kan zijn. Maar niet altijd. Soms maken we in de haast een denkfout en merken we pas achteraf dat we het mis hadden.


Wat zijn denkfouten en waardoor ontstaan ze?

Denkfouten zijn systematische afwijkingen van rationeel denken, van denken dat gebaseerd is op logisch redeneren, correct onderbouwd met argumenten. Iedereen maakt ze, dat is onvermijdelijk. Als we bij alle beslissingen, keuzes en oordelen eindeloos zouden nadenken, zouden we immers tijd tekort- komen. Dus heeft ons brein handige strategieën ontwikkeld om niet overweldigd te worden door de enorme informatiestroom die ons dagelijks overspoelt. Die strategieën zijn eigenlijk mentale sluipweggetjes: een korte route naar een beslissing of keuze. Die sluipweggetjes zijn in de meeste gevallen bruikbare en juiste routes, maar soms ook brengen ze ons op een dwaalspoor en leiden ze tot het verkeerde oordeel, bijvoorbeeld een onschuldige man voor een inbreker aanzien. En juist dat maakt het zo lastig: hoe weet je nou wanneer je de juiste keuze of een denkfout maakt?


We zijn bevooroordeeld

De meeste denkfouten ontstaan doordat we vooringenomen zijn. We hebben vooroordelen en laten ons veelal meer leiden door onze vermoedens en verwachtingen dan door de objectieve feiten. Daarom noem ik ze liever vooringenomenheden dan denkfouten. Psychologen hebben in de loop der tijd tientallen van deze vooringenomenheden beschreven.

VOORINGENOMENHEID 1:

Je zoekt naar bevestiging van je vermoedens
De meeste mensen hebben de neiging om informatie te filteren; ze hopen hun vermoedens of hun mening te kunnen bevestigen. Ze zijn op zoek naar hun eigen gelijk en hebben weinig aandacht voor informatie die daarmee in strijd is. Vaak onbewust negeren ze informatie die hen niet uitkomt. Of ze redeneren het weg. Wie bijvoorbeeld denkt dat er tijdens vollemaan meer ongelukken gebeuren dan tijdens andere nachten, gaat bij vollemaan het aantal ongelukken bijhouden en kijkt niet naar de ongelukken van die andere nachten. En wie vermoedt dat Amsterdammers arrogante mensen zijn, registreert elke inwoner van de hoofdstad die een grote bek heeft. ‘Zie je’, zegt hij dan, ‘ik dacht het wel.’ Maar hij negeert alle niet-arrogante Amsterdammers. Het is makkelijker om de informatie zo te filteren dat je mening wordt bevestigd dan om actief te zoeken naar iets wat dit tegenspreekt.
Het zoeken naar bevestiging van je mening wordt enorm gestimuleerd door sociale media. In je eigen Facebook-bubble word je alleen maar gesterkt in je eigen opvatting. We staan er niet of nauwelijks bij stil, maar wie zich zo concentreert op zijn eigen gelijk kan essentiële informatie over het hoofd zien en een vertekend beeld van de werkelijkheid krijgen.
Deze gerichtheid op het eigen gelijk heeft bijvoorbeeld in de rechtspraak tot grote dwalingen geleid. Denk aan de zaak Lucia de Berk, waarin politie en Openbaar Ministerie meer oog hadden voor belastend materiaal dan voor ontlastend materiaal.

VOORINGENOMENHEID 2:
Als hij in één ding goed is, kan hij al het andere ook


Ik belandde laatst op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis. De dienstdoende arts, een knappe vijftiger, was aardig en voorkomend en stelde me gerust. Maar terwijl de man me onderzocht fluisterde een stemmetje in mijn hoofd: dat hij zo aardig is, betekent niet dat hij ook een goede dokter is. Ik realiseerde me ineens hoe gemakkelijk je in deze valkuil trapt: het halo-effect genoemd. Als mensen één in het oog springende positieve eigenschap hebben, denken we dat ze in alles goed zijn: de welbespraakte sollicitant is geknipt voor de baan en de belangstellende hypotheekadviseur geeft vast een topadvies. Dat kan best, maar hoeft niet zo te zijn.
Herinner je je Ernst Jansen Steur, de Twentse arts die jarenlang verkeerde diagnoses stelde en zijn patiënten bedroog? Dat hij zo lang ongestoord zijn gang kon gaan, kwam vooral doordat zijn patiënten hem op handen droegen: hij was zo aardig, had altijd aandacht voor ze. Dus zal hij ook wel een goede dokter zijn, was de gedachte.


