RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Liddie Austin | Fotografie: Annemarijne Bax

_Annemarijne_Bax_-_RADAR_Hemelbestormer_Marijke_Gor.jpg

Biologische klok

Chronobioloog Marijke Gordijn weet alles over de biologische klok die aangeeft wanneer het tijd is om te gaan slapen en op te staan. ‘Ik ben tegen een permanente zomertijd, dan zou het vier maanden op z’n vroegst om half negen licht worden.’

Marijke Gordijn (57) is chronobioloog. Ze werkte ruim 25 jaar als wetenschappelijk medewerker bij het Academisch Ziekenhuis van Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen. Zes jaar geleden begon ze in overleg met de Rijksuniversiteit Groningen het spin-off bedrijf Chrono@Work dat kennis van seizoens- en 24 uursritmen toepast op vragen uit de maatschappij.

 

promobanner3nummesr

Ze herinnert het zich nog zo goed. Aan het ­einde van de zomer reed Marijke Gordijn van vakantie terug naar huis toen er ineens non-stop berichtjes binnenkwamen op haar telefoon. Wat was er aan de hand? Eurovoorzitter Jean-Claude Juncker bleek te hebben aangekondigd dat de zomertijd in de gehele Europese Unie de standaardtijd zou moeten worden, en liefst zo snel mogelijk. ‘Als dit waar is, dacht ik, moeten we onmiddellijk actie ondernemen.’ Gordijn is gastmedewerker bij de Rijksuniversiteit Groningen en oprichter/eigenaar van Chrono@Work, een bedrijf dat kennis van ­seizoens- en 24 uursritmen toepast op vragen uit de maatschappij. Ze mengt zich al tien jaar in het debat over de zomertijd versus de winter­tijd - puur als wetenschapper, omdat ze vindt dat mensen in verband met hun gezondheid moeten weten waar het om gaat. Ze is tegen de jaarlijkse wisseling van de tijden, maar de ­permanente invoering van de zomertijd gaat haar helemaal een brug te ver. In het belang van onze slaap kwam ze samen met collega-­wetenschappers in verzet tegen Junckers plan.


Wat is er tegen de permanente zomertijd?

‘Kort gezegd: het verstoort onze biologische klok. Die bestaat echt: het is een klein gebied van ongeveer 20.000 hersencellen onder in je hersenen, dat ritmes van ongeveer 24 uur produceert. Ieder mens heeft een eigen ritme dat voor hem bepaalt wanneer hij het best kan gaan slapen en wanneer hij het best wakker kan zijn. Als je slaapt in wat voor jou je bio­logische nacht is, heb je de beste slaapkwaliteit. In het ideale geval loopt je biologische klok redelijk synchroon met de tijd die we met z’n allen hebben afgesproken. Zogenaamde ochtendmensen hebben een klok die wat sneller loopt, de klok van de avondmensen loopt wat te traag. Als je klok langzaam loopt, geeft hij elke dag wat later aan dat het tijd is om naar bed te gaan, en daarna weer later aan dat je moet opstaan. Als je daar niks aan zou doen, zou je uit de pas gaan lopen met de tijd die de klok aangeeft.’


Hoe weet je hoe jouw biologische klok loopt?

‘Dat kun je op vakantie ontdekken. De eerste week telt niet, want dan moet je vaak nog herstellen van van alles, maar daarna ontwikkelt zich een patroon waarbij je ontdekt wanneer je het lekker vindt om te gaan slapen en om op te staan. Dan weet je ook wat je ideale slaapduur zou moeten zijn.’


Die ideale situatie is buiten de vakantie natuurlijk niet altijd te verwezenlijken.

‘De spanning zit inderdaad in het conflict ­tussen de sociale klok en de biologische klok. Het is vooral voor de late types niet makkelijk om die een beetje synchroon te laten lopen. Gelukkig hebben we iets dat die biologische klok onder normale omstandigheden kan bijstellen: licht. Met name het licht in de ochtend is belangrijk. Als je ’s ochtends opstaat en in het licht komt, wordt je biologische klok als het ware opnieuw afgesteld, zelfs ’s winters of als het slecht weer is. Daardoor blijf je in de pas lopen met de sociale tijd. Recente studies laten sowieso zien dat mensen die overdag aan veel licht worden blootgesteld, en dat kan zelfs heel veel binnenverlichting zijn, ’s nachts beter doorslapen. Daarmee verbetert dus je slaapkwaliteit.’


Maar licht kan toch ook juist slaapproblemen veroorzaken?

‘Aan het einde van de dag wel. We moeten ons lichaam ’s avonds vertellen dat het tijd wordt om te gaan slapen. Als we het dan licht maken, denkt het: het is nog dag, van slapen is nog geen sprake. De afgelopen dertig jaar zijn we steeds meer computers en dergelijke schermen gaan gebruiken, waarmee we ook ’s avonds worden blootgesteld aan licht waar veel blauw in zit. Dat beïnvloedt onze biologische klok. Het is niet alleen dat het licht ons wakker houdt en onze klok naar een later tijdstip schuift, het werken met die schermen activeert ons ook, waardoor ons lichaam al helemaal geen reden ziet om te gaan afbouwen. Vooral weer voor de avondtypes geeft dit problemen. Als die ’s ochtends bijtijds zouden opstaan en van het ochtendlicht profiteren, zou hun klok wel weer terugschuiven. Maar als ze te laat gaan slapen, staan ze vaak ook te laat weer op, missen ze dat ochtendlicht en lopen ze nóg verder uit de pas. En zo ontstaat een slaap­probleem dat zich uit in moeilijk in slaap komen en moeite hebben om ’s ochtends ­wakker te worden. Als je niet kunt slapen in wat voor jou je biologische nacht is, heb je een grotere kans op allerlei gezondheids­problemen, op korte en op lange termijn.’


