RADAR+ Online

Word Abonnee

Marijke_Marnix5.jpg

18+ en nog lang niet volwassen

Het schijnt dat je hersenen op hun best zijn rond je veertigste. Dan kun je het beste plannen en ­impulsen controleren. Dus hoe kun je verwachten dat je 24-jarige dochter een beetje volwassen in het leven staat? Journalist Liddie Austin komt ­erachter dat haar grote kinderen ‘emerging adults’ zijn.
bestelonline445

‘Eet je thuis?’ Zo luidt het meest getikte WhatsAppbericht in mijn telefoon. In de loop van haast elke middag gaat dit bericht richting dochter (24) en zoon (19). Dochter laat meestal vrij snel van zich horen, zoon daarentegen houdt zijn opties zo lang mogelijk open. Soms reageert hij pas tegen zessen, soms helemaal niet. Er zijn dagen dat ik dat heel slecht kan hebben. Waarom moet ik als een hondje achter twee officieel volwassen mensen aandraven? Waarom zorgen ze eigenlijk niet voor zichzelf? Toen ik zo oud was als zij was ik allang uit huis en kookte ik mijn eigen potje! Wat heb ik ­verkeerd gedaan? Maar zijn ze wel officieel volwassen? Mijn studerende kinderen zijn echt niet de enige post-pubers die nog niet op eigen benen staan. De Volkskrant berichtte onlangs dat slechts een kwart van de studenten die vorig jaar aan een bachelorstudie begonnen, op kamers ging. Twee jaar geleden was dat nog 38 procent. De helft van de studenten verklaarde het thuisblijven met de invoering van het dure leenstelsel. Ook de ­schaarste van betaalbare woonruimte is een reden dat ­twintigers langer bij hun ouders blijven wonen.


Hun hersenen zijn nog niet klaar

En dat is nog niet alles. Ook fysiek blijken 18-­plussers namelijk minder volwassen dan dat tot voor ­relatief kort werd aangenomen. Nu het ­mogelijk is om via MRI-scans te zien wat er in het brein gebeurt, weten we dat hersenen zich niet allemaal in hetzelfde ­tempo ontwikkelen. En dat die ­ontwikkeling bij een achttienjarige nog lang niet voltooid hoeft te zijn. ‘In het lab zien we dat de ­verbindingen tussen de ­verschillende hersen­delen bij jongeren tussen hun 18de en hun 24ste nog volop in ­ontwikkeling zijn, bij zowel jongens als meisjes’, zegt hersen­wetenschapper dr. Jiska Peper, werkzaam bij ­Universiteit Leiden en oprichter van ­Science2share. ‘Dat merk je ook aan hun gedrag, vooral op het gebied van de impulsbeheersing.’ De ontwikkeling van de ­hersenen begint bij pubers ongeveer als ze naar de middelbare school gaan links achter in de ­hersenen en eindigt zo rond hun 25ste voorin bovenaan, direct achter het voorhoofd: bij de prefrontale ­cortex, de voorste hersenkwab. Daar bevinden zich de plannings- en controle­functies van het brein. Als die nog niet volledig tot ­ontwikkeling zijn gekomen, vinden jongeren het dus moeilijk om weerstand te bieden aan iets dat een directe beloning oplevert. Ze nemen vaak ­beslissingen op grond van hun ­emoties, zonder al te lang na te denken over de gevolgen daarvan. Bij ­jongens ziet Peper ­trouwens ook dat de hormoon­spiegels zich nog na hun achttiende een tijd door ontwikkelen. ‘Dus alhoewel veel ouders en zijzelf denken dat achttienplussers heel volwassen en ­verstandig zijn, hoeft dat feitelijk helemaal niet zo te zijn.’

