Radar+ Online

Word Abonnee

Tekst: Jose Rozenbroek | Fotografie: iStockphoto, Tim White (portret)

iStock_18133285_LARGE.jpg

Hoeveel paar schoenen heb je nodig?

James Wallman is geen minimalist of een anti-kapitalist. Hij is er alleen van overtuigd dat wanneer je stopt met zinloze spullen kopen, je een gelukkiger mens wordt. James steekt zijn geld alleen nog maar in belevenissen. Ontmoeting met een experiëntalist. 

James Wallman draagt een beige katoenen broek, een grijzig shirt dat rafelt bij de boord en een paar vrolijk gekleurde sneakers. Hij is mager, rossig en goedgehumeurd. We treffen elkaar in een chique kamer van een duur Amsterdams hotel, waar de thee door een deftige ober wordt ingeschonken nadat ie met behulp van een zandloper precies lang genoeg is getrokken.  Wallman is een Britse journalist en trendwatcher. Hij woont in Londen, schrijft voor verschillende Amerikaanse en Engelse kranten en adviseert bedrijven als BMW, Burberry en Nike. Zijn boek Stuffocation, living more with less is in het Nederlands vertaald als: Ont­spullen. In zijn boek pleit hij ervoor om onze kapitalistische economie om te buigen naar een economie waarin we minder jagen op bezit en spullen, maar waar we ons geld liever uitgeven aan ervaringen: hij noemt dat experiëntalisme. Daar wordt een mens gelukkiger van, daarvan is Wallman van overtuigd.

 

Hoeveel paar schoenen bezit jij?

‘Ik heb twee paar schoenen: een paar sneakers en een paar nette schoenen. En o ja, ik heb ook nog een paar schoenen waarmee ik in de tuin werk en een paar slippers. Daarnaast heb ik skischoenen, voetbalschoenen en bergschoenen. Maar die schoenen heb ik nodig om leuke dingen mee te doen; wintersporten, voetballen en wandelen.’

 

Ben je een anti-materialist?

‘Zo zou ik mezelf niet snel omschrijven. Er was een tijd dat ik heel veel loafers en gympen kocht. Ik had stapels broeken en shirts, en ik kocht heel veel boeken. Op een gegeven moment ben ik me gaan afvragen hoe het komt dat we zo graag spullen kopen en wat die spullen met ons doen. Maken ze ons gelukkiger? Ik ben me toen gaan verdiepen in het kapitalisme, het materialisme en consumentisme, puur uit wetenschappelijke interesse. Dat werd quite a journey. Ik besloot mijn leven over een andere boeg te gooien en er een boek over te schrijven. Ik ben grootgebracht in een heel welvarende tijd. Als ik zes paar schoenen wilde kopen, dan kon ik dat. Maar waarom zou je eigenlijk? Waarvoor heeft een mens  tien paar schoenen nodig?’ In zijn kraakheldere boek beschrijft Wallman hoe in de westerse wereld schaarste heerste tot aan de industriële revolutie. We hadden net genoeg voedsel om in leven te blijven; kleren en meubels gingen generaties lang mee en werden eindeloos hersteld en gerepareerd, totdat ze tot op de draad versleten waren. Dat veranderde in de negentiende eeuw toen met behulp van machines meer spullen geproduceerd konden worden en het land makkelijker kon worden bewerkt. Aan het begin van de twintigste eeuw dreigde zelfs overproductie; daarom moesten mensen ertoe worden verleid méér te consumeren. De gedachte erachter was simpel: als mensen meer spullen kochten, zouden er meer spullen gemaakt worden, zouden er meer banen ontstaan en konden er hogere lonen worden betaald. Waardoor mensen meer geld zouden hebben, meer spullen konden kopen, meer werkgelegenheid zou ontstaan, we rijker zouden worden…  Het leek een cyclus waar iedereen baat bij zou hebben. Daarmee werd het kapitalisme verankerd in de westerse maatschappij. Reclamemensen bedachten dat er niet langer duurzame producten gemaakt moesten worden maar vooral spullen die maar kort zouden meegaan, zodat mensen zouden blijven kopen. Daarmee werden het materialisme en de wegwerpcultuur geboren. Via reclames moesten mensen geïndoctrineerd worden dat ze al die spullen ook nodig hadden. Mensen moesten tot consumenten worden gevormd.

 

7 Stappen om experientalist te worden:

1. Ken je spullen 

Ga bij jezelf na:

- Hoe vaak gebruik ik mijn bezittingen?

- Hoeveel spullen heb ik werkelijk nodig?

- Maken mijn spullen me blij, of geven ze me gedoe, schulden, schuldgevoel, stress of deprimerende gevoelens? Kan ik ontspullen?

 

2. Zoek je ladder

Vraag jezelf af of je werk doet dat je werkelijk plezier verschaft. Sta je halverwege de ladder waarop je werkelijk wilt staan? Of bovenop een ladder waarop je eigenlijk niet wilt staan? Experiëntalisten willen geen werk doen dat ze oninteressant of onplezierig vinden.

 

3. Leef in het ‘nu’

Als je voor belevingen kiest, doe dat niet alleen om ze af te kunnen vinken op je bucketlist, maar gooi jezelf er helemaal in. Kom in de flow, zoals psychologen dat noemen. Wees zo gefocust op wat je meemaakt, dat je verleden, toekomst, alledaagse beslommeringen vergeet. Je leven wordt daardoor intenser en meer de moeite waard.

