RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Liddie Austin | fotografie: Saskia Koning

AvanGaal-hires-IMG_5912BW.jpg

Mens, red jezelf

Of ze nu pleit voor een basisinkomen voor zestig- plussers of zich inzet voor mensen met schulden: als ondernemer Annemarie van Gaal zich ergens druk over maakt, zal heel Nederland het weten. ‘Wat je voor de samenleving betekent, dáár gaat het om.’
3nummers

Onder het kopje ‘HANDIG’ kun je op de website van ondernemer en budgetcoach Annemarie van Gaal (55) een kasboekoverzicht en een schuldenoverzicht vinden en desgewenst downloaden. Dat laatste wordt regelmatig gedaan, vertelt ze bij een kop koffie in het Hilton Hotel in Amsterdam, haar tweede huiskamer vlakbij het huis waar ze met haar man Rhandy Macnack woont. ‘Je hebt tegenwoordig natuurlijk allerlei digitale tools om een kasboek bij te houden, maar als je echt geen inzicht hebt, werkt het beter om aan tafel te gaan zitten met je bonnetjes en die in te voeren in dat kasboek. Dan beklijft het beter.’ Haar kasboek was haar redding toen Van Gaal het als 21-jarige alleenstaande moeder zonder alimentatie heel krap had. ‘Ik heb dat kasboek nog steeds: een groot schrift met een zwart kaft. Links hield ik daarin per maand de inkomsten en rechts de uitgaven bij. Op aparte pagina’s splitste ik bovendien uit wat ik besteedde aan kleding, luiers en eten voor mijn zoontje, en voeding voor mezelf. Dat had geen nut, maar ik vond het toch fijn om te doen. Ik ver­afgoodde dat kasboek. Het feit dat ik er zo secuur mee bezig was, gaf me het gevoel dat ik ondanks alles grip had op mijn penibele situatie. Ik ben ervan overtuigd dat het me later in Rusland ook hielp om zo’n groot mediabedrijf mede te kunnen runnen. Ik nam gewoon de techniek van een kasboekje als basis.’


Had je het bijhouden van een kasboek van huis uit meegekregen?


‘We hadden het thuis niet superbreed, maar zeker niet arm. Mijn vader was ambtenaar bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, mijn moeder was huisvrouw. Ik geloof niet dat ze een kasboek bijhield. We woonden in Heerlen, maar zodra ik eindexamen had gedaan, ben ik naar Amsterdam vertrokken. Ik had grote ambities en begreep dat ik die niet in Heerlen ging verwezenlijken.’
Ze had gelijk. Annemarie van Gaal is tegenwoordig ondernemer, budgetcoach, columnist, programmamaker, commissaris, adviseur en investeerder - en ze vindt het allemaal even leuk. ‘Anders deed ik het niet.’ Dat is de luxe die ze zich kan permitteren nadat ze in 2000 haar aandeel verkocht in het mediabedrijf dat ze in Rusland samen met voormalig zakenpartner Derk Sauer opbouwde. Sindsdien zet ze zich in Nederland met overgave in voor consumentenzaken, en met name voor mensen met schulden - vandaar dat kasboek op haar site.


Waar komt die maatschappelijke betrokkenheid vandaan?

‘Het is begonnen toen ik terugkwam uit Rusland. Dat is geen integer land: er wordt in Rusland niet goed gezorgd voor mensen die het slecht hebben, gepensioneerden hebben amper geld om een brood te kopen, dakloze kinderen worden aan hun lot overgelaten. Op een gegeven moment trok ik dat niet meer. Ik besloot met mijn twee zoons terug te gaan naar Nederland, waar alles wèl goed geregeld was. Tenminste, dat dacht ik.’


Dat viel tegen, begrijp ik.

‘Ik was geschokt. Ik was in 1990 vertrokken en in de tussentijd was ik nauwelijks nog in Nederland geweest. Het was bizar hoe ingewikkeld de samenleving intussen was geworden met al die heffingen, kortingen en toeslagen. Tot mijn verbijstering kreeg ik kinder­bijslag. Waar sloeg dat op? Ik had net mijn bedrijf voor heel veel geld verkocht! Ik heb de Sociale Verzekeringsbank geschreven dat ze dat geld konden houden.
Vanaf die tijd ben ik ten strijde getrokken tegen de bureaucratie, want die bleek hier haast al even groot en hardnekkig als in Rusland. Daar wist ik niet beter: zo was het nu eenmaal en daar moest je iets op verzinnen. Maar dat het in Nederland bijna net zo erg was, had ik niet verwacht. We zijn zo welvarend, we hebben een regering die niet corrupt is en toch slagen we er niet in om kansarmen bij de maatschappij te betrekken. Of om perspectief te bieden aan mensen die in de schulden dreigen weg te zakken. Die laten we eigenlijk zwemmen.’


Je hamert op zelfredzaamheid. Waarom is dat zo belangrijk?


