RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Femke van der Laan | Fotografie: Linelle Deunk

gedupeerd.jpg

Niemand waarschuwde me voor de bijwerkingen van Seroxat

Als het leven even niet meer lukt en uitrusten niet helpt, besluit Hieltjen Veldmaat aan de antidepressiva te gaan. Voor ze het weet staat ze tot twee keer toe op het punt een einde aan haar leven te maken. ‘Ik reed op de snelweg en ik wilde ergens tegenaan rijden. Zomaar opeens.’

‘Ik viel letterlijk om. Als ik iets onder uit de kast wilde pakken, als ik op wilde staan uit bed: hup, daar lag ik weer. Ik was op. Ik ben er nog even tussenuit gegaan, op vakantie om uit te rusten, zo was het plan. Maar er was geen houden meer aan, het ging niet meer. En toen kreeg ik Seroxat voorgeschreven.’ Hieltjen Veldmaat, 73 jaar, is glaskunstenaar. Het ging op een gegeven moment niet goed met haar. Een opeenstapeling van gebeurtenissen was daar de oorzaak van. Ze vertelt: ‘Terugkijkend is het met de brand begonnen. Net een maand daarvoor had mijn man ontslag genomen om voor zichzelf te beginnen. Hij wilde een eigen blad gaan uitgeven, Bouwmaterieel Benelux. Ik was consultant beeldende vorming, ik bezocht scholen om docenten uit te leggen hoe belangrijk het is dat kinderen op een creatieve manier leren denken. Die ochtend had ik vrij en lag ik nog in bed. Mijn man was de deur uit, maar hij had voor mij nog even de verwarming wat hoger gezet. Toen hij weg was vloog onze nieuwe verwarmingsketel in de fik.’ Niet dat Hieltjen dat meteen doorhad: ze werd wakker van lawaai, maar ze dacht dat het de buurman was, een boer die op het land werkte. ‘Ik probeerde het te negeren en verder te slapen, maar dat lukte niet. Dus ging ik er maar uit. In het kantoor van mijn man woedde de brand toen al flink.’ Zo flink dat de telefoon het niet meer deed. De buren belden de brandweer. Maar die kwam te laat. Er zat veel hout in het huis, dus het ging razendsnel.

 

Na de brand

Van het ene op het andere moment waren Hieltjen en haar man dakloos. ‘We waren alles kwijt. Dat is gek hoor, als je opeens niets meer hebt.’ Ze logeerden een poosje bij vrienden en niet lang daarna regelden ze een directiekeet. ‘Daar hebben we twee jaar in gebivakkeerd terwijl ons nieuwe huis werd gebouwd. We zaten nog maar net in die keet toen mijn man werd doorgestuurd naar de kaakchirurg. Hij had een ontsteking in zijn kaak en de tandarts wilde er zelf niet aan beginnen.’ In het ziekenhuis bleek dat het niet om een ontsteking ging, de man van Hieltjen had kanker. Hij werd al snel na het stellen van de diagnose geopereerd. ‘Ik zie hem nog liggen’, zegt Hieltjen, ‘in een ziekenhuisbed met acht verschillende infusen in zijn lichaam. En weet je wat hij deed? Hij schreef het eerste nummer van zijn blad. Wat een wilskracht.’ In totaal zou de man van Hieltjen 21 nummers van Bouwmaterieel Benelux uitbrengen. ‘En hoewel de prognose duidelijk was – hij was niet te genezen – bleven we hopen op een wonder. Dat hield mij al die tijd op de been.’ Twee jaar na de diagnose overlijdt de man van Hieltjen.

 

