RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Saskia Smith | Marijn Scheeres

VJ6D0138_kopie.jpg

Opvoeden: Je bent niet de vriendin van je puber

Zo’n goede band met je puber, jullie lijken wel beste vriendinnen. Gezellig hoor, maar je moet wel de ouder blijven. De verstandigste, die de regels bepaalt en tegen wie die puber lekker tekeer kan gaan.

Een vriendin ging met haar achttienjarige dochter naar een festival. Een dag samen op stap om te, en ik quote: ‘dansen, lachen en drinken’. Ik vroeg of er meer mensen meegingen, maar nee, ze gingen samen. Leuk toch? Ik vroeg mijn zestienjarige zoon of hij dat ook met mij zou willen, samen naar een festival of een concert gaan. ‘Echt niet! Je bent mijn moeder!’, was zijn duidelijke antwoord. Hij had gelijk. Ik ben zijn moeder, en niet een ‘mattie’ met wie je naar een ­concert van Broederliefde gaat. Toch liet dat festival­bezoek van mijn vriendin en haar dochter me niet los. Waarom wilde zij zo graag met haar dochter op stap? Is dat niet iets wat pubers met hun vrienden doen? En zijn we er als ouder niet om onze pubers op te ­voeden en te coachen in plaats van feest mee te ­vieren? Mijn vriendin zei achteraf dat ze redelijk wat had ­gedronken. Ik kon me er niks bij voorstellen, ­lallend aan de bar met mijn kind. Haar ­dochter, vertelde ze in alle eerlijkheid, had het best wel gênant gevonden om mijn vriendin van een ­student af te ­pellen die ze had geprobeerd te versieren. Je kunt het dus ­ontzettend leuk hebben samen, maar de een blijft gewoon de ouder en de ander het kind. En als dat ­verschuift is dat voor een kind geen prettig gevoel.


Een vriend zegt niet wat je moet doen

Is opvoeden hetzelfde als vriendschap? Ik vind het leuk om dingen met mijn pubers te ondernemen, en daar hoort ook lol maken en gek doen bij – al ­vinden ze dat laatste maar zozo: ‘Ma-ham, doe even ­normaal!’. Maar ik zie ons daarbij niet als gelijken. Los van het feit dat ik alles betaal en degene ben met het rijbewijs, moet ik ook zoiets als hun veiligheid waarborgen. Zij kunnen wel met mij op een ­randje van een hoog gebouw willen hinkelen, maar dat gaan we dus mooi niet doen. En als mijn zoon zegt: ‘Zullen we kijken of onze auto echt die 260 km/u die op de teller staat haalt?’, dan schud ik uiteraard mijn hoofd. Een vriend had dat gaspedaal al ingetrapt. Een vriend, wil ik maar zeggen, vertelt je niet wat je moet doen, en als ouder doe je dat dus wél. Bovendien ben je verantwoordelijk. En dat kan niet als je op de bar staat te dansen of halfdronken een student probeert te versieren. Hoe leuk je het ook samen kunt hebben, als ouder moet je simpelweg de verstandigste zijn. Een opvoedrelatie tussen ouder en kind is dan ook altijd asymmetrisch. Je bent er immers om je kind groot te brengen, en niet andersom. Een vriendschappelijke relatie daarentegen is symmetrisch. Er is dan sprake van gelijkheid en gelijkwaardigheid. Pubers kunnen bijvoorbeeld ruzie met hun ouders maken zonder dat er iets verandert in hun relatie, met een vriend is dat toch lastiger.


Grenzen en regels om je tegen af te zetten

Joop Berding, pedagoog en auteur van onder meer Ik ben ook een mens, stelt dat ouders altijd te maken hebben met kinderen die zich ontwikkelen. ‘Voor de ontwikkeling van een kind is het belangrijk dat er grenzen worden gesteld en dat er regels worden gemaakt. Soms moet een kind zich daartegen afzetten. Hierdoor kunnen ze hun ‘ik’ ­ontwikkelen, wat weer belangrijk is om zelfstandig te worden en waardoor ze zich als volwassene staande kunnen houden. Bovendien is er tussen een ouder en kind een gezagsrelatie, ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen en niet andersom. Maar je kunt je uiteraard wel vriendschappelijk ten opzichte van elkaar gedragen, en bijvoorbeeld leuke dingen of verdriet delen.’


