RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Jean-Pierre van de Ven | Illustratie: Sophie van Boven

bedriegerscomplex---Ik-doe-wat-ik-zeg.jpg

Het bedriegerscomplex - 'eigenlijk kan ik niks'

Je zou denken dat succesvolle mensen barsten van het zelfvertrouwen. Dat is vaak helemaal niet zo. Sterker nog: veel bollebozen denken dat de rest van de wereld er elk moment achter kan komen dat ze de boel gewoon belazeren met hun mooie succesverhaal. Psycholoog Jean-Pierre van de Ven legt uit hoe dat zit.

Heb je ook het gevoel dat je eigenlijk niet zo slim bent als je lijkt?

Dat het slechts een kwestie van tijd is voordat ‘ze’ erachter komen? Dat je dus elk moment door de mand kunt vallen? Denk je weleens dat je alleen door toeval en vergissingen van anderen hebt bereikt wat je hebt bereikt? Dat je de kluit belazert met je mooie verhaaltjes? Ben je bovendien een vrouw? Of ben je een Nederlander met een kleurtje? En heb je succes in het leven? Grote kans dat je lijdt aan het imposter phenomenon, in goed Nederlands het bedriegerscomplex. Veel succesvolle mensen hebben dezelfde zwakke plek: waar je zelfvertrouwen hoort te zitten, bevindt zich een groot zwart gat.

‘Op een dag zal alles uitkomen’

Katja is vijfenveertig jaar oud en ze heeft haar schaapjes op het droge, zoals dat heet, nadat ze vier jaar geleden het bedrijf heeft verkocht dat ze samen met een partner had opgezet. Tegenwoordig geeft ze adviezen aan bedrijven, startend en gevestigd, over alles wat met ondernemen te maken heeft. Ze leert directeuren hoe ze projecten van de grond moeten krijgen, hoe ze met hun personeel moeten omgaan, en ze liegt. ‘Nou ja, liegen, het is meer dat ik mezelf hoor praten en dat ik denk: hoe kom je erbij? En waarom beginnen ze niet hard te lachen?’ Katja zit steeds vaker in de auto naar huis met het schaamrood op de kaken. En ze is bang. ‘Want op een dag zal alles uitkomen en dan gelooft niemand me meer. Soms stuur ik pas een rekening nadat een opdrachtgever er een paar keer om heeft gevraagd, omdat ik vind dat ik dat geld eigenlijk niet heb verdiend.’

Vooral vrouwen zijn ‘intellectuele bedriegers’

Mensen als Katja komen steeds vaker langs in mijn praktijk in Amsterdam. Het zijn niet alleen mensen uit het bedrijfsleven, maar ook onderzoekers aan een universiteit, leraren aan een middelbare school, doktoren, kunstenaars en journalisten. Ik zag zoveel mensen met dezelfde door-de-mand-val-angsten, dat ik me begon af te vragen of er geen verband is tussen al die personen die vinden dat ze iedereen voor de gek houden. Na enig zoeken in de vakliteratuur bleek dat de psychologen Pauline Rose Clance en Suzanne Imes zich dezelfde vraag hebben gesteld, al in 1978. Zij hebben de term imposter phenomenon bedacht als aanduiding voor mensen die zichzelf beschouwen als ‘intellectuele bedriegers’. Dit zijn vooral vrouwen die vinden dat ze heus zo slim niet zijn, ook al hebben ze aantoonbaar goede academische en professionele prestaties geleverd. Ze bedriegen niet, maar ze voelen zich wel bedriegers. Hun succes brengt ze niet op andere gedachten - integendeel. Waar Clance en Imes het nog hadden over vrouwen die zich bedriegers voelen, daar toont modern onderzoek naar dit fenomeen aan dat ook mensen die behoren tot een minderheidsgroepering relatief vaak last hebben van dat gevoel. In de Verenigde Staten gaat het om Afro-Amerikanen en hispanics, Spaanstalige Amerikanen. Onderzoekster Bridgette Peteet en collega’s vonden in 2015 dat vooral deze groeperingen last hebben van het bedriegerscomplex omdat ze lijden aan ‘etnische verwarring’. Afro-Amerikanen en hispanics die studeren aan witte universiteiten, of die werken in een omgeving waarin witte normen en waarden gelden, kunnen verward raken over hun identiteit. Daardoor lopen ze meer kans zich een bedrieger te voelen. Een tweede factor is psychisch welzijn: mensen die zich somber of angstig voelen hebben minder zelfvertrouwen. Daarom denken ze sneller dat ze dom zijn, of dat ze iets niet kunnen, wat hun somberheid of hun angst weer versterkt.

Bescheiden vrouwen of mannelijke borstklopperij?

Natuurlijk hebben onderzoekers zich ook de vraag gesteld waarom meer vrouwen dan mannen lijden aan het bedriegerscomplex. Onderwijspsycholoog Kevin Cokley toonde vorig jaar aan dat dit samenhangt met een eigenschap die ongelijk over mannen en vrouwen is verdeeld. Waar mannen geneigd zijn om positieve gebeurtenissen en prestaties toe te schrijven aan eigen kunnen en negatieve gebeurtenissen aan het toeval, daar is het bij vrouwen precies andersom. Vrouwen voelen zich sneller bedriegers, omdat ze hun prestaties als toevalstreffers beschouwen. Zijn vrouwen bescheidener dan mannen? Of beschermt mannelijke borstklopperij tegen het gevoel een bedrieger te zijn?

Waar ben je bang voor?

