Radar+ Online

Word Abonnee

Tekst: Suzanne Bergman | Fotografie: Bonnita Postma

BN_kids.jpg

Omgaan met geld voor kinderen

Achttien jaar. Dan is je kind zelf financieel verantwoordelijk. Heb je niks meer te zeggen over wat hij of zij met z’n geld doet. Dus wil je ’m toch echt vóór die tijd financieel hebben opgevoed.

 

"Tot het elfde levensjaar is 'sparen voor later' te abstract. Sparen voor een concreet einddoel is prima te doen."

Trendsetters en regelaars
Een goede financiële opvoeding begint bij jezelf. Erica Verdegaal, econoom en geldzaken-publicist: ‘Ben je zelf van de impulsaankopen, dan geef je je kinderen een bepaald voorbeeld. Wees je er bewust van dat je kinderen je nadoen. Daarbij is het belangrijk om open over geld te zijn, zodat het nu en later geen taboe-onderwerp wordt.’ Wie zijn kind kent, heeft alvast een belangrijke sleutel in handen tot een goede financiële opvoeding. Het ene kind is het andere niet; Stichting "Weet Wat Je Besteedt" onderscheidt vier geldtypes. De Trendsetter is statusgericht en gevoelig voor reclame – die kun je maar beter zo snel mogelijk leren sparen zodat het een gewoonte wordt. En hoe vroeger de Regelaar, met zijn behoefte aan controle en voorzichtige aard, een bankrekening in eigen beheer heeft, hoe beter. Ook Toekomstplanners en Levensgenieters hebben zo hun eigen houding ten aanzien van geld. Weten wat voor type je kind is? Kijk op edgie.nl.

Zakgeld = leergeld
Zakgeld, en in een later stadium kleedgeld, is bij uitstek goed leergeld en daar kun je al vroeg mee beginnen. Zes jaar, de leeftijd waarop kinderen gaan leren lezen en rekenen, is een mooie leeftijd voor het eerste zakgeld. Jonge kinderen kunnen lekker oefenen met muntgeld; geef ze bijvoorbeeld hun zakgeld elke week in een andere samenstelling. Geef een vast bedrag op een vast tijdstip zodat je kind leert omgaan met een budget, en maak afspraken over de besteding. Gaan cadeautjes voor vriendjes en familieleden van het zakgeld af? Is een gedeelte spaargeld? Mag je kind snoep kopen van het zakgeld? Pas de hoogte van het zakgeld aan op jullie afspraken en kijk op nibud.nl voor richtlijnen per leeftijd. Het is belangrijk dat je kind in elk geval een deel van het geld vrij mag besteden. Laat je kind daarmee zijn eigen fouten maken. Een aankoop waarvan jij van tevoren wist dat hij er na drie dagen op uitgekeken zou zijn, is jammer én een goede les. Op is op Een van de belangrijkste dingen die je je kind mee kunt geven, is dat op ook echt op is. Marion Weijers, senior adviseur budgetvoorlichting bij het Nibud: ‘Ouders willen het beste voor hun kinderen, ook financieel. Daar is niets mis mee, als je maar grenzen aangeeft. Soms geven ouders uit schuldgevoel over hun gebrek aan tijd vaker toe aan de wensen van hun kind. Daarmee leer je je kind dat het altijd iets krijgt als het maar roept. Zo werkt het later ook niet.’ Is het zakgeld alweer op? Tja, dan is het of wachten tot volgende week of een klusje bedenken om iets extra’s te verdienen. Wie geen geld meer heeft, wordt vanzelf creatief.

Doe-het-zelven
Je eigen verantwoordelijkheid nemen, daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Stimuleer je kind dus zo veel mogelijk zijn eigen beslissingen te nemen. Dat is niet altijd eenvoudig, dus help waar nodig. Zet samen keuzemogelijkheden op een rijtje, blader door reclamefolders, kijk bij webshops op het internet en laat je kind verwoorden waarom het voor een bepaalde uitgave kiest. Koopt het vervolgens iets waar jij niet achter staat – zoals die dure merkbroek –, dan is dat prima, want zíjn keuze. Zelf verdienen, nog zo’n belangrijke voorbereiding op later. Of het nou gaat om het verkopen van oud speelgoed op Koningsdag, oppassen of de eerste echte bijbaan: kinderen leren dat inspanning loont én dat je zelf invloed hebt op de hoeveelheid geld die je tot je beschikking hebt. Erica Verdegaal: ‘Iets ondernemen is belangrijk en leuk. Als ouder mag je daar best af en toe een zetje in geven. De filiaalmanager van Albert Heijn voor hem of haar bellen gaat misschien wat ver, maar je kunt wel helpen het sollicitatieformulier in te vullen.’

