RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Marlies Jansen | Fotografie: Getty Images

Banner-teken-1200.jpg

Teek alarm

Er komen steeds meer teken, waarom weet niemand. Wel is bekend dat 20% van de teken een bacterie bij zich heeft waarvan je heel erg ziek kunt worden. Opletten dus, als je buiten bent geweest. Ben je gebeten, dan moet die teek zo snel mogelijk uit je huid.

 

tips

 

Blijf alert
Lyme opgelopen en met succes behandeld? Wees alert op terugkeer van klachten. Blijven de klachten, vraag dan een doorverwijzing naar het Lyme Expertisecentrum in het Radboudumc (alleen voor langdurige ziekte van Lyme).

 

Meer informatie:

• tekenradar.nl 

• lymevereniging.nl

• tekenbeetziekten.nl

Een teek is een piepklein spinachtig diertje. Belandt hij op je lichaam, dan zoekt hij een warm, vochtig plekje. Hij bijt zich vast en zuigt zich vol met bloed. Tijdens het opzuigen van het bloed wordt de teek groter en lichter van kleur, er ontstaat een soort ovaal, grijskleurig balletje op je huid. Na ongeveer een etmaal heeft de teek zich volgezogen en laat hij los van de huid. Het probleem is dat teken soms een gemene bacterie met zich meedragen. Die Borrelia-bacterie veroorzaakt de ziekte van Lyme. Ben je er snel bij, dan is de ziekte in 80% van de gevallen goed te behandelen met antibiotica. Maar dat is nou net het probleem. Meer dan de helft van de mensen heeft niet door dat ze zijn gebeten door een teek. 

De ziekte van Lyme geeft heel verschillende klachten. In de weken of maanden na de besmetting kan Lyme griepachtige verschijnselen (hoofdpijn, stijve nek, koorts, spierpijn, vermoeidheid) geven, maar dit hoeft niet altijd. Ook verschijnt niet altijd een rode ring op de huid op de plek van de beet. Word je niet (afdoende) behandeld en verspreidt de bacterie zich door het lichaam, dan worden de klachten ernstiger. Dan gaat het vaak om een combinatie van pijnlijke en of gezwollen gewrichten, hersen-ontsteking, verlammingsverschijnselen, evenwichtsstoornissen, krachtsverlies, aanvallen die lijken op epilepsie, een doof/tintelend gevoel in de verschillende lichaamsdelen, ontsteking van de hartspier, hartritmestoornissen, aangezichts- en hoofdpijnen, migraine-achtige verschijnselen, stijve nek, zenuwpijnen, gezichts- en gehoorstoornissen, geen licht/geluid meer kunnen verdragen, intense moeheid, niet goed kunnen denken, onthouden en concentreren en ‘brain fog’: een traag werkend brein. Kortom: je wilt absoluut niet gebeten worden door een teek.


Steeds meer teken
De ziekte van Lyme komt steeds vaker voor. Jaarlijks worden ongeveer 1,5 miljoen Nederlanders gebeten door een teek, van wie er zo’n 25.000 de ziekte van Lyme oplopen. Dat is drie keer zoveel als in 1994 en dat is fors. ‘En dat zijn alleen nog maar de mensen die zich bij de huisarts hebben gemeld met de erythema migrans, de kenmerkende rode ringvormige uitslag die duidt op besmetting met Lyme’, zegt Arnold van Vliet, als bioloog verbonden aan Wageningen University. Hij is mede-oprichter van de Natuurkalender (het monitoren, analyseren en voorspellen van jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur) en tekenradar.nl (waar o.a. de tekenverwachting wordt voorspeld). Volgens de Nederlandse Vereniging voor Lymepatiënten is die ringvormige uitslag maar bij ongeveer de helft van de gevallen te zien, dus het werkelijke aantal mensen met de ziekte ligt hoger. 

