RADAR+ Online

Word Abonnee

GettyImages-831721122.jpg

5 deskundigen over obesitas

We worden almaar dikker. Inmiddels is de helft van alle Nederlanders te zwaar. Met grote gevolgen voor hun gezondheid. Vijf deskundigen over de obesitas-epidemie.

bestelnu0618

Wanneer ben je te dik?

Statistisch onderzoeker Jan-Willem Bruggink is vanuit het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) betrokken bij het ver­zamelen van cijfers over overgewicht.
‘We bepalen of iemand overgewicht heeft door te vragen naar zijn of haar lengte en gewicht. Op basis van die gegevens berekenen we de Body Mass Index (BMI). Is die 25 of hoger, dan heeft iemand overgewicht. In Nederland geldt dat nu voor de helft van alle 20-plussers. Veel meer dan in 1981, toen we met onze metingen begonnen. In dat jaar was één op de drie Nederlanders te zwaar. ­Sindsdien is het aantal almaar toegenomen.
Bij het in kaart brengen van de cijfers onderscheiden we verschillende groepen. Mensen met een BMI tussen de 25 en de 30 hebben matig overgewicht. Daarboven spreken we van ernstig overgewicht, oftewel obesitas. Veertien procent van de Nederlanders lijdt daaraan, 2,5 keer zo veel als in 1981. Bij 100.000 mensen is er zelfs sprake van ziekelijk overgewicht, ook wel morbide obesitas genoemd. Zij hebben een BMI van 40 of meer.
Let wel: respondenten die meedoen aan de enquête vullen de waarden over lengte en gewicht zelf in. Uit ander onderzoek weten we dat mensen geneigd zijn om hun lengte iets te overschatten en hun gewicht juist te onderschatten. Vermoedelijk ­liggen de echte cijfers dus nog hoger. Toch zit Nederland in de EU nog altijd onder het gemiddelde van 53 procent te zware inwoners. Wat betreft obesitas staan we zelfs op de twee na laatste plaats. Alleen in Roemenië en Italië komt dat minder voor. Malta heeft de dubieuze eer de obesitaslijst aan te voeren. Daar is meer dan een kwart van de mensen obees.
Nederlandse mannen zijn vaker matig te zwaar, vrouwen juist vaker ernstig. Verder geldt: hoe ouder, hoe meer (ernstig) overgewicht. Tenminste tot de leeftijd van 75 jaar. Daarna neemt het aantal mensen met obesitas juist af. De piek zit tussen de 65 tot 75. In die groep is één op de vijf mensen obees. Tussen de 20 en 30 doet dat probleem zich juist relatief weinig voor. Van de twintigers heeft één op de vijftien ernstig overgewicht.


Welk dieet werkt echt?

Diëtist Ellen Govers, voorzitter van het Kenniscentrum Diëtisten Overgewicht en Obesitas, behandelt al meer dan veertig jaar mensen en schreef er vier boeken over.
‘Als je een paar kilo kwijt wilt, hoef je echt niet naar een diëtist. Dan volstaat het meestal om frisdrank, zoetigheid en tussendoortjes te laten staan. Maar er zijn genoeg mensen die – voor hun gezondheid – veel meer gewicht moeten verliezen. Vaak hebben ze allerlei klachten die samenhangen hun overgewicht. Co-morbiditeit noemen we dat met een mooi woord. Denk aan een te hoge bloeddruk, te hoog cholesterol, ­diabetes en gewrichts­problemen. Bij obesitas gewicht kwijtraken is lastig, maar zeker niet ­onmogelijk. Iedereen is anders, dus ik geef mensen een ­gepersonaliseerd advies. Geen dieet, maar een ­andere manier van eten voor de rest van je leven. Als dat lukt, ­verdwijnen de gezondheidsklachten in veel ­gevallen deels of zelfs helemaal. De basis: minder koolhydraten, meer zuiveleiwitten en minimaal twee liter per dag drinken. Ook belangrijk: de ­porties goed over de dag verdelen en op vaste momenten eten, in plaats van ’s avonds één ­enorme maaltijd nemen. Suiker raad ik af, maar je hoeft die ook niet heel ­ingewikkeld te vermijden. Natuurlijk mag je bij een verjaardag een taartje eten. Als je het maar met mate doet. De hetze tegen brood vind ik onterecht. Ja, er zitten kool­hydraten in, maar ook belangrijke voedings­stoffen, zoals jodium. Die heeft je lichaam hard nodig. Wat ik verder van diëten denk? Ze zijn eigenlijk allemaal flauwekul. Tijdelijke oplossingen waar je op de ­lange duur niets aan hebt.
Om een afvalpoging blijvend te laten slagen, is de steun van de omgeving onontbeerlijk. Als ze bij jou thuis elke avond op de bank een zak chips open­trekken, is het haast onmogelijk om het vol te ­houden. En alleen je eetpatroon aanpassen is niet genoeg; je moet ook bewegen. Verder kijken we als diëtisten naar het complete plaatje. Slikt iemand misschien medicijnen waar je van aankomt? Of eet hij om nare gevoelens te onderdrukken? In dat laatste geval verwijzen we soms eerst naar een psycholoog. Pas als je de achterliggende oorzaak aanpakt, kun je je eetpatroon blijvend veranderen.


