RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst Liddie Austin | fotografie Annemarijne Bax

_Annemarijne_Bax_-_000_RADAR_-_Be_ne_dicte_Ficq.jpg

Bénédicte Ficq

Bénédicte Ficq is een bevlogen strafrechtadvocaat. Ze staat onderwijzers bij, artsen, vermeende moordenaars, overvallertjes en gewone huisvaders die plotseling vreselijke dingen doen vanuit een of ander trauma. En ze heeft zich hartstochtelijk gestort op het aanklagen van de tabaksindustrie. ‘Ik mag me graag vastbijten in grote, hopeloze zaken. Daar word ik blij van.’

Bénédicte Ficq (60) is strafrechtadvocaat. In 1992 begon ze met een aantal collega’s een eigen advocatenkantoor, dat sinds 2017 Ficq&Partners heet. Ze trad op in grote strafzaken en werd vaak verkozen als beste vrouwelijke strafpleiter van Nederland. In 2016 deed ze namens een aantal maatschappelijke organisaties en patiënten aangifte tegen vier tabaksfabrikanten wegens zware mishandeling, opzettelijke benadeling van de gezondheid en valsheid in geschrifte. In februari van dit jaar maakte het Openbaar Ministerie bekend onvoldoende mogelijkheden te zien in vervolging. Bénédicte Ficq heeft een dochter (23) en een zoon (21).

'Niet schrikken.’ In de spreekkamer van haar Amsterdamse kantoor wijst Bénédicte Ficq op haar geschonden gelaat. ‘Ik fiets elke dag van huis naar kantoor, in totaal 26 kilometer. En ik fiets hárd. Vorige week ben ik uit de bocht gevlogen en daarbij heb ik mijn gezicht bezeerd en een paar ribben gekneusd.’ Geblesseerd of niet, ze fietst gewoon door. ‘Ik geniet van het buiten zijn, van de natuur, van de beweging. Op de fiets heb ik mijn meest creatieve ingevingen. Die spreek ik in op mijn telefoon. Toen ik viel deed ik dat overigens niet. Ik vind het heerlijk, dat fietsen, ik doe het al mijn hele leven. Het is een totale verslaving.’
Verslaving - het is een woord dat regelmatig zal opduiken in dit gesprek, in positieve en negatieve zin. De eerste associatie is uiteraard die met de zaak tegen de tabaksindustrie, die strafpleiter Ficq sinds 2016 namens een aantal cliënten gepassioneerd voert. Omdat rokers opzettelijk verslaafd worden gemaakt, zijn zij slachtoffers van de tabaksindustrie, luidt de redenering.  
Bénédicte Ficq houdt wel van een gevecht voor iets wat onmogelijk lijkt, bekent ze. ‘Ik mag me graag vastbijten in grote, hopeloze zaken. Daar word ik blij van. Als kind vond ik het al leuk om ruzietjes te zoeken.’

Om ze op te lossen?
‘Nee, om ze te maken! Op de middelbare school ging ik al graag het conflict aan met leraren, natuurlijk om dat ook te winnen. Dat laatste was ook altijd belangrijk. Ik ben een vechter. Als ik beetheb, laat ik niet snel los.’

Heb je daarom dit vak gekozen?
‘Nee, dat denk ik niet. Als strafrechtadvocaat gaat het mij vooral om de mensen. Ik treed op namens iedereen die verdacht wordt van strafbare feiten. Ik sta artsen bij, onderwijzers, vliegtuiginstructeurs, overvallertjes, gewone huisvaders die plotseling vreselijke dingen doen vanuit een of ander trauma, van alles. Ik vind het fascinerend om te zien hoe mensen door bepaalde omstandigheden tot iets grensoverschrijdends kunnen komen of keuzes kunnen maken, sommigen zonder enige last te hebben van hun geweten. In mijn vak krijg je inkijkjes in levens waarin dingen ineens heel erg misgaan. En waarin mensen dus heel erg aangewezen zijn op een rechtssysteem dat moet deugen. Het recht bewaakt onze vrijheid. Het controleren van systemen die jou van je vrijheid kunnen beroven vind ik even boeiend als belangrijk.’

