RADAR+ Online

Word Abonnee

Interview: José Rozenbroek | illustratie: iStockphoto

BN_klimuithetdal.jpg

Klaar met de zwart kijkerij - lesje economie

Tuurlijk hakt de crisis er flink in. Maar we vergeten weleens dat we in een van de rijkste, gezondste en beste landen van de wereld leven. Econoom Frank Kalshoven schreef een optimistisch boek over de bloei van onze economie. Met als extraatje: check je eigen persoonlijke economische groei.

 

W_frank_290-KLEUR

 

Fank Kalshoven

Boeken over economie zijn vaak moeilijk, saai en taai. Geschreven voor economen, beleidsmakers of andere academici die zich bezighouden met het financiële huishoudboekje van Nederland of de wereld. Maar onlangs verscheen Groeiland, helder denken over economische bloei in Nederland. Op de achterflap staat: Het boek over economie waar Nederland een goed humeur van krijgt. Hoe gaat het met jouw persoonlijke economische groei? Het is geschreven door Frank Kalshoven, naar eigen zeggen de meest gelezen economiecolumnist van Nederland. We zitten in de zonnige tuin vol bloeiende bloemen van de econoom, columnist van de Volkskrant en een van de oprichters van De Argumentenfabriek, een bedrijf dat overheidsinstellingen en bedrijven helpt bij het nadenken over complexe vragen. Kalshoven ziet er niet uit als een doorsnee econoom, in zijn trui en spijkerbroek en met een kop vol warrig grijs haar. 

Waarom heb je dit boek geschreven?
‘Op de Grieken na zijn wij Nederlanders het snelst somber geworden over de toekomst, zo blijkt uit cijfers over het consumentenvertrouwen in Europa. De afgelopen tijd was het een en al chagrijn en zwartkijkerij. Jongens, we leven hier in een van de rijkste, gezondste, beste landen van de wereld! Laten we onszelf niet gek maken. Dat wilde ik nu eens opschrijven.’

Hoe komt het dat Nederlanders zulke zwartkijkers zijn?
‘Onwetendheid over onze positie in de wereld speelt een rol. Daarnaast hebben wij sinds een jaar of zes in Nederland een huizenmarktcrisis, waardoor huizen onder water kwamen te staan. Dat geeft een onveilig gevoel. We weten uit onderzoek dat mensen ‘asymmetrisch’ reageren op verlies en winst: als wij een spelletje doen en je wint tien euro en je verliest er ook tien, dan komt het verlies harder aan dan de winst. De daling van de huizenprijzen komt dus harder aan dan de stijging van de prijzen in de afgelopen twintig jaar. Ik wil met dit boek zeggen: houd de moed erin. En ook: wat kun je zelf bedenken aan de keukentafel, om je eigen huishoudboekje op orde te krijgen of te houden? Welke beslissingen kun je zelf nemen? Hoe kun je aankijken tegen schuld en vermogen? We zitten op een kantelpunt. In de jaren negentig hebben we onszelf aangepraat dat het goed is om schulden te hebben, dat je een dief was van je eigen portemonnee als je geen huis kocht en een torenhoge hypotheek nam. En dat de huizenprijzen alleen maar omhoog konden.’

Zelf nooit domme dingen gedaan op geldgebied?
‘Jawel, ook ik ben niet immuun voor domme dingen. Mijn vrouw en ik waren de trotse bezitters van een woekerpolis, we hebben veel aan huizen verdiend en ook aan huizen verloren. Ik ben ook anders over schulden gaan denken: dat ongebreidelde optimisme in de jaren negentig was bij nader inzien misplaatst. Nu denk ik dat het helemaal niet erg is om eerst te sparen voor je een huis koopt. Hoe dan ook: het werd, vond ik, de hoogste tijd voor een vrolijk boek waarvan je een goed humeur krijgt. Mijn hoofdboodschap: we gaan zélf over onze economie. Er valt iets te kiezen. We zijn geen hulpeloos scheepje op een woeste zee. Dat geldt in het groot voor Nederland, en in het klein voor jou aan je keukentafel.’

