RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Flory Hartog | Fotografie: Getty Images, iStockphoto

BN_bonen.png

Eigen boontjes doppen

Om te kunnen eten uit eigen tuin hoef je niet een complete moestuin aan te leggen. Tomaten in de border, sperziebonen langs de schutting, perenboom op het gazon. Oogsten maar!

 appel-leeg

2 smaken in 1 pot

Een lust voor het oog én je smaakpapillen: kleurrijke, eetbare duo’s in een pot. Dus afrikaantjes met dwergtomaatjes, goudsbloemen met snijbiet, krulpeterselie met blauw-witte viooltjes en basilicum met aardbeien. Ook ideaal voor op het balkon of terras.

Ik geef het toe: mijn eigen zelf-groente-kweken-avontuur duurde precies één zomer. Ik begon vol bravoure en met ambitieuze visioenen van elke dag minimaal één maaltijd met groente uit eigen tuin.

Mijn man maakte twee verhoogde plantenbakken en bracht van de kweker kleine opgekweekte groenten mee. Ik vulde de aarde met tomaten-, courgette-, rabarber-, krulsla- en aardbeienplantjes, gaf ze water en was daarna wekenlang druk met andere zaken. Een teken aan de wand zou later blijken. ‘Volgens mij moet je eens van dichtbij bekijken hoe het ermee staat,’ zei mijn man op een zonnige zaterdag. Vanachter het raam had ik al geconstateerd dat de bedden inmiddels behoorlijk groen waren. Dat beloofde veel goeds! Bij nadere inspectie bleek echter dat een legertje slakken de krulsla zo goed als op had gegeten. En er ging meer mis: de tomaten bleven klein, hard en groen en van de aardbeien wist ik er slechts een paar uit de snavels van de merels te redden. Twee groentesoorten handhaafden zich ijzersterk, ondanks jammerlijke verwaarlozing van mijn kant: de courgette en de rabarber. De eerste produceerde nakomelingen van het formaat honkbalknuppel en de laatste vulde met zijn joekels van bladeren en stengels een half bed. Van de rode rabarberstelen maakte ik op een blije dag een heerlijke crumble die we met gepaste trots en smaak opaten. Tja, en daar bleef het toen bij. Waarom? Geen tijd, geen zin. Daarom adviseer ik: begin klein en breid uit als het goed gaat én je plezier in het onderhoud hebt. 

Intussen zie ik in de supermarkt van die keurige courgettes liggen en denk ik met weemoed terug aan mijn groene bevlieging van twee jaar geleden. Zal ik toch nog een poging wagen? +

Over de eetbare tuin is op internet aardig wat te vinden, kijk maar eens op wroeten.nl, neerlandstuin.nl en mooiemoestuin.nl of pak het boek De eetbare tuin van Alys Fowler erbij. Dit inspirerende boek geeft je tips, tools en wijze raad voor het verbouwen van je eigen groenten en fruit op een onconventionele, creatieve manier. 
De eetbare tuin, Alys Fowler, € 22,50 (Karakter Uitgevers)

RADAR_onderaan_pagina_site



Een eetbare tuin in 5 stappen

1. De beste plek om groente en fruit te verbouwen is op een plek met gemiddeld zes tot acht zonuren per dag. 

2. Breng in kaart hoeveel ruimte je beschikbaar hebt. Bepaal of je bestaande perken, potten en bakken wilt gaan gebruiken of dat je wilt uitbreiden. Denk ook aan de verticale vierkante meters die je tot je beschikking hebt (muur en/of schutting). 

3. De grond is belangrijk: eetbare planten hebben behoefte aan grond met een luchtige structuur die genoeg water vasthoudt en veel voedingsstoffen bevat. Alleen potgrond is niet voldoende. Meng daarom zo veel mogelijk compost en goed verteerde mest door de bestaande grond.

4. Nu komt het leukste: kies wat je wilt verbouwen. Begin bescheiden en kies die groenten die je graag eet. Tomaten, sla, kruiden, aardbeien en courgettes zijn prima om mee te beginnen. Om tegen de schutting of muur op te klimmen, zijn alle soorten bonen ideaal voor de beginnende thuiskweker. Maak je eetbare tuin compleet met een fruitboom en/of fruitstruiken. Appel- en perenbomen zijn gemakkelijk in het onderhoud. Ook frambozen, bosbessen en aalbessen zijn goede soorten om mee te starten.

5. Maak je eetbare tuin kleurrijk met eetbare bloemen. De keuze is enorm, maar komkommerkruid, afrikaantjes, Oost-Indische kers, goudsbloem en viooltjes zijn mooi en makkelijk.