RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Richard Hassink

GettyImages-182301030.jpg

Vogelparadijsje in je eigen tuin

Altijd leuk: vogels in de tuin. Om ze te lokken moet je zorgen voor de drie V’s: voer, voortplantings­mogelijkheden en veiligheid. Journalist Richard Hassink, tot voor kort geen overdreven vogelliefhebber, verdiept zich in hun wereld.


Mijn vrouw houdt van vogels. Voordat ik haar ontmoette, nu bijna vijf jaar geleden, kon ik nog geen vink van een mus onderscheiden. En al ben ik nog geen vogelexpert, intussen is mijn vogelkennis flink toegenomen. Vooral de laatste
twee jaar heb ik veel opgestoken, sinds wij ons nieuwe huis betrokken in een dorp met een groot bos op steenworp afstand. Terwijl ik me zorgen maakte over de verbouwing die steeds meer vertraging opliep, was mijn vrouw vooral bezig om in de tuin allerlei voorzieningen te treffen om vogels te lokken. Voedertafels, vogelhuisjes, potjes pindakaas in houders aan de muur en vetbollen aan de takken van struiken. ‘Het duurt altijd even voordat vogels je tuin hebben gevonden,’ zei ze, ‘dus je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen.’
Maar al na een paar dagen wemelde het van de vogels: kool- en pimpelmezen, vinken, boomklevers, roodborstjes, winterkoninkjes, mussen, roeken, merels, eksters, gaaien, houtduiven en Turkse tortelduiven. En afgelopen winter kwamen er zelfs twee goudvinken af op het wak dat ik voor de vogels in de vijver had opengehouden. De mooiste bezoekers zijn de bonte spechten die precies lijken te weten wanneer er weer een verse pot pindakaas wordt opgehangen. Leuk, al die vogels in de tuin, maar toch heb ik nog wel wat vragen. Jip Louwe Kooijmans, teamleider tuin en stad bij de Vogelbescherming, geeft de antwoorden.


Hoe maak je een tuin vogelvriendelijk?

‘Concreet betekent het dat je moet voldoen aan de drie V’s: voedsel, voortplantingsmogelijkheden en veiligheid. De eerste spreekt voor zich. Bij nummer twee moet je denken aan nestkastjes (voor mezen onder andere), maar ook aan bomen en struiken waarin bijvoorbeeld merels nesten kunnen bouwen.
Bij veiligheid moet je óók aan groen denken: aan hagen en struiken waarin vogels bescherming kunnen zoeken. Snoei dus niet al te overdreven. Helaas zijn twee van de vijf tuinen in Nederland betegeld, en vaak staat er dan ook nog een hardhouten schutting omheen. Nou, dat is dus echt niet de meest aantrekkelijke omgeving voor vogels.’
Het leefgebied van vogels is toch veel groter dan mijn tuin. Wat heeft het dan voor zin? ‘Ja, dat leefgebied is inderdaad veel groter, tenzij je een paleistuin hebt. Maar doordat braakliggende gebieden in steden en dorpen steeds vaker worden bebouwd en gebouwen steeds strakker zijn ontworpen, komen vogels wel in de verdrukking. Op die ruimtelijke ordening kun je als burger weinig invloed uitoefenen, maar over je eigen tuin ben je zelf de baas. En al die tuinen samen kunnen zorgen voor een rijk gevarieerd leefgebied voor vogels.’


Al dat bijvoeren. Moeten ze niet zelf leren zoeken naar voedsel?

‘Vogels kun je het hele jaar door voeren, ze zullen niet snel afhankelijk worden van één specifieke voedselbron. Wel is het zo dat ze in strenge winters meer behoefte hebben aan vogelvoer. Vooral vinken en lijsters, want die vinden hun voedsel vaak in de grond en als die besneeuwd of bevroren is, wordt dat lastig. Bovendien leggen vogels nauwelijks een vetvoorraad aan. En ze zullen zeker niet te veel eten, omdat het hun vliegvermogen schaadt als ze te zwaar worden.’


Wat mogen vogels niet eten, en wat is goed voor ze?

