RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Jean-Pierre van de Ven | Illustratie: Sophie van Boven

64---wijhorenbijelkaar.jpg

Wij horen bij elkaar

Je kijkt in elkaars ogen en daar is-ie: de KLIK. Vuurwerk explodeert, violen barsten los, vlinders fladderen. Oh heerlijke romantiek... Maar weet je zeker dat zij/hij de ware is? Alles over het vinden (en houden) van de perfecte partner.

Heb je een fijne partner van wie je veel houdt? En zijn jullie verliefd geworden op het eerste gezicht? Als er violen klonken op het moment dat jullie elkaar zagen en de lucht was zwanger van romantiek, dan behoren jullie tot een minderheid. Bij de totstandkoming van de meeste relaties komt namelijk geen enkele viool te pas. Meer dan 53 procent van alle huwelijken op de wereld is -gearrangeerd. Dat wil zeggen dat anderen dan de bruid en de bruidegom, meestal hun ouders, hebben beslist dat er getrouwd moet worden. De redenen voor een gearrangeerd huwelijk zijn over het algemeen praktisch: twee families kunnen door een huwelijkse verbintenis geld, land of goederen samenvoegen.
Ook status en invloed spelen een rol. Ouders proberen voor hun zoons en dochters de beste ‘deal’ in de wacht te slepen, omdat ze ervan uitgaan dat een gelukkig -huwelijk is gebaseerd op materiële welstand.

In onze westerse wereld zijn gearrangeerde relaties al lange tijd op hun retour. Wij geloven dat romantiek de basis moet zijn voor een gelukkige verbintenis. We vinden ook dat toekomstige partners elkaar zelf moeten kunnen kiezen. Dat werpt dus de volgende vraag op voor de singles van deze wereld: wat is voor mij een goede partner? Bestaat er zoiets als een perfect match?

 

Wat is dat toch; die vonk...

Sander en Marjolein zijn wat je noemt een onwaarschijnlijk paar. Sander is 42 jaar oud, Marjolein telt 29 lentes. ‘De mensen vragen weleens of ik zijn dochter ben’, zegt ze. ‘Of ze kijken raar naar me als we over straat lopen. Maar dat kan me niets schelen. Het was liefde op het eerste gezicht. We hadden meteen die klik, de chemie die er moet zijn.’ 

Sander en Marjolein komen bij me vanwege relatieproblemen – waarover later meer – maar hun eerste ontmoeting is verlopen zoals de meeste mensen zich dat wensen. We zoeken allemaal de klik, de magie, de onmiddellijke verbondenheid. Maar hoe komt zo’n klik tot stand? Als psychologische onderzoekers daarnaar vragen, antwoorden we: een ideale partner begrijpt me meteen, zonder woorden. Zo iemand is betrouwbaar en stabiel, maar is ook oprecht in me geïnteresseerd. De ideale partner, antwoorden we ook verrassend vaak, beschikt over voldoende hulpmiddelen, zoals geld, status, of connecties, zodat hij of zij zich onafhankelijk van mij en van anderen kan opstellen.

Hé, lijkt dat laatste niet enorm op het eisenpakket van de ouders die voor hun kinderen de beste deal proberen binnen te halen? Waar is de romantiek ineens gebleven? Misschien komt die weer in beeld als we kijken naar de manier waarop mensen zich gedragen, door te observeren en te meten, in plaats van hun te vragen naar hun mening. 

 

We willen iemand die op ons lijkt

Psychologen, sociologen, antropologen en economen meten het gedrag van zoekende singles bijvoorbeeld door bevolkingsregisters uit te pluizen, door telefoongegevens en zoekgedrag op sociale media te bestuderen en door middel van slim gestructureerde interviews. Bijna al deze wetenschappers komen tot de conclusie dat we op zoek zijn naar iemand die op ons lijkt. 

Zo zoeken we bij voorkeur een partner die evenveel onderwijs heeft genoten als wijzelf, die van dezelfde -etnische afkomst is en ongeveer van dezelfde leeftijd. We zoeken iemand die hetzelfde aantal seksuele partners heeft gehad voorafgaand aan de relatie. Ook zoeken we een partner die ongeveer evenveel weegt als wijzelf en die zichzelf ongeveer even aantrekkelijk vindt als wij onszelf aantrekkelijk vinden. 

Zoeken we dus een exacte kopie van onszelf? Nee, dat nou ook weer niet. Psycholoog Lisa de Bruine liet mensen op een computerscherm kijken naar gezichten die soms wel en soms niet waren aangepast om te lijken op hun eigen gezicht. Ze ontdekte dat we mensen met een gezicht dat lijkt op het onze betrouwbaar vinden, maar niet seksueel aantrekkelijk. De Bruines verklaring daarvoor is dat we wel zoeken naar overeenkomsten met onszelf in toekomstige partners, maar dat we willen vermijden een relatie aan te gaan met een familielid.

 

Wat zeg je?