Helpt een maagverkleining?

Simon Nienhuijs is obesitas-chirurg in het Obesitascentrum van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, met ruim duizend patiënten per jaar een van de grootste centra van Nederland.
‘Overgewicht verlaagt je levensverwachting. Bij mensen met morbide – ziekmakend – overgewicht kan dat oplopen tot wel tien jaar. Ernstig overgewicht vergroot namelijk het risico op allerlei chronische aandoeningen. Denk aan diabetes, hoge bloeddruk, hartfalen en zelfs kanker. Hoe zwaarder je bent, hoe groter de kans hierop. Tot zover het slechte nieuws. Gelukkig wordt er steeds meer gedaan om morbide obesitas te voorkomen. Vermoedelijk gaat het echter nog wel een tijd duren voor al die maatregelen resultaat opleveren. Tot die tijd verdienen mensen met heel ernstig overgewicht de beste zorg om hun ziekte - want dat is het - te overwinnen. Deze groep is alleen ­geholpen met een bariatrische operatie, oftewel een maagverkleining, in combinatie met een vijfjarig ­begeleidingstraject. Daarin helpen een psycholoog, een diëtist en een fysiotherapeut de patiënt om een gezonder eet- en leefpatroon vol te houden. Het is de enige oplossing met bewezen langdurig effect.
Helaas rust er nog altijd een taboe op bariatrische operaties. Alsof obesitaspatiënten te zwak of te lui zouden zijn om zelf af te vallen. Zo simpel is het niet. Bij ernstig overgewicht spelen veel ­verschillende factoren een rol, waaronder ­erfelijke aanleg. Bovendien verandert de werking van je lichaam naarmate je zwaarder wordt, waardoor het steeds lastiger wordt om het gewicht kwijt te raken. In zo’n geval kan een maagverkleining veel gezondheidswinst opleveren. Bijvoorbeeld bij obese patiënten met een hoge bloeddruk. Of met diabetes type 2 die hun ziekte met medicatie niet goed onder controle krijgen. Uit onderzoek weten we verder dat bijvoorbeeld de kans op gynaecologische ­kankers bij deze patiënten dankzij een maagverkleining aanzienlijk lager is. Zo zijn er nog veel meer voordelen. Kortom, niet alleen ­obesitas-chirurgen, maar ook cardiologen en internisten zouden bij heel ernstig overgewicht eerder aan een maag­verkleining moeten denken. Dan valt er qua gezondheid nog een wereld te winnen.’


Hoe is het om zo dik te zijn?

