RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Wilma van Hoeflaken| Illustratie: Getty Images

BN_woekerpolis.jpg

Woekert jouw woekerpolis ook voort?

Woekerpolis. Dat woord werd voor het eerst gebruikt in een RADAR-uitzending in 2006. Sindsdien besteedt het programma regelmatig aandacht aan het fenomeen. Want ze bestaan nog steeds. Wat kun je doen als je er eentje hebt?

woekerpolis

 

Ook een woekerpolis?

Een overzicht van woekerpolissen vind je onder meer op kifid.nl (deze lijst bevat alleen de verzekeraars die zichzelf aangemeld hebben), op consumentenbond.nl en op consumentenclaim.nl. 

Officieel zijn woekerpolissen beleggingsverzekeringen. Je stort een bedrag bij een verzekeraar – dat kan eenmalig zijn, maar ook jaarlijks of maandelijks – de verzekeraar belegt dit bedrag en als de polis afloopt, kun je rekenen op een bedrag dat een veelvoud is van het geld dat je zelf hebt ingelegd. Althans, dat denk je. In werkelijkheid valt het bedrag enorm tegen. Het is altijd minder dan je gekregen zou hebben als je zelf had gespaard of je geld in een beleggingsfonds had gestopt. Vrijwel alle verzekeraars bleken 40% (veertig procent!) in te houden op de inleg. Dat doen ze door allerlei kosten in rekening te brengen. Ze doen dit op zo’n schimmige en ingewikkelde manier dat financieel adviseurs het zelf vaak niet snappen. Zo zijn er bijvoorbeeld eerste polis- kosten, doorlopende poliskosten, bemiddelings-kosten, switchkosten, beheerkosten, transactiekosten en afkoopkosten. Als de adviseur het al niet begrijpt, kan de doorsnee consument er al helemaal geen touw aan vastknopen. Tegenover al die duistere kosten stellen verzekeraars onrealistisch hoge rendementsprognoses. De RADAR-uitzending jaren geleden die dit alles aan de kaak stelde, had een sneeuwbal-effect. De politiek bemoeide zich ermee, er werden belangenorganisaties opgericht en er werd een manier bedacht om gedupeerden te compenseren. Maar volgens financieel adviseur René Graafsma, een van de auteurs van het boek Woekerpolis, hoe kom ik er vanaf?, is het probleem nog lang niet opgelost. Graafsma verkocht ooit zelf woekerpolissen, totdat hij zich realiseerde hoe fout zijn product was. Nu helpt hij consumenten om te ‘ontwoekeren’.

Worden er nu nog woekerpolissen verkocht?

Volgens Graafsma worden de woekerpolissen waarover een kleine tien jaar geleden een schandaal ontstond, niet meer verkocht. ‘Maar er worden nog steeds polissen verkocht waar woeker-elementen in zitten’, zegt hij. ‘Producten waarvan de kosten te hoog zijn, of waarbij niet duidelijk is waarvoor je precies betaalt of waarmee je toch nog het risico loopt dat je inteert.’

Zijn er mensen die nog een ‘echte’ woekerpolis hebben?

‘Zeker’, zegt Graafsma. ‘Er zijn in het verleden 7 miljoen woekerpolissen verkocht aan 4 miljoen huishoudens. Ik schat dat er in 3 miljoen huishoudens nog steeds eentje in de la ligt.’ Waarschijnlijk vermoeden veel mensen wel dat hun polis een woekerpolis is, maar hebben ze geen zin om zich erin te verdiepen of weten ze niet wat ze eraan kunnen doen, veronderstelt hij. Ook zijn er mensen die een brief schreven naar hun verzekeraar en om compensatie vroegen. ‘Als de verzekeraar dan terugschrijft dat ze niet voor compensatie in aanmerking komen, omdat de kosten in hun geval niet te hoog waren, zijn die mensen opgelucht. Dan denken ze: gelukkig, het is helemaal geen woekerpolis. Maar dat is het wel.’

Hoe zit het met die compensatie?

