RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Lara Aerts Fotografie:Marijn Scheeres

2Header.jpg

Het ideale verzorgings­huis

Een demente boer mag gewoon zijn klompen aan, en als je elke vrijdag een visje wil, dan kan dat. RADAR+ gaat op bezoek bij zorgcentrum De Hogewey in Weesp. Locatiemanager Sophie Houtzager: ‘Wat wij willen voor de mensen is eten, drinken en vrolijkheid in huis.’

 

banner-los-nummer

Lange troosteloze gangen met aan weerszijden kamers: niets van dat al bij verpleeghuis Vivium De Hogewey in Weesp. Ben je eenmaal door de dubbele sluis - die ervoor zorgt dat alle bewoners met dementie vrij kunnen rond­lopen in het complex - dan sta je in een micro­kosmos: een gewone woonwijk met faciliteiten. Er is een supermarkt, een café, een theater, een werkplaats (waar de facilitaire dienst is ondergebracht), een kapper (bij wie je ook cadeautjes kan kopen), een fysiotherapeut en een vijver met fonteinen. De straatjes hebben echte straatnaambordjes. In elk van de 23 woningen wonen zes bewoners. Ze delen de huiskamer en hebben allemaal een eigen slaapkamer.

Eten, drinken en vrolijkheid

Locatiemanager Sophie Houtzager legt uit: ‘We hebben kleinschaligheid binnen een groter geheel - waardoor bewoners meer sociale contacten hebben en dus minder risico lopen op eenzaamheid.’ De woningen zijn niet ingedeeld op de mate van dementie van de bewoners maar op hun leefstijl: Indisch, Gooisch, cultureel, traditioneel, ambachtelijk en stads (Jordanees). Wat opvalt is de overweldigende planten- en bloemenweelde in het complex, maar ook de aantallen bewoners die rondlopen, op een terrasje zitten, een ijsje halen bij de ijscoman. Houtzager: ‘Wat wij willen voor de mensen is eten, drinken en vrolijkheid in huis. Dat ze prettig kunnen wonen en hun eigen keuzes kunnen maken. Daar zet iedereen zich voor in. Wat we níet doen, is mensen hun bewegingsvrijheid en daarmee hun sociale contacten ontnemen.’ Houtzagers stokpaardje is dat het systeem er is voor de mens, en niet andersom zoals vaak het geval is in de (ouderen)zorg. ‘Dan krijg je dingen als wc-rondes en ontbijtrondes. Dat doen wij hier niet, we houden rekening met de wensen en het levensritme van de bewoners.’ Financieel redt de - reguliere - instelling het, al kan er volgens Houtzager geen euro van het budget af. De reden? ‘We hoeven geen winst te maken, we hoeven niet de grootste te worden en we hebben niet een eindeloos aantal managers nodig. Als je het strak organiseert, dan kan het.’

Alle zorg voorhanden

Verderop in Weesp is een ander onderdeel van Vivium: Oversingel, een wooncomplex voor senioren. Het gebouw bevat kleine appartementen waar ouderen in principe zelfstandig wonen, maar waar alle zorg - indien nodig - voorhanden is. Bewoners krijgen sowieso vier warme maaltijden in het restaurant en een halfuur schoonmaakhulp per week. De meeste mensen kunnen deze vorm van wonen betalen: er is huursubsidie mogelijk.

‘Als er iets is, dan druk ik op een knopje’

Meneer en mevrouw Van Koolbergen (89 en 91 jaar) zijn een halfjaar geleden verhuisd van hun ruime woning naar een eenkamer-appartement in het complex. Meneer van Koolbergen laat even zien hoe het tweepersoonsbed uit de muur klapt. Hij vindt het geen probleem dat hij net als sommige studenten in zijn huiskamer slaapt. Het stel mankeert nog nauwelijks iets, maar: ‘Dit kwam op ons pad en met het oog op toekomstige kwalen zijn we verhuisd.’ Wat hen goed bevalt? ‘We zijn eigen baas.’ Beneden in het restaurant zit mevrouw De Boer van 82. Na een hartaanval durfde zij helemaal niets meer, tot ze hier kwam wonen. ‘Nu doe ik weer van alles. Als er iets is, dan druk ik op een knopje en is er iemand bij me.’ Ze is minder eenzaam dan eerst, en, heel prettig: ze hoeft niet meer te koken.

