RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Lara Aerts | Fotografie: Wout-Jan Balhuizen, Getty Images

_MG_8571.jpg

We gaan buiten wonen

De woninggekte van voor de crisis is terug. In de grote steden stijgen de prijzen ongekend. Daarom trekken steeds meer jonge gezinnen naar buiten op zoek naar betaalbare ruimte en rust. En, vroegen wij ons af, bevalt dat?

Hun huis midden in het centrum van Amsterdam paste Annemiek Verbeek (38), Maarten Vording (40) en de meiden als een jas. Mits er geen kilo bij kwam. Maar die kwam er wel, keer drieënhalf ongeveer, in de vorm van baby Emma, het zusje van Roos (9) en Isabel (7) die al samen op een kamer sliepen. Op zoek dus naar een grotere woning, liefst met ‘een buiten’. Annemiek en Maarten zijn geboren en getogen Amsterdammers, geen sprake van dat ze de stad zouden verlaten. Maar al snel bleek dat ze, zelfs met hun dubbele inkomen (Annemiek is journalist en Maarten psycholoog) in Amsterdam voor hun budget van rond de €300.000 absoluut geen woning konden kopen groter dan die van 80 vierkante meter die ze al hadden. En al helemaal niet in een leuke buurt met goede voorzieningen en scholen. Annemiek: ‘Voor middeninkomens is in Amsterdam de laatste jaren weinig te kiezen. De woninggekte van voor de crisis is weer helemaal terug.’

 

De huizenverkoop is weer op stoom

In het tweede kwartaal van 2016 werd bijna 15 -procent meer woningen verkocht dan een jaar geleden. Dat komt door de extreem lage hypotheekrente van de laatste jaren, aldus Roeland Kimman van de -Nederlandse Vereniging voor Makelaars. ‘Je kunt nu een vaste rente van onder de 3 procent krijgen voor een looptijd van twintig jaar. Het voordeel van die lage rente was onder andere dat de in de crisis vastgelopen huizenverkoop weer op gang kwam.’ De gemiddelde verkoopprijs is het afgelopen jaar met 5,6 procent gestegen, en -hoewel nog altijd
7 procent lager dan bij de start van de crisis, vergeleken met het dieptepunt in 2013 liggen de -verkoopprijzen nu 14 procent hoger. Bijna 13 procent van de woningen wordt boven de vraagprijs verkocht. In Amsterdam stijgen de prijzen het hardst: gemiddeld 16 procent ten opzichte van een jaar geleden. 

 

Vijf slaapkamers en een tuintje

Annemiek en Maarten waagden wat kooppogingen in het aangrenzende Haarlem. Maar ook daar liepen ze tegen forse prijzen aan. Annemiek: ‘We werden met €40.000 en zelfs €50.000 overboden.’ Na Haarlem viel de blik van Annemiek en Maarten op Castricum. Dat dorp kenden ze van de camping waar ze een vaste -seizoensplek hadden. Annemiek: ‘We kregen hier zoveel meer vierkante meter voor zoveel minder geld! Dit was de plek waar we verder wilden zoeken.’ 

Dat zoeken namen Annemiek en Maarten zeer
serieus. ‘Als puber woonde ik korte tijd in een rotdorp vlak buiten Amsterdam. Ik wilde zeker weten dat ik in een leuke gemeenschap terechtkwam.’
Annemiek kende mensen die al in Castricum wonen, zij werden uitvoerig ondervraagd. Ze gingen kijken bij diverse scholen, proefden de sfeer. Tijdens het veldwerk bleek dat Castricum nogal wat bonuspunten opstreek: de samenstelling van de inwoners is niet al te homogeen en wegens een aantal psychiatrische ziekenhuizen in de buurt, gewend aan buiten de lijntjes kleurende mensen. Er zijn genoeg voorzieningen, drie goede middelbare scholen en een lagere school die in de smaak viel. Nog voor een makelaar werd geraadpleegd, liepen de meiden een dag mee op school. Dat ging goed! En toen viel Annemieks oog op een leuk huis. Niet belachelijk groot, 115 vierkante meter, maar wel met vijf slaapkamers. En een tuintje waar een trampoline in past. In een rustige buurt waar Roos en Isabel nu de hele dag hutten bouwen en vissen. Annemiek: ‘We wonen hier nu acht maanden. We hebben nog geen seconde spijt gehad. Ik fiets in vijftien minuten naar het strand. Ik koop eitjes bij de buurman voor €1,30 per tien stuks. Het voelt alsof ik op vakantie woon.’