Mama uit haar dak bij Armin van Buuren

Vrienden zijn met je puber, het sluipt er misschien wel sneller in dan we denken. Het is ook makkelijker een vriend te zijn omdat je dat hele ingewikkelde opvoeden en die verantwoordelijkheid dan min of meer aan de kant schuift. Als vrienden verhoud je je nu eenmaal anders tot elkaar dan als ouder en kind. Die keer dat ik mijn dertienjarige dochter en haar vriendinnetje meenam naar het Tina Festival vond ik het leuk om met alles mee te doen en vooraan te staan. Maar zij vroegen na een uur of ze alsjeblieft zelf mochten rondlopen. Zonder mij. Ik bedoel maar. Een andere vriendin en haar zus namen hun zestienjarige dochters mee naar een optreden van Armin van Buuren, om een hele avond uit hun dak te gaan. Tenminste, dat wilden de moeders. De dochters stonden de hele avond ietwat beteuterd in een hoekje, die vonden er niks aan, en hun moeders bovendien uitslovers.


Eigen wereld, eigen fouten

Het lijkt misschien leuk, een beetje meeliften in die wereld van pubers. Wij kunnen ons weer jong voelen en tegelijkertijd een oogje in het zeil houden. Maar het is ook de wereld waarin ze hun eigen weg moeten zien te vinden, en hun eigen fouten moeten maken. Daar hebben ze helemaal geen ouders bij nodig. We kunnen wel hun hand willen blijven vasthouden, maar zonder ons worden ze een stuk zelfstandiger. Berding vindt dat we het onze kinderen, en met name pubers, soms te makkelijk maken. Terwijl weerstand juist zo belangrijk is. ‘Weerstand en omgaan met weerstand is belangrijk voor kinderen: het zet ze aan om iets te leren. We willen soms zo graag dat alles bestuurbaar of ­hanteerbaar is, maar daar bereik je uiteindelijk niks mee. Juist die weerstand maakt dat ze voor zichzelf leren opkomen. Zo worden ze zelfstandig.’


Onbegrensd gedrag kan uit de hand lopen

Nog zo’n valkuil van vrienden willen zijn: je puber willen vermaken. Wat best een opgave is gezien ze verveling tot kunst hebben verheven. Mijn moederhart ziet die twee ondersteboven op de bank ­hangen. Van pure ellende kunnen ze alleen nog maar ­zuchten. Ik denk: wat sneu dat ze niet weten wat ze moeten doen. En voor ik het weet schud ik een heel riedeltje leuke dingen uit mijn mouw. Maar ik weet dat het wel zo gezond is als ze zélf bedenken wat ze zouden kunnen doen. Mét hun eigen leeftijd­genoten, in plaats van met hun moeder. Of vrienden met je puber zijn ook echt schadelijk is, is niet zo een-twee-drie te zeggen, aldus ­Berding. ‘Maar het is niet goed als de verhouding tussen ouders en kinderen onduidelijk is. Een ouder is, zoals gezegd, verantwoordelijk voor zijn kind, die positie moet helder zijn. Ondervindt een kind geen weerstand en worden er geen grenzen gesteld dat kan dat tot onbegrensd gedrag leiden dat uit de hand kan lopen. Eenmaal op eigen benen weten ze niet wat ze moeten doen als ze wél tegen grenzen aanlopen, bijvoorbeeld in hun studie of werk.’


Dat gezag is niet zielig

Ouders willen vaak graag vrienden zijn met hun kind uit schuldgevoel. Ze vinden het niet nodig, soms zelfs zielig om die kinderen te beknotten, gezag op te leggen, iets te verbieden. Maar ­hoezo eigenlijk? We zijn er zelf ook niet slechter van geworden dat onze ouders heel duidelijk onze ouders waren. En ­kinderen zijn slim, die hebben echt goed door hoe dat zit met vriendschappen. Dat zag ik bij mijn ­kinderen al toen ze nog klein waren. Hoe vaak er niet eentje tegen me zei: ‘Mama, als je dit doet’, of ‘als ik dat mag, dan ben je mijn allerallerbeste vriend.’ Herkenbaar? Juist. Onthoud de taak die je als ouder hebt: je puber laten opgroeien tot een succesvol, verantwoordelijk en onafhankelijk mens. En daar horen nu eenmaal grenzen, discipline en regels bij. 




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.