Hoe zoek je een goed tehuis?

Het is natuurlijk ieders grootste wens: zo’n plek voor je hulpbehoevende ouder(s) of later voor jezelf waar het fijn toeven is, ondanks de lasten van de ouderdom. Jammer genoeg bestaat er geen internetsite die je feilloos naar de ideale plek loodst. Je zult zelf op zoek moeten. Zorgkaart Nederland (zorgkaartnederland.nl, waar ervaringsdeskundigen cijfers en feedback achterlaten) is hooguit een hulpmiddel bij je noodzakelijke veldwerk.

Stel veel vragen over het personeel

Volgens Gerda van Brummelen van V&VN (de beroepsvereniging van verpleegkundigen en verzorgenden) is personeel de belangrijkste factor voor een goede woonvoorziening. ‘Ideaal is een klein, vast en stabiel team, waarvan de medewerkers goed zijn opgeleid (minimaal mbo 3 bij bijvoorbeeld complexe dementiezorg) en die qua ervaring en vaardigheden aansluiten bij de zorgvraag van de bewoners.’ Stel tijdens de zoektocht heel veel vragen, adviseert Van Brummelen: hoeveel flexwerkers, uitzendkrachten en parttimers zitten in het team? Is er veel verloop? In hoeverre is het team echt opgeleid om voor die specifieke groep bewoners te zorgen? Welke bijscholingen zijn gevolgd, bijvoorbeeld op het gebied van dementie? Hoeveel cliënten heeft een verzorgende onder zijn of haar hoede? Hoe vaak staat iemand alleen op een groep? En wat als een bewoner dan naar de wc moet of een ongelukje heeft, de aardappelen opstaan en een andere bewoner ineens in paniek raakt?

Hoe ruikt het, hoe voelt het?

Kijk en vraag ook naar het werkplezier van het personeel, adviseert Van Brummelen. Hoe is de werkdruk? Waar word je blij van, wat baart je zorgen? Heb je weleens het gevoel dat je meer zou willen doen dan je kan? Van Brummelen: ‘Houd er wel rekening mee dat als jij komt, iedereen z’n beste beentje voor zet. Dus proef ook hoe de sfeer is, los van wat mensen zeggen. Kom een paar keer langs, op verschillende tijden. Hoe zitten de bewoners erbij? Hoe ruikt het, hoe voelt het? Stel ook vragen aan familieleden van bewoners, aan leden van de cliëntenraad en als het kan aan de bewoners zelf.’

Ieder zijn eigen routine

Cruciaal is dat het personeel de nieuwe cliënt echt wil leren kennen, met als doel diens levensstijl te respecteren. Van Brummelen: ‘En dan bedoel ik niet dat er vinklijstjes af worden gewerkt, zo van: eet meneer liever wit of bruin brood. Nee, wat zijn de routines (elke dinsdagavond bridgeclub, standaard gelakte nagels), en hoe zorgen we er met mantelzorgers en vrijwilligers voor dat die door kunnen gaan?’ Van Brummelen herinnert zich een verzorgende die zelfs foto’s nam in het oude huis om de nieuwe inrichting te laten gelijken. Ook herinnert ze zich een demente boer, bij wie het personeel z’n klompen liet halen maar op zondag nette schoenen aandeed - zo wist hij wanneer het weekend was. Van Brummelen: ‘Het probleem was wel dat hij klemmende deuren kapot schopte met die klompen. In plaats van de klompen te verbieden, plakten ze er stukjes vloerbedekking op.’