 

 

Steeds verder de randstad uit

Nu is het gezin Verbeek-Vording niet het enige stadsgezin dat vrije-uitloopeieren voor zijn geld kiest. Steeds meer stedelingen kopen een buitenstulpje met stadse centen. In 2014 en 2015 verlieten meer gezinnen met jonge kinderen de vier grote steden dan in de vijf jaren daarvoor. En ook in de rest van Nederland verhuizen gezinnen de laatste jaren weer veelvuldiger. Kimman van de NVM: ‘Het is van alle tijden dat jonge gezinnen de stad uittrekken. Maar tijdens een economische crisis stagneert zo’n beweging: huizen staan onder water of mensen raken werkloos. Dan is een verhuizing geen optie. Nu de woningmarkt weer aantrekt, maken gezinnen een inhaalslag.’ Gevolg van al die verhuisbewegingen is dat de woningprijzen in de randgemeenten ook stijgen, dus gezinnen in de groei die daar uit hun huis barsten, zijn op hun beurt aangewezen op aanpalende gebieden, of gaan écht de Randstad uit. 

 

Drentenaren geven prima feestjes

Anne-Krista Blom (46, onderwijsvernieuwer) vertrok jaren geleden met haar man Peter Weijler (46, ICT-specialist) van Rotterdam naar de randgemeente Bleiswijk waar ze in een dijkhuis woonden. Dat wisselden ze afgelopen zomer in voor een oude boerderij in Drenthe. Anne-Krista: ‘We woonden heerlijk in Bleiswijk. Maar onze tweeling werd groter, en Peter wilde graag wat meer ruimte.’ Er werd gepast, gemeten en gerekend wat een verbouwing zou uithalen. Op een goed moment moest Peter regelmatig door Drenthe reizen voor zijn werk. Ze zaten nog midden in die verbouwpuzzel, toen Peter op een dag zei: “We kunnen natuurlijk ook écht buiten gaan wonen.” Het gezin – waarvan de tweeling op dat moment in groep acht zat – sloeg meteen spijkers met koppen, want: ‘We wilden verhuizen in de zomer voor de tweeling naar de middelbare school ging.’ Net als Annemiek en Maarten pleegden ze veldwerk. Anne-Krista: ‘We hadden best wat wensen: een vrijstaand huis, grond eromheen, vier slaapkamers. In de buurt van een middelbare school. Aan het eind van de straat een bos. Niet te ver van een stadje, zodat de pubers straks uit kunnen. We kozen Drenthe, omdat we daar al wat familie en vrienden hadden wonen.’ De kinderen vonden het prima ‘als er maar een voetbalclub is’ en gevieren begonnen ze hun zoektocht: elk weekend trokken ze eropuit om een stukje van de provincie te verkennen. Anne-Krista: ‘We hebben menig pannenkoekenhuis vanbinnen gezien, maakten er praatjes. Drentenaren staan bekend als stug, en ik wilde ontdekken of ik me er welkom voelde. Het vooroordeel bleek onterecht. We wonen hier nog maar net, en we -hebben nu al gemerkt dat Drentenaren prima feestjes -kunnen organiseren. De kinderen hebben aansluiting, zijn net begonnen met de middelbare school. So far, so good!

 

Ook in Groningen trekt de markt aan

Tijdens hun onderzoek ontdekten Anne-Krista en Peter hoe de Drentse woningmarkt in elkaar zat. Anne-Krista: ‘Ik had eigenlijk een te rooskleurig beeld van de prijzen, ik dacht dat alles hier spotgoedkoop zou zijn. Dat is het beeld dat mensen in de Randstad van Drenthe hebben. Maar dat is lang niet overal zo. Het is betaalbaar, maar niet goedkoop.’ Inderdaad, ook in Drenthe en Groningen trekt de woningmarkt aan. Ten opzichte van een jaar geleden nam de verkoop in het derde kwartaal van 2016 met rond de 20 procent toe. Toch is er, met uitzondering van Noord-Drenthe en de stad Groningen, nog altijd sprake van een kopersmarkt – de koper heeft dus een betere onderhandelingspositie dan de verkoper.

