RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Niki Rap | Beeld: Getty Images, iStock images

banner-schoonmaak.png

Hoe smetvrezerig ben jij?

Hysterische Miep Kraak of ranzig Floddertje: hoe schoon ben je? En hoe (on)gezond is dat? Niki Rap, vaak beticht van smetvrees, ging op onderzoek uit. En komt met dringende adviezen (in de was dat vaatdoekje) en relaxte conclusies: van bacteriën word je heus niet zo snel ziek.

 

doeke

Je nagels knippen aan tafel, dat is vies! Je voeten in de wc wassen, dat is vies! Toen mijn oudste zoon geboren werd, kreeg ik van mijn baas het hilarische kinderboek Dat is vies!, een opsomming van steeds goordere dingen – zwemmen in het riool, kleien met hondenpoep – en dito prenten. Het was geen toevallig gekozen kraamcadeau. Op mijn werk werd altijd hard gelachen om het feit dat ik eigenlijk alles smerig vond: de telefoon op het bureau, de duizend-dingen-doekjes die duizend dagen rondzwierven en, buiten kantoor, geldautomaten, straatfeestbuffetten, wc-kranen, zwembadkleedhokjes (gebruikte pleisters… iiieeeuuwww) en bakjes pinda’s op een cafébar. Inmiddels is er weinig van die smetvrezigheid over. Want diezelfde zoon hielp mij er op dag één van zijn bestaan vanaf. Hoe kokend ik alles ook waste, hoe grondig ik z’n speentjes ook steriliseerde, ik bleef te maken hebben met snot, kwijl en poep. Wat bleek? Van mijn eigen kind, en later ook van zijn broertje, kon ik veel vuiligheid hebben. Smetvrees en toch vies Niet dat ik opeens een smeerlap ben. Ik ga nooit naar bed voordat ik het fornuis, de gootsteen en het aanrecht heb gepoetst. Met een vers doekje uiteraard. Maar dat is geen smetvrees weet ik nu – en dat heb ik gelukkig ook nooit gehad. Sterker nog: iemand met smetvrees heeft niet per definitie een blinkend huis. Maaike van der Linden-Kamphuis van de Angst Dwang en Fobie Stichting is ervaringsdeskundige: ‘Ik ben enorm bang om vies te worden en was daarom heel vaak mijn handen, soms tot bloedens toe. Tijd om mijn huis goed te poetsen heb ik daardoor niet eens.’

Therapeut Dink van Ginkel: ‘Smetvrees heeft in feite niks met een gezonde hygiëne te maken. Mensen die eraan lijden, hebben een doorgeschoten angst voor besmetting met bacteriën en zullen er alles aan doen om dat te voorkomen. Ik heb weleens iemand in mijn praktijk gehad die erg bang was om met hiv besmet te worden. Op straat was hij bang om bloed aan z’n schoenen te krijgen, dat mee naar huis te nemen en zo geïnfecteerd te raken. Soms zie je ook dat iemand overdreven aan het schoonmaken slaat als er bezoek is geweest: dan wordt de bank uitgezogen, de wc geschrobd en worden de deurklinken ontsmet. Opvallend is dat patiënten altijd weten dat hun angst irrationeel is, en toch kunnen ze er geen maatregelen tegen treffen.’ Kortom: niet elke poetsfanaat heeft smetvrees. En niet elke smetvreespatiënt is per definitie ultraschoon. Maar verwoed poetsen kan wel een uiting van smetvrees zijn. Van Ginkel: ‘Als iemand erg lang bezig is met een huishoudelijke taak, kan dat een alarmsignaal zijn. Of als hij daarin absoluut niet gestoord wil worden, omdat het hele ritueel dan weer van voren af aan opnieuw moet worden uitgevoerd. De meest effectieve behandeling is cognitieve gedrags­therapie. Die bestaat uit twee sporen: het cognitieve, waarin we onder andere onderzoeken hoe reëel de angsten echt zijn, en het gedragsspoor: je krijgt dan bijvoorbeeld de opdracht om je handen nog maar één in plaats van tien minuten te wassen. Helaas gaat smetvrees bijna nooit helemaal over, maar met therapie is het wel leefbaar te houden.’



