Radar+ Online

Word Abonnee

Tekst: Rob Stalinga | Illustratie: Laszlito Kovacs

HR_Laszlito_VermogenGroeien.png

Geen winst zonder risico

Wie zijn geld op een spaarrekening parkeert, weet één ding zeker: met de huidige rentetarieven is het kapitaal volgend jaar minder waard dan nu. Dus?

Je zou denken dat we als volk een stuk armer zijn geworden door de economische crisis. Dat is niet zo. Het nationale spaartegoed was nog nooit zo groot als nu. Sinds het uitbreken van de crisis in 2008 zijn de Nederlandse spaarreserves met 30% toegenomen tot het astronomische bedrag van 323 miljard euro. Ook dit jaar groeiden onze spaarcenten met 6% aan, zo leren de laatste cijfers van het CBS. Om de ernst van de crisis in enig perspectief te plaatsen. Ruim 80% van het Nederlandse spaartegoed is vrij opneembaar. Dat biedt vrijheid, maar levert niets op. Anders gezegd, de eigenaren van de 19,5 miljoen vrij opneembare spaarrekeningen zijn een dief van de eigen portemonnee. Zij teren in op hun vermogen. De huidige risicovrije rente is simpelweg te laag om het vermogen gecorrigeerd voor belastingen en inflatie in stand te houden. Wie een ton spaart, levert 1,5% in Laten we even gaan rekenen. Het hoogste vrije opneembare spaartarief bedraagt volgens vergelijkingssite Independer 2,5%. De inflatie schommelt de laatste maanden rond de 2,8%. De fiscus incasseert 1,2% boven € 21.000.

Wie een ton spaart, levert dus 1,5% in.
Bij hogere bedragen is het verlies groter. Gerede kans dat deze situatie de komende jaren niet beter wordt. Specialisten rekenen de komende tijd eerder op lagere dan hogere rentetarieven. Kijk naar Japan en je leert dat een dergelijke situatie vele jaren kan duren. Dat spaargeld veilig op de bank staat en je precies weet waar het met de reserves naartoe gaat, is natuurlijk wel een hele troost. De risicomijdende mens kan gerust zijn. Wie daarentegen enige noodzaak voelt om van zijn bestaande vermogen iets te maken omdat het met het pensioen of de aflossing van het huis droevig is gesteld, zal toch iets moeten bedenken.

Elke transactie kost geld
Wie wil beleggen kan bij elke bank online terecht. Om de drempel zo laag mogelijk te houden, zijn de meeste beleggingspagina's overzichtelijk vormgegeven. Elke transactie kost geld. Veel is het niet maar de kosten kunnen stevig oplopen als er vaak wordt gehandeld. Om de risico's te verkleinen, is het slim om te kiezen voor een beleggingsfonds (actief gemanaged door een mens) of een tracker (volgt passief een van de vele indexen). In zowel een fonds als een tracker zitten zo veel aandelen of obligaties dat een superslecht presterende positie weinig schade aanricht. Voor nader advies kun je bij je bank terecht of als je eigenwijs bent op Morningstar.nl om alle fondsen en trackers met elkaar te vergelijken. Waarbij dan natuurlijk wel geldt: rendementen uit het verleden… etc!

Goede tijden, slechte tijden

Wie in aandelen denkt te gaan, dient een aantal zaken te weten. De aandelenbeurs loopt de economie in de regel een jaar vooruit. Voordat een crisis voorbij is, zijn de aandelenkoersen alweer aangetrokken. En omgekeerd natuurlijk. Ook heeft Mr Market – de Amerikaanse bijnaam voor de beurs – de neiging te overdrijven. De aandelenmarkt lijdt aan een ernstige variant van manischdepressiviteit. Koersen vallen in slechte tijden te diep en stijgen in goede tijden te hoog. Dat vereist een sterke maag. Houd daar rekening mee. Wie elke maand een vast bedrag belegt, heeft van deze excessieve koersuitslagen weinig last. Aandelen worden dan in de loop der tijd tegen een gemiddelde prijs gekocht. Te goedkoop in slechte beurstijden, te duur in goede beurstijden.




4. Aandelen

datum indiening: wo 17 jul 2013, 18:04

Aandelen tenslotte. Levensgevaarlijk als je voor de korte termijn (minder dan 5 jaar) gaat – dat heet speculatie – maar tamelijk lucratief als je veel geduld hebt. Om een idee te geven: wie in 1899 omgerekend € 100 stak in Nederlandse aandelen zag zijn inleg vermeerderd tot maar liefst € 522.000 in 2012. In deze periode van 113 jaar beleefde de beurs een grote depressie, twee enorme wereldoorlogen, vele conflicten en een oliecrisis, de huidige economische ellende niet meegerekend. De risicomijdende spaarder kwam in diezelfde periode tot slechts € 5200, een factor 100 minder. De aandelenwinst is iets minder spectaculair als rekening wordt gehouden met inflatie. De euro van toen is even veel waard als € 25 nu. Het maakt het spaarrendement helemaal lachwekkend. Het rendement op aandelen bedraagt historisch gezien 8%. Obligaties geven gemiddeld 4%.

Volgens beleggingsstrateeg Ronald Doeswijk van Robeco is die 8% op aandelen ook de komende 113 jaar haalbaar. Maar, zo waarschuwt hij: ‘De aandelenmarkt wisselt goede jaren af met slechte. Wie zijn spaargeld snel nodig heeft voor een grote aankoop doet er verstandig aan niet te beleggen. De kans dat rendement in een korte periode tegenvalt is altijd aanwezig.’ Zijn advies: kies voor een lange looptijd en kies voor een goed gespreide portefeuille. Aandelen en kredietwaardige obligaties hebben de neiging tegengesteld te bewegen. Als je van beide soorten de helft neemt, dan vermindert dat de risico's aanzienlijk. Beleggen in aandelen is vooral een optie voor mensen die een pensioen (verder) willen opbouwen of een hypotheek (looptijd 30 jaar) willen aflossen.

Om de risico's te beperken kun je ervoor kiezen om het geld te verdelen over 50% obligaties en 50% aandelen. Dan steek je je geld bijvoorbeeld in een groot aandelenfonds en in een groot obligatiesfonds. Als je het dan echt goed wil doen, dan zorg je er ieder jaar voor dat die 50-50-verhouding wordt hersteld. Hebben aandelen het heel goed gedaan, dan verkoop je die voor een deel en met de opbrengst koop je extra obligaties bij. En omgekeerd.

  

4.aandelenII.jpg
Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.