‘Geef ze geen voedsel dat voor mensen gemaakt is, en zeker geen bereid voedsel. Kijk verder uit met producten waar veel zout en suiker in zit, want die kunnen de meeste vogels niet verteren. Er zijn uitzonderingen, hoor. Zo zijn meeuwen wél dol op ons voedsel. Zij kunnen als aaseter en opruimer veel meer hebben en hebben het vermogen zout af te scheiden. Eigenlijk is alles goed wat in een speciaalzaak wordt aangemerkt als vogelvoer, maar pas wel op: sommige heel goedkope producten bevatten inferieure ingrediënten. Veel vogels houden van pindakaas, maar koop wel speciale pindakaas voor vogels; daar zit geen zout in.’


Nog meer tips?

‘Maak voederplaatsen af en toe goed schoon, anders kan het ongedierte als muizen en ratten aantrekken, of ziekten veroorzaken. Geef ook niet te veel voer. Is er ’s avonds veel over van het voer dat je ’s ochtends hebt aangevuld, dan is het zaak te minderen.’

Mijn vrouw weigerde laatst mee te gaan naar het strand, omdat ze verwachtte dat de jongen van een koolmeespaartje in een van onze nestkastjes die dag zouden uitvliegen. We hebben toen behoorlijk op in haar moeten praten om haar mee te krijgen. Toen ze ’s avonds ontdekte dat de jongen inderdaad waren gevlogen, was ze heel erg teleurgesteld. Ik kan me niet voorstellen dat ik me zo zou laten meeslepen, maar zeker weten doe ik dat niet: het tuinvogelvirus schijnt heel besmettelijk te zijn.


Tel maar op

Elk jaar in januari tellen vogelliefhebbers het aantal vogels in hun tuin. De huismus staat eigenlijk altijd op 1, en dat is dit jaar niet anders. Daarna volgen de koolmees, pimpelmees, kauw en de merel. Op tuinvogeltelling.nl vind je de top 25 en kun je, door je post­code in te voeren, zien welke vogels het meest voorkomen in jouw buurt.

 

Wat is dat er voor eentje?

Voor het herkennen van vogels zijn er diverse gratis apps in omloop, zoals Vogels van Europa, Vogels in NL en Tuinvogels. Behalve informatie over de vogels vind je er ook geluids- en film­opnames. Meer weten over vogelvoer, wanneer vogels wat nodig hebben en hoe je het voer het best aanbiedt, kijk dan op vogelbescherming.nl. Daar vind je ook tips voor een vogel­vriendelijke tuin.

123



'We krigen zelfs fazanten en parkieten op bezoek'

Toen Jacqueline Veldkamp (41) en haar vriend anderhalf jaar geleden verhuisden van een appartement in Den Haag naar een huis met voor- en achtertuin in een omgeving met veel bomen in Rijswijk, wisten ze niet wat hen overkwam. ‘We waren gewend dat er weleens een meeuw overvloog, maar hier hingen we één vetbol op en hadden meteen allerlei mezen in de tuin. Sindsdien zijn vogelverslaafd.’
De voortuin werd aangelegd met veel struiken waarin vogels
kunnen wegkruipen en met planten met besjes die ze lekker vinden. ‘We hebben ook van alles gekocht en zelf gemaakt: voedertafels, nestkastjes en waterschalen. En in de achtertuin hebben we nu een heel groot voederhuis waar zelfs fazanten op afkomen die hier een stukje verderop in een park leven. Door al die vogels heb je echt het gevoel dat je midden in de natuur woont.’
Vanuit haar werkkamer heeft Jacqueline goed zicht op haar voortuin. ‘Ik stuur regelmatig berichtjes met foto’s naar mijn vriend op zijn werk. ‘Kijk, wat we nu weer in de tuin hebben’, app ik dan. Laatst nog foto’s van parkieten. Schijnt dat iemand er een paar heeft losgelaten en nu zit er een hele kolonie. Dan zie je dat en denk je: ik zit hier toch niet in de tropen. Zo’n raar gezicht.’




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
inhoud_5_2018.jpg