Zeven jaar teren op wilskracht

Daar zat ze dan, alleen, met een huis in aanbouw en een blad dat nog in de rode cijfers zat. Hieltjen: ‘Het was een klus die ik moest zien te klaren. Dat moest gewoon. Mijn man is op een zaterdag gecremeerd. Die maandag zat ik op zijn kantoor en ging ik aan de slag.’ Hieltjen wist met de hulp van vrienden het tijdschrift na drie jaar uit de rode cijfers te krijgen. Tegen die tijd woonde ze ook in het nieuwe huis.
Ook dat was wilskracht. Wilskracht waar ze daarna nog zeven jaar op teerde: ‘Daarna heb ik het blad verkocht. En ben ik ingestort.’ Hoewel Hieltjen om de haverklap – letterlijk – omviel, dacht ze nog dat het een kwestie van goed uitrusten was. Ze besloot naar Engeland te gaan, waar ze verschillende mensen kent. ‘Even helemaal niets hoeven, met een bevriende veearts de koeien langs, daar zou ik wel van opknappen’, herinnert Hieltjen zich. ‘Maar ik at een van de eerste avonden bij vrienden en daar was een arts op bezoek, die meteen doorhad dat het niet goed met me ging. Hij vroeg me de volgende dag langs te komen in zijn praktijk.’ Hieltjen ging en de man stelde voor haar Prozac voor te schrijven. ‘En dit is niet te geloven, maar ik weigerde: toevallig had ik kort daarvoor een artikel gelezen over Prozac. Mensen in Amerika bleken na het slikken ervan zelfmoordpogingen te hebben gedaan. Het leek me maar troep, die pillen.’ Wel besefte Hieltjen dat er iets moest gebeuren. Ze brak haar reis af en terug in Nederland ging ze rechtstreeks naar haar huisarts. Hij stuurde haar door naar een psychiater en van haar kreeg ze een ander middel voorgeschreven: Seroxat. Hieltjen: ‘Daar had ik niets over gelezen, dus dat leek me wel veilig.’

 

Ik dacht niks, ik wilde  gewoon het raam uit

Opknappen deed Hieltjen niet van de pillen. Ze voelde zich wel anders. Of beter gezegd, ze voelde niet zoveel meer. ‘Geen pieken en geen dalen. Het was vlak. Ik leefde eigenlijk niet.’ En een paar maanden na het starten van de medicijnen kwam het moment dat het voor Hieltjen niet meer hoefde: ze wilde liever dood. Maar ook dat beleefde ze gelaten en vlak. ‘Ik reed op de snelweg en ik wilde ergens tegenaan rijden. Zomaar opeens. De vangrail bijvoorbeeld. Het klinkt misschien raar, maar ik had daar verder geen heftige emoties bij.’ Net op dat moment belde een van haar twee zonen haar op. Om over ditjes en datjes te praten. Dat bracht Hieltjen weer bij haar positieven. De vangrail liet ze voor wat-ie was, maar er gingen geen alarmbellen bij haar rinkelen over het feit dat ze op het punt had gestaan een einde te maken aan haar leven. ‘Nee, ook daar reageerde ik vanbinnen met een soort van schouderophalen op. Ik schrok pas toen het voor de tweede keer gebeurde. Samen met een vriendin was ik niet lang na mijn ritje op de snelweg op vakantie op Kreta. We hadden daar een appartementje gehuurd. Op vier of vijf hoog, dat weet ik niet meer precies.’ Haar vriendin vroeg op een nacht aan Hieltjen waar ze mee bezig was. Ze stond op dat moment bij het raam. Om te springen. Hieltjen: ‘Ik was uit bed gestapt en wilde het raam uit. Ik dacht er niet bij na. Ik dacht helemaal niets. Ik wilde gewoon dat raam uit.’

 

alles beter dan helemaal geen emoties

Kreta werd een ommekeer: de schrik zat er goed in. Hieltjen realiseerde zich dat dit verre van normaal was. En dat het weleens door de Seroxat zou kunnen komen. Hieltjen: ‘Mijn psychiater zei tegen me dat dit me geen derde keer zou overkomen. Dat ik het nu zou herkennen. Mezelf zou kunnen tegenhouden. Maar garanties daarop kon ze me niet geven. Ik ben toen de medicijnen gaan afbouwen.’ Binnen een maand was Hieltjen van de pillen af. De zelfmoordneigingen kwamen niet terug. Haar pieken en dalen wel. ‘En in het begin alleen mijn dalen. Ik viel in een groot zwart gat. Maar dat was beter dan dat emotieloze van de maanden daar­­voor, dat voelde nog afschuwelijker.’ Hieltjen voert gesprekken met haar psychiater en beetje bij beetje krabbelt ze op. ‘Ik leerde in die periode mijzelf kennen. Dat zelfinzicht heeft mij enorm geholpen. Ik snap nu wat mijn beperkingen zijn. Als je dat weet, als je snapt waar de hiaten in jezelf zitten, dan weet je ook wat je nodig hebt. Dat zorgt ervoor dat het nu nog steeds goed met me gaat.’ Dood wil Hieltjen niet meer. Ze geniet weer: van haar twee zonen, haar vijf kleinkinderen, haar kunst. ‘En hoewel met het ouder worden ook wat gebreken komen, laat ik me niet gek maken. En ik laat me zeker niet gek maken door pillen: die slik ik nooit meer.’ +




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
004_BW_RADAR6.jpg
Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.