Het laatste hoofdstuk gaat over hoe je als lezer kunt nadenken over economische beslissingen in je eigen leven. Hoe doe je dat?
Veel mensen raken in een soort mist als ze over hun financiën gaan nadenken. ‘Door helder te denken. Helder denken is een ambacht dat je kunt aanleren. Het is niet genetisch bepaald of zoiets. Stel: je wil erachter komen of je iets extra’s moet doen voor je pensioen. Of je vraagt je af: zal ik voor mezelf beginnen? Begin dan met het uit elkaar halen van de dingen. Wat zijn de feiten? Wat zijn de omstandigheden? En hoe zou je willen dat ze zijn? Wat zijn vervolgens de opties? De argumenten voor en tegen? Die voors en tegens kun je wegen. Zo kun je tot een besluit komen.’

Waarover moet ik nadenken?
‘Over je consumptieniveau bijvoorbeeld. Voor een minimaal niveau heb je rond de € 900 per maand nodig. Voor € 10.000 per jaar kun je wonen, eten, kleden, ga je niet dood. Je hebt weliswaar geen comfort, maar een basaal bestaan. Elke euro die je daarbovenop verdient, geeft vrijheid: je kunt het opmaken, maar echt nodig is het niet. Wat doe je met dat geld? Sparen? Uitgeven? Denk ook na over je levensinkomen – dat is het inkomen dat je in een leven verdient. Daar heb je invloed op. De eerste keuze die je hebt: ga je veel of weinig leren, niet alleen aan het begin van je leven,maar doe je ook aan op-, om-, na- of bijscholing gedurende je loopbaan? Ik zou bijvoorbeeld een jaar vrij willen nemen voor bijscholing: lekker dikke boeken over economie lezen. Of misschien ga ik wel een heel nieuw vak leren; ik zou best mooie huizen willen bouwen. Hoe dan ook: over het algemeen geldt: hoe hoger opgeleid, hoe beter je betaald wordt. De tweede keuze die je maakt: ga je veel of weinig werken?’

Uit je boek blijkt dat je vindt dat de economie moet groeien. Waarom eigenlijk?
‘Groei betekent dat we met het budget dat we met z'n allen hebben – momenteel zo’n 600 miljard euro – Nederland of de wereld beter kunnen maken: je kunt het uitgeven aan gezondheidszorg, milieu, aan mooiere kust steden, noem maar op. Waarom ik ook voor groei ben: de manier waarop we ons leven hebben ingericht, volgt sinds de jaren vijftig het patroon van leren - werken - rusten. Maar inmiddels gaan we veel langer naar school, werken we korter en rusten we veel langer uit dan onze ouders en grootouders. In die relatief korte tijd van ons werkzame leven hebben we te maken met een maatschappij die dynamisch is, waarin je kennis snel veroudert. In die jaren moeten we ook nog een partner vinden, een gezin stichten, voor onze kinderen en oude ouders zorgen. Ik pleit voor een andere opbouw. Korter naar school, langer werken, korter rusten. In de lange tijd dat we werken – zeg, 50, 60 jaar, van ons 20ste tot ons 70ste, 80ste – kunnen we perioden inlassen waarin we minder werken. Om kinderen te krijgen, om bij te leren, om voor onze ouders te zorgen, om een reis te maken. Inderdaad, je kunt dan minder chillen in je studententijd, maar zou het ook niet lekker zijn om het wat rustiger aan te doen als je 34 bent en je eerste kind is geboren?’

Waarom moeten we van jou zo veel werken?
‘Uit onderzoek blijkt: mensen worden gelukkiger, vitaler, gezonder van werken. Toch zijn we vanaf de jaren vijftig alleen maar korter gaan werken. Hoevéél je werkt is een volgende afweging: een uur meer werken betekent meer kunnen consumeren; een uur minder werken levert vrije tijd op. Die keuze maak je zelf. Maar we moeten ophouden met denken dat we pas 'later' kunnen gaan genieten, als we stoppen met werken. Ik zou zeggen: geniet je hele leven.'+




2. DE BUFFELAAR

datum indiening: wo 20 aug 2014, 13:34

‘Minder leren én meer uren werken dan de norm? Dan typeer ik je als een Buffelaar. Je wilt wel gemiddeld kunnen consumeren, en bent bereid daar hard voor te werken, maar aan jouw hoofd geen polonaise.'

1w-pijl.jpg
Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
004_BW_RADAR6.jpg
Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.