‘Veel mensen hebben het gevoel: waarom zou ik zelf wat doen, ik word wel gered. Ja, als de situatie slecht genoeg is, word je inderdaad gered hier in Nederland, maar het zou zoveel beter zijn als je eerder je verantwoordelijkheid nam voor je situatie en jezelf zou redden, voordat het te veel uit de hand loopt. Dat geeft veel meer voldoening. Bovendien denk ik dat je als je jezelf weet te redden, ook minder snel terugvalt in het verkeerde patroon, wat nu helaas wel vaak gebeurt. Mensen die in de schuldsanering zitten, zijn minimaal drie jaar vleugellam. Op het moment dat ze eruit komen, valt 30 procent terug in de schulden.’


Hoe zou dat beter kunnen?

‘Door mensen minder uit handen te nemen. Geef ze handelingsperspectief op het moment dat het nog niet zo erg is. Als er bijvoorbeeld beslag is gelegd op je inkomen omdat je een kleine schuld hebt bij de woningcoöperatie, zouden ze daar klusjes kunnen verzinnen waardoor jij die schuld snel kunt aflossen. Dat werkt beter dan afwachten totdat de schuld zo hoog is opgelopen dat het voor je wordt geregeld.’


Jij bent best voor een stevige aanpak van mensen die in de problemen zitten.

‘Soms is een duwtje in de rug niet genoeg en moeten mensen een schop onder hun kont krijgen om verder te komen. Ik kan in mijn column in De Telegraaf mijn meningen inderdaad scherp aanzetten. Ik vind dat je mensen niet moet pamperen, maar weer aan de slag moet helpen. Waarom betaal je als gemeente niet de opleiding van uitkeringsgerechtigden als ze die binnen een jaar afronden? Of geef je hun een abonnement voor de sportschool, waarmee ze als ze bepaalde doelen weten te halen, hun energie­nota kunnen terugverdienen? En bovendien fit worden, en wie weet gemakkelijker een baan vinden. Natuurlijk weet ik dat ik provoceer door dit soort dingen te schrijven, maar ik sta er wel echt achter.’


Geldt dat provocerende ook voor het basisinkomen voor de 60-plusser dat je bepleit?


‘Nee, dat lijkt me gewoon echt een heel goed idee. Zo’n basisinkomen voor iedereen vanaf 55-plus waarvoor het tv-programma RADAR actievoert, of 60-plus, wat ik al eerder bepleitte - wie kan daar nou tegen zijn? Als je het allemaal goed doorrekent, moet het geen enkel probleem zijn. Je zou er zelfs op kunnen verdienen, mits je daarnaast alle kortingen en heffingen afschaft. Het irriteert me dat Rutte op
de middag waarop de RADAR-petitie werd aangeboden, die door meer dan 100.000 mensen is ondertekend, meteen zei dat het idee onbetaalbaar - en dus onbespreekbaar - is. Hij nam niet eens de moeite om het door te rekenen! Terwijl iedereen weet dat de situatie onhoudbaar is voor werkloze 55-plussers die maar moeten solliciteren. Die krijgen echt nooit meer een baan. Het is een soort masochisme van de samenleving. Wat ik zelf belangrijk aan het plan voor het basisinkomen voor de 60-plusser vind, is dat je zo je eigen pensioen kunt regelen. Sommige mensen willen en kunnen tot hun zeventigste doorwerken - prima. Maar een stratenmaker wil misschien op zijn zestigste terug naar drie dagen per week. Dat moet ook kunnen. Ik vind het asociaal om niet naar dit plan te kijken en wel allerlei regelingen in stand te houden die veel geld kosten en niet werken.’


Vind je het leuk om je in zo’n onderwerp vast te bijten?

‘O, maar ik bijt me nergens in vast. Ik heb helemaal geen tijd om me vast te leggen op één onderwerp. Er zijn zoveel dingen die verbeterd moeten worden. Ik ben meer een aanjager dan het gezicht van een beweging. Het gaat mij uiteindelijk meer om de maatschappij dan om degenen die in de problemen zitten. Dat klinkt misschien gek, want natuurlijk wil ik de situatie van mensen verbeteren, maar daarvoor moet ook de maatschappij veranderen. Door middel van mijn columns deel ik speldenprikjes uit in de hoop dat ik mensen aan het denken zet over de onderwerpen waarover ik me druk maak.’


Wat doen je zoons tegenwoordig? Brengen zij wat jij hun hebt geleerd in de praktijk?


‘Zeker! De jongste van 23 studeert. Hij heeft een jaar in China gestudeerd en gaat binnenkort voor een half jaar naar Parijs. De oudste is 33 en werkt als bijrijder op een vuilniswagen. Hij houdt van werken met zijn handen. Eigenlijk kun je daar meer respect voor hebben dan voor iemand die fijn aan het studeren is, vind ik. Ik ben supertrots op hem. Niet het salaris dat je verdient, maar wat je voor de samenleving betekent - daar gaat het om.’


Wanneer is jouw persoonlijke missie geslaagd?

‘Als ik in Rusland één ding heb geleerd, dan is het dat er voor elk probleem een oplossing is. Die oplossingen probeer ik te bedenken, want daar houd ik van. Als ik aan het einde van een column denk: ja, dit is écht een goed idee, ben ik blij. Of die oplossing daarna wordt overgenomen, is een tweede. Ik ben dan meestal alweer met iets anders bezig. Met dat basisinkomen zie ik dat trouwens uiteindelijk wel gebeuren. Het is namelijk de beste oplossing voor een heleboel maatschappelijke problemen. Reken het maar door.




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.