Radar+ Online

Word Abonnee

Tekst: Niki Rap | Fotografie: Anja Robertus

_DSC5341EARL.jpg

Gamen is gezond

Je hoeft niet bang te zijn dat kinderen agressief of lui worden van spelletjes op de Playstation en tablet. Van een potje gamen worden ze juist socialer, creatiever en slimmer.

‘Kom eens achter dat scherm vandaan! Straks krijg je vierkante ogen.’ Help, ik lijk mijn moeder wel, die zei dat ook als ik te lang televisiekeek (van een iPad had niemand nog gehoord). Dat vond ik toen onzin. Maar nu roep ik ’t regelmatig tegen mijn zoons van 13 en 10, als ze wéér zitten te Minecraften. Want ze moeten toch ook naar buiten? En stompen ze niet ontzettend af van dat gestaar op de vierkante millimeter? Of erger: kweek ik geen criminelen door ze best agressieve games te laten spelen?

Ik ben niet de enige die die angst heeft, vertelt Dr. Wannes Ribbens, game-onderzoeker en assistent-professor bij de afdeling Media & Communicatie van de Erasmus Universiteit Rotterdam: ‘Als het gaat over de vraag of games gewelddadigheid in de hand werken, heb je eigenlijk twee kampen: enerzijds voornamelijk Amerikaanse onderzoekers die zeggen dat je inderdaad agressief wordt van het spelen van videogames, en anderzijds overwegend Europese collega’s die deze uitkomsten sterk nuanceren: gewelddadig gedrag is nooit direct te wijten aan gamen.’

Ribbens is het eens met de Europeanen. ‘Vooral als er ook met andere factoren rekening wordt gehouden, zoals iemands psychische gesteldheid, sociale omgeving en karakter, is het heel moeilijk hard te maken dat het spelen van videogames negatieve effecten heeft op kinderen. Persoonlijkheidskenmerken en sociale omgevingsfactoren wegen veel zwaarder.’ Met andere woorden: pas als iemand het moeilijk heeft op veel andere vlakken, kan het op slechte ideeën komen door te gamen. Maar volgens Ribbens gaat het dan om een heel kleine groep die het onderscheid tussen fictie en realiteit niet kan maken, en die sowieso al aanleg tot problematisch gedrag heeft. 

 

Top voor de teamspirit

Wannes Ribbens legt uit dat je een game kunt zien als een soort eigen ecosysteem. In tegenstelling tot televisie, waarnaar je alleen maar zit te kijken, neem je deel aan dat systeem. En omdat er dingen van je verwacht worden, leer je veel. Om doelen te bereiken, heb je bijvoorbeeld vaak geen andere keus dan samen met anderen aan de slag te gaan: top voor de teamspirit. Ook zijn er studies die aantonen dat gamers informatie beter kunnen verwerken, en beter kunnen onderscheiden wat wel en niet belangrijk is. Zelfs die virtuele gevechten komen in het echte leven soms goed van pas. Beginnende gevechtspiloten met een gaming-achtergrond blijken beter te presteren in een simulator dan niet-gamers. Games blijken ook diensten te kunnen bewijzen op andere gebieden. Ribbens vertelt over een onderzoek van ‘gameprofessor’ 

Jeroen Jansz, zijn collega. Volgens Jansz’ theorie zijn gewelddadige videogames voor puberjongens een manier om hun emoties te reguleren. In real life mogen ze niet vechten, en met die games hebben ze een veilige omgeving om hun testosteron te laten stromen. Italiaanse neurowetenschappers ontdekten bovendien kortgeleden dat actiegames prima kunnen worden ingezet tegen dyslexie. Na twaalf uur gamen was de leesvaardigheid van hun tienjarige proefpersonen met sprongen vooruitgegaan, en dat effect was een jaar later nog altijd meetbaar. Ook de oog-handcoördinatie wordt al gamende stukken beter en zelfs het ‘te-weinig-beweging-bezwaar’ gaat niet altijd op. Denk bijvoorbeeld aan Wii sports games, waarbij kinderen met een bezweet hoofd en razendsnelle hartslag voor de buis staan te springen en te boksen.

 

Geen martelpraktijken onder de 18

Dat betekent niet dat we gerust over kunnen gaan op een ‘onbeperkt-gamen-beleid.’ Niet voor niks worden alle games voorzien van leeftijdsclassificaties. Zo krijgt het populaire GTA5 (Grand Theft Auto) een 18+ code, omdat het een heftig schietspel is, en er martelpraktijken en grof taalgebruik in voorkomen. Ribbens is het daar helemaal mee eens: ‘Het is goed dat de game-industrie zichzelf op deze manier reguleert, en ook iconen gebruikt om aan te geven of er sprake is van geweld of enge dingen. Zulke zaken kun je nou eenmaal minder goed relativeren op je twaalfde.’ Die leeftijdsadviezen vindt hij dus een goede zaak, al benadrukt hij wel dat het toch de verantwoordelijkheid van de ouder blijft om te bepalen of een kind er klaar voor is of niet.  

Dan is er natuurlijk nog het schrikbeeld dat kinderen middagen of zelfs weekenden lang gekromd over een tablet doorbrengen. Hoe voorkom je dat? Ribbens erkent dat het moeilijk kan zijn om te stoppen: ‘Games motiveren je voortdurend om te blijven spelen. Als je iets goed doet, word je beloond. Daardoor maak je endorfine aan, en dat voelt prettig.’ Toch hoeft dat niet meteen zorgelijk te zijn. Zolang je kind genoeg tijd blijft besteden aan zijn huiswerk, genoeg buiten is en ook offline vrienden heeft, is er niks aan de hand. Met mate gamen dus, zegt Ribbens: ‘Maar dat geldt voor alle media-activiteiten.’ De meeste pedagogen zijn het met hem eens. Een maximum aantal uren is niet te geven. Als je kind naast het gamen ook andere dingen doet, sociaal is, op school goed meedraait en voldoende slaapt, is er niks aan de hand. 

 

Goedgekeurd door de fysio

Het is net gewoon opvoeden: houd ze een beetje in de gaten en wees consequent als je grenzen stelt. Want online zijn er naast leuke en leerzame games helaas ook kwaadwillende figuren te vinden. Als ze klein zijn, kun je ervoor kiezen om ze daarom geen online games te laten spelen. Maar als ze groter worden, is het zaak om regelmatig en geïnteresseerd te informeren, zodat je weet waar ze online mee bezig zijn. Ik maak me in elk geval geen zorgen meer als ze weer eens opgaan in Minecraft. Ik bedenk me dat ze investeren in hun plannings-, organisatie- en samenwerkings-skills. Mijn zorg dat ze een bochel krijgen van dat gestaar op het scherm is voorbij sinds ik ze heb opgedragen liggend op hun buik te gamen. Dat is volgens fysiotherapeuten een remedie tegen een ‘gameboyrug’. Verder houd ik vast aan onze huisregel dat ze door de week één uur per dag mogen gamen en in het weekend twee uur – maar alleen na het vervullen van de huiswerkplicht. Eerlijk is eerlijk: soms loopt het weleens uit. Dan let ik niet op omdat ik me overgeef aan mijn eigen guilty game pleasure: Wordfeud. Ach, ik word er vast reuze gefocust en heel creatief van. En wat die vierkante ogen betreft: dat is bewezen onzin. Door te gamen, kun je juist veel scherper gaan zien, en er zijn aanwijzingen dat het ook helpt tegen een lui oog. Er is zelfs een speciaal Nintendo DS-spel voor ontwikkeld: Sight Training. Let the games begin!




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.