RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Wilma van Hoeflaken | Fotografie: iStockphoto

iStock_74074303_LARGE.jpg

Studiekosten

Dat twintigers lenen om een huis te kopen en een grote hypotheekschuld hebben, vindt iedereen gewoon. Maar de meeste ouders doen huiverig over volwassen kinderen die lenen om hun studie te betalen. Het alternatief is vroeg beginnen met geld opzij zetten of beleggen voor je aanstormende student. Waarmee moet je rekening houden?

Veel ouders vinden het een vervelend idee dat hun kinderen moeten lenen voor een studie. Dan hebben ze al heel jong een grote schuld, verzuchten ze. Dat is waar. Het is een gedachte waar we misschien nog aan moeten wennen, maar lenen voor je studie is echt niet zo vreemd. Studenten maakten altijd al gebruik van de mogelijkheid om tegen een heel lage rente bij te lenen bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de rijksorganisatie die studentenfinanciën regelt. Het grote verschil is dat de noodzaak nu veel groter is. De basisbeurs is afgeschaft. Daardoor zijn steeds meer studenten genoodzaakt om te lenen en is het geleende bedrag veel hoger. ‘Lenen is niet erg’, zegt Annemarie Koop van het Nibud. ‘Als je maar zorgt dat je niet meer leent dan noodzakelijk is. Wel voor je studie, niet voor je vakantie. En wijs je kinderen erop dat lenen geld kost.’

 

Sparen of beleggen?

Niemand weet hoe de studiefinanciering er in de toekomst uitziet of hoe hoog het collegegeld is. Je kunt nu niet weten hoeveel geld er straks nodig is om je kind te laten studeren. Stel dat het collegegeld net als nu een kleine € 2000 per jaar is. Een studie duurt een jaar of vier, dus dat is € 8000. De basisbeurs voor uitwonende studenten bedroeg zo’n € 250 per maand. Stel dat je dat bedrag aan je kind wilt geven. Om dat vier jaar lang elke maand te kunnen volhouden, heb je € 12.000 euro nodig. In totaal heb je dus € 20.000 nodig. Als je begint met sparen bij de geboorte van je kind, heb je 18 jaar de tijd. Hoe pak je dat aan? Volgens Annemarie Koop moet je je eerst afvragen wat je het belangrijkst vindt. Wil je de zekerheid dat je over 18 jaar een bepaald bedrag hebt? Of wil je dat je geld zoveel mogelijk rendeert? Als je de zekerheid wilt dat je over 18 jaar € 20.000 hebt, kun je berekenen hoeveel geld je elke maand moet inleggen. Bij 1% rente is dat € 85 per maand. Je zou ook nu al – als je dat geld hebt – € 14.004 achttien jaar vast kunnen zetten op een depositorekening. Dan krijg je 2% rente en heb je straks ook € 20.000. Dat is een veilige oplossing. Maar of het wijs is? Als de rente de komende 18 jaar gaat stijgen, profiteer je niet mee. Bovendien staat het geld vast. Met een spaarrekening ben je flexibeler. Met een looptijd van 18 jaar kun je ook beleggen. Bij een rendement van 4% moet je elke maand € 68 inleggen om straks € 20.000 te hebben. Het nadeel van beleggen is dat je meer risico loopt. Het kan zomaar gebeuren dat je aan het einde van de rit nog lang geen € 20.000 bij elkaar hebt.

