RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: José Rozenbroek | Fotografie: Cornelie de Jong

_MG_5045.png

Schuur opruimen

Je bent het al zo lang van plan: eens lekker rigoureus opruimen. De schuur bijvoorbeeld. Maar ach, die dierbare sleetjes en kan die ouwe fiets nog worden gemaakt? Soms heb je een duwtje nodig.

Tess Wouda Kuipers was in een vorig leven diplomaat. En omdat ze in die hoedanigheid vaak moest verhuizen, kan ze als geen ander weggooien. Haar huidige baan als personal organizer is haar op het lijf geschreven: ze leert mensen schiften, kiezen, weggooien, systematiseren. Opruimen kortom. Vandaag zijn we bij Leonoor, logopediste. Leonoor woont met haar man en haar dochters Noor (18) en Robijn (16) in een lekker groot huis aan de rand van de duinen. Zoon Wouter van 21 woont op kamers in Groningen. Leonoor zegt van zichzelf dat ze een rommelkont is. ‘Ik zie het gewoon niet, rotzooi. Maar ik heb wel rust in mijn hoofd en om mij heen nodig.’ En omdat haar huis zo groot is en ze ook nog een zolder, een garage en een schuur heeft, kon de rommel zich jarenlang opstapelen. Vandaag gaat Tess haar helpen haar schuur op te ruimen.

Toen ze tien jaar geleden dit huis kochten van de moeder van Leonoor stond de schuur ook vol met troep: kastjes, oud speelgoed, loopfietsjes van de kleinkinderen, meubels. ‘Ze hadden gewoon alles achtergelaten. Dat kun je bij je dochter doen, natuurlijk niet bij vreemde kopers.’ Het meeste is toen weggegooid, de ruimte is vanzelf in de loop der jaren weer dichtgeslibd. ‘Dit is mijn rommel,’ bekent ze deemoedig. Het is inderdaad niet mis wat er allemaal uit dat schattige kleine schuurtje tevoorschijn komt: twee mega-waterpistolen, een opblaaskrokodil, sleetjes, een wrakkig kinderfornuisje, een stuk van een dashboard, kledinghangers, kippengaas voor sinterklaassurprises, een rieten fietsmand, een paar driewielertjes, een roestige vouwfiets, nog een paar fietsen, een speelgoedgraafmachine, een skelter, een aanhanger voor de skelter, een buitenlamp, en nog veel meer. De stapel spullen-die-weg-mogen groeit: Leonoor krijgt er lol in, maar bij sommige spullen is ze gedecideerd. De sleetjes moeten bijvoorbeeld blijven. ’Omdat we half op een duin wonen kunnen we ’s winters in onze eigen tuin sleetje rijden.’ Aan het exotische picknickkleed, ooit gekocht tijdens een verblijf in het buitenland, kleven dierbare herinneringen en ook de waterglijbaan mag nog niet weg. ‘Robijn vermoordt me anders.’ De graafmachine moet eveneens blijven; die is te bijzonder. Maar de rest? Bijna alles mag weg, beslist Leonoor resoluut. Dus ook het oude stokpaardje van de kinderen dat net nog vertederd werd begroet? ‘Ik heb er niks meer mee.’ Besloten wordt dat de skelter en de aanhanger op Marktplaats gezet zullen worden, speelgoed dat er nog goed uitziet gaat naar de kleine neefjes en naar de plaatselijke kringloopwinkel. Voor de rest zal het grof vuil gebeld worden. Ook voor de vouwfiets en die opoefiets. ‘Wil je die niet opknappen?’ vraagt Tess voor de zekerheid. Ja, ook die fietsen mogen weg, die zijn niet meer te repareren.

Even vegen levert twee zakken herfstbladeren op
Wanneer het schuurtje vrijwel is leeggeruimd klimt Tess op een ladder om het vloertje te inspecteren dat deels op de balken is gelegd. Daar treft ze een stapel dakbedekkingsmateriaal aan, nog uit de tijd van Leonoors ouders, een zitzak, diverse onkruidverdelgers en vochtige dozen. Ook dat alles kan geschift worden. Tess helpt Leonoor met kiezen: ‘Weet je zeker dat je deze kapotte vochtige doos met ondefinieerbare inhoud echt wil houden?’ Als het schuurtje leeg is worden de bladeren eruit geveegd; bijna twee vuilniszakken vol. Al het tuingereedschap gaat aan spijkers tegen de muur of wordt bij elkaar gezet in een grote bak. Zo, dat ruimt flink op. Twee gevonden vogelhuisjes worden ook aan een spijkertje gehangen. Leonoor belooft er snel buiten een plekje voor te gaan zoeken. In de kast worden de zakken potgrond en andere tuinmaterialen bij elkaar gezet. De onkruidverdelgers gaan voor de veiligheid weer de hoogte in. Voor de rest van de spullen die mogen blijven, wordt een handige plek gezocht. Tess: ‘Natuurlijk hoef je niet alles weg te gooien. Maar geef wat je bewaart bewust een plek. Bewaar het op een georganiseerde manier, bijvoorbeeld in dozen met etiketten.’ Wanneer alles weer in het schuurtje staat, valt op hoe ruim het eigenlijk is. Je kunt nu gemakkelijk overal bij, zelfs als alle fietsen erin staan. Leonoor staat tevreden in de deuropening van haar onberispelijke schuur. ‘In mijn studententijd kon ik al niks weggooien. Als vriendinnen op bezoek kwamen, mochten ze iets aanwijzen dat weggegooid kon worden. Dit duwtje in de rug was net wat ik nodig had.’ +

Slordig=duur
Neem de moeite om je tuingereedschap na gebruik schoon te maken. Het roest dan minder snel en gaat langer mee. En laat je snoeischaar en handmaaimachine regelmatig slijpen.

 

TIPS VAN TESS:

1. Troep trekt troep aan. Gooi niet alles gemakshalve in een garage of schuur; spullen waar je ‘even’ geen ruimte voor hebt. Denk bij elk stuk na: wil ik het werkelijk bewaren? En wat wil ik er dan mee doen?
2. Soms zijn er spullen waar je emotioneel nog geen afscheid van kunt nemen. Het kastje van opa, het bureau van oom Evert, de skelter van toen de kinderen nog klein waren. Die kun je rustig bewaren in de garage of op zolder. Heroverweeg ze elk jaar: wil je ze werkelijk nog houden? Maar moet dat bureau dan geen plek in huis krijgen? Of kun je er inmiddels afstand van doen?
3. Ga in de schuur, indien mogelijk, de hoogte in: timmer een paar balken overdwars waarop je deels een vloertje kunt leggen, of leg er de tuinstoelen overdwars op. Daar kun je in de winter weer spullen op kwijt. Over de balken kun je ook kleden, kussen en matjes hangen.
4. Hang zoveel mogelijk op aan de muren in een schuur of garage; dat schept enorm veel ruimte.
5. Bewaar alles bij elkaar: de tuinspullen bij de tuinspullen, de tafel bij de stoelen, de fietsen bij de fietsen. Dan hoef je niet struikelend en vloekend je een weg te banen om alles bij elkaar te zoeken.+


  • schuur 1
  • Schuur 2