Dat heet een ‘emerging adult’ De grens tussen volwassen en niet volwassen wordt al met al tegenwoordig minder rigide getrokken dan pak ’m beet twintig jaar geleden. We hebben het nu over ‘verlengde adolescentie’ of over ‘emerging adulthood’. ‘Die laatste term gebruiken we sinds circa 2000 om de fase te benoemen tussen de 18 en 24 jaar, waarin er dingen gebeuren bij de jongere die strikt gesproken niet meer bij de adolescentie horen, maar ook nog niet voldoen aan de omschrijving van volwassenheid’, aldus dr. Sanne Peeters, ­universitair docent bij de vakgroep Levenslooppsychologie van de Open Universiteit. ‘Emerging adults kunnen al beter plannen en prioriteiten stellen dan adolescenten, maar ze zijn er nog niet. Als puber was het bijvoorbeeld lastig om op school je profiel te kiezen omdat je de consequenties van die keuze slecht kon overzien. Als emerging adult vind je het meestal al iets gemakkelijker om voor een studie te kiezen.’ Omdat de hersenen zich bij iedereen in een ander tempo ontwikkelen, is het lastig om te zeggen wat je precies van de emerging adult kunt verwachten en wat niet. Dat zal bij iedereen anders zijn. ‘Begin-twintigers zijn steeds beter in staat om allerlei ­prikkels die voor hen niet belangrijk zijn te negeren en te ­focussen op een doel in de toekomst’, zegt neuro­wetenschapper Peper. ‘Maar dat wil niet zeggen dat ze dit allemaal op hun 24ste allemaal perfect ­kunnen. Het schijnt dat je hersenen op hun best zijn rond je veertigste. Dan kun je het beste plannen en impulsen controleren. Het is dus een heel lang­gerekt proces. Bovendien verklaren deze biologische factoren maar een klein deel van het plaatje. Sociaal-maatschappelijke invloeden - zoals het niet kunnen vinden van een betaalbaar huis en het ­verdwijnen van de generatiekloof, waardoor het best fijn is om bij je ouders te blijven wonen - zijn ook heel groot, veel groter misschien wel dan de biologische.’


Ze hebben een veilige thuishaven nodig

Eén ding is wel duidelijk: als ouder zit je taak er nog niet op na de achttiende verjaardag van je kind en misschien zelfs nog niet na zijn of haar eventuele 21-diner. ‘Maar je rol verandert wel’, zegt levenslooppsycholoog Peeters. ‘In plaats van dat de ouder zoals vroeger zegt wat het kind zou moeten doen of laten, bespreken ­jullie nu samen op min of meer gelijk niveau de mogelijkheden. Als ouder moet je erkennen en accepteren dat je kind volwassen aan het worden is en hem of haar ook als zodanig gaan ­behandelen, maar tegelijkertijd moet je ook steun blijven bieden. Of het kind nog thuis woont of op zichzelf: je moet in deze levensfase ­duidelijk een veilige thuishaven blijven bieden, terwijl je tegelijkertijd laat merken dat je je kind zijn privacy gunt en er alle vertrouwen in hebt dat hij zich ook zelf wel redt. Het is een periode waarin de jongvolwassene tot beslissingen moet komen en moet onder­vinden wat er gebeurt als er iets verkeerd gaat.’ Dat de rol van de ouder in deze levensfase belangrijk blijft, wordt ook door wetenschappelijk onderzoek bevestigd, zegt neurowetenschapper Jiska Peper. ‘Met testpersonen in de MRI-scanner werd een spelletje gedaan. De testpersoon moest in een autosimulator op een kruispunt steeds bij een oranje stoplicht een keuze maken: doorrijden of stoppen? Hoe sneller je bent, hoe meer geld je wint, maar het risico is natuurlijk wel dat je een botsing krijgt op de kruising en met lege handen achterblijft. We zien dat ook begin-twintigers veel voorzichtiger rijden als een van hun ouders tijdens de test naast hen meekijkt dan wanneer er een ­vriendje of vriendinnetje van dezelfde leeftijd naast zit. In dat laatste geval kiezen ze vaker om lekker door te scheuren op dat kruispunt. Dat is goed om te weten als ouder, lijkt me: ook bij begin-twintigers speel je nog steeds een rol van betekenis.’ Daarnaast constateert Peper dat jongvolwassenen nog altijd extreem gevoelig zijn voor beloningen. ‘Bij pubers én jongvolwassenen zien we als ze iets winnen het daarbij betrokken hersengebied in de scanner veel sterker oplichten dan wanneer dat jongere ­kinderen of volwassenen overkomt. Dat bewijst dat hun brein extra gevoelig is voor het krijgen van een beloning. Dat kan geld zijn, maar ook een complimentje. Daarop zou je dus ook kunnen inspelen als je iets van je jongvolwassene gedaan wilt krijgen.’