Nadat het woekerpolisschandaal losbarstte, werden er twee belangenorganisaties opgericht, de stichting Verliespolis en de stichting Woekerpolisclaim. Zij sloten in 2008 een akkoord met de verzekeraars over compensatie. Het akkoord is gebaseerd op een aanbeveling van de Ombudsman Financiële Dienstverlening. Volgens Graafsma stelt deze compensatie weinig voor. De verzekeraar mag maximaal 3,5% kosten in rekening brengen en op basis hiervan worden gedupeerden gecompenseerd. Volgens Graafsma zijn de kosten nog steeds te hoog. ‘Wat ze er niet duidelijk bij vertellen, is dat het gaat om de kosten per jaar. Stel dat het kostenpercentage in jouw geval 3% is en dat de poliswaarde € 50.000 is. Dan mag de verzekeraar elk jaar opnieuw € 1.500 aan kosten in rekening brengen. Een hoog bedrag, waarvan de verzekeraar niet kan uitleggen waarvoor je nou precies betaalt.’ In een RADAR-uitzending noemt de redactie de compensatie ‘een wassen neus’. Uit berekeningen van de redactie blijkt dat een polishouder nog steeds 40% van zijn inleg kan kwijtraken.



Kun je nu nog in actie komen?

‘Ja’, zegt Graafsma. ‘Niet alleen als je nooit iets hebt ondernomen, maar ook als je destijds akkoord bent gegaan met de compensatie. De aanbeveling van de Ombudsman Financiële Dienstverlening is niet bindend. Wat mij betreft moet de echte woekerpolisaffaire nog beginnen, omdat veel mensen zich het effect in euro’s nog niet realiseren.’

Wat kun je doen?

Het is slim om snel een stuitingsbrief te schrijven. Zo voorkom je dat een eventuele vordering verjaart. In de brief vermeld je om welke polissen het gaat, dat je de verzekeraar aansprakelijk stelt voor de schade en dat je brief gezien moet worden als handeling om verjaring te stuiten. Verstuur de brief aangetekend. Vervolgens kun je zelf je verzekeraar vragen om compensatie. Maar je moet financieel en juridisch wel heel goed geïnformeerd zijn als je je niet met een kluitje in het riet wilt laten sturen. Je kunt je ook aansluiten bij een belangenorganisatie. Daarvan zijn er nu vier: Woekerpolis.nl, Woekerpolisproces, Wakkerpolis en Claimexperts (die laatste is opgericht door Graafsma). Belangenorganisaties stappen naar Kifid, het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, of naar de rechter. Er lopen inmiddels verschillende collectieve procedures tegen verschillende verzekeraars. Belangenorganisaties werken doorgaans volgens het ‘no win, no fee’-principe. Als je geld terugkrijgt, betaal je een percentage, als je niets krijgt, betaal je niets. Je mag aannemen dat alleen de eisers (dus degenen die meedoen aan het collectieve proces) gecompenseerd worden. Als je daar niet bij zat, sta je nog steeds met lege handen.

Hoe ziet een claim eruit?

Het uitgangspunt is dat je schade hebt geleden. Je polis levert niet het bedrag op dat je had mogen verwachten op basis van de informatie van de verzekeraar. Hoe hoog de schadevergoeding moet zijn, hangt van de situatie af. Als de polis in waarde is gedaald door verliezen op de beurs is het niet logisch om de rekening bij de verzekeraar neer te leggen. Maar als de verzekeraar jou een eindbedrag heeft voorgespiegeld dat niet haalbaar is omdat de verzekeraar te hoge kosten in rekening brengt, is dat wel schade.

Zit er beweging in de rechts­zaken?

Nee, op dit moment niet. In een rechtszaak tegen Nationale Nederlanden is advies gevraagd aan het Europese Hof van Justitie. Verzekeraars hebben, net als banken, een wettelijke zorgplicht en moeten daarom inzicht geven in de kosten. Bovendien is er een Europese richtlijn waarin staat dat verzekeraars sowieso inzicht moeten geven in de kosten. De vraag is nu of de verzekeraar voldoende informatie heeft gegeven. Zolang hierover nog geen duidelijkheid is, zijn alle rechtszaken over woekerpolissen stilgelegd. Eerst wordt het advies van het Europese Hof afgewacht. Het kan zijn dat het advies luidt dat de aanbieders van verzekeraars onvoldoende transparant zijn geweest. Het concrete gevolg: je moet procederen en dan maar afwachten wat de rechter aan compensatie gaat toekennen. +




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
inhoud6.jpg