Radar+ Online

Word Abonnee

tekst: Lara Aerts fotografie: Anja Robertus

Naamloos-1.jpg

Een goede school laat kinderen stapelen

‘Zij is nu eenmaal een echt vmbo-kind.’ Pas op met kinderen een stempel geven. Het kan even duren voor ze zich ontwik­kelen en dan is het fijn als ze zonder al te veel obstakels het ene diploma op het andere kunnen stapelen.

Aalbert Weishaupt (61) is kampioen diploma- stapelen. Hij is nu directeur en bestuursvoorzitter van het Roelof van Echten College in Hoogeveen, maar hij begon zijn middelbare schoolloopbaan op de lts en eindigde via mts en hts op de universiteit. ‘Ik was geen al te beste leerling. Totdat ik - ik herinner me het als de dag van gister - tijdens meetkunde van meneer de Boer ineens dacht: oooh zó. Toen ging het licht aan. Docenten gaven me bijles zodat ik naar de mts kon. Weishaupt was altijd bang dat het licht ook weer uit zou gaan, maar dat gebeurde niet: hij promoveerde uiteindelijk in de natuurkunde. ‘Ik heb mijn eigen ervaring altijd in mijn achterhoofd gehouden. Je moet enorm oppassen met kinderen een stempel geven: dit is een typisch zus-of-zo-kind. Kinderen kunnen zich blijkbaar enorm ontwikkelen. Een goede school, zoals die van mij vroeger, reageert daarop.’ Weishaupt stapelde zoals veel leerlingen zijn diploma’s via het beroepsonderwijs. Stapelen via het voortgezet onderwijs kan ook: van vmbo naar havo, van havo naar vwo. De laatste jaren is het stapelen van diploma’s via beide wegen sterk gestegen. Toch lopen leerlingen die via de middelbare schoolroute willen stapelen tegen drempels op. Zo is een vmbo-tl (theoretische leerweg) diploma niet genoeg om naar de havo te gaan: scholen stellen extra eisen, zoals een 7 als gemiddeld eindcijfer. Hetzelfde geldt voor de overgang tussen havo en vwo. Ook mogen stapelaars vaak niet blijven zitten in 4 havo of 5 vwo.

Welke eisen worden gesteld aan stapelaars?
Volgens Linda Zeegers van de VO-raad, de vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs, mochten scholen tot 2012 zelf weten welke eisen ze stelden aan leerlingen die van mavo naar havo of van havo naar vwo wilden gaan.

‘Vanaf de eeuwwisseling wilden steeds meer leerlingen die route volgen. Veel van hen redden het niet, raakten teleurgesteld, liepen vertraging op of vielen zelfs uit. Dus gingen scholen strenge eisen stellen, ieder voor zich. Dat leidde tot willekeur en onduidelijkheid.’ In 2012 heeft de VO-raad een code opgesteld waar scholen zich aan moeten houden. Zo werd er bijvoorbeeld een maximum afgesproken voor het gemiddelde eindcijfer dat scholen mogen eisen, namelijk een 6,8. Ook mogen scholen stapelaars niet verbieden in 4 havo of 5 vwo te blijven zitten. Die code wordt niet door alle scholen gevolgd. De VO-raad is evenwel tevreden met de criteria: ‘Leerlingen die mogen doorstromen, maken een goede kans op succes.’ Het percentage leerlingen dat met een vmbo-tl diploma in de hand overstapte naar de havo is in de afgelopen twee jaar gestegen van 14,8 naar 16,7 procent. Er is ook een stijging te zien in de overgang van de havo naar het vwo. In totaal is het percentage leerlingen dat stapelt binnen het voortgezet onderwijs gestegen van 5,1 procent in het schooljaar 2012-2013 naar 7,8 procent in 2014-2015.

