RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Irene van den Berg

christopher-williams-Q8x7gLr8bxg-unsplash.jpg

Kinderen met overgewicht

Wat moet je in vredesnaam doen als je kind (iets) te zwaar is? Hoe ­voorkom je ongezond dieetgedrag en een laag zelfbeeld? En hoe geef je zelf het goede voorbeeld?

3promo3nrs

Eerst taart, toen een ijsje en daarna pannen­koeken met suiker. O ja, en ook nog een lolly’, somt mijn vijfjarige dochtertje verlekkerd op na een kinderfeestje. ‘Nou, daar krijg je dikke billen van’, grapt mijn man. Mijn dochtertje moet er hard om lachen en geeft vervolgens een pets op haar achter­werk. ‘Dikke billen, dikke billen’, roept ze.
Het lijkt een onschuldig tafereeltje: mijn ­dochtertje is slank en niet bezig met haar gewicht. Toch steekt het me. Ik wil niet dat ze al op haar vijfde taart en ijsjes koppelt aan dik zijn, al is het geestig bedoeld. Of overdrijf ik?


Zijn moeder was steeds op dieet

Mijn man en ik kijken verschillend tegen eten aan. Ik ben slank, al zeg ik het zelf, en heb het geluk dat ik alles kan eten wat ik wil. Sterker: in stressvolle periodes moet ik eerder opletten dat ik niet afval. Mijn moeder, ook dun, zag er vroeger vooral op toe dat ik gezond at. Koekjes en snoepjes en snacks waren alleen een probleem als die ten koste gingen van een voedzame maaltijd.
Mijn lief is ook slank. Maar hij vindt het veel ­lastiger om onbezorgd te genieten van lekker eten. Net als mijn schoonmoeder die een groot deel van haar leven lijnde. Ze had een heel gemiddeld ­postuur, maar was toch vaak op dieet. Het viel me op dat ze heel vaak het woord ‘snoepen’ ­gebruikte. Ook als iemand nog wat gebakken aardappels opschepte, of een extra stukje vlees nam. Volgens mij heeft mijn lief daar een tik van meegekregen.


Let op wat je zegt waar je kind bij is

Goedbedoelde opmerkingen kunnen een ­grote impact kunnen hebben op het lichaamsbeeld van een kind en/of zijn relatie met voedsel, blijkt – inderdaad - uit wetenschappelijk onderzoek. ­Kinderen die geregeld door hun ouders op hun gewicht worden aangesproken, hebben een grotere kans om ongezond dieetgedrag en een laag zelfbeeld te ontwikkelen, bleek uit een onderzoek onder zeven- tot tienjarigen van psycholoog Doeschka Anschutz, werkzaam bij Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Vooral als je het uiterlijk als reden noemt dat kinderen niet moeten snoepen, is dat slecht voor hun zelfvertrouwen. Zowel bij jongens als meisjes’, stelt Anschutz.
Helaas gaan ouders op dat punt nogal eens de mist in. Kinderdiëtiste Cora Derksen ziet in haar ­praktijk geregeld dat ouders nogal gefocust zijn op het gewicht van hun kind. ‘Ze zeggen, waar hun kind bij is, dat hij of zij toch echt wel een buikje heeft. Of ze reageren teleurgesteld als het kind een beetje is aangekomen’, vertelt Derksen. Niet slecht bedoeld, toch kan een kind hier een leven lang last van ­hebben.


En ook niet zeggen dat je jezelf dik vindt

Negatieve opmerkingen over het gewicht van je kind zijn niet handig. Verzuchtingen over je eigen lichaam net zo min, stelt dieetpsycholoog Oscar Helm. ‘Als een ouder vaak zegt dat hij of zij te dik is, is de kans groot dat een kind ook prestatiegericht naar zijn eigen lichaam gaat kijken. Dat kan leiden tot ongezonde eetgewoontes.’ Een kind kan eten als iets negatiefs gaan zien. ‘Je gaat voeding als een vijand zien. Het risico bestaat dat een kind eten gaat koppelen aan angst- en schuldgevoelens.’
Voor bewegen geldt hetzelfde. Helm: ‘Koppel ­bewegen niet aan een prestatie, zoals afvallen of spieren opbouwen, maar aan plezier. Ga met je kind ontdekken welke sport hij of zij leuk vindt om te doen. Of doe mee.’


