RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Wilma van Hoeflaken

1thumbnail.png

Lesje economie: Alimentatie

Dat je na een echtscheiding kinderalimentatie moet betalen, snapt iedereen. Maar hoe vanzelfsprekend is alimentatie voor je partner?

 

1promobanner3nummer

Zodra mensen gaan trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan, ontstaat er volgens de wet ‘lotsverbondenheid’. Dit houdt niet op als je gaat scheiden. Dat is de achtergrond van de alimentatieplicht. Stellen die allebei een baan hebben, weigeren steeds vaker alimentatie. Als je allebei ongeveer hetzelfde verdient, is partneralimentatie onzin. Maar vaak is de situatie anders. Zodra stellen kinderen krijgen, blijft de gemiddelde man fulltime werken en de vrouw hoogstens 24 uur. Dat gaat wringen als je uit elkaar gaat. Een van de twee is dan financieel afhankelijk, dus moet er alimentatie betaald worden. Stellen die ongehuwd samenwonen hebben geen alimentatieplicht. Dat leidt tot oneerlijke situaties. Als ze uit elkaar gaan, staat één van de twee met lege handen.


Eerst de kinderen

Tot 1994 was de alimentatieduur levenslang. Voor scheidingen na 1 juli 1994 is de alimentatieduur maximaal twaalf jaar. In de praktijk is het vaak korter. Bijvoorbeeld als het huwelijk minder dan vijf jaar duurde en het stel geen kinderen heeft. Of als partners zelf iets anders hebben afgesproken. Overigens wordt in de praktijk lang niet altijd partneralimentatie betaald. Dat gebeurt slechts in 16 procent van de scheidingen. Kinderalimentatie gaat namelijk voor. Volgens de wet moeten beide ouders naar draagkracht bijdragen in de kosten van hun kinderen. Bij een scheiding – ook als het een samenwonend stel betreft – wordt daarom eerst de kinderalimentatie berekend. Tegenwoordig kiezen steeds meer mensen voor co-ouderschap. Vaak denken ze dat ze dan geen kinderalimentatie hoeven te betalen. Maar als hun inkomens niet hetzelfde zijn, moet dat wel. Het gaat immers om hun draagkracht. Wel wordt er bij de vaststelling van het bedrag rekening mee gehouden dat het kind de helft van de tijd bij de andere ouder is.


Lastig te berekenen

Pas als de kinderalimentatie is berekend, komt de partneralimentatie aan bod. Die wordt, net als de kinderalimentatie, vastgesteld op basis van tremanormen. Deze normen zorgen ervoor dat alle rechters dezelfde berekening aanhouden. De tremanormen zijn heel gedetailleerd; alle belastingvoordelen, aftrekposten en toeslagen worden meegenomen. Dit maakt het voor iemand zonder financiële achtergrond bijna onmogelijk om zelf een berekening te maken. En omdat het specifiek over iemands persoonlijke omstandigheden gaat, is er geen globale indicatie te geven (zie tremanormen.nl). Ook persoonlijke kosten komen aan bod. Bij kinderalimentatie wordt uitgegaan van een fictief bedrag voor woonlasten, bij partneralimentatie tellen de werkelijke woonlasten van de betalende partner mee. Betaal je partneralimentatie, dan is dat fiscaal aftrekbaar; over ontvangen alimentatie moet belasting worden betaald. Ook dit ‘bruto-netto- aspect’ is al verwerkt in de tremanormen.


Behoefte en draagkracht

Het uitgangspunt voor partneralimentatie is de behoefte van de ene partner en de draagkracht van de andere. Hier gaat het vaak mis. Meestal heeft de betalende partner te weinig draagkracht om te voorzien in de behoefte van de andere partner. Daardoor wordt het alimentatiebedrag lager dan het zou moeten zijn. Een ander probleem is dat exen nogal eens weigeren te betalen. Dan kun je het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen inschakelen (lbio.nl).




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
inhoud6.jpg