RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Loethe Olthuis

GettyImages-515673754.jpg

Een halve aardbei en een stoot suiker

Het advies is 250 gram groenten en 250 gram fruit per dag. Dat is behoorlijk wat. Veel mensen, en zeker kinderen, vinden zo’n berg groenten bij de avondmaaltijd te veel. De oplossing, zegt ook het Voedingscentrum, is overdag meer groente en fruit eten: aardbeien, een appel of sinaasappel bij je ontbijt, wat tomaatjes en komkommer tussendoor of bij de boterham en dan ’s avonds de rest. En ja: daar spelen de groente- en fruittelers eigenlijk prima op in. In elke supermarkt koop je bakjes met schoongemaakte radijsjes, snack­tomaatjes, mini komkommertjes en paprikaatjes. Kleine appeltjes en banaantjes horen ook bij het standaard assortiment, net als kant-en-klare verse fruitsalades, meloen- of ananasstukjes. Groente eten bij de avondmaaltijd wordt gemakkelijker doordat er niet alleen heel veel verschillende, voorgesneden groenten(mixen) zijn, maar ook steeds meer verse maaltijd- en soeppakketten met een recept. En tenslotte bevatten de moderne maaltijdboxen meestal ook een ruime hoeveelheid verse groenten. Het nadeel: deze oplossingen zijn duurder dan ‘losse’ groenten en fruit. En er is vaak heel veel (plastic) verpakking voor nodig.

Yoghurt met ‘extra fruit’
Helaas maken sommige producen­ten ook misbruik van de aanbeve­ling ‘meer fruit eten’. Zo worden yoghurtjes met ‘extra fruit’ als gezond gepromoot, terwijl dat meestal betekent: een halve aardbei en een stoot suiker. Ook ‘fruitbiscuits’ zijn niet bepaald gezond: het ‘fruit’ bestaat meestal uit rozijnen, die weliswaar wat vezels en vitamines leveren, maar verder vooral uit suiker bestaan. Vitamine C zit er echt niet meer in.

Vleesalternatieven
Vlees is niet alleen slecht voor milieu en klimaat, veel ‘consumptiedieren’ hebben een beroerd leven. En als klap op de vuurpijl blijkt veel vlees eten ook nog eens de kans op kanker en beroertes te kunnen ver­groten. Vooral met rood en bewerkt vlees, zoals vleesbeleg en worst, moet je matig zijn. En dat kan steeds gemakkelijker. Kijk maar eens in het supermarktschap met groentespreads, hummus, vegasalades en andere vegetarisch beleg. ‘Vegetarische’ vleeswaren of kant-en-klare vleesvervangers smaken tegenwoordig niet meer naar karton, maar zijn gewoon lekker. Ook het aanbod van vleesalternatieven zoals eieren, noten, peulvruchten, pindakaas en notenspreads is behoorlijk groot. De hoeveelheid ‘diervriendelijker’ vlees stijgt ook, maar langzaam. Het sterrensysteem van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming is daarbij handig: afhankelijk van je voorkeur en portemonnee kun je vlees met één, twee of drie (is biologisch) sterren kopen. Helaas verkopen slagers zelden zulk beter vlees, je moet er voor in de supermarkt zijn.

Barbecueën: lekker en ongezond
Barbecueën wordt steeds populairder. Daar is namelijk veel geld aan te verdienen, denk maar aan ‘super- barbecues’ als de Big Green Egg en barbecuegereedschap. En aan vlees. Voor veel mensen zijn barbecueën en vlees synoniem en daardoor stijgt vooral ’s zomers de vleesconsumptie enorm, met name van ongezondere soorten als worsten en hamburgers. Dat vlees wordt vaak ook te heet geroosterd waardoor het verbrandt en er allerlei schadelijke en milieubelastende stoffen worden gevormd. Daardoor is barbecueën niet bepaald gezond. Vegetarisch barbecueën is beter, maar vega-barbecuepakketten zijn er nog maar mondjesmaat.

TIP: schaf een kookboek aan met vegetarische barbe­cuerecepten. Vegetarische BBQ van barbecuegoeroe Steven Raichlen (€ 17,99 Karakters Uitgevers) geeft je tientallen vegetarische alternatieven, die door de duidelijke stap-voor-staprecepten simpel te maken zijn en ook fervente vleesliefhebbers zullen aanspreken.

Bonen: een gat in de markt
Eén keer per week peulvruchten, elke dag een handje noten. Geen probleem: kleine en grote, zwarte, rode en witte bonen, linzen, kikkererwten, elke denkbare boon ligt tegenwoordig in de supermarkt. Zelf koken hoeft niet meer (maar blijft wel lekkerder en goed- koper). Producenten als Hak brengen steeds meer handige en toch gezonde kant-en-klare bonenmixen en -salades op de markt. Sterker nog: daardoor is de omzet van het bedrijf na jaren daling weer flink gestegen, echt een ‘gat in de markt’.