Inez de Beaufort is hoogleraar ­gezond­heidsethiek aan het Erasmus ­Medisch Centrum in Rotterdam.
‘“Eerst eten die dikkerds zich vol, en daarna mogen wij voor hun gezondheidsproblemen of maagverkleining betalen”, hoor ik vaak. Maar het is veel te makkelijk om te zeggen dat elk pondje door het mondje gaat. Aanleg, de ­omgeving waarin je opgroeit, het overdadige aanbod van ongezond eten: ze spelen allemaal een rol. Trouwens, ook dunne mensen kunnen ongezond leven. Denk maar aan roken, extreem sporten of te hard werken. Raar genoeg hebben we daar vaak een minder hard oordeel over. Iemand met een burn-out krijgt nooit het verwijt dat die de maatschappij onnodig op kosten jaagt.
Mensen met ernstig overgewicht voelen zich daar zelf vaak rot genoeg over. Die steunen we niet door ze ze losers zonder ruggengraat te ­noemen. Toch gebeurt dat aan de lopende band. Dik zijn strookt immers niet met het westerse schoonheidsideaal. Al die zogenaamd ‘mooie’ mensen op sociale media maken het er wat dat betreft niet beter op. En dan hangt er ook nog een calvinistisch oordeel aan: gij zult niet te veel lekkere dingen eten. Doe je dat toch, dan is het overgewicht eigen schuld, dikke bult. Om te ­voelen hoe het is om obees te zijn, heb ik eens een dag in een fatsuit rondgelopen – zelf ben ik niet dun en niet dik. Dan ervaar je aan den lijve hoe vernederend het is als mensen je meewarig of minachtend nastaren. Het heeft me nog ­kritischer gemaakt op discriminerende maat­regelen, zoals een hogere verzekeringspremie of een toeslag op een vliegticket voor dikke ­mensen. De boodschap die daarvan uitgaat is:
je bent ons tot last. Dat motiveert niet echt om iets aan jezelf te doen. Van een vet- of suikertaks op ongezond eten ben ik ook geen voorstander. Waar houdt het dan op? Bovendien ‘straf’ je daarmee ook mensen die slechts af en toe eens van iets lekkers genieten. Begrip tonen en ­mensen met overgewicht zo goed mogelijk ­helpen werkt volgens mij veel beter. Want echt, obesitas is ook zonder het oordeel
van de omgeving al zwaar genoeg.’


En de kinderen. Hoe ongezond dik zijn zij?

Kinderarts en -endocrinoloog Erica van den Akker, gespecialiseerd in de behandeling van obesitas bij kinderen, is medeoprichter van het Centrum Gezond Gewicht van het ErasmusMC in Rotterdam.
‘Ernstig overgewicht brengt niet alleen voor ­volwassenen, maar óók voor kinderen gezondheidsrisico’s met zich mee. Zo kunnen die al op jonge leeftijd een (voorstadium) van diabetes type 2 ontwikkelen. Als je als kind overgewicht hebt, loop je als volwassene een groter risico op hart-
en vaatziekten. Zelfs als je dat gewicht kwijt hebt weten te raken. Extra wrang: als je als kind te zwaar bent, veranderen de ‘instellingen’ van je lichaam. Daardoor wordt het te hoge gewicht als het ware de nieuwe standaard. Het zorgt ervoor dat je de rest van je leven sneller aankomt, en moeite zal moeten doen om op gewicht te blijven.
In gemeenten die actief met het probleem aan de slag gaan, zien we dat het aantal kinderen met overgewicht – tegen de landelijke trend in – ­stabiel blijft of zelfs daalt. Helaas geldt dat niet voor kinderen met ernstig overgewicht, oftewel obesitas. Zo’n 3 procent van 0- tot 18-jarigen lijdt daaraan. Een veel grotere groep, bijna 11 procent, heeft matig overgewicht.
Er zijn veel factoren die mede bepalen of een kind risico loopt te zwaar te worden. Of je in een buurt woont waar je buiten kunt spelen en op wat voor school je zit bijvoorbeeld. Maar ook de thuis­situatie speelt een rol. Kinderen met overgewicht zitten ­letterlijk niet lekker in hun vel. En figuurlijk, bijvoorbeeld omdat ze worden gepest. Of omdat er financiële of psychische problemen zijn in het gezin.
Als je hoofd al vol zit met zorgen, is het haast onmogelijk om je leefstijl te veranderen. Dat lukt alleen als het hele gezin begeleiding op maat krijgt, waarbij alle betrokken professionals – huisarts, diëtist, specialist, jeugdzorg, wijkteam en de school – samenwerken. Netwerkgeneeskunde noemen we dat. Op die manier geven we kinderen de beste kans op een gezonde toekomst.
Mijn gouden tip voor ouders met een te zwaar kind? Begin klein. Vervang frisdrank door water. En voel je niet bezwaard om hulp te vragen. Overgewicht is een ingewikkeld probleem en nooit één iemands schuld. Dat moet je samen oplossen.’




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
inhoud_r2.png