Een van de oorzaken van de toename van Lyme-patiënten: het aantal teken neemt elk jaar toe, blijkt uit het ‘tekenvangen’ dat Van Vliet samen met vrijwilligers doet voor het Natuurkalender-onderzoek. Waaróm er meer teken komen, is niet bekend. Wel is duidelijk dat ongeveer 20% van de teken de Borrelia-bacterie bij zich draagt.
Niet alleen de toename van het aantal teken
vergroot het risico op Lyme, ook de klimaatverandering draagt eraan bij. Het wordt warmer in Nederland, en dat heeft invloed op het ‘tekenseizoen’. Teken zijn niet langer alleen actief van maart tot en met oktober, ook in de winter worden steeds vaker tekenbeten gemeld. Boven de 5 à 7 graden worden ze actief. Wat Van Vliet verbaast, is hoe nonchalant mensen omgaan met de gevaren van teken. ‘De meeste mensen controleren zichzelf of hun kinderen er zelden op als ze in de natuur zijn geweest. Terwijl dat de kans op Lyme enorm verkleint.’ Want hoe langer een teek in de huid zit, hoe groter het risico dat je wordt besmet met de Borrelia-bacterie. Overigens moet je ook je (huis)-dieren controleren op teken, want ook zij kunnen de ziekte van Lyme krijgen.

Lastige diagnose
Een teek is superklein, slechts 1 tot 3 millimeter, waardoor je hem makkelijk over het hoofd ziet. Bovendien voel je de beet niet, omdat de teek een verdovend goedje inspuit. Daarbij zijn de klachten van de ziekte vaak zo divers en algemeen dat men niet meteen aan Lyme denkt. Ze passen net zo goed bij andere ziektebeelden, zoals een burn-out of fibromyalgie. Ook bestaan er nog altijd misverstanden over Lyme, zelfs binnen de medische wereld. Er zijn artsen die niet weten dat je de ziekte van Lyme kunt hebben zonder dat je de ringvormige huiduitslag rond de beet hebt gehad. Ook willen artsen vaak ‘hard bewijs’ in de vorm van een positieve testuitslag, maar dat blijkt een lastige kwestie. Er is namelijk nog geen test die Lyme met zekerheid kan aantonen of uitsluiten. Over de ELISA-test, die in Nederland wordt gebruikt, is veel discussie. Deze test spoort alleen antistoffen op, niet de bacterie zelf. Testen in de eerste 8 weken na de beet heeft daarom weinig nut, omdat er dan nog onvoldoende antistoffen in het lichaam zijn aangemaakt. Word je juist heel laat getest, dan zijn de antistoffen weer uit de bloedbaan verdwenen, terwijl de bacterie zich inmiddels in het lichaam heeft genesteld. ‘Wij vinden de test niet betrouwbaar genoeg’, zegt Miranka Mud van de Nederlandse Vereniging voor Lymepatiënten (NVLP). ‘In landen om ons heen, zoals Duitsland, doen artsen naast de ELISA-test vaak óók de LTT-test. Met deze zogenoemde cellulaire test kun je aan de aanwezigheid van bepaalde eiwitten zien of iemand blootgesteld is (geweest) aan de Borrelia-bacterie. Veel mensen die vermoeden dat ze Lyme hebben, wijken daarom uit naar het buitenland.’

Weggestuurd door de dokter
Komen ze vervolgens thuis bij hun Nederlandse arts met een positieve LTT-test en dus de diagnose Lyme, dan worden ze weggestuurd met een ‘Wij werken niet met die test’, verzucht Mud. ‘Artsen houden vaak star vast aan de opgestelde richtlijn, maar die is niet toereikend.’ De klachten kunnen per persoon enorm verschillen in aard en ernst. De enige echte Lymepatiënt bestaat niet. Word je bijvoorbeeld wél behandeld met antibiotica – het enige wat helpt - maar zijn je klachten daarna niet over, dan word je doorgaans niet verder behandeld met antibiotica. Mud: ‘Bij de ziekte van Lyme is maatwerk juist belangrijk. De ene patiënt knapt op van een antibioticakuur van zes weken, terwijl de ander maandenlang antibiotica nodig heeft. Dit is ook afhankelijk van hoe snel de diagnose is gesteld.’ Hoe later je erachter komt dat je Lyme hebt, hoe moeilijker het te behandelen is. Dan is de opgelopen schade aan gewrichten en het zenuwstelsel vaak niet meer te herstellen. +

RADAR_onderaan_pagina_site



Sanderijn: ‘Met hun arrogante houding en gebrek aan kennis hebben artsen mijn leven geruïneerd’

Sanderijn (41) had de beruchte rode ring en veel Lymesymptomen, maar werd negatief getest en steevast weggestuurd door artsen. 

