RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst Jean-Pierre van de Ven | Illustratie Sophie van Boven

I-inzet1.jpg

Afvallen en zelfvertrouwen

Overgewicht is ongezond. En als je dik bent vinden andere mensen je ook nog eens een slappeling. Trouwens, dat vindt je zelf ook. Dus ga je afvallen. Maar naarmate dat steeds beter gaat, krijg je almaar minder zelfvertrouwen. Hoe kan dat nou? Op naar de psycholoog!
1promobanner3nummer

We vinden onszelf te lang, te kort, te klein, te groot, te kaal of we haten juist de bos woeste  krullen op ons hoofd. Maar waar de meesten van ons zich kunnen troosten met de gedachte dat we niets kunnen doen aan hoe we eruitzien, daar hebben mensen met overgewicht een probleem. We hebben het hier over het vooroordeel dat dikke mensen zelf schuld hebben aan hun uiterlijk. Veel mensen vinden – soms stiekem - dat dikkerds zich hebben laten gaan, te veel hebben gegeten en gedronken, ook nadat allang duidelijk was dat ze dikker en dikker werden. We willen best begrijpen dat sommige mensen aanleg hebben om dik te worden. Dat anderen dik worden door een ziekte zoals diabetes mellitus, of doordat ze medicijnen moeten slikken die de werking van hun spijsvertering verstoort. Andere dikkerds zijn arm, waardoor ze goedkope rotzooi eten. Dat is zielig. Maar de meeste dikke mensen, denken we, hebben niet goed opgelet of eten slecht voedsel uit vrije wil, en dus: eigen schuld dikke bult.
Dikke mensen wéten dat iedereen denkt dat ze zelf schuldig zijn aan hun overgewicht. Ze worden op straat aangestaard, nagewezen en uitgelachen. Dikke mensen zijn altijd zo gezellig, horen ze soms, hee, vertel eens een mop! En het kan nog veel erger erger, want ze worden vaak met de nek aangekeken, gepest en gediscrimineerd bij het zoeken van een baan of een partner. Je wéét dat mensen je een slappeling vinden. En dat is funest voor je zelfvertrouwen.


Ik ben dik en dus zwak

We hebben allemaal schouderklopjes nodig, af en toe een complimentje of aanmoediging. Het uitblijven daarvan maakt ons onzeker. Sterker: als je voortdurend kritiek krijgt, ga je vanzelf denken dat er echt iets mis is met je. Je vage schuldgevoel over vetrollen en onderkinnen verandert in de gedachte: die mensen hebben gelijk als ze denken dat ik een zwakkeling ben. Dikke mensen komen in een neerwaartse spiraal terecht. Kritiek leidt tot schuldgevoel. Dit versterkt de neiging tot zelfdestructie. Dikkerds gaan daardoor te veel eten, worden nog dikker en krijgen meer kritiek. Kunnen ze ooit nog uit deze spiraal komen? Jawel, dat kan, en wel door meer zelfvertrouwen op te bouwen. Wie zichzelf vertrouwt, laat zich minder snel uit het veld slaan door kritiek. En heeft niet de neiging om zichzelf te vernietigen.


Zelfvertrouwen opbouwen op bevel

Maar wacht even! Wie zo redeneert, legt de bal opnieuw bij dikke mensen. Want zo zijn ze niet alleen te dik (waarvoor ze zouden moeten afvallen), maar hebben ze ook nog te weinig zelfvertrouwen (dat ze zouden moeten opvijzelen). Een double whammy, noemen wij psychologen dat: kritiek op kritiek. Ze krijg je mensen natuurlijk nooit uit de hoek waar de klappen vallen. Bovendien is het erg moeilijk om zelfvertrouwen op te bouwen op bevel van een ander. Deze positie noemen we een double bind, je krijgt twee tegengestelde boodschappen op hetzelfde moment. Je krijgt kritiek (je kunt niets) en een bevel (je moet iets). Een double bind brengt mensen in een lose-lose positie, ze kunnen niets goed doen. Ga maar na: als je op bevel van een ander je zelfvertrouwen opvijzelt, ben je feitelijk ondergeschikt aan die persoon. Dat zal je zelfvertrouwen aantasten. En dan nog dit: niet alle dikke mensen hebben een gebrek aan zelfvertrouwen. Sommigen vinden zichzelf niet dom en lelijk, maar slim en mooi. Ik zag een televisieprogramma waar het niet ging om het troosten en aanmoedigen van zielige dikkerds (als u afvalt wordt u een beter mens), maar om het verkiezen van de mooiste persoon met overgewicht. De kandidaten kijken stuk voor stuk kalm in de camera, zeker van hun zaak. Die mensen hebben eerder te veel zelfvertrouwen. Zo veel namelijk, dat ze niet zien dat hun lichaam in een ongezonde conditie verkeert.