Hoe hoog is je vuil-tolerantie?
Hoewel je natuurlijk niemand zo’n dwangstoornis gunt, is enige hygiëne in huis wel aan te raden. Want: hoe schoner, hoe minder smerige bacteriën en virussen, en hoe kleiner het risico om ziek te worden. Je hoeft geen hysterische Miep Kraak te worden, maar ranzig Floddertje-gedrag is ook geen aanbeveling. De slimste schoonmaaktactiek ligt ergens in het midden, en heeft niet alleen met je vuil-tolerantie, maar ook met de huiselijke situatie te maken. Heb je een kruipend kind, dan is het slim om de vloer vaker te dweilen en zo infectiegevaar te verkleinen: baby’s stoppen vaak hun handjes in hun mond en hun weerstand is nog minder goed ontwikkeld. Rompertjes en spuugdoekjes regelmatig in de kookwas is om dezelfde reden geen overbodige luxe. En regelmatig je handen wassen, zéker nadat je je baby hebt verschoond, en in het algemeen, voor je gaat koken en eten, uiteraard na de wc, na het aaien van de hond en kat, én nadat je hebt schoongemaakt (en dus in aanraking bent geweest met dat schmutzige vaatdoekje). Over die doekjes gesproken: vergeet niet grondig te reinigen na gebruik. Dat betekent op minimaal 60 °C in de machine. Voeg het ontstoffen van de stofzuigermond en het grondig naspoelen van emmers toe aan je après-poetsroutine als je echt hygiënisch schoon wilt maken.

Ook 65-plussers doen er vanwege hun gemiddeld lagere weerstand goed aan om extra rein te zijn. Dat betekent bijvoorbeeld een dagelijks lapje - natte, desinfecterende wegwerpdoekjes zijn een ultra-schone en relaxte optie - langs deurklinken, leuningen, kranen en lichtknopjes. Ook als er grieperige gezinsleden zijn, is dat geen overbodige luxe: zo’n extra hygiënerondje kan helpen meer besmettingen te voorkomen.

Nooit ziek, die ranzige studenten
Nog zo’n mogelijke besmettingshaard is eten. Als daar niet zo fris mee wordt omgesprongen, kun je niet alleen last krijgen van je maag en darmen, maar ook ernstiger ziektes als hersenvliesontsteking oplopen. Jaarlijks overlijden er tientallen mensen aan voedselvergiftiging. Maar hoe zit dat dan met al die intens smerige keukens in studentenhuizen? Waar aangekoekte pannen, dikke lagen schimmel en vanzelf weer tot leven gekomen vlees in de ijskast dagelijkse realiteit zijn? En vaatdoekjes, als ze er al zijn, opgepropt in een hoekje van het aanrecht klam liggen te stinken? Die studenten worden niet doodziek. Hoe dat kan? Dat ligt aan hun weerstand, zegt een Nijmeegse professor die voor een lokaal studentenblad vaatdoekjes in dispuutshuizen bacteriologisch analyseerde. Bijzonder morsig waren ze, maar volgens de wetenschapper vormden ze geen groot gevaar: studenten zijn jong en sterk, hun immuunsysteem is in de krachtigste fase van hun leven. Bovendien zegt hij dat virussen een veel groter infectierisico vormen. Oftewel: niet de bacterierijke keuken maakt je ziek, maar wel de met griep besmette kok. En dan alleen als je al een zwak gestel hebt. Vandaar dat het Voedingscentrum adviseert extra op eethygiëne te letten als je een YOPI bent: Young (jonger dan 5), Old (65+), Pregnant of Immuno-Compromised (verminderde weerstand door ziekte). Zelfs bij een notoire viespeuk zul je dus niet snel iets oplopen. Neemt niet weg dat ik, als ik alle richtlijnen nog eens overzie, het niet slecht doe met mijn poetsregime: minimaal dagelijks een rondje door de keuken met een brandschoon doekje. Gooi ik nu even een handje soda door de gootsteen. En houd ik me aan de stelregel uit mijn prentenboek: je hoofd in de vuilnisbak stoppen… dat is vies! 

schuurspons
Waarom hebben steeds meer mensen last van hooikoorts, astma en eczeem? Simpel: we zijn doorgeslagen in onze poetsdrang. Daardoor maken kleine kinderen tegenwoordig steeds minder infecties door en bouwen ze minder weerstand op tegen allergieën en chronische immuunziekten. Dat is in het kort de ‘hygiëne-hypothese’ van veel wetenschappers. Vuil is gezond volgens deze theorie. Maar onderzoekers zijn er nog niet helemaal uit. Want tegelijkertijd zijn door de toegenomen hygiëne gevaarlijke ziektes uitgebannen. De middenweg lijkt voorlopig de beste: vooral in de zandbak laten spelen, die kinderen. Maar wel handen wassen voor het eten.