RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Floor Overmars | fotografie: Linelle Deunk

20170906_RM_36_onderw_RuudPostma_030DEFopm.jpg

Gezocht: leerkrachten

Het basisschoolonderwijs zit in het slop. Tekorten aan leerkrachten, torenhoge werkdruk en te lage salarissen. Wat is er aan de hand? En vooral: hoe kan het beter?

1promobanner_1_2018

 

Te weinig salaris

Aan het einde van het afgelopen schooljaar voerden docenten in het primair onderwijs actie voor betere salarissen onder de vlag ‘PO in Actie’. In het hele land gingen basisscholen een uur later open, ’s middags was er een manifestatie in Den Haag. Eind augustus kwam het verlossende woord van demissionair premier Rutte: de basisschool-salarissen gaan omhoog. Of het tot de 270 miljoen euro zal komen die demissionair minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA) ervoor vrij wilde maken, is nog de vraag. ‘Het is geen garantie,’ benadrukte Rutte, ‘maar een inspanningsbelofte’.


Wat verdient een juf of meester?

Maar hoe is het precies gesteld met die salariëring? Het startsalaris van een pas afgestudeerde fulltime leraar in het basisonderwijs is € 2436 bruto per maand. Zij-instromers beginnen doorgaans met een hoger salaris, omdat hun werk­-ervaring meetelt. Net als bij andere beroepen stijgt het salaris naarmate iemand langer in het onderwijs werkt. In het primair onderwijs zit op dit moment 73,6 procent van de leraren in de laagste schaal (van € 2436 tot maximaal € 3482).

In de middelste schaal (van € 2525 tot maximaal € 3826) zit 26 procent, in de hoogste schaal (van € 2539 tot maximaal € 4464) 0,3 procent. De overheid heeft zich voorgenomen dat de verdeling 58 procent, 40 procent en 2 procent moet worden.


Een docent op de middelbare school verdient meer

Het salarisverschil tussen leerkrachten voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs kan oplopen tot vele honderden euro’s per maand. Ter vergelijking: het startsalaris ligt in het voortgezet onderwijs 7 procent hoger en het maximumsalaris maar liefst 21 procent hoger. En dat terwijl je voor beide beroepen een hbo-opleiding moet afronden.


De verplichting om alles te documenteren

De gemiddelde leerkracht in het basisonderwijs werkt 47 uur per week, aldus de Algemene Onderwijsbond (AOb). Ruim 84 procent van de basisschooldocenten vindt de werkdruk te hoog. Ruim de helft (56 procent) vindt die zelfs onacceptabel. Met 18 tot 20 procent is het onderwijs de sector met het hoogste burn-outpercentage. Direct gevolgd door artsen en advocaten. Het zijn niet in de eerste plaats het vele overwerk, de grote klassen of de lastige kinderen die de grote werk­druk veroorzaken. Het is vooral de verplichting om alles vast te leggen en te documenteren die spanning veroorzaakt. Leerkrachten werken gemiddeld zes uur per week over om de administratie op orde te houden. Het gaat dan om bijvoorbeeld het bijhouden en invullen van volgsystemen, evaluaties, sociaal-emotionele vragenlijsten en toetsmappen.


Kleinere klassen, minder administratie

Tijdens de formatie van het nieuwe kabinet – die nog liep toen dit verhaal tot stand kwam – komt ook deze situatie in het onderwijs op tafel. Los van de salarissen zal het gaan over kleinere klassen, en meer individuele aandacht. Met minder leerlingen is er immers ook minder te administreren. Ook ‘meer handen in de klas’ kan helpen: een onderwijs­assistent kan een deel van de administratie op zich nemen. Ten slotte zouden schoolbesturen meer vertrouwen moeten geven aan hun personeel. Het zijn vaak hbo- of academisch opgeleide docenten, die prima weten hoe je moet lesgeven. Het is on­nodig om dat voortdurend tot achter de komma te controleren, aldus de bond.


Er moet NU iets gebeuren

De PO-Raad, de koepel van schoolbesturen in het basisonderwijs, luidt de noodklok. De salarissen moeten vooral omhoog en de werkdruk omlaag om het leraarsvak weer aantrekkelijk te maken. Als het zo doorgaat, verwacht de Raad in 2025 een landelijk tekort van 10.000 leraren op basisscholen. Dat betekent klassen die vaak zonder juf of meester komen te zitten, kinderen die verdeeld moeten worden over de overige klassen, waardoor de groepen nóg groter worden, en in het ergste geval dat de kinderen naar huis worden gestuurd. De Algemene Onderwijsvakbond (AOb) denkt er hetzelfde over. De salarissen moeten omhoog, de werkdruk omlaag. Volgens de AOb zit het onderwijs al zes jaar op de nullijn – een schrijnende ontwikkeling.


Word juf of meester!

Om de tekorten in het basisschoolonderwijs tegen te gaan, hebben we meer juffen en meesters nodig. Maar hoe word je dat? Je moet de voltijd hbo- opleiding aan de pabo (vier jaar) volgen. Tijdens het derde jaar is er een specialisatie: of je kiest voor jonge kinderen (4-8 jaar), of voor de leeftijdsgroep van 8-12 jaar. In het laatste jaar volgt een lange stage. De pabo kan ook in deeltijd gevolgd worden. Met een vwo-diploma op zak kun je in aanmerking komen voor een verkorte lerarenopleiding van drie jaar. Er is ook een voltijd academische lerarenopleiding primair onderwijs (alpo). Deze studie is een combinatie van de universitaire studie onderwijskunde of pedagogiek en het hbo-programma van de pabo. Voor deze lerarenopleiding is een vwo- diploma of een propedeuse van de pabo nodig. Je kunt ook als zij-instromer de lerarenopleiding doen. Uit een ‘geschiktheidsonderzoek’ moet blijken dat de opleiding in maximaal twee jaar afgerond kan worden. Voorwaarde is een afgeronde hbo- opleiding of een universitaire opleiding. Zij- instromers beginnen overigens mogelijk op een hogere trede of een hogere schaal. Dit geldt ook voor mensen die een lesbevoegdheid hebben, maar langere tijd niet voor de klas hebben gestaan.




Sluiten

INHOUD
In dit RADAR+ magazine
inhoud_0218.jpg
Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.