Tessel wordt angstiger naarmate ze afvalt

Wij psychologen moeten dus voorzichtig zijn met het behandelen van mensen met overgewicht. We moeten niet alweer iemand zijn in hun leven die de bal bij hen legt, of we moeten juist een teveel aan zelfvertrouwen niet nog verder opvijzelen. Wat we wel moeten doen (behalve aan de persoon in kwestie vragen wat die graag wil veranderen) is oog hebben voor trauma’s en andere psychische problemen die het overgewicht kunnen hebben veroorzaakt of in stand houden. We kunnen niets veranderen aan de aanleg van sommige mensen om dik te worden, maar wel iets aan hun manier van omgaan met stress en tegenslag. Dat geldt des te meer als de persoon in kwestie aan het afvallen is - júíst als dit succesvol verloopt. Een voorbeeld. Tessel komt bij me op advies van haar diëtiste. Ze is bezig om veertig kilo af te vallen, zodat ze op een gewicht van tachtig kilo zal uitkomen. Als we elkaar voor het eerst spreken is ze al een goede vijftien kilo onderweg, maar in plaats van vreugde voelt ze niets dan onzekerheid en angst. Hoe meer kilo’s eraf vliegen, hoe duidelijker de traumatische ervaringen uit haar jeugd zich manifesteren. Tessel is gepest als kind. Eén gebeurtenis, waarbij ze door een groep kinderen werd geslagen en geschopt, komt steeds vaker terug in de vorm van herbelevingen. Gaandeweg onze gesprekken komt daar ook nog een seksueel trauma bij. Op haar tiende is Tessel aangerand door een huisvriend van de familie. Bij Tessel had dik worden een functie, die vaker voorkomt bij mensen die zijn getraumatiseerd als kind. Deze functie is het vergroten van veiligheid. Een dik lijf maakt een mens minder aantrekkelijk voor anderen en daardoor is de persoon in kwestie veiliger. De kans op een volgende aanranding (of erger) wordt kleiner. Hoe meer kilo’s, hoe safer. Een dik lijf beschermt bovendien, omdat het de aandacht afleidt van gebreken die de pestkoppen klaarblijkelijk bij je hebben gevonden en die de reden zijn om je te pesten. Het is alsof dikke mensen hun lichaam naar voren schuiven en zeggen: nou goed dan, pest me dan maar, maar dan wel met iets wat ik zelf heb bedacht.

 

Nieuw lijf, maar nog geen nieuw zelfbeeld

Naarmate de therapie bij Tessel vorderde, nam de druk door vroegere trauma’s steeds verder af. Dat maakte het leven aangenamer voor haar, Niet alleen omdat ze niet meer door herbelevingen en nare herinneringen werd gekweld, maar ook omdat ze merkte dat ze zekerder werd van zichzelf. Ze droeg de kleding die ze wilde dragen en ze kreeg veel positieve feedback van collega’s en vrienden. Maar ze bemerkte ook een nadeel van afvallen dat ze nooit had verwacht. Ze besefte dat ze iets moest voorstellen, iemand moest zijn. ‘Vroeger kwam ik de kamer in en dan kwam er echt iemand binnen’, zei Tessel. ‘Nu moet ik op een andere manier indruk maken dan met mijn lichaam en ik weet nog niet hoe dat moet.’ Het is een dynamiek die bij meer mensen voorkomt als ze (flink) afvallen. Aanvankelijk neemt hun (posttraumatische) stress, hun angst of depressie af door het afvallen, maar daarna worden ze juist ook weer somber, angstig of gestrest doordat hun zelfbeeld achterblijft bij het veranderde beeld van hun lichaam. De veiligheid die dik zijn heeft geboden, valt weg en er is nog geen nieuwe manier om je veilig te voelen. Het geeft zelfvertrouwen om oude trauma’s op te ruimen, maar voor een beter zelfbeeld is meer nodig. Een goede manier om dat te verkrijgen is door te vertrouwen op anderen, iets wat heel moeilijk is als anderen je in het verleden hebben gekwetst. Maar door anderen te vertrouwen krijg je van hen steun en vertrouwen terug, en dit zijn voorwaarden voor een veilig gevoel.


Vertrouw erop dat je niet altijd wordt gepest

Een therapeut kan de eerste persoon zijn die je weer durft te vertrouwen, maar je kunt ook beginnen met mensen in je omgeving. Heb je een partner die je kunt vertrouwen? Of misschien je ouders, een broer of een zus, een vriend of vriendin? Mensen vertrouwen begint met de controle loslaten. Sommige mensen met overgewicht hebben bijvoorbeeld de neiging om in gesprekken vaak het onderwerp te kiezen, of te bepalen hoe anderen zich gedragen door kritiek te uiten en te manipuleren. Als je dit herkent, kun je besluiten om deze neiging te weerstaan  en erop te vertrouwen dat je niet altijd zult worden aangevallen, beledigd of gepest. Een andere manier om je zelfbeeld te verbeteren is anders omgaan met negatieve gedachten, zoals ‘ik ben het niet waard’ en ‘ze moeten mij toch altijd weer hebben’ en met negatieve emoties, zoals angst en woede. Probeer zulke gedachten en emoties te zien als gewoonten, die nog horen bij je oude ik. Wie een nieuw (dunner) lichaam heeft, moet ook de geest laten afslanken. Begroet je gewoontegedachten als oude vrienden, maar laat ze ook weer gaan. Ze hebben hun functie gehad, maar nu is het tijd voor een nieuwe jij.

TIPS

Zo vijzel je dat zelfbeeld op:
- Laat de regie los in gesprekken met iemand die je vertrouwt. Bouw dit daarna uit naar mensen die wat verder van je afstaan. Je zult merken dat er niets negatiefs gebeurt als je ontspant. Integendeel!
- Spreek je waardering uit voor anderen. Zij zullen dit vervolgens ook voor jou gaan doen.
- Let op de gewoonte om jezelf de put in te praten. Laat ‘oude’ negatieve gedachten en emoties gaan, als
ballast van een luchtballon.
- Houd een dagboek bij over dingen die goed gaan en schrijf over leuke plannen voor de toekomst. Lees dit regelmatig terug.






Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
inhoud_04.png