RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Wilma van Hoeflaken

GettyImages-494725300.jpg

Demotie

Minder verantwoordelijkheid, minder stress. Helemaal geen gek idee als je wat ouder bent. Geen promotie, maar demotie.
vier-artikelen-banner_winter

Geboren na 30 september 1955? Dan krijg je in het beste geval AOW met 67 jaar en drie maanden. En de kans dat je er langer op moet wachten is groot. Hoewel we op steeds oudere leeftijd met pensioen gaan, is het niet realistisch om te denken dat je op je 67ste nog hetzelfde kunt presteren als op pakweg je 37ste of je 47ste. Lichamelijk sowieso niet. Maar geestelijk misschien ook niet. Steeds een stapje hoger en promotie maken tot je pensioen is niet zo logisch nu we steeds langer doorwerken. Het iets rustiger aan doen vanaf een bepaalde leeftijd ligt meer voor de hand.


Moeite met statusverlies

Maar zo eenvoudig is dat niet. ‘Demotie is emotie’, stelt Ernst Jonge­pier van Menea, een bureau dat werk­-gevers adviseert over personeel- en organisatievraagstukken. ‘Demotie zat altijd een beetje in de taboesfeer. Het betekent statusverlies en daar hebben veel mensen moeite mee.’ Jannes van der Velde van de ­Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) zegt: ‘Demotie heeft een negatieve klank. Het wordt neer­- gezet als het ­tegenovergestelde van pro­motie. Promotie betekent meer verantwoordelijkheid en meer ­salaris. Demotie betekent in die denklijn dus minder verantwoordelijkheid en minder salaris. Alsof je niet goed genoeg meer bent.’


We noemen het duurzame inzetbaarheid

Volgens de AWVN zijn er geen cijfers beschikbaar, maar Van der Velde vermoedt dat demotie vaak voorkomt. ‘Alleen wordt het zo niet genoemd. In de meeste cao’s kom je het woord demotie niet tegen. Dat heeft te maken met die vervelende associatie. Maar overal worden afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid. Hoe kunnen mensen langer aan het werk blijven? Wat kun je doen om ervoor te zorgen dat ze het langer volhouden? Dan kun je denken aan deeltijdwerk, fysiek minder zwaar werk, maar ook demotie.’ Van der Velde gaat ervan uit dat demotie in de nabije toekomst normaal wordt. ‘Omdat we langer moeten werken en de ‘ontzie-maatregelen’ voor ouderen, zoals extra vrije dagen, afgeschaft worden.’ Jongepier denkt dat het taboe nu al aan het verdwijnen is. Hij wijst op het rapport HR Trends 2017-2018 van ADP Berenschot en Performa. ‘Hieruit blijkt dat 35 procent van de onderzochte organisaties demotie als instrument gebruikt om ervoor te zorgen dat mensen duurzaam inzetbaar blijven.’ De mogelijkheid van demotie komt volgens dit onderzoek het meest voor bij de overheid en in de kennisintensieve dienst­­ver­lening. Het komt minder voor in de ­sectoren handel, transport, industrie en ­nijve­rheid.


Praat met de baas over werkdruk

Dat je een stapje terug wilt doen, komt niet zomaar uit de lucht vallen. ‘Als je op je 20ste begint als stratenmaker, weet je al dat je dat moeilijk tot je 60ste kunt volhouden’, zegt Van der Velde. ‘Maar dat geldt net zo goed voor een manager die zestig uur per week onder stressvolle omstandigheden werkt. Die kan waarschijnlijk ook minder goed met grote stress omgaan als hij ouder wordt.’ Volgens Jongepier gaan werkgevers en werknemers niet vroeg genoeg met elkaar in gesprek over het werk en de werkdruk. ‘Ik merk in de praktijk dat werkgevers en werknemers erover gaan praten als de werk­nemer niet meer vitaal genoeg is om zijn werk aan te kunnen. Werkgevers moeten hier veel eerder over beginnen. Dat hoort bij goed     ­personeelsbeleid.’ Begin er op tijd over, is ook ’t advies van Isabel Coenen van de FNV. ‘Als werknemer zou je gedurende je hele loopbaan met je leiding­gevende moeten bespreken of je werk nog voldoening geeft, of het allemaal nog lukt, of je behoefte hebt aan een opleiding, of je takenpakket misschien moet veranderen.’


Kan een stapje terug in elk bedrijf?

Waarschijnlijk niet, denkt Van der Velde. ‘Als je bij een grote werkgever werkt, zijn er meestal wel mogelijkheden. Maar in een klein bedrijf valt er vaak niet zo veel te schuiven.’ Het hoeft niet per se een stapje terug te zijn, vindt Coenen. ‘Een stapje zijwaarts kan ook. Oudere werknemers hebben veel kennis en ervaring die benut kan worden. Een mooi voorbeeld vind ik het fenomeen van de leermeester, de ervaren praktijk­begeleider die zich ontfermt over leerlingen die de Beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen. Dat kom je in tal van sectoren tegen, waaronder de bouw.’ Om die stap te zetten moet iemand zich waarschijnlijk bijscholen. ‘Coaching en kennisoverdracht zijn vaardigheden die je moet leren. Ook omscholing naar een ander vak is een optie.’ ­Coenen wijst op onderzoek van Cobouw en Berenschot, waaruit blijkt dat 84 procent van de werknemers in de bouw bereid is zich om te scholen als je daardoor langer inzetbaar bent.


Uiteraard: minder salaris

In de meeste gevallen betekent ­minder verantwoordelijkheid of lichamelijk minder zwaar werk wel een stapje terug. Jongepier vindt het moedig als mensen dit zelf aankaarten. ‘Je moet stevig in je schoenen staan om zo’n gesprek te voeren. En je moet bereid zijn om akkoord te gaan met andere arbeidsvoorwaarden.’ Het betekent misschien dat je de auto van de zaak moet inleveren. Of dat je een minder chique auto krijgt, omdat de auto die je nu hebt niet hoort bij een lagere functie. En het betekent een lager salaris. Daarbij moet je je realiseren dat werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen gebaseerd zijn op dat lagere salaris. Voor het pensioen heeft het nauwelijks consequenties. Pensioenen zijn nog maar zelden gebaseerd op het laatste loon, maar op het gemiddelde loon dat iemand verdiende.


Onvrijwillige demotie, dat kan niet zomaar

Als je er zelf voor kiest om een stapje terug te doen, ligt het voor de hand dat je minder gaat verdienen. Maar onvrijwillige demotie komt ook voor. Coenen vertelt over een grote werkgever die alle 55-plussers in het bedrijf minder verantwoordelijkheden en minder salaris wilde geven. ‘Dat kan natuurlijk niet.’ Als je een stapje terug doet omdat je baan te zwaar geworden is en je het niet meer kunt bolwerken, of omdat je werkgever dat wil, moet je niet zomaar akkoord gaan met minder loon, vindt Coenen. ‘Het kan natuurlijk niet zo zijn dat je salaris moet inleveren als je jarenlang zwaar werk hebt gedaan en er ook niet in opleidingen is geïnvesteerd.’ Neem contact op met de vakbond of kijk wat er in de cao staat. Misschien is er een fonds om de achteruitgang in inkomen aan te vullen. Of zijn er cao-afspraken over een overgangsfase, zodat je niet van de ene op de andere dag minder salaris krijgt.’ 




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.