RADAR+ Online

Word Abonnee

chocola.jpg

Getest: chocoladerepen

Vroeger had je melkchocola, witte en pure chocolade. En heel avontuurlijk: butterscotch, mokka of met hazelnoot. Tegenwoordig is het chocolade­­­­­­­­schap ontploft met ruim zeventig soorten - bonbons en gevulde repen niet mee­gerekend. We proefden de tien meest bizarre smaken. ‘Als ik zoute stokjes wil, koop ik wel zoute stokjes.’
promo3nrs
Het panel
Petra Albertema, manager van een druk gezin, vegetariër
Pim Beets, gepensioneerd fijnproever
Ronald van Eijk, parttime hovenier, ervaren proever
Wanda Leerssen, fysiotherapeut, chocoladeliefhebber
Loethe Olthuis, culinair onderzoeksjournalist
José Rozenbroek, hoofdredacteur RADAR+, chocoladeliefhebber
Martina van Smeden, eigenaar chocoladewinkel Cacao, Utrecht
Yara Vesters, student, kritische proever

De proeverij
Het uitgebreide panel, bijgestaan door chocolatier Martina van Smeden, heeft tien van de opmerkelijkste chocoladesmaken in de supermarkt geproefd. De soorten zijn in ­stukjes gebroken en blind geproefd, zodat de ­herkomst moeilijk te achterhalen was. Slechts één van de proevers, een doorgewinterde chocoladeliefhebster, herkende een reep. De chocolades werden op drie punten beoordeeld: vind je ze lekker? Zijn de ingrediënten herkenbaar? Zou het een verlies zijn als deze smaak uit de schappen zou verdwijnen?
De opvallendste smaken bleken afkomstig van het merk Tony Chocolonely en de huis­merken van Albert Heijn en Jumbo. De chocolade van het Belgische merk Godiva was een buitenbeentje. Bij de chocolade werden water, wit stokbrood en komkommerschijfjes gegeven om de mond tussendoor te neutraliseren; dat bleek bij bepaalde smaken ook hard nodig.


De conclusie

Chocolade met bizarre smaken als citroen, curry of lavendel: voor ons proefpanel hoeft het niet. Sommigen konden af en toe een klein blokje afwijkende chocolade nog wel waarderen, maar anderen gaven vooral de voorkeur aan chocolade die gewoon chocolade is: een zoete, ­smeltende traktatie. Bovendien bleek er onderscheid tussen ‘sabbelaars’ en ‘kauwers’: de eerste categorie laat de chocolade langzaam in de mond smelten, waardoor zij taaie toevoegingen (zoals biet en meloen) of melige stukjes (pretzels) als veel hinderlijker ervaren dan de proevers die vooral in hun chocolade bijten.
Opvallend was ook dat de vulling in de chocolade vaak ver te zoeken was: in sommige stukjes zat zelfs niets. Volgens onze chocolatier is dat niet nodig. Bij goedgemaakte chocolade is de vulling juist gelijkmatig verdeeld. Wát er precies in de chocolade zat, was meestal behoorlijk onduidelijk. Peer, biet, meloen, szechuan-­peper, groene thee, zeewier, yuzu: de fabrikanten kunnen ze er net zo goed niet in stoppen. Alleen de lavendel was ­onmiskenbaar aanwezig, maar dat maakte die chocolade beslist niet ­lekkerder. Zouden de proevers het betreuren als één van deze variëteiten zou verdwijnen? ‘De Eton Mess witte chocolade’, zei Yara. Laat dat nou nét de enige chocolade zijn waar geen enkel duurzaamheidskeurmerk op te bekennen viel.
Conclusie: geef je geld niet uit aan buitenissige chocoladesmaken! Ze zijn zelden écht lekker, volgens onze deskundige meestal niet goedgemaakt en vooral bedoeld als lokkertje van de fabrikant. Betaal liever meer voor duurzame ­chocolade die je echt lekker vindt, of houd het bij de bekende en beproefde smaken.

