RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Jean-Pierre van de Ven | illustratie: Sophie van Boven

handcitroen.jpg

Relatiestress

Jullie hebben ruzietjes om niks, en vitten op elkaar
zonder dat je weet waarom. Als je niet wilt dat relatiestress uitgroeit tot een echt probleem, moet je benoemen waaraan je je ergert. En hoe erg zijn die ergernissen nou eigenlijk helemaal? Je partner is niet je vijand!
bestelonline445

Met relaties is het al net als met de griep: tussen gezond en ziek zitten tal van gradaties. Wie geen griep heeft, maar ook niet helemaal in orde is, kan snotterig zijn, verkouden, of gewoon niet zo ­lekker. Dat kan al dan niet gepaard gaan met koorts. Op dezelfde manier kun je weliswaar geen relatie­problemen hebben, maar wel merken dat de sfeer in huis niet optimaal is. Misschien zit je je steeds te ergeren, hebben jullie ruzietjes om niks, of zit je op elkaar te vitten zonder dat je weet waarom. Soms denk je wanhopig: waar moet dit heen? Dan heb je geen relatieproblemen, maar wel relatiestress.


Schelden, maar het gaat nergens over

Zoals Marcella en Duco, die drie jaar samen zijn. Ze hebben een huis gekocht waar ze sinds vier ­maanden in wonen en klussen, want er moet nog heel wat gebeuren. Ze komen bij me in de ­praktijk omdat er plotseling zo veel ­ergernissen zijn dat ze elkaar bijna niet meer kunnen uitstaan. Veel meningsverschillen komen voort uit de ­verbouwing: welke keuken nemen ze, schilderen ze eerst de slaapkamer of de gang, en moet Duco echt al om zeven uur ’s ochtends beginnen met dat gebonk? ­Andere ergernissen komen voort uit de onwennigheid van het samenwonen. Marcella wil slapen met het raam open, maar daar kan Duco niet tegen. Duco wil graag privacy in de badkamer, maar Marcella vindt dat ze best kan plassen als hij aan het douchen is. Soms staan ze elkaar uit te schelden, vinden ze zelf, om ‘totale onzin’.
De laatste jaren wordt er veel onderzoek gedaan naar relatiestress. Daaruit blijkt dat de lijst met alarmsignalen waaraan je relatiestress herkent niet voor alle stellen hetzelfde is. Maar er zijn wel drie grote gemene delers: verstoorde ­communicatie, een ruziepatroon, en ontevredenheid over het seksleven. Het is heel belangrijk om relatiestress te herkennen, omdat stress kan uitgroeien tot structurele problemen als je haar verwaarloost. Waaraan, dus, herken je relatiestress? Hoe weet je dat je in de gevarenzone zit? En kun je iets doen om erger te voorkomen?  

Verdedigen, muurtjes bouwen, bekritiseren, verachten
Psycholoog John Gottmann doet al jaren onderzoek naar relatieproblemen in het Love Lab aan de Universiteit van Washington. Hij focust daarbij op de manier waarop stellen communiceren, omdat die het beste voorspelt of partners bij elkaar zullen blijven, of niet. Gottman heeft vier communicatie­stijlen ontdekt die voor relatiestress zorgen. Die zijn: verdedigen, muurtjes bouwen, bekritiseren, verachten. Omdat deze stijlen zulke ­verstrekkende gevolgen kunnen hebben, noemt Gottman ze de vier ruiters van de apocalyps.

+    Wie zich gaat verdedigen, heeft klaar­blijkelijk iets uit te leggen. Verdedigen maakt de ander dus ongeruster, en de
stress wordt groter.
+    Mensen kunnen op allerlei manieren muurtjes bouwen, maar het komt meestal neer op zwijgen en niet reageren als je wordt aangesproken. Zo verslechtert het contact en ook dat zorgt voor stress.
+    Kritiek hebben op elkaar is op zich niet verkeerd, maar het wordt een probleem als het alleen maar negatief is, en te vaak gebeurt. Wie steeds kritiek hoort, zal zich afkeren van de criticaster.
+    Verachting gaat nog een stap verder. Wie de partner veracht, vindt niet dat die iets verkeerd heeft gedaan wat kan worden rechtgezet, maar dat de ander een verkeerd karakter heeft. En dat komt bijna nooit meer goed.

Als de vier ruiters in een relatie binnendringen, ook al is het er maar één, is het oppassen geblazen. Want naarmate de communicatie langer verstoord blijft, wordt de kans groter dat stellen vast komen te zitten in negatieve ruziepatronen.


Ruziepatronen

Regelmatig terugkerende ruzies veranderen in ruzie­patronen door twee oorzaken.
+ In de eerste plaats stapelen ruzies zich op. Gesprekken die onbevredigend eindigen, omdat de kwestie die tot de ruzie heeft geleid nog niet is ­opgelost, of gewoon omdat de sfeer is verpest, vergroten de kans dat volgende gesprekken ook vervelend verlopen. ­Beide partners worden gevoeliger voor kritiek en boze ­blikken, zoals elk zonnestraaltje pijnlijk is voor iemand die is verbrand door de zon. Door al die nare gesprekken ­voelen beide partners zich steeds machtelozer. Het voelt alsof praten geen enkele zin heeft, dus waarom zou je nog proberen om samen naar oplossingen te zoeken?
+ In de tweede plaats ontstaan ruziepatronen doordat beide partners in alle ruzies dezelfde rol hebben. Dit is het geval bij Marcella en Duco. ­Marcella is steeds degene die aandringt, omdat bepaalde zaken nu eenmaal aandacht nodig ­hebben. Duco trekt zich terug, omdat hij de kritiek beu is. Hij krijgt steeds sterker de neiging om muurtjes te ­bouwen. Omdat deze rolverdeling zo vaak voorkomt, gaan beiden zichzelf en elkaar met hun rollen ­identificeren. Zo vindt Duco dat Marcella een ‘zeikwijf’ is waarvan hij vaak het ‘slachtoffer’ is. Marcella noemt haar man een ‘bange schijterd’, die confrontaties uit de weg gaat. Ze voelt zich ook slachtoffer, omdat ze ‘altijd alles moet regelen’.

