RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Wima van Hoeflaken | Fotografie: iStockphoto

iStock_74074303_LARGE.jpeg

Studiefinanciering

Studeren zonder te lenen lukt bijna niemand. Dat geeft niet, want een studielening hoeft geen probleem te zijn. Behalve als je te veel leent en een grote schuld opbouwt.

In het studiejaar 2015/2016 is het leenstelsel ingevoerd. Er zijn nog wat studenten die onder het oude studiefinancieringsstelsel vallen en een basisbeurs krijgen, maar die groep neemt snel af. Het gevolg is dat bijna alle studenten lenen bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). Afgezien van de ov-chipkaart bestaat studiefinanciering uit drie delen. Het college-geldkrediet van € 167,17 per maand, dat voldoende is om het collegegeld te kunnen betalen. Dan is er een aanvullende beurs van € 387,92 per maand. Of studenten die krijgen, hangt af van het inkomen van hun ouders en van eventuele broers of zussen. Als de ouders samen rond de € 30.000 per jaar verdienen, krijgt de student het volledige bedrag. Als ze samen modaal verdienen, is de aanvullende beurs ongeveer € 260. Vanaf zo’n € 49.000 per jaar is er geen recht op de aanvullende beurs. Uitgangspunt bij deze rekenvoorbeelden is een gezin met één kind. Als een student broers of zussen heeft, heeft hij eerder recht op een aanvullende beurs. De aanvullende beurs kun je alleen de eerste vier jaar krijgen. Halen studenten binnen tien jaar hun diploma, dan hoeven ze de aanvullende beurs niet terug te betalen.

 

Hoeveel geld heeft een student nodig?

Daarnaast kan een student geld lenen. De maximale lening is € 1034,85 per maand. Dit bedrag is inclusief het collegegeldkrediet en een eventuele aanvullende beurs. Hoeveel geld een student nodig heeft, varieert enorm. Woont hij bij zijn ouders, of is hij elke maand € 400 kwijt aan kamerhuur? Sponsort hij de horeca maandelijks met € 200, of drinkt hij een biertje bij zijn ouders in de tuin? Spendeert hij maandelijks een klein kapitaal aan kleding, of draagt hij zijn broeken totdat ze uit elkaar vallen? Volgens het Nibud heeft een student die op kamers woont gemiddeld € 1100 per maand nodig. Dat geld krijgen ze bij elkaar met een lening, bijbaantjes (zo’n driekwart van de -studenten werkt) en vaak met geld van hun ouders. Uit Nibud-onderzoek uit 2015 bleek dat ruim de helft van de studenten geld krijgt van hun ouders, gemiddeld € 179 per maand. Daarnaast betalen veel ouders het collegegeld en de zorgverzekering. Maar bij-baantjes en ouder-bijdragen leveren doorgaans niet voldoende op, dus studenten gaan lenen.  


De verleiding om extra te lenen is groot


Met lenen voor een studie is niets mis. De rente is laag, de student gaat pas aflossen als hij verdient en daar mag hij 35 jaar over doen. Het probleem is alleen dat die lening zo snel oploopt. Stel dat een uitwonende student met een dag per week werken € 300 per maand verdient en € 200 van zijn ouders krijgt. Dan komt hij per maand toch nog € 600 te kort. Dat leent hij. Maar zelfs als hij vlot afstudeert, heeft hij na vier jaar een schuld van € 28.800. Lenen is makkelijk, dus de verleiding is groot om extra te lenen als je krap zit. Die extra lening kun je makkelijk stopzetten, maar dat stopzetten nog even uitstellen, is óók makkelijk. De consequentie is dat mensen na hun studie tientallen jaren netto minder te besteden hebben, omdat ze een schuld aflossen. Bovendien betekent een studieschuld van € 28.800 dat je € 30.000 minder hypotheek krijgt. Dat kan net het verschil zijn tussen een leuk huis en een minder leuk huis. Het BKR registreert studieschulden (nog) niet, maar banken houden er wel rekening mee. Verstandig is dus een studieschuld te beperken.




Sluiten

INHOUD
In dit RADAR+ magazine
inhoud_0218.jpg
Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.