Kinderen langer op school houden kost geld
Op het Montessori Lyceum Amsterdam gaat ongeveer de helft van de mavoleerlingen (vmbo-tl) met het diploma op zak naar de havo. Tien tot 15 procent van de havisten stroomt door naar het vwo. Conrector Maarten Delvaux: ‘Wij geven kinderen graag kansen, dat zit in onze cultuur. Leerlingen die stapelen doen het over het algemeen prima, ze halen mooie cijfers en onze slagingspercentages zijn goed.’ Maar ook op het MLA lopen kinderen tegen drempels aan. Willen ze van mavo naar havo, dan moeten ze gemiddeld een 6,8 scoren op hun eindexamen. Havisten die naar het vwo willen mogen geen onvoldoendes hebben en moeten een 7 hebben voor wiskunde. ‘In de jaren negentig en daarvoor bestonden die eisen helemaal niet,’ herinnert Delvaux zich. ‘Er heerste een emancipatiegedachte: iedereen moet kunnen opklimmen.’ Hij ziet die gedachte gekenterd: ‘Nu is het van: niet iedereen hoeft te studeren.’ Volgens Delvaux is het een kostenkwestie: kinderen lang op school houden kost geld. Scholen krijgen van de inspectie op hun kop als veel kinderen blijven zitten of zakken voor hun eindexamen.’ Delvaux merkt op dat deze afrekencultuur was doorgeslagen, maar er nu weer een versoepeling plaatsvindt. Hij juicht dat toe: ‘Kinderen moeten zo nodig tweede kansen kunnen krijgen.’ Staatssecretaris Dekker zorgde er via een wetswijziging voor dat de cijfereisen om van vmbo-tl (theoretische leerweg) of gl (gemengde leerweg) naar havo te gaan vanaf het schooljaar 2019/2020 niet meer toegestaan zijn. Over de overgang van havo naar vwo wordt wettelijk niets bepaald. Ook mogen scholen stapelaars niet meer verbieden om te blijven zitten in 4 havo. Er is nog één voorwaarde voor doorstroom naar havo: dat er in zeven vakken eindexamen is gedaan.

Havo is niet de heilige graal
Weishaupt is geen voorstander van deze drempelloze doorstroom, omdat er hele volksstammen naar de havo zullen gaan die er helemaal niet geschikt voor zijn. Weishaupt: ‘Er bestaat bij ouders een enorme hang naar die havo, alsof het de heilige graal voor de toekomst is.’ Hij merkt dat ouders bij het maken van een schoolkeuze uitgaan van: liefst vwo, anders havo. Als dat niet kan, dan maar vmbo en daarna zo snel mogelijk naar de havo. ‘Maar het moet andersom gaan: je neemt niet het gewenste niveau, maar je kind als uitgangspunt. Kijk wat het nu aankan, en pas het schooltype aan als dat verandert. Soms schieten cijfers ineens naar boven. Overigens moet je je op die hoge cijfers niet blindstaren: ‘Ik merk vaak dat als een kind een niveau krijgt toebedeeld, het zich daarnaar voegt. Dat geldt ook als het niveau te laag is. Doen we wel genoeg om uit te vinden wat een kind in zijn of haar mars heeft?’ Weishaupt vindt dan ook dat de cijfereisen niet al te strikt moeten worden genomen. ‘Een zeer gemotiveerd kind dat een 6,7 gemiddeld haalt in plaats van een 6,8, die moet je vragen: waarom wil je naar de havo?’ En dan zijn er nog de ouders. Zij hebben hun eigen verwachtingen. Die discussies met ouders kosten tijd. Niet elke school heeft daar zin in. Star vasthouden aan cijfereisen (‘Sorry, een 6,7 is niet genoeg’) scheelt een hoop energie. Makkelijk voor de school, slecht voor het kind.’ Weishaupt moedigt ouders vooral aan die discussie wél te voeren. ‘Ik heb zelf een zoon met een beperking. De mytylschool vond dat hij niet ‘leerbaar’ was en naar de dagbesteding moest. Wij zagen dat anders en discussieerden. Hij staat nu op het punt zijn hbo-diploma in ontvangst te nemen.’  

 




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.