Vandaar dat je bij het strafrecht bent uitgekomen?
‘In het strafrecht gaat het echt ergens over. Niet over geld, niet om contracten of om andere dingen die ik qua belang totaal on­interessant vind. Nee, in het strafrecht gaat het om vrijheid en rechtvaardigheid. En om bewijs. Het is verslavend, ik kan er geen genoeg van krijgen. Het vak wordt door de levenservaring die je onderweg opdoet alleen maar leuker, merk ik. Ik besef steeds meer hoe weinig verschil er eigenlijk is tussen mijn cliënten en mij. Waar je wieg toevallig stond, bepaalt voor een groot deel je ontwikkeling en je mogelijkheden. Dat besef maakt nederig. Bijna iedere dag weer realiseer ik me hoe ik het heb getroffen in het leven, zeker vergeleken met de soms ongelooflijk briljante jongens die ik hier als cliënt zie binnenkomen. Als ze uit een ander milieu waren gekomen, waren ze vast CEO geworden. Veel mensen aan de top van grote bedrijven, zoals bijvoorbeeld in de tabaksindustrie, zou je toch ook als gewetenloos kunnen aanmerken? Maar omdat zij in een netwerkrijk gezin zijn geboren, komen ze er wel, wat er ook met hen aan de hand is. Een jong gastje met hetzelfde defect in een kansloos gezin kan totaal de andere kant op gaan.’

Ligt het zo een-op-een?
‘Natuurlijk! Mensen zoals jij en ik zijn zo bevoorrecht. Neem mezelf: ik ben wit, ik kom uit een gelukkig gezin, ik word niet gediscrimineerd omdat ik er ‘anders’ uitzie of omdat ik een
achternaam heb die sommige mensen niet bevalt. Wij hebben privileges waarvan we ons niet eens bewust zijn. Het is dat ik me niet op een overtuigende manier zwart kan schminken, maar voor de ervaring zou ik best eens een jaar zwart of een Marokkaanse willen zijn met een daarbij passende naam, om te kijken wat er dan gebeurt.’

Geven die privileges een bepaalde verantwoordelijkheid?
‘Je moet je er wel bewust van zijn. Je weet natuurlijk niet hoe geprivilegieerd je bent omdat je het tegendeel nooit hebt meegemaakt. Maar ik zie wel in mijn vak hoe bizar anders het kan zijn. Via mijn werk kan ik een bijdrage leveren om daar iets recht te zetten. Al met al zou het toch een gemiste kans zijn als ik bij een groot kantoor op de Amsterdamse Zuidas zou werken, waar het alleen om contracten en geld verdienen draait? Dat zou niet alleen zonde van mijn studie zijn, maar vooral van mijn leven. Wat ik nu doe geeft me iedere dag plezier. Als strafrechtadvocaat kan ik dingen doen die ik zinvol vind. Ik word blij van zaken waarin er iets op het spel staat en waarin er geknokt moet worden. Daarom is het een voorrecht om nu die tabakszaak te mogen doen.’

Hoeveel van je tijd besteed je aan die hopeloze zaak?
‘Nou, hopeloos … Ik voel me al geen David tegen Goliath meer. Het maatschappelijk draagveld groeit snel. Ik besteed er wel veel tijd aan. Het gaat in golven: soms heb ik het er heel druk mee, in andere periodes veel minder.’

Wie betaalt dat eigenlijk?
‘Het KWF en Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. En ik werk in deze zaak tegen een heel gematigd tarief. In vergelijking met andere advocaten heb ik sowieso een relatief laag tarief. Ik vind het allemaal veel geld, hoor. Het is belachelijk om € 600 per uur te vragen, wat weleens wordt gedaan. Mijn tarief is € 350 per uur, en in deze zaak dus lager.’