‘Willem en ik verstaan elkaar niet. We spreken -gewoon niet dezelfde taal’, zegt Manon. Ze is een vroege -dertiger, zwanger van hun eerste kind. Willem is een jaar ouder dan zij. ‘Hoezo, ik spreek toch Nederlands?’ zegt hij geërgerd. Daarop maakt Manon een wegwerpgebaar. ‘Zie je, dat is nou precies wat ik bedoel. Je maakt overal een flauwe grap van.’

Stellen zoals Willem en Manon komen vaak naar de praktijk van een relatietherapeut met wat ze noemen ‘problemen in de communicatie’. Communiceren doen we met meer dan taal alleen, maar Manon heeft wel een goed punt te pakken als ze het heeft over het spreken van dezelfde taal. Onderzoeker James Pennebaker van de universiteit van Texas heeft namelijk onderzocht of we ook zoeken naar een partner die net zo praat als wij. En dat blijkt zo te zijn. 

 

het gaat om kleine woorden

Pennebaker ontwikkelde een computerprogramma om geschreven en gesproken tekst te analyseren. Zo ontdekte hij dat de kans dat mensen een relatie met elkaar krijgen veel groter is als ze ‘functiewoorden’ op dezelfde manier gebruiken. Dit zijn korte woorden die geen betekenis hebben buiten een zin, zoals voor-zetsels (met, voor, tegen), lidwoorden (de, het, een) en bijwoorden (juist, nogal, erg). Pennebaker analyseerde de taal van honderden deelnemers aan speeddates. Drie maanden na de dates waren koppels die meer overeenkwamen in het gebruik van functiewoorden vaker een stelletje geworden dan mensen die niet overeenkwamen. 

Pennebaker heeft meer onderzoek gedaan naar de link tussen taal en relaties. In een ander onderzoek vond hij dat getrouwde stellen die vaker ‘wij’ en ‘we’ en ‘ons’ zeggen minder vaak scheiden dan stellen die meestal ‘jij’ en ’je’ en ‘jouw’ zeggen. Zo zie je maar, het (on)geluk schuilt in een klein woordje. 

 

Kwestie van veilig kunnen hechten

Met hechting bedoelen psychologen de mate waarin we ons met iemand kunnen verbinden. Om dit te illus-treren gaan we even terug naar Sander en Marjolein. In de loop van de gesprekken bleek namelijk dat niet het leeftijdsverschil voor problemen zorgt, maar wel de manier waarop ze zich binden aan een ander.

‘Ik heb nooit het gevoel dat we echt sámen zijn’, zegt Marjolein tegen Sander. ‘Jij bespreekt niets met me over je werk. Ik weet nooit hoeveel geld we hebben. En als je heel lief een weekendje weg voor ons boekt, heb ik geen enkele inbreng over wat we gaan doen.’ 

Volgens de hechtingstheorie van psychoanalyticus John Bowlby is Sanders manier van in een relatie staan typisch voor mensen die zich moeilijk hechten. Bowlby beweert dat de manier waarop we ons aan een partner verbinden, wordt bepaald door de relatie met onze -ouders. Als we ons als kind veilig voelden, kunnen we ons ook veilig voelen bij een partner. Maar als onze ouders ons negeerden of geweld aandeden, of zijn gescheiden, kunnen we ons later onveilig voelen in -relaties. Dit kan tot uiting komen door binnen de relatie een eilandje te vormen, zoals Sander. Maar het komt ook veel voor dat onveilig gehechte mensen voort-durend aandacht claimen van hun partner.

Volgens de psychologen Nancy Collins en Stephen Read van de universiteit van Zuid-Californië kunnen we het beste matchen met iemand die veilig gehecht is. Daarin bestaan verschillen tussen mannen en vrouwen. Vrouwen matchen het beste met iemand die goed met intimiteit kan omgaan, terwijl mannen het beste matchen met iemand die niet voortdurend bang is om te worden verlaten.

 

Het allerbelangrijkste: flexibiliteit

Er zijn dus nogal wat factoren die bepalen wat voor ons de ideale partner is. Geen wonder dat we niet -allemaal meteen de juiste partner vinden. Soms denken we dat we de juiste te pakken hebben, maar gaan we later twijfelen. Wat moet je doen als je merkt dat jouw partner misschien niet de ideale partner voor je is? Is alle hoop dan verloren, of is reparatie mogelijk? Voor Sander, die wel inzag dat Marjolein gelijk had, brachten gesprekken met zijn ouders over hun scheiding toen hij een jongetje van elf was, uitkomst. Hij leerde daardoor hoe hij als kind onder die breuk heeft geleden en hoe hem dit later had achtervolgd. Zo’n oplossing is niet voor iedereen weggelegd en ook niet per se nodig. Het is soms al voldoende om actief te proberen om elkaars taal te spreken, door je te verdiepen in de leefwereld van je partner en goed te luisteren naar wat hij of zij zegt. Maar de belangrijkste factor die bepaalt of partners samen blijven – theoretisch goede match of niet – is flexibiliteit. Als stellen erin slagen om zich aan te passen aan de veranderingen die het leven met zich meebrengt, voorkomen ze dat een op papier mindere match ook tot een minder goede relatie leidt. +




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.