RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Wilma van Hoeflaken | Illustratie: Designed&Delivered

BN_pensioen.jpg

Redt je partner het financieel? Als jij er niet meer bent?

Geen leuk onderwerp, wel belangrijk. Want je wil natuurlijk niet dat je partner serieuze geldproblemen krijgt wanneer je sterft. Is het partnerpensioen voldoende of moet je zelf iets regelen?

 

Met pensioen? Ruilen!
Zodra je met pensioen gaat, moet je (opnieuw) nadenken over het partnerpensioen. Als er geen of onvoldoende partnerpensioen is opgebouwd, kun je een deel van je eigen ouderdomspensioen ruilen voor een partnerpensioen. Dat partnerpensioen mag niet hoger zijn dan 70% van je ouderdomspensioen. Als er helemaal geen partnerpensioen is opgebouwd, omdat je in een regeling zat met partnerpensioen op risicobasis, en je wilt het maximale partnerpensioen regelen, lever je zo’n 17% van je ouderdomspensioen in. Ben je alleenstaand en heb je helemaal geen behoefte aan een partnerpensioen? Dan heb je geluk als je toch partnerpensioen hebt opgebouwd. Dat spaarpotje mag je toevoegen aan je eigen ouderdomspensioen. Het varieert per pensioenfonds, maar € 100 partnerpensioen levert ongeveer € 35 extra ouderdomspensioen op. 

Partnerpensioen – de uitkering die je partner krijgt na jouw overlijden – is belangrijk. Sowieso als je partner zelf niet genoeg verdient om rond te komen. Dat is bij de meeste stellen met (jonge) kinderen het geval. Vaak werkt een van de partners fulltime en heeft de ander een deeltijdbaan die te weinig oplevert om een huishouden draaiende te houden. Maar ook als partners allebei financieel onafhankelijk zijn, is een partnerpensioen belangrijk. Bijna niemand kan het zich permitteren dat er zomaar een inkomen wegvalt. Je verdiepen in het partnerpensioen is vervelend. Dan moet je gaan nadenken over wat er gebeurt als jij of je partner zou overlijden. Anderzijds, je hoeft er maar één keer bij stil te staan. Je checkt of het goed zit. En als dat niet zo is, regel je iets extra’s. Bijvoorbeeld een (tijdelijke) overlijdensrisicoverzekering.

Hoeveel partnerpensioen krijgt je partner? De hoogte van het partnerpensioen vind je in het Uniform Pensioenoverzicht (UPO), dat je elk jaar krijgt van je pen-sioenfonds. Je vindt het ook in het Pensioenregister (log met je DigiD in op mijnpensioenoverzicht.nl). In het UPO staat alleen hoe het zit bij dat ene pensioenfonds, in het Pensioenregister staan alle pensioenen die je tijdens je hele loopbaan bij verschillende fondsen hebt opgebouwd. Meestal is het partnerpensioen zo’n 70% van het ouderdomspensioen. Hierbij gaat het niet om het ouderdomspensioen dat al is opgebouwd, maar om het bedrag dat iemand op zijn 67ste bij elkaar gespaard zou hebben als hij niet was overleden. Gelukkig maar, anders zouden jonge mensen nooit op een goed partnerpensioen kunnen rekenen. Tegelijkertijd moet je je realiseren dat 70% procent van het ouderdomspensioen niet veel is. (zie: Hoe hoog is het partnerpensioen?) Hoe zit het met de overheidsuitkering? Die krijg je niet zo snel. Een Anw-uitkering (Algemene Nabestaandenwet) krijg je alleen als je vóór 1950 geboren bent (en dus al bijna AOW krijgt), of als je arbeidsongeschikt bent of als je een kind onder de 18 hebt. Zodra je jongste kind 18 is, stopt de uitkering. De uitkering is € 1.100 (zonder kinderen) of € 1.400 (met kinderen) bruto per maand. 

Er wordt ook naar andere inkomsten gekeken. Sommige inkomsten tellen niet mee (het partnerpensioen dat uitgekeerd wordt door het pensioenfonds), sommige gedeeltelijk (je salaris) en andere volledig (een werkloosheidsuitkering). Zodra je zelf meer dan zo’n € 800 bruto per maand verdient, krijg je al geen volledige Anw-uitkering meer. Als je bruto zo’n € 2.400 per maand verdient, krijg je helemaal geen Anw (zie svb.nl).