Anne-Krista kwam erachter dat in Drenthe grote prijsverschillen zijn tussen de gebieden, die onder andere historisch bepaald zijn. ‘Je kunt er op het veen wonen of op het zand. Op het veen woonden vroeger de arbeiders die veen staken, en op het hoger gelegen zand de notabelen. Die tweedeling merk je nu nog: op het zand wonen is duurder dan op het veen. En wil je vrij uitzicht, een vrijstaand huis, rust maar wel faciliteiten en een school in de buurt, dan loopt de prijs op.’ Het werd een boerderij uit 1860, met een oude schuur eraan die op termijn bij het huis getrokken kan worden. En 2500 meter grond. De opbrengst van het dijkhuisje in Bleiswijk was niet genoeg, er moest nog wat bij. Maar zo mooi wonen als nu, zou rond Rotterdam onbetaalbaar zijn.

 

Het sociale vangnet van een dorp

Mooi, rustig en toch betaalbaar wonen, dat is ook de reden dat Claire van den Donk (42, kunsthistorica) vijf jaar geleden met haar man en haar twee kinderen (van toen drie jaar en drie maanden) van Amsterdam naar Bussum verhuisden. Anders dan Annemiek en Anne-Krista, moest Claire flink wennen aan de rust. Ze verhuisden midden in de crisis; gelukkig huurden ze in Amsterdam, dus hadden ze geen last van een moeilijk verkoopbaar huis. Het was een startersappartement op tweehoog: ‘De wieg van de jongste stond in de schouw, wij sliepen op een slaapbank in de woonkamer.’ Ze verhuisden naar een huis met een tuintje in een kindvriendelijke straat in Bussum. Voor iedereen een slaapkamer, twee minuten van het station. Toch heeft het vijf jaar geduurd voor Claire er wortel geschoten had. ‘Door de stad te verlaten, ontdekte ik dat ik een stadsmens ben.’ Ongeveer een jaar nadat ze in Bussum kwam wonen, stond er veel te koop, en het duurde lang voordat de huizen van de hand gingen. Dat is nu totaal anders. Nu zouden Claire en haar man waarschijnlijk niet meer in Bussum terecht hebben gekund. ‘Ik fietste laatst langs een huis net als dat van ons, dat nu te koop staat voor een prijs die wij niet hadden kunnen betalen. En ook in de dagopvang van de kinderen wordt het steeds drukker. Je merkt dat het aantal gezinnen met kleine kinderen toeneemt.’ Claire heeft een dubbel gevoel over het wonen in Bussum. Stadse zaken waarvoor het gezin is gevlucht – lawaai, reuring, trams, drukte -; ze mist het allemaal enorm.’De natuur is hier prachtig, de kinderen hebben het heerlijk. En toch had ik heimwee.’ Dat had ze niet voorzien: ‘Mijn man en ik dachten: Bussum is een forenzendorp, we zitten in twintig minuten in de stad. Maar in de praktijk blijkt: je gaat niet drie keer in de week van Bussum naar Amsterdam.’ 

Hun straatje in Bussum is Claires redding geweest. ‘Voor mensen die het Gooi niet kennen: Bussum is heel gemêleerd. In onze straat wonen allemaal verschillende typen mensen door elkaar, eigenlijk net als in Amsterdam.’ Onlangs ondervond Claire de voordelen van een dorp aan den lijve, toen ze tijdens de zwangerschap van haar derde kind bekkeninstabiliteit kreeg. ‘Drie maanden lang kon ik amper lopen. De mensen uit de straat merkten dat ik niet meer buiten verscheen, en als vanzelf ontvouwde zich een sociaal vangnet... Fantastisch! De kinderen werden naar school gebracht en opgehaald. Overdag kwam een buurvrouw op het raam kloppen om te checken of het ging en of ik iets nodig had. Ik was al fan van de straat, maar nu ben ik definitief gehecht.’ +




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
004_BW_RADAR6.jpg
Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.