Sporten voor de gezelligheid

Zelf lijnen is dan ook niet bevorderlijk voor het zelfvertrouwen van je kind, blijkt uit het onderzoek van Anschutz. Kinderen van moeders die almaar op dieet zijn, vertonen vaker negatief lijngedrag. Ze slaan maaltijden over of gaan extreem sporten. ‘Je hebt als ouder een voorbeeldfunctie. ‘Kinderen kopiëren wat jij doet’, verklaart Anschutz. Dat geldt niet alleen voor lijnen, maar ook voor ongezond eten. ‘Van de kinderen met overgewicht die hier komen, worstelt een groot deel van de ouders met hun eigen gewicht’, vertelt kinderdiëtiste Derksen. ‘Eetgewoonten worden van generatie op generatie doorgegeven en zijn vaak moeilijk te doorbreken. Soms ontbreekt bij ouders de kennis of lukt het door de drukte van alledag niet altijd om een gezonde maaltijd op tafel te zetten.’ Kopieergedrag kun je als ouder gelukkig ook positief inzetten. Anschutz: ‘Lijn niet, maar houd een gezond eetpatroon aan. En vertel hoe fijn het is om te sporten. En dat het gezellig is en dat je er fit van wordt. In plaats van slank.’


Focus op goede eigenschappen

Een kind dat te dik is, weet dat vaak zelf wel. Klasgenootjes maken opmerkingen en overal in de media ziet hij of zij slankere mensen. Dan hebben kinderen het niet nodig dat ouders het ook nog eens benadrukken. Focus dus liever op de positieve eigenschappen van je kind. Kinderdiëtiste Derksen onderzoekt samen met het kind hoe hij of zij goede eigenschappen kan inzetten om gezonder te leven. ‘Is een kind creatief, dan vraag ik hem of haar om bij trek in snoep een mooie tekening te maken om zichzelf af te leiden.’


Niet overdrijven met die complimenten


Een geknakt zelfbeeld is lastig te herstellen, weet dieetpsycholoog Helm. ‘Dat heeft tijd nodig. Het geven van complimenten kan kinderen helpen een positiever beeld over zichzelf te krijgen. Maar overdrijf het niet, want dan wordt het ongeloofwaardig. Corrigeer je kind wel altijd als hij of zij negatief over zichzelf praat.’
Complimenteer je kind liever voor de inspanning die hij of zij ergens voor doet, in plaats van voor het resultaat, raadt orthopedagoog Rian Meddens aan. ‘Dat kan ook met gezond eten: complimenteer je kind dat het zijn best doet, in plaats van met die paar kilo die hij of zij is afgevallen.’ Het prijzen van het uiterlijk van een kind kan, volgens haar, een averechts effect hebben. Tenminste, als je het te vaak doet. ‘De meeste ouders vinden hun kind prachtig. En natuurlijk is het niet verboden om af en toe tegen je kind te zeggen dat hij of zij mooi is. Maar leg er niet te veel de nadruk op. Een kind kan dan z’n eigenwaarde gaan koppelen aan zijn ­uiterlijk. Laat je kind merken dat je van je kind houdt ongeacht hoe hij of zij eruitziet.’


Het heeft ook met karakter te maken

Als ik al die adviezen hoor, krijg ik de indruk dat de lat voor ouders behoorlijk hoog ligt. ­Terwijl ­pestende leeftijdgenoten of onrealistische reclame­beelden net zo goed schade kunnen aanrichten aan het zelfbeeld van een kind. Overschatten we de rol van moeders en vaders niet een beetje? ‘Positieve aandacht, liefde en waardering van ouders zijn erg belangrijk voor het zelfbeeld van een kind. Maar in hoeverre je kind jouw eetgedrag overneemt, is ook voor een deel afhankelijk van het karakter. Tussen broers en ­zussen zie je vaak ook verschil. De ene neemt bepaald gedrag van een ouder wel over, de ander niet’, aldus orthopedagoog ­Meddens. Herkenbaar, mijn zwager heeft geen moeite om van eten te ­genieten. Hij lijkt wat meer op mijn schoonvader, een echte lekker­bek. Welk eet­gedrag mijn dochtertje gaat kopiëren, als ze dat al doet, is nog maar de vraag. Hopelijk dat van mij, denk ik terwijl ik een stuk chocola in mijn mond steek.