Nog meer addertjes onder het gras? Partnerpensioen kan op twee manieren geregeld zijn, op opbouwbasis of op risicobasis. Bij een partnerpensioen op opbouwbasis spaar je echt voor het partnerpensioen. Er ontstaat een potje dat van jou is. Ook als je ergens anders gaat werken, of als je werkloos wordt. Bij een partnerpensioen op risicobasis is er geen potje. Je bent verzekerd van het recht op partnerpensioen zolang je een actieve deelnemer van het pensioenfonds bent. Als je ergens anders gaat werken of werkloos wordt en je overlijdt in die periode, krijgt je partner geen partnerpensioen. Recht op partnerpensioen is er ook niet meer zodra je zelf met pensioen gaat, maar dan kun je een deel van je eigen ouderdomspensioen hiervoor gebruiken (zie: Met pensioen? Ruilen!).

In de praktijk hebben veel mensen een klein partner-
pensioen opgebouwd. Tot de eeuwwisseling was een partnerpensioen op opbouwbasis gebruikelijk, dus veel mensen hebben een partnerpensioenspaarpotje dat tot het jaar 2000 gevuld werd. Daarna zijn de meeste pensioenfondsen overgestapt op een partnerpensioen op risicobasis. Nu de wettelijke pensioenregels soberder worden, zullen veel pensioenregelingen waarschijnlijk weer overgaan naar het partnerpensioen op opbouwbasis. Dat is een manier om de sobere regels een beetje te omzeilen en werknemers de mogelijkheid te geven wat extra pensioen op te bouwen. 

Het komt erop neer dat het partnerpensioen vaak een lappendeken is, beetje opbouw, beetje risico, beetje opbouw. Dat hoeft niet erg te zijn. Maar je moet er alert op zijn. Hoe hoog is het partnerpensioen als je overlijdt terwijl je een baan hebt? En hoe hoog is het als je zou overlijden in een periode van werkloosheid?




  • hoe-hoog.jpg
    Hoe hoog is het partnerpensioen?

    Reken maar uit: Inkomen: € 2.600 per maand
    Toekomstig ouderdomspensioen: € 1.400 per maand (zonder AOW)
    Partnerpensioen: € 1.160 per maand (vaak 70% van het ouderdomspensioen)
    Gevolg: inkomensdaling van € 1.440 per maand (2.600 min 1.160)
    Het kan zijn dat de partner recht heeft op een Anw-uitkering van de overheid van hoogstens € 1.400 bruto per maand, maar dat is lang niet altijd het geval. Om het ontbreken van een Anw-uitkering op te vangen, komt het voor dat pensioenfondsen naast het partnerpensioen ook een tijdelijk partnerpensioen uitkeren, totdat de nabestaande partner AOW ontvangt.


  • Samenwoners.jpg
    Samenwonen? Let op!

    Voor de Anw-uitkering van de overheid maakt het niet uit of je getrouwd bent of samenwoont. Voor het partnerpensioen van het pensioenfonds wél. De meeste pensioenfondsen keren automatisch partnerpensioen uit als mensen getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben. Maar als je samenwoont, moet je je partner zelf aanmelden bij je pensioenfonds. Vaak moet je een samenlevingscontract meesturen. Veel samenwonende stellen weten dit niet. Het risico is dat de achtergebleven partner geen pensioen krijgt als de ander overlijdt. Meer weten? Vraag het je pensioenfonds.


  • kost.jpg
    Wat kost een overlijdensrisicoverzekering?

    Een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering, bijvoorbeeld tot het moment dat je kinderen zelfstandig zijn, hoeft niet veel te kosten. Een stel van 35 jaar dat de komende 25 jaar verzekerd wil zijn van een eenmalige uitkering van € 100.000 als een van de twee overlijdt, betaalt per maand € 12 tot € 20 premie.  


  • ex.jpg
    Krijgt je ex-partner ook partnerpensioen?

    Eerder getrouwd geweest? Het hangt af van wat je bij de scheiding met je ex hebt afgesproken, maar de kans is groot dat het partnerpensioen verdeeld wordt tussen je ex en je huidige partner.


  • meer-dan....jpg
    Meer dan €100.000?

    Sinds 1 januari 2015 is er een maximum aan het salaris waarover je bij je pensioenfonds pensioen opbouwt. De grens ligt op € 100.000. Dat heeft niet alleen gevolgen voor het ouderdomspensioen, maar ook voor het partnerpensioen. Die gevolgen zijn het grootst naarmate mensen jonger zijn en meer verdienen.



Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.