Was je teleurgesteld toen het OM in februari besloot de zaak niet in behandeling te nemen?
‘Ik was erop voorbereid, dus het viel mee.’

Hoe vind je het om een zaak te verliezen?
‘Dat is na al die jaren nog steeds niet aan mij besteed. Het is tanden op elkaar en door. Uiteindelijk word ik er alleen maar strijdbaarder van. In het geval van de tabaksindustrie dus ook. Daar zijn ze nog lang niet van mij af. Dat denken ze misschien, maar ik ben pas net begonnen.’

Je bent echt boos op die tabaksfabrikanten, hè? Je noemt ze schurken.
‘Psychopaten in maatpak. Als je een product ontwikkelt op een manier dat je er wel verslaafd aan moet worden en dat product is zodanig gevaarlijk dat je er vervolgens ziek van moet worden en er 63 procent kans is dat je er dood aan gaat, wat ben je dan anders dan een gewetenloos mens? Elk halfuur sterft er iemand in Nederland dankzij de tabaks-
industrie, en dan heb ik het nog niet over de mensen die ziek zijn geworden van het meeroken: naar schatting enkele duizenden gevallen per jaar. Ik sta dus volledig achter deze terminologie.’


Wat heeft deze zaak je tot nog toe gebracht?
‘Verbijstering voornamelijk: dat dit nog steeds mogelijk is. Dat sigaretten gepresenteerd en gemarket worden als een normaal product en gewoon in de supermarkt verkrijgbaar zijn, vind ik onvoorstelbaar. Ik weet waarover ik het heb: ik heb zelf ook lang gerookt. Mijn tegoedbon ligt ergens in een laatje en kan ieder moment worden verzilverd: wie weet word ik er nog ziek van.’

Wanneer ben je gestopt?
‘Vijftien jaar geleden. Mijn dochter zei: ‘Ga jij dood van het roken?’ Toen vond ik het na dertig jaar wel genoeg geweest. Het was de hel om ermee te stoppen, ik vond het heel moeilijk.’

Roken je kinderen?
‘Mijn zoon. Hij zou ermee stoppen, zei hij, maar intussen rookt hij al drie jaar. Ook verslaafd. Vreselijk.’

Is dat pijnlijk om te zien?
‘Hij is gewoon slachtoffer, zoals zovelen. Daarom vind ik die tabakszaak ook zo de moeite waard. Wist je dat sigaretten antihoestprikkelstoffen bevatten, zodat je er niet van hoeft te hoesten? Natuurlijke prikkels van je lichaam worden lam­gelegd zodat je de rook kunt inhaleren waarin nicotine zit, waaraan je verslaafd gaat raken en vaak uiteindelijk doodgaat. Dat is van een kwaadaardigheid waarvoor ik geen woorden heb. Er is echt over nagedacht en het is echt crimineel. Voor mij is dit geen ingewikkelde zaak om te bepleiten.’

Ben je blij dat de zaak op je pad is gekomen?
‘Ja. Er zijn mensen die helemaal van de leg zijn als ze in de krant lezen dat er vier mensen omgekomen zijn bij een auto-ongeluk. Het zou goed zijn als ze zich ook realiseren dat in Nederland iedere twee uur vier mensen doodgaan aan tabak.
Het beïnvloeden van het bewustzijn vind ik een ongelooflijk interessant project. Uiteindelijk wil ik deze zaak winnen. Als het niet via het strafrecht gaat, dan via de publi­citeit en via de politiek. Daarom kom ik vaker dan vroeger in de media: als mensen mijn kop zien, denken ze nu aan de strijd tegen de tabaksindustrie.’

Hebben we mensen nodig die zoals jij bereid zijn de barricaden op te gaan voor een bepaald onderwerp?
‘Dat denk ik wel. En ik vind het heerlijk, dus dat komt goed uit.’




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
In dit RADAR+ magazine
inhoud_04.png