Maar goed, wat heeft dit met de permanente zomertijd te maken?

‘Omdat dat ochtendlicht zo belangrijk is, denk ik dat we als maatschappij een tijd moeten hebben die ons daar zo veel mogelijk van laat profiteren. In de zomer is het makkelijk om
dat licht te pakken, in de winter veel minder. Nederland ligt best ver naar het westen in de tijdzone waarin we zijn ingedeeld, dus ’s winters wordt het bij ons redelijk laat licht. Als we permanent de zomertijd zouden aanhouden, wordt het vier maanden van het jaar pas op zijn vroegst om half negen ’s ochtends licht. Dat zal echt nare effecten hebben. Er zal meer winterdepressie voorkomen; nog meer mensen zullen problemen krijgen om op tijd wakker te worden en op tijd te gaan slapen, met alle nadelige gezondheidseffecten van dien. Daarom ben ik dus tegen permanente zomertijd. De afwisseling van zomer- en wintertijd is al niet best. Onze biologische klok is niet ingesteld op een dergelijke kunstmatige verschuiving.’


Dat gebeurt toch ook als je naar een andere tijdzone vliegt?

‘Dat is waar, dan moet je je ook aanpassen. Maar daar kies je zelf voor, dat wordt je niet vanuit de overheid opgelegd. En bovendien: dan verandert de licht-donkercyclus mee, waardoor het makkelijker is om je klok mee te schuiven. Als je hier blijft en alleen je horloge verzet, moet je tegen de natuurlijke licht-donkercyclus ingaan.
Dat kan voor sommige mensen, en vooral voor die late types, ­ingewikkeld zijn. Die zijn weken later nog niet aangepast en slapen niet op hun optimale tijd. Alles wat je van overheidswege invoert, zou erop gericht moeten zijn om mensen zo goed mogelijk te laten slapen. Men zou niet iets moeten opleggen dat voor veel mensen juist slaapproblemen oplevert. En dat is wat wisseling doet en wat de permanente zomertijd zou doen.’


De bezwaren lijken me duidelijk. Vanwaar toch die discussie?

‘Het probleem is deels de associatie die mensen bij de benamingen ‘zomertijd’ en ‘wintertijd’ hebben. ‘We willen niet af van die heerlijke zomeravonden’ werd er zelfs in de Tweede Kamer gezegd. Maar die blijven! Het blijft gewoon zomer, al schaffen we de zomertijd af.’


De wintertijd heeft een imagoprobleem.

‘Ja. De wintertijd is de Midden-Europese tijd, de tijd van rond
Berlijn. Daar zijn we in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog bij aangesloten. Het zou geografisch logischer én beter voor onze gezondheid zijn als we de tijd van Engeland volgden, de West-Europese tijd, want daar ­liggen we dichterbij. Maar die keuze ligt er kennelijk niet. Juncker heeft gezegd dat de wisseling afgeschaft moet worden en de ­Duitsers hebben in een enquête aangegeven voor de zomertijd te willen kiezen, dus dan moeten wij dat ook. Gelukkig laat de Nederlandse regering zich nu informeren over de juiste keuze. Als slaapwetenschappers hebben we flink gelobbyd en tijdens een expertsessie bij Binnenlandse Zaken hebben we onze wetenschappelijke argumenten tegen de in­­voering van de permanente zomertijd kunnen inbrengen. De ideale optie voor Nederland zou zijn overgaan naar de West-Europese tijd, onze tweede keuze is de permanente Midden-Europese tijd, die we nu dus in de winter hebben; de derde keus is dan maar blijven wisselen tussen zomer- en wintertijd. De permanente zomertijd is echt de slechtste optie.’


U ging dus de barricaden op. Hoe is dat bevallen?

‘Van de week heb ik voor het eerst van mijn leven een tijd naar Kamerdebatten gekeken. Ik denk niet dat de politiek iets voor mij zou zijn. Laat mij maar lekker de wetenschappelijke argumenten en de toepasbaarheid daarvan onderzoeken. Die vertaalslag maken vind ik erg leuk. En dan hoop ik maar dat ze er wat nuttigs mee doen.’


Hoe slaapt u zelf?

‘Lekker. Ik houd wel rekening met wat ik over mijn biologische klok weet: ik zorg ervoor dat ik niet te laat naar bed ga en dat ik ’s ochtends goed in het licht kom. Het eerste wat ik doe als ik wakker word, is naar buiten gaan voor een wandeling met de hond.’

Laat melatonine-pilletjes liever staan
Het slikken van een melatonine-preparaat is een van de hulp­middelen die slapelozen gretig aangrijpen. Maar is dat verstandig? Marijke Gordijn vindt van niet. ‘Melatonine is een hormoon, en de belangrijkste wijzer van onze biologische klok. Melatonine vertelt het lichaam wanneer het nacht wordt. Je slaapt het beste als het melatoninegehalte is gaan stijgen, je wordt het meest uitgerust wakker als het weer is gaan dalen. Overdag maak je normaal gesproken geen melatonine aan. En toch kun je overdag best een dutje doen. Je hebt dus niet per se een melatonine-prearaat nodig om te kunnen slapen. Wat je er wel mee kunt doen, is je biologische klok wat verschuiven. Maar dan moet je heel precies weten hoe je het gebruikt. Slaap­specialisten gebruiken doses van hooguit 1 milligram. Ik weet van blinde mensen die problemen hebben met hun dag-nachtcyclus dat zij die zelfs al met 0,1 milligram melatonine prima in de pas kunnen houden. Maar bij de drogist koop je melatonine in doses van wel 5 milligram. Ik begrijp niet dat