Telefoon!
Een mobiele telefoon is tegenwoordig vast onderdeel van een financiële opvoeding. Uit Nibud-onderzoek blijkt dat 25% van de acht- en negenjarigen een mobieltje heeft, van de tien- en elfjarigen is dat al 64%. Op de middelbare school heeft slechts 3% geen mobiel. Op welke leeftijd je je kind een telefoon wil geven, verschilt per situatie. Maar het is wel zo handig om duidelijke afspraken te maken op het moment dat het zover is. Wordt het een nieuwe telefoon of een oud toestel, wi of een internetbundel, prepaid beltegoed of een abonnement, en wie betaalt wat? En wat als je kind over zijn beltegoed heen gaat? Overigens is het uitzoeken van telefoon en (eventueel) abonnement op zich een mooi nancieel opvoedmoment. Laat je kind de prijzen vergelijken van telefoons, soorten abonnementen en bel- en internetbundels. Betaal je per minuut of per seconde dat je belt? Hoeveel MB heb je nodig? Wat zijn de verschillende kosten binnen en buiten de bundel? Neem vervolgens samen de beslissing.



Het wereldwijde web
Vanaf een jaar of twaalf kan je kind heel goed zijn bankzaken online regelen. Het storten van kleedgeld is een mooi begin. Doe de eerste transacties samen en licht je kind voor op het gebied van veiligheid. Wachtwoorden geef je niet aan iemand anders en je pinpas leen je nooit uit! Een geruststellende gedachte: tot hun achttiende mogen kinderen niet rood staan. Toch is het goed om het alvast over de financiële consequenties van rood staan te hebben – ook volwassenen beschouwen die ‘rek’ als een verlengstuk van hun budget in plaats van een schuld. Om overzicht te houden op je kinds uitgaven, kun je de rekening van je kind aan je eigen online rekening toevoegen (o.a. bij ING) . Uit Nibudonderzoek blijkt dat 69% van de scholieren weleens iets op internet koopt. Spreek af of je kind zelf mag beslissen tot een bepaald bedrag, of dat jij altijd zijn aankoop moet goedkeuren. Wijs hem op bijkomende kosten zoals verzend- en transactiekosten.

In de reclame
Je kind behoeden voor verleiding is ondoenlijk. Reclame is er altijd en overal. Beter kun je ze leren hoe daarmee om te gaan. Marion Weijers: ‘Marketeers te slim af zijn, daar kun je leuke spelletjes van maken. Dat je kind zelf bij de goedkopere producten op de onderste plank van de supermarkt kan, vindt hij leuk. Of geef ze geld om zelf een toetje te kopen. Zo ondervinden ze zelf dat het ene product meer kost dan het andere, maar niet per se lekkerder is.’ Willen ze stante pede iets wat net in de reclame voorbijkwam? Een dag bedenktijd doet wonderen.

Over de balk en onder de streep
Verbrast je puber meteen zijn kleedgeld en blijft er nooit iets over om te sparen? Dat is de schuld van zijn prefrontale cortex. Dit hersengedeelte is van grote invloed bij het plannen en pas uitontwikkeld rond het 25e levensjaar. Geld opzij leggen voor een nieuwe winterjas is dus niet je pubers eerste zorg. Maar wie spaart, leert reserveren en ook hierin kun je je kind begeleiden. Begin overzichtelijk, laat hem in het begin alleen sparen voor schoenen bijvoorbeeld. Wat kosten die nieuwe Nikes? En in hoeveel maanden is dat bedrag bij elkaar gespaard? Zo laat je je kind langzaamaan wennen aan zijn nieuwe verantwoordelijkheid. Tot het elfde levensjaar is ‘sparen voor later’ sowieso een te abstract begrip. Sparen voor een concreet einddoel is voor jongere kinderen wel prima te doen. Maak samen een spaarplan, met een overzicht van het bedrag dat al gespaard is, hoeveel er uiteindelijk nodig is, hoe je kind aan dat bedrag kan komen en hoelang dat duurt. Op scholieren.nibud.nl kan je kind (vanaf 11 jaar) een digitaal spaarplan vinden. +

RADAR_onderaan_pagina_site




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.