 

Bijbaantjes en aanvullende beurzen

Nu is € 20.000 weliswaar een mooi bedrag, maar studeren kost veel meer. Niet als je kind thuis blijft wonen, maar wel als hij op kamers gaat. Vaak is die keuze er niet, omdat de hogeschool of universiteit een eind uit de buurt ligt. Volgens het Nibud hebben uitwonende studenten elke maand € 1.300 nodig, inclusief collegegeld. Per jaar kom je dan uit op € 15.600. Als je dat wilt betalen voor je kind, moet je voor vier studiejaren ruim € 62.000 opzij zetten. Of – als je € 20.000 hebt gespaard – elke maand nog een extra toelage van ruim € 875 aan je kind geven. Nu hebben de meeste studenten gelukkig een bijbaantje, waarmee ze volgens DUO per maand gemiddeld tussen de € 230 en € 530 verdienen. Ook bestaat de kans dat je kind recht heeft op een aanvullende beurs, want die bestaat nog wel. Studenten kunnen maandelijks € 380 krijgen. Het exacte bedrag hangt af van het inkomen van de ouders en van de aanwezigheid van studerende broers en zussen. Volgens het Nibud heeft ongeveer een kwart van de studenten een aanvullende beurs. Wanneer krijg je die? Er is geen harde inkomensgrens, stelt DUO. Maar als er geen andere kinderen in het gezin zijn, heeft bij een inkomen boven de € 46.000 per jaar het geen zin om een aanvullende beurs aan te vragen voor studenten in het hoger onderwijs. Voor MBO ligt de grens op € 51.000. 

 

Toch maar lenen?

In de meeste situaties is lenen onvermijdelijk. Een student die op kamers woont, redt het niet met een toelage van een paar honderd euro per maand plus een bijbaantje naast de studie. Hoe erg is het om je kind op te zadelen met een studieschuld? ‘Het is juist mooi dat je kind kan studeren en daarmee hopelijk een mooie carrière tegemoet gaat’, vindt Annemarie Koop. Ze wijst erop dat de leenvoorwaarden gunstig zijn. ‘Studenten gaan pas aflossen als ze afgestudeerd zijn en een inkomen hebben, en de aflossing mag 35 jaar duren.’ De rente bij DUO is momenteel 0,01%. Dat is zelfs nog lager dan de rente die je krijgt op een spaarrekening. Voor sommige ouders is dat een reden om hun kind te laten lenen. Het idee is dat ze hun kind nu niet of nauwelijks sponsoren, maar hem straks financieel steunen bij het aflossen van de studieschuld. Annemarie Koop wijst erop dat de rente op de lening bij DUO elke vijf jaar na het afstuderen wordt aangepast. ‘Die rente verandert dus steeds. Veel mensen weten dat niet. Ga er niet klakkeloos vanuit dat lenen net zo goedkoop blijft als nu.’ Bovendien heeft een studielening invloed op het bedrag dat je maximaal kunt lenen als je een huis wilt kopen. Hypotheekverstrekkers hebben met elkaar afgesproken dat 0,75% van de totale studieschuld als maandelijkse financiële verplichting kan worden gezien. Dit wordt verrekend met hoeveel je maximaal aan hypotheek kunt krijgen. In het nieuwe leenstelsel wordt er 0,45% van de totale studieschuld meegenomen als financiële last per maand, omdat je in het nieuwe stelsel 35 jaar de tijd hebt om je studieschuld af te lossen. Dat kan zomaar tienduizenden euro’s schelen op de hypotheek op je huis. Volgens de Rabobank betekent een studieschuld van € 20.000 dat je ongeveer € 17.000 minder hypotheek krijgt. ‘Een studieschuld is niet geregistreerd bij het BKR (Bureau Krediet Registratie), maar de hypotheekverstrekker vraagt er wel naar’, zegt Annemarie Koop. ‘Door de aflossing van de studieschuld blijft er elke maand minder geld over voor bijvoorbeeld hypotheeklasten.’

 

Conclusie

Al is het leenstelsel sociaal en aantrekkelijk, en is er niets mis met een studielening, het advies blijft: leen niet meer dan nodig is. Daarmee houd je je maandlasten laag, ben je minder kwetsbaar als de rente op je lening stijgt en voorkom je dat je nèt niet die hypotheek kunt krijgen die je nodig hebt om je ideale huis te kopen. +




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
004_BW_RADAR6.jpg
Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.