Noten: eet ze naturel 
Ook noten zijn er genoeg: cashew-, para- en walnoten, hazelnoten en pinda’s. De naturel soorten zijn prima, al moet je niet vergeten dat noten ook behoorlijk wat calorieën bevatten. Maar om het noten eten aantrekkelijker te maken, brengen producenten ook veel gesuikerde, gecoate en gezouten noten op de markt. Of notenmixen met heel veel gesuikerd fruit zoals cranberries. En die zijn nou juist niet zo gezond.

Minder zoet? Liever niet
Vooral op het gebied van toetjes en zuivel staat er nog steeds veel mierzoets in de winkel. ‘Wat minder zoet’ lijkt geen optie voor de meeste producenten. Dat verkoopt namelijk niet: dan worden er liever zoetstoffen toegevoegd. Op zich is daar niks mis mee, maar aan een minder zoete smaak wennen, wat vooral voor kinderen belangrijk is, gebeurt natuurlijk op die manier niet. Het Voedingscentrum beveelt 300-400 gram melk, yoghurt of andere zuivel per dag aan: maar dan wel ongezoete zuivel. Gelukkig is er in Nederland volop naturel yoghurt, kwark en dergelijke verkrijgbaar, dat is in het buitenland vaak anders.



‘Natuurlijke’ suiker is óók suiker
Producenten van ‘gezonde’ vruchten-, granen- of notenrepen of van ‘natuurlijke’ snoepjes doen hun best om ons te laten denken dat ‘natuurlijke’ suikers uit fruit, dadels, honing of agavesiroop, kokosbloesem- suiker of ‘raw’ suiker gezonder voor je zijn dan gewone kristalsuiker. Dat is niet zo: voor je lichaam zijn ze allemaal hetzelfde. Maar zo kun je dus denken dat je heel gezond bezig bent als je je kind een dadelnotenreep geeft in plaats van een Mars, terwijl er misschien nog wel meer suiker in zit. Ook snoepjes met appelconcentraat bestaan vooral uit suiker, maar zijn wel flink duurder dan ‘gewoon’ snoep.

Water uit de kraan met een schijfje citroen
Zoetstoffen zijn gezonder dan suiker. De opmars van suikervrije frisdranken is dus goed nieuws, maar ook die zouden minder zoet mogen zijn. En ze blijven nog steeds ontzettend zuur, vooral kindertanden hebben daaronder te lijden. Suikervrije limonadesiropen hebben vaak een nare, bittere bijsmaak doordat de zoetstoffen heel geconcentreerd zijn. Zoetstoffen zijn niet ongezond, maar van een teveel kan je kind wel diarree krijgen: leng liever ‘gewone’ siroop aan met wat meer water. Nieuw zijn de watertjes met een vleugje smaak en zonder suiker. Prima, maar je kunt ook zelf een schijfje citroen of komkommer, een paar aardbeien of een takje munt in een glas kraanwater doen.

Vruchtensap = suikerbom
Vruchtensappen zijn suikerbommen, maar ze staan nog steeds prominent als ‘gezond’ in veel winkels, net als allerlei zoete ‘gezonde’ smoothies. Laat ze liever staan. Automaten waar je zelf je sinaasappels kunt persen zijn heel trendy, maar het sap is even zoet als sap uit een pak.

Als het maar volkoren is
Het aanbod volkorenpasta is véél groter dan een aantal jaren geleden. Bijna alle pastamerken hebben meerdere volkorenproducten in het assortiment. Volkoren pasta bevat veel meer vezels en vitamines dan witte, en vooral vezels krijgen we te weinig binnen. Ook pasta, gemaakt van peulvruchten is een prima keuze, net als een van de spelt-, kamut-, boekweit- of andere granen pasta’s. Kijk op het etiket: het gaat erom dat het volkoren is, het soort graan is minder belangrijk.

Bedrogen door de broodfabrikant
Volkorenbrood is gezonder dan witbrood. Maar ook stugger en vezeliger. Daar hebben brood­fabrikanten wat op gevonden. Ze verkopen broden met pitjes, zaden en een mooi kleurtje die eruitzien als volkoren, maar het niet zijn. Dat vinden we namelijk lekkerder en leuker dan echt volkoren. Veel van die broden zijn grotendeels van witte bloem gemaakt. Ze zijn, ondanks hun uiterlijk, nauwelijks gezonder dan wit of lichtbruin brood.




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.