 

Het kan allemaal wel wat duurzamer

Is chocolade een duurzaam voedingsmiddel? Op het moment zeker niet. De internationale vraag naar cacao stijgt gestaag: supermarkten, chocolade­fabrikanten en cacaoverwerkers verdienen er een goede boterham mee. Maar de inkomsten in de cacaoketen zijn oneerlijk verdeeld. Zo is het armoe troef voor de kleine cacaoboeren in bijvoorbeeld Ivoorkust en Ghana, die 70 procent van onze cacao verbouwen, zegt ontwikkelings­organisatie ­Solidaridad. Daarnaast bedreigt (illegale) ­ontbossing de biodiversiteit en het klimaat. Moeten we nu stoppen met chocolade eten? ‘Nee’, zegt Heske Verburg van Solidaridad. ‘Want dat helpt de cacaoboeren en de bossen niet. Wat wel helpt is een leefbaar inkomen. Als we armoede kunnen oplossen kun je ook ­problemen als kinderarbeid en ontbossing aanpakken.’ De meeste chocolade in de Nederlandse supermarkten heeft gelukkig een duurzaamheidskeurmerk zoals Fairtrade, UTZ, Rainforest Alliance of biologisch. Elk van deze keurmerken heeft een iets andere insteek, maar het gemeenschappelijke doel is: de cacaoketen eerlijker en duurzamer te maken. Sommige chocoladeproducenten hebben eigen duurzaamheids­programma’s, zoals het ‘Cocoa Life’-­programma van ­producent Mondelez (Côte d’Or, Toblerone en Milka) en het Cocoa Plan van Nestlé (die ook UTZ-chocolade gebruikt). Zulke programma’s doen best goed werk, maar het is lastig te ­controleren wát ze precies doen, omdat er geen onafhankelijke controle is zoals bij ‘echte’ keurmerken. Maar toch kunnen ook ‘echte’ keurmerken het ­fundamentele armoedeprobleem niet zo gemakkelijk oplossen, volgens Solidaridad. Het geld in de cacaoketen is erg ongelijk verdeeld. Er zijn te veel ­tussenpersonen, er is te weinig transparantie, de cacao­prijs is erg laag. Onder andere de Nederlandse FairChain Stichting/The Other Bar en Tony Chocolonely hebben systemen opgezet voor meer transparantie en een leefbaar inkomen voor boeren (theother.bar, tonysopenchain.com). Bovendien betrekken steeds meer kleine ­chocolademerken hun cacao/chocolade direct van de boeren of ­garanderen duurzaamheid op andere manieren. Denk aan Chocolate Makers in Amsterdam en de webshop Chocoladeverkopers.nl.

 

Wat maakt chocolade lekker?

Het antwoord is: cacao. De variëteit cacaobonen, de hoeveelheid zon en water, de grondsoort en de behandeling van de cacaobonen bepalen de kwaliteit van de chocolade, zegt chocolatier Martina van Smeden. En de uiteindelijke verwerking natuurlijk: in haar Utrechtse winkel Cacao maakt zij alle chocoladeproducten zelf, van repen tot bonbons. Zij gebruikt daarvoor alleen topkwaliteit chocolade van het merk Valrhona dat eigen (fairtrade)plantages heeft. En dat proef je. Martina had ook wat van haar eigen chocolade mee­genomen, die we buiten beoordeling hebben geproefd: wat een verschil met de supermarktchocolades!

 

Zo wordt chocolade gemaakt

De cacaovrucht lijkt op een grote, eivormige gele meloen. De vruchten worden gekliefd: binnen zit wit vruchtvlees met pitten, de cacaobonen. Het vruchtvlees wordt met de pitten in de zon gelegd. Ze gaan eerst ­fermenteren en dan drogen. Vervolgens wordt de harde bolster van de pitten gehaald. Dan worden de pitten geroosterd en uiteindelijk gemalen. Die ‘chocoladepap’ wordt geperst, waardoor het zich scheidt in een droge cacaomassa en romige cacaoboter. Om chocolade te maken, worden die twee weer in verschillende verhoudingen gemengd, samen met suiker en eventueel melkpoeder en vanille, afhankelijk van het type chocolade dat je wilt maken.




Tony’s Chocolonely, melkchocolade 42% met pretzel-toffee.

datum indiening: do 21 nov 2019, 11:33

Fairtrade, diverse supermarkten. 180 g € 2,80.
Wanda: ‘Deze ken ik! Met pretzels! Zoet maar wel lekker, voor ’s avonds op de bank.’
Loethe: ‘Niet vies, maar ben je een ­sabbelaar zoals ik, dan houd je zompige stukjes over.’ Martina: ‘Pretzels met karamel en zout. ­Duidelijk overgewaaid uit Amerika. De ­chocolade is te zoet, de pretzelstukjes te zout, het botst.’ Petra: ‘Als ik zoute stokjes wil, koop ik wel zoute stokjes.’ José: Karamel en zeezout, niet slecht.’

6-

Tony_s_Chocolonely_melkchocolade_42_met_pretzel-tof.jpg
Sluiten

INHOUDSOPGAVE