In haar boek Houd me vast heeft de Canadese psychologe Sue Johnson het over ‘dansen’ in plaats van ruziepatronen. Drie ‘dansen’ komen het meeste voor.
Zwijgers en praters, waarbij een van beiden aandringt en de ander zich terugtrekt.
Meteen schieten, waarbij beide partners om elk wissewasje frontaal de aanval kiezen.
Vulkanen, waarbij partners geen ruzie maken, maar de spanning langzaam oploopt tot er een enorme uitbarsting plaatsvindt.


En we hebben ook al geen seksleven meer

Wilma en Henk zijn tien jaar getrouwd. Ze hebben twee kinderen. De reden dat ze me opzoeken is een haperend seksleven. Volgens Wilma is het zeker een halfjaar geleden dat ze seks hebben gehad en daarvoor vreeën ze hooguit eens in de twee maanden. Ze zegt dat ze geen zin meer heeft in seks omdat er thuis altijd ruzie is. ‘Moet ik lief en aardig doen tegen iemand die de hele dag kritiek heeft?’ Henk ziet het andersom. Doordat ze geen seks hebben, zijn er spanningen. Hij denkt dat de spanningen tussen hem en zijn vrouw sneller afnemen als ze meer zouden vrijen.
Soms vrijen stellen minder vaak vanwege lichamelijke problemen. Het is daarom goed om naar de huisarts te gaan als je merkt dat je lang­durig minder seks hebt dan normaal. De huisarts kan bijvoorbeeld checken of hart- en vaat­ziekten de oorzaak zijn van erectieproblemen, of dat de overgang van invloed is op het ­libido van de vrouw. Ook individuele psychische ­problemen, zoals een depressie of een verslaving, kunnen de zin in seks minder maken en ook die kun je goed met je huisarts bespreken.
Maar meestal zijn problemen met seks een teken van relatiestress. Stellen met een verstoorde communicatie verliezen vaak hun zin in seks doordat ze hun ergernissen meenemen naar bed. Sterker nog, daar zijn weer nieuwe irritaties, zoals het geopende dan wel gesloten raam bij Marcella en Duco. Het wordt ineens een groot probleem als iemand snurkt, of als de een nog wat langer wil lezen dan de ander. Ook nemen stellen hun vaste rollen mee naar bed. Degene die aandringt op het bespreken van lastige zaken, is vaak ook degene die aandringt op seks. Waarop de ander, die graag muurtjes bouwt, zich opnieuw zal terugtrekken.


Natuurlijk is er een oplossing!

Uit dit overzicht blijkt dat er veel verschillende aanwijzingen zijn voor relatiestress. Als je een van de genoemde voorbeelden herkent, hoef je nog niet meteen bang te zijn dat je relatie op springen staat. Maar als je meerdere zaken herkent, is het tijd om in actie te komen. Het is dan goed om twee zaken duidelijk voor ogen te houden.

  1. niet je partner is de vijand, maar het patroon tussen jullie.
  2. veel kwesties zul je nooit oplossen, het gaat om de manier waarop je erover praat.

Om met die laatste te beginnen: John Gottman schat dat maar liefst 70 procent van de ­ergernissen in een relatie nooit zullen worden opgelost. Je ­partner snurkt; als het warm is in de slaap­kamer kom je moeilijk in slaap; je bent gewend om alleen te ­douchen. Zulke voorkeuren veranderen niet zomaar, hoe vaak je er ook over praat. Het ­enige wat je kunt doen is elkaar deze eigenaardig­heden ­gunnen. Een sfeer van gunnen, van geven en nemen, ­ontstaat als je echte gesprekken voert met elkaar. Dit zijn gesprekken waarin je luistert en doorvraagt, in plaats van elkaar uit te ­schelden, en waarin je voorstellen doet, in plaats van alleen maar ­kritiek te uiten. Een sfeer van gunnen ­ontstaat ook als je ‘positief affect’ toont, dus elkaar ­complimenten maakt en je waardering uitspreekt waar dat maar kan.
Als je deze dingen doet, zal je al snel merken dat je partner helemaal niet zo’n verkeerd persoon is. Jullie zitten elkaar niet dwars, jullie worden dwarsgezeten. Wat jullie hindert is een automatisme, een patroon dat tot een gewoonte is uitgegroeid. Wijs elkaar op dat patroon. Geef het een naam, bijvoorbeeld ‘de vulkaan’, en zeg het als je merkt dat de vulkaan aan het rommelen is. Je kunt beter samen vechten tegen een vulkaan, dan in je eentje vechten tegen degene van wie je houdt.

Tips bij relatiestress
•    Let op bij ­regelmatige ergernissen, ­knellende rolpatronen en ontevredenheid over je seksleven. Steek je hoofd niet
in het zand. Benoem de problemen.
•    Benoem ook het positieve: wat er goed gaat, wat je aan de ander waardeert. Doe dit zo vaak mogelijk.
•    Gun de ander eens wat en merk de dingen op die de ander jou gunt.




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
inhoud_5_2018.jpg