‘Ik weet nog precies waar en wanneer ik Lyme heb opgelopen: in de bossen bij een vakantiehuis, begin jaren ’90. De boswachter heeft de teek verwijderd. Later kreeg ik toch de kenmerkende rode ring. De internist die dit constateerde, had me antibiotica moeten voorschrijven, maar stuurde me in plaats daarvan naar de huisarts, die me niet wilde behandelen: de test die hij had afgenomen, was negatief en ‘dus’ kon ik geen Lyme hebben. ‘Dit griepje moet je maar gewoon uitzieken’, vond hij. Zo ging het ook bij andere specialisten die ik consulteerde. Want ik werd steeds zieker. Met die arrogante houding en het gebrek aan kennis en kunde hebben Nederlandse artsen mijn leven geruïneerd.
De meest cruciale jaren van mijn leven, waarin je alles opbouwt, heb ik gemist. Uiteindelijk kwam ik via de Lymevereniging aan het adres van een gespecialiseerde arts in Amerika, waar ik langdurig een infuus met antibiotica kreeg waar ik enorm van opknapte. Toch kreeg ik na een tijd weer een terugval. Nu slik ik nog steeds antibiotica, elke dag. Mijn leven is beter dan het was, maar ik heb nog steeds ernstige klachten. Hoofd- en aangezichtspijn, geheugen- en concentratieproblemen, vermoeidheid, krachtsverlies en gewrichts-pijnen bijvoorbeeld. Winkelen, sporten en leuke dingen doen, dat is er niet bij voor mij.’

Maarten: ‘De cardioloog wist meteen: dit is Borrelia Carditis, de lymebacterie die op mijn hartspier zat’

Maarten Smeets (41) kreeg 6 jaar geleden de ziekte van Lyme, maar een tekenbeet kan hij zich niet herinneren. 

‘Ineens kreeg ik vreemde pijntjes in mijn gewrichten. Gedurende twee weken voelde ik ze omhoogtrekken, van mijn benen naar boven, naar mijn armen en schouders. En toen ik met de bakfiets van Hilversum heuvel op richting Laren fietste, was ik niet vooruit te branden. Wat was dit? Ik ging naar de huisarts, waar ik meteen aangaf dat ik dacht aan de ziekte van Lyme – een tekenbeet kon ik me niet herinneren, maar ik had weleens gelezen over de verschijnselen. De huisarts controleerde mijn hartslag, die was maar 33, en gaf me een verwijsbrief voor de cardioloog. Thuis viel ik flauw nadat ik de trap op was gelopen. Een uur heb ik op bed gelegen, toen lukte het om mezelf overeind te hijsen om naar het ziekenhuis te gaan. Binnen enkele minuten werd ik geholpen. De cardioloog zei: ‘De klachten die je hebt, kunnen op vijf dingen wijzen. Vier ervan leiden naar een pacemaker, de vijfde, Lyme, is te behandelen.’ Na drie kwartier – bloedafname, hartfilmpje en een gesprek – was het voor de cardioloog eigenlijk al duidelijk: Borrelia Carditis, de Lymebacterie die op de hartspier gaat zitten. Ik werd opgenomen op de hartbewaking en de volgende ochtend startte de behandeling met antibiotica via een infuus. Na een week waren mijn klachten weg en werd ik ontslagen met het verzoek een week later terug te komen voor controle. In die dagen na ontslag voelde ik opnieuw tintelingen in mijn gewrichten. Gelukkig werd mijn klacht serieus genomen. Ik kwam voor behandeling bij een neuroloog. Uiteindelijk heb ik een week of vier verschillende soorten antibiotica gehad. Ik functioneer weer 100% en heb al mijn energie terug.’




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
inhoud_5_2018.jpg