RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Marte van Santen | fotografie: Bonnita Postma

DSC_1702BW.jpg

Huisdieren: goed gezelschap

Een huisdier neem je voor de gezelligheid, maar ze zijn ook goed voor je gezondheid. Mensen die voor een dier zorgen, lopen minder risico op een hartaanval en zijn minder vaak eenzaam en somber. En zeg nou zelf: wie houdt er zo onvoorwaardelijk van je?

 

2promo3nrs

Ruim 33 miljoen. Zoveel huisdieren hebben we naar schatting in Nederland. Dat becijferde de Universiteit Utrecht een paar jaar geleden. Meer dan de helft van de gezinnen (59 procent) bezit minimaal één gezelschapsdier. Bijna een kwart heeft een kat (daarvan hebben we er gezamenlijk 2,6 miljoen), een op de vijf een hond (in totaal goed voor 1,5 miljoen exemplaren). Andere populaire huisdieren zijn konijnen (1,2 miljoen), zang- en siervogels, (3,9 miljoen), postduiven (5 miljoen) en aquarium- en vijvervissen (18 miljoen).
Al die dieren houden we vooral vanwege de gezelligheid die ze bieden. Maar we blijken er nog veel meer baat bij te hebben. ‘Afgezien van dat het natuurlijk gezond is om bijvoorbeeld met een hond te wandelen, kunnen huisdieren je echt beter laten voelen’, zegt GZ-psycholoog Nienke Endenburg. Zij is al meer dan dertig jaar werkzaam bij de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en doet daar onder andere onderzoek naar de relatie tussen mens en dier. ‘Als je bijvoorbeeld vriendelijke dieren aait, maak je oxytocine aan. Dit stofje, ook wel het knuffelhormoon genoemd, vermindert stress en agressie en verhoogt de pijngrens. Dat zorgt er dan weer voor dat je bloeddruk, je hartslag en zelfs je cholesterol omlaaggaan. Mede om die reden hebben kattenbezitters een acht keer kleinere kans op een hartaanval en hondenbezitters zelfs twaalf keer, blijkt uit internationale onderzoeken.’


Je waant je minder alleen

Een kleine kanttekening: om optimaal van dat positieve gezondheidseffect te profiteren, moet je wel echt contact met een dier maken. Hoe hechter de band, hoe groter de impact. ‘De intensiteit van de relatie is belangrijker dan het soort dier’, legt Endenburg uit. ‘Met een hond of kat voelen eigenaren vaak sneller een connectie dan met een konijn dat in een hok in de tuin woont. Aan de andere kant zijn er zat mensen die helemaal verknocht zijn aan hun cavia of hun papegaai. Ook met gedomesticeerde boerderijdieren als een paard of zelfs een schaap kun je een heel sterke binding hebben.’
Die band geeft een gevoel van sociale steun. Je waant je minder alleen. Dieren zijn er immers altijd voor je. Bovendien is hun liefde onvoorwaardelijk, ze veroordelen je niet en laten je nooit in de steek. Zulke sociale steun is heel belangrijk voor je geestelijke én je lichamelijke gezondheid. Hoe meer gesteund je je voelt, hoe minder kans op bijvoorbeeld somberheid of depressie. En het stress-
verlagende effect versterkt je afweer. Australisch onderzoek toonde zelfs aan dat mensen met huisdieren minder vaak naar de huisarts gaan en minder medicatie gebruiken.
‘Uit eigen onderzoek weten we dat 95 procent van de eigenaren met hun dier praat’, vertelt Endenburg. ‘Dat gaat veel verder dan alleen woorden gebruiken als ‘eten’ of ‘lopen’. Mensen luchten echt hun hart. Maar liefst driekwart gelooft dat hun dier alles begrijpt wat ze zeggen. Dus óók als ze over hun baas klagen of hun verdriet delen.’


Voor elk ras is er wel een forum

Iets anders is dat dieren daarnaast zorgen voor meer menselijk contact. Hondenbezitters weten maar al te goed dat ze met hun viervoeter veel meer aanspraak hebben dan als ze alleen op straat lopen. Maar ook dieren die je niet hoeft uit te laten, kunnen je met andere mensen in contact brengen. Endenburg: ‘Eenzaamheid is in onze maatschappij een groot probleem. Huisdieren geven je de mogelijkheid om nieuwe verbanden te creëren. Bijvoorbeeld door met ze naar clubs, cursussen, wedstrijden of shows te gaan. Ook online delen mensen veel met elkaar over hun dieren. Voor ieder denkbaar ras is er wel Facebookgroep of forum. Dat versterkt net zo goed het gevoel van sociale steun.’
Zelf kan Endenburg zich in elk geval geen leven meer voorstellen zonder haar honden, katten, schapen en paarden. Die gebruikt ze trouwens ook in haar praktijk voor psychologische hulp. ‘Met een dier erbij ontstaat er tijdens een behandelgesprek een heel andere sfeer.
Mensen stellen zich makkelijker open en delen meer. Uiteraard houd ik scherp in de gaten of mijn dieren zich daar óók goed bij voelen. Want of je nu huisdieren of hulpdieren hebt, hun welzijn moet altijd vooropstaan.’