Het komt vanzelf goed

Het komt er dus op neer dat je als ouder je emerging adult dus tijd en steun moet geven. Levensloop­psycholoog Sanne Peeters vindt dat ik me geen ­zorgen hoef te maken over mijn 24-jarige dochter die nog thuis woont. ‘Ze studeert, heeft nog geen vast inkomen en heeft het gezellig thuis. Zorg wel dat het onderwerp ‘uit huis gaan’ bespreekbaar is, waarbij je vertelt waarom het belangrijk is om op jezelf te gaan wonen en wat er de voordelen van zijn.’ Kan ik iets doen om de transitie voor ­dochter en zoon te vergemakkelijken? Kostgeld vragen? Taken geven in het huishouden? Afspreken dat zij eens koken en voor de variatie mij met appjes ­moeten bestoken of ik al dan niet mee-eet? Dat kan, als ik dat wil, aldus Peeters. ‘Zo kunnen je ­kinderen zich op een ­veilige manier voorbereiden op hoe het zal zijn als ze uit huis gaan. Maar het is niet per se nodig. Meestal komt het vanzelf wel goed.’ Zoals met zo veel ­dingen. Ik blijf nog maar een tijdje appen over dat eten. ­Misschien bied ik zo – weliswaar soms grommend - wel die veilige thuishaven. 



Op de foto: Maxim Hoekmeijer (18) studeert International business and innovation studies in Amsterdam. Hij woont in Alkmaar bij zijn moeder Marijke Bédorf (53), medisch secretaresse.

Maxim: ‘Ik woon nog thuis omdat het handiger is, al ben ik wel veel tijd kwijt aan reizen.’
Marijke: ‘Ik vind hem nog rijkelijk jong om al helemaal los te laten. Hij kan op praktisch gebied echt nog niet voor zichzelf zorgen!’
Maxim: ‘Ik wil naast mijn studie ook ‘s avonds vaak naar vrienden. Maar dan kom ik laat thuis en ben ik de volgende ochtend chagrijnig. Als mijn moeder daar iets van zegt, vind ik dat niet leuk.’
Marijke: ‘Als ik daar niks van zou zeggen, ben ik geen goede ouder.
De opvoeding gaat door totdat ze uit huis zijn, vind ik. Hij weet dat ik gelijk heb, maar voor hem zijn er allerlei
heel goede redenen om het toch zo te doen.’
Maxim: ‘Ik luister wel naar wat je zegt. Ik denk trouwens dat ik best op mezelf zou kunnen wonen.’
Marijke: ‘Ik heb je niet meer aan een touwtje. Ik kan alleen maar zeggen dat ik iets geen goed idee vind, in de wetenschap dat dit over het algemeen het ene oor in en het andere oor uit zal gaan. Maar wie weet blijft er toch iets hangen. Ik probeer het gewoon.’

Merkengemachtigde Adee Keppy (59) zag haar dochter Afra van Ooijen (24), student geschiedenis, anderhalf jaar geleden uit huis gaan.

Afra: ‘Op mijn twintigste heb ik een jaar in Londen gewoond en dat vond ik lastiger dan echt uit huis gaan. Het vangnet was toen wel heel ver weg.
Ik heb in die tijd veel met thuis gebeld. Dan had ik kennelijk iets nodig.’
Adee: ‘Bevestiging.’
Afra: ‘Nadat ik terugkwam uit Londen, heb ik weer een tijd thuis gewoond. Vanaf die tijd voelden jullie meer als een soort huisgenoten dan als ouders. Jullie lieten me vrij, vroegen minder vaak dan voorheen of ik thuis at of waar ik naartoe ging. Op praktisch gebied was ik al vrij snel zelfstandig, emotioneel ben ik dat pas de laatste tijd.’
Adee: ‘Als je onder volwassenheid verstaat dat je zelfstandig beslissingen kunt nemen en op eigen benen kunt staan, dan ben je dat nu.’
Afra: ‘We spreken elkaar nog steeds heel vaak, maar ik heb minder bevestiging nodig. We praten gewoon, net zoals ik met mijn vriendinnen praat. Vroeger, als mama bij het weggaan tegen me zei dat ik niet te veel moest drinken, antwoordde ik: nee, dat zal ik niet doen. Nu denk ik: bemoei je met je eigen zaken.’
Adee: ‘Ik vraag me ook af waarom ik dat eigenlijk nog zeg.’




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.