De Nederlandse Vreneli Stadelmaier publiceerde in 2014 het boek F*ck die onzekerheid, over de onzekere vrouwen die ze in haar coachingspraktijk tegenkwam. Volgens Stadelmaier is angst het centrale kenmerk van het bedriegerscomplex. Denk aan angst voor mislukking, angst om niet aan verwachtingen te voldoen, angst om niet aardig gevonden te worden, angst om niet geaccepteerd te worden en angst om eerdere successen niet te kunnen evenaren. Al die angsten maken dat vrouwen met het complex ofwel zichzelf onzichtbaar maken, zodat hun vermeende fouten niet al te veel opvallen, ofwel perfectionistisch worden. Dit perfectionisme dient om fouten te voorkomen, die immers zouden bewijzen wat ze diep van binnen voelen - dat ze dom zijn, dat ze niet deugen, en dat ze elk moment door de mand kunnen vallen.

Zo maak je onbedoeld de verkeerde indruk

Dat ook mannen angstig kunnen zijn bewijst Pieter, een succesvolle dertiger die zich meldde in mijn praktijk met wat hij burn-outklachten noemde. Ogenschijnlijk ging alles goed in Pieters leven. Hij was net getrouwd en bijna vader; bij het bedrijf waar hij werkte maakte hij gemakkelijk een goede carrière. Toch voelde Pieter zich vaak slecht op zijn gemak. Hij maakte zich veel zorgen over wat zijn collega’s van hem dachten, zelfs zoveel dat hij vergaderingen vermeed. Ook wantrouwde hij zijn bazen, die hem keer op keer verzekerden dat hij goed werk verrichtte. Hoe konden ze zo blind zijn? Pieter was niet moe, het centrale symptoom van een burn-out, dus konden we die diagnose snel wegstrepen. Omdat Pieter veel piekerde en angstig was over fouten die hij (nog) niet had gemaakt, vertelde ik hem over het bedriegerscomplex en daarin herkende hij zich volkomen. We kwamen in onze gesprekken tot de volgende analyse. Juist doordat Pieter zijn collega’s vermeed en hij zich tijdens werkoverleggen van de domme hield, waren anderen hem gaan beschouwen als iemand die zijn werk niet goed deed. Dit zag Pieter vervolgens weer als bewijs voor zijn incompetentie. Zijn lage zelfbeeld werkte zo als een self-fulfilling prophecy. Zo’n vicieuze cirkel speelde ook in het werk van Katja. Om haar vermeende domheid te verbergen deed ze zich voortdurend anders voor dan ze was. Haar opdrachtgevers pikten haar onechtheid op en lieten hun verbazing daarover merken, bijvoorbeeld door haar voortdurend te vragen wat ze nou écht vond, of door er bij haar op aan te dringen om ‘volkomen eerlijk’ te zijn. Daardoor had Katja voortdurend de ervaring dat ze door de mand kon vallen. De verlossing kwam voor Katja toen ze tussen neus en lippen opmerkte dat ze zich absoluut niet kon voorstellen dat haar kennis en ervaring bijzonder waren. ‘Het gaat me zo gemakkelijk af allemaal. Iedereen kan toch doen wat ik kan?’ Met andere woorden: juist haar talent, juist het gevoel dat ze weinig inspanning hoefde te leveren om haar werk te doen, maakte dat ze zich dom voelde. Niet voor niets wordt het bedriegerscomplex wel de vloek van slimme mensen genoemd. In plaats van het gemak waarmee ze haar werk deed toe te schrijven aan haar eigen slimheid, dacht Katja dat ze intelligentie en intellectuele bagage tekort kwam. In feite deed Katja werk dat haar onvoldoende uit­daagde, maar door haar perfectionisme voelde dat aan als persoonlijk tekortschieten.

Twee oplossingen

Voor mensen met het bedriegerscomplex liggen dan ook twee oplossingen voor de hand. In de eerste plaats moeten je overtuigd raken van je eigen kunnen. Dit kun je doen door je prestaties op professioneel en persoonlijk vlak te verzamelen en op te schrijven. Zonder bescheidenheid moet je daarvoor kijken naar het verleden en alles opschrijven wat ook maar een beetje positief is. Op basis van dit schrijven maak je dan een spiekbriefje, een opsomming van de belangrijkste prestaties in je leven. Dit briefje leer je uit je hoofd, of je legt het ergens neer waar je er vaak naar kunt kijken, bijvoorbeeld als je weer eens de indruk hebt dat je dom bent geweest. Na enige oefening kun je er niet meer onder uit: je kunt wel degelijk wat. In de tweede plaats moeten mensen met het bedriegerscomplex leren om met hun talenten te woekeren. Je kunt leren om de gedachte ‘ik ben dom’ als een signaal op te vatten van een gebrek aan uitdaging. Denk na over de vraag waar je talent precies ligt en hoe je dit nog beter kunt gebruiken in je werk of in persoonlijke leven. Pieter ging bijvoorbeeld inzien dat zijn talent bestond uit het overzien van het werk van collega’s. Hij besloot om zich op zijn werk meer als een meewerkend voorman op te stellen dan als een kritische buitenstaander. Voortaan wees hij collega’s op hun positieve bijdragen aan het grotere geheel, waardoor ze hem ook meer gingen waarderen en hij niet meer het gevoel kreeg dat ze hem dom vonden. Dit deed wonderen voor zijn zelfgevoel: al snel was er geen vergadering meer waar Pieter niet vol trots het woord voerde. 

RADAR_stoppersite

 




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
004_BW_RADAR6.jpg
Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.