‘Als je voeding als vijand ziet, kan een kind eten gaan koppelen aan angst- en schuldgevoelens’

Anoniem: ‘Al vanaf haar vierde is mijn dochter met haar gewicht bezig. Ze vroeg aan mij waarom ze een ‘ribbeltje’, oftewel een vet­rolletje, in haar zij had. Ook op mijn lijf had ze ­commentaar. Dan waren we in een winkel en
dan zei ze: ‘Mama, dit is een winkel voor dunne mensen.’ Best confronterend, want ik ben ook niet honderd procent tevreden over mijn lijf. Al heb ik het gevoel dat ik mijn gewicht wel heb omarmd. Ik doe sinds mijn twintigste niet meer aan diëten. Vanaf haar tiende werd haar eetgedrag steeds problematischer. Ze rende naar school als we wat vetter hadden gegeten. Of ze at stiekem snoep, maar loog daar vervolgens over. Toen ze naar de middelbare school ging, ging ze zichzelf echt uithongeren: op een gegeven moment at ze naar maar drie cherrytomaatjes per dag. Een jaar geleden kreeg ze een spoedbehandeling voor anorexia. Inmiddels gaat het was beter met haar, maar eten blijft ingewikkeld. Wat het extra lastig maakt, is dat haar jongere zusje juist last heeft van overgewicht en onder ­behandeling is van een diëtiste. Ik denk dat het negatieve zelfbeeld van mijn oudste dochter is aangeboren. Eetproblemen en een laag zelfbeeld zitten in de familie. Mijn moeder was altijd aan het lijnen, en daardoor te dun. Ze praat nog altijd veel over gewicht, ook in het bijzijn van mijn dochters. Toen mijn oudste dochter daar laatste drie boterhammen at, zei ze: “Wat veel, toen je slanker was, at je minder.” Dat vind ik heel ­ingewikkeld. Maar ik wil mijn kinderen ook niet weghouden bij hun oma.'

‘Kinderen kopiëren wat jij doet. Dat geldt niet alleen voor lijnen, maar ook voor ongezond eten’

Anoniem: ‘Toen ik klein was, hoorde ik mijn moeder tegen de spiegel roepen dat ze een dikke walvis was. Mijn moeder heeft een slecht zelfbeeld, al zolang als ik me kan herinneren. Ze was vroeger uren met haar make-up en haar bezig en dan was het nog niet goed genoeg. Terwijl ik haar prachtig vond: ze was slank en had een gave huid. Zeker als puber vond ik het heel lastig hoe ze over zichzelf praatte. Ik was een paar kilo zwaarder dan zij en, in mijn eigen ogen, niet zo mooi. Als zij zichzelf al lelijk vond, wat zou ze dan van mij vinden? Mijn moeder zei altijd wel dat ze me knap vond, maar ik geloofde dat niet. Als kind en puber keek ik met net zo veel walging naar mezelf als zij dat deed. Soms wilde ik daardoor niet naar school. Ik vond mezelf te dik om andere kinderen onder ogen te komen. Pas als twintiger realiseerde ik me dat de onzekerheid over mijn uiterlijk was gekoppeld aan het zelfbeeld van mijn moeder. Ik zag dezelfde ­onzekerheid namelijk terug bij mijn jongere zusje. Toen ik zelf een ­dochtertje kreeg, wilde ik haar een ander voorbeeld geven door minder nadruk te leggen op uiterlijk. Ik draag bijvoorbeeld geen make-up. En ik wil er altijd wel verzorgd uit zien, maar niet overdreven. Een spijkerbroek is ook prima. Ik hoef niet iedere dag een jurkje en hoge hakken aan. Mijn dochter van acht is wat gezetter dan ik en mijn moeder. Maar ze is gelukkig heel zelfverzekerd en trots op wie ze is. Dat probeer ik ook ­stimuleren: ik vertel haar dat ik haar mooi vanbuiten vind, maar vooral ook vanbinnen. En dat het laatste veel belangrijker is. Mijn moeder is nog steeds heel kritisch op zichzelf. Ze snapt niet dat haar slechte zelfbeeld invloed heeft gehad op mij en mijn zusje. Dat gaat alleen over mij, zegt ze dan. Maar zo werkt het helaas niet.’




Sluiten

INHOUDSOPGAVE