VOORINGENOMENHEID 3:
Je oordeelt op basis van je herinneringen

Als mensen een oordeel vellen, een kans of risico inschatten, laten ze zich in de meeste gevallen leiden door voorbeelden en ervaringen die ze zich het eerste herinneren. Wie zelf zwanger is geweest, kent het verschijnsel maar al te goed. Nu je zelf een dikke buik hebt, valt het je opeens op dat er zo veel vrouwen zwanger zijn. Niet dat dit feitelijk zo is, maar je ziet het omdat je er zelf zo mee bezig bent, het is als het ware ‘beschikbaar’ in je herinnering. Daarom wordt deze vooringenomenheid ook wel het beschikbaarheids- effect genoemd. Het overkwam mij bijvoorbeeld toen ik een nieuwe auto kocht. Wat vreemd dat me niet eerder was opgevallen dat er zo veel Dacia’s rondrijden, dacht ik aanvankelijk. Later realiseerde ik me dat die auto’s me nu opvielen omdat ik er zelf in rijd. Soms ook laten we ons misleiden door de emotionele impact van een gebeurtenis. Zo durfden veel mensen na de ramp met de MH17 niet meer te vliegen, terwijl de kans om een ongeluk te krijgen echt niet groter was dan daarvoor. Pas maanden erna ebde de vliegangst weg. Heel begrijpelijk, maar niet rationeel.

Voorspelbaarheid is fijner dan onzekerheid
Niemand staat ’s morgens op met de gedachte om vandaag eens lekker een denkfout te maken. We doen het onbewust. Het is de keerzijde van een efficiënt brein. Het is handig om snel afwegingen te maken, om mentale sluipweggetjes te gebruiken. Het geeft ons gemak. In plaats van eindeloos te twijfelen, te wikken en wegen, nemen we onze toevlucht tot een energie- en tijdbesparende manier van denken. Bovendien geeft een snel oordeel ons zelfvertrouwen, het reduceert onzekerheid. We hebben grip op de zaak. Voorspelbaarheid is immers fijner dan chaos en onzekerheid.
Veel denkfouten zijn bovendien in ons eigen voordeel: het is fijn om gelijk te hebben, dit streelt ons ego. Dus zoeken we naar bevestiging van ons vermoeden, en zijn we soms blind voor de nadelen.
We maken ook denkfouten omdat we groepsdieren zijn. Uit angst om uitgesloten te worden, gaan we vaak mee met het oordeel van de groep, ook als we het er diep in ons hart niet mee eens zijn. Het is een oeroude angst: om te kunnen overleven zijn we afhankelijk van de groep.


Heb je echt niets over het hoofd gezien?
Omdat de meeste denkfouten onbewust gemaakt worden, is het moeilijk om ze te voorkomen. Maar het helpt als je je bewust bent van je feilbaarheid en als je jezelf kritische vragen stelt. Vraag je bij grote en ingrijpende beslissingen af of je niets over het hoofd hebt gezien. Om je niet te zeer op je eigen gelijk te concentreren kun je je afvragen of je de nadelen misschien hebt gemist. En om niet ten prooi te vallen aan het halo-effect, helpt het je te realiseren dat niemand alleen maar positieve eigenschappen heeft. Neem nou jezelf. Dus vraag je bij een belangrijke beslissing over een persoon af of je misschien verblind bent door die ene opvallende eigenschap. Ook om het beschikbaarheidseffect geen kans te geven kun je kritische vragen stellen: ben ik beïnvloed door iets wat ik recent heb meegemaakt of wat me emotioneel heeft geraakt?
En ten slotte: wie een belangrijke beslissing moet nemen of een moeilijke keuze moet maken, kan zijn oordeel beter uitstellen. Neem de tijd, denk rustig na. Het spreekwoordelijke ‘nachtje erover slapen’ is zo gek nog niet.  




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
inhoud6.jpg