Krantenkoppen en inspectie­rapporten

In een goede woonomgeving wordt volgens Van Brummelen realistisch omgegaan met risico’s. ‘We zijn doorgeslagen in angst voor krantenkoppen en negatieve inspectierapporten.’ Ze noemt het voorbeeld van de demente mevrouw met slikproblemen die haar hele leven elke vrijdag een visje at. ‘Dat moet je haar als het even kan niet ontnemen. Maar veel zorgaanbieders zijn bang voor krantenkoppen: dáár geven ze ouderen met slikproblemen een visje. Zo’n mevrouw is daarvan de dupe.’ Van Brummelen benadrukt bij slechte inspectierapporten of incidenten niet meteen af te haken, maar door te vragen. ‘Zo’n krantenkop over urine die langs enkels sijpelt kan twee dingen betekenen. Of er is geen goede en veilige zorg, dat kan. Of het betekent dat bewoners vanuit een visie van zelfredzaamheid en waardigheid niet standaard luiers dragen en nog zelf naar de wc gaan. En dat er dus af en toe wat misgaat.’

Blijven bewegen

Verder moeten er activiteiten zijn voor de bewoners, en nauw contact met de buurt. Van Brummelen: ‘Hoe meer je organiseert, hoe meer familie en vrijwilligers mee gaan doen. Ga gewoon eens onverwacht langs. Kom je om twee uur, dan is het normaal dat het rustig is, bewoners slapen. Maar om elf of vier uur moet er iets te doen zijn.’ Het in beweging houden van bewoners is heel belangrijk. Dat wil niet zeggen dat ze tegen heug en meug op een loopband moeten (de helft van de bewoners in een verpleeghuis is trouwens immobiel), maar dat men zich verdiept in mogelijkheden om bewoners te activeren. ‘Dat kan in kleine dingen zitten: een kopje dáár op tafel zetten dat de bewoner moet reiken om het te pakken. Of een oud timmerman een houten voorwerp geven dat nog moet worden afgeschuurd. Een bewoonster breiles - al is ze dement - laten geven. Het kan van alles zijn!’

Doet de familie mee?

Het betrekken van familie is ook belangrijk. Tegenwoordig is er Familienet (familienet.nl): een digitaal systeem waarop je met alle betrokkenen kan communiceren, net als bijvoorbeeld Facebook. Van Brummelen: ‘Aanvankelijk was men bang dat familie, als ze online op de hoogte konden blijven, fysiek zouden wegblijven. Het tegendeel blijkt waar.” Verzorging kan posten: morgen bakken we pannenkoeken, wie komt er helpen? Of: dit weekend is er braderie in de buurt. ‘Familie vindt het soms ingewikkeld om langs te komen bij een zeer demente oudere. Als er iets te doen is, is het makkelijker, leuker.’

Het liefst drie kamers

Los van hoe de zorg is georganiseerd is het gebouw en de omgeving heel belangrijk voor het welzijn. Hans Hoogerheide (70) werkte dertig jaar in verzorgings- en verpleeghuizen bij personeelszaken en de facilitaire dienst. Daarna was hij coach en ondersteuner van cliëntenraden. Volgens Hoogerheide zijn de grote verpleeghuizen en seniorenwooncomplexen die aan een ziekenhuis doen denken niet meer van deze tijd. ‘Zo’n opstelling verleidt te zeer tot het organiseren van een lopende band. Geef je mensen een eigen appartementje met een eigen voordeur, dan wordt dat al minder.’ Hoogerheide pleit ervoor om grotere appartementen te bouwen voor ouderen. ‘Ikzelf zou het liefst drie kamers willen. Ik wil namelijk niet in mijn huiskamer slapen en een logeerkamer vind ik ook essentieel. Zodat kinderen kunnen blijven slapen.’ Het voordeel van zo’n huisvesting is dat je die - in de toekomst - eventueel ook aan andere doelgroepen dan ouderen zou kunnen slijten. Voorheen lagen instellingen voor senioren vaak buiten de stad of het dorp, in de natuur. Hoogerheide: ‘Het isoleren van groepen ouderen: dat blijkt niet goed te werken. Veel mensen vinden het fijn om zo lang mogelijk tussen alle mogelijke leeftijden te wonen en naar een normale winkel te gaan. Het is bovendien handig om voorzieningen in de buurt te hebben: niet alleen de apotheek en huisarts, maar ook de restaurantjes en het buurthuis.




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
004_BW_RADAR6.jpg
Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.