 

4. Wees je eigen publiek

Doe de dingen die je wilt doen voor jezelf en voor het plezier en de intensiteit die je eraan beleeft. Doe het niet om indruk te maken op anderen (op Facebook bijvoorbeeld) of voor een bepaalde beloning achteraf. Natuurlijk mag je ervaringen delen met anderen, maar indruk maken op die ander moet niet de drijfveer zijn. Als je motivatie intrinsiek is, dus van binnenuit komt, is de kans groot dat je er gelukkig van wordt. 

 

5. Zet mensen op de eerste plaats

Mensen zijn sociale dieren. We willen bij andere mensen horen, we houden van sociaal contact in alle soorten en maten. Experiëntalisten proberen zoveel mogelijk tijd met partners, kinderen, familie, vrienden door te brengen. Ze zetten mensen op de eerste plaats; die maken hun leven pas echt zinvol.

 

6. Besteed goed en voel je goed

Geef je geld niet langer uit aan zinloze spullen of aan spullen die je niet nodig hebt of die je alleen maar koopt om status mee uit te drukken. Koop vooral zaken waarmee je iets gaat doen; een fiets, een laptop, een gitaar.

 

7. Kies voor het leven, kies voor beleving

Status, zingeving, identiteit zijn niet zozeer te vinden in spullen, als wel in avonturen en activiteiten waar we plezier aan beleven, die ons verrijken en die we ons later nog zullen herinneren.

 

Wallman: ‘Het werkte: op dit moment bezit bijna iedereen in de westerse wereld nuttige zaken als een auto, een stofzuiger en een wasmachine, en daarnaast nog tientallen andere machines die we zelden gebruiken; we hebben allemaal kasten vol kleren die we voor 80% niet dragen, een huis vol spullen en een garage volgestouwd met afgedankte rotzooi. Ik zeg niet dat sommige spullen niet bijdragen aan je welvaartsniveau, maar op een gegeven moment kunnen nog meer spullen je geluksgevoel niet nog meer vergroten.’ 

 

Ben je dan een anti-kapitalist?

‘Kapitalisme heeft veel problemen opgelost; het heeft armoede, honger en schaarsheid in de westerse wereld vrijwel geheel uitgebannen. Maar ik vind dat we zijn doorgeslagen. Gedurende mijn research werd ik steeds enthousiaster over een andere manier van leven. Een van de belangrijkste redenen om het roer om te gooien is dat we de planeet uitputten. Daarnaast: in de meeste kapitalistische landen zijn ook veel mensen uitgeput. Ze kampen met burn-outs of met depressies. Blijkbaar word je van veel spullen niet echt gelukkiger. Ook uit onderzoek blijkt dat er een duidelijke correlatie is tussen stress en spanning en te veel spullen. Rommel en overvolle huizen geven vooral vrouwen veel stress. Hun stresshormoonspiegel schiet ervan omhoog, ze hebben meer kans op hart en vaatziekten. Waarom zouden we onszelf dat aandoen? Waarom maken we van de aarde niet een gelukkiger plek? Dat klinkt toch logisch? Ik heb zoveel mensen gesproken die anders zijn gaan leven en die zeggen: het leeft luchtiger wanneer je weinig bezittingen hebt. Je hoeft minder hard te werken om al die spullen te kunnen vergaren. Al die spullen kopen, schoonhouden en verzorgen kost ook veel tijd. Je houdt dus meer vrije tijd over. Hoe waardevol is dat wel niet?’

 

Wat vindt je vrouw ervan?

‘Mijn vrouw houdt meer van kleren dan ik; zij koopt elke maand de Vogue. Ze koop ook meer spullen dan ik. Zo heeft ze onlangs nog prachtige nieuwe gympen gekocht. Nee, dat vind ik niet erg, we hebben allemaal weleens een uitspatting nodig. Ze zorgt er ook voor dat ik niet doordraaf. Begrijp me goed: ik ben geen minimalist; het gaat me er niet om dat je bijna geen bezit mag hebben. Maar ik heb een boodschap die ik de hele wereld wil vertellen: als je stopt met zinloze spullen verzamelen word je een gelukkiger mens. Zo simpel is dat. Je hoeft minder hard te werken, je houdt meer vrije tijd over om leuke dingen te doen. En de wereld wordt er ook nog eens schoner van. In Amerika is 99% van de spullen die geproduceerd worden binnen een half jaar tot afval verworden. We produceren dus vooral afval. Dat is toch verschrikkelijk!’

 

Van jou moeten we in plaats van rotzooi ervaringen verzamelen. 

‘Ja, mijn mantra luidt: Memory lives longer than things. Herinneringen leven langer dan spullen. We moeten van consument experiëntalisten worden. Experiëntalisten zijn levenskunstenaars: zij geven hun geld niet uit aan spullen, maar aan ervaringen en activiteiten die hun leven zinvoller, mooier en leuker maken. Ze gaan naar concerten, eten in lekkere restaurants, brengen meer tijd door met hun kinderen, geliefden, familie en vrienden, wandelen door de natuur, reizen naar verre landen; zij verzamelen ervaringen en herinneringen. Bovendien zorgt die manier van leven voor een gevoel van verbondenheid met anderen: hoeveel leuker is het niet om met iemand te praten die gekayakt heeft in Noorwegen, dan met iemand die een nieuwe BMW heeft gekocht? Als je je focus, je tijd, je geld, je energie besteedt aan tennissen, barbecueën, dansen of fietsen, dan brengt je dat in contact met andere mensen. Je hebt eerder het gevoel dat je tot een grotere groep hoort. Dat maakt ons gelukkiger, want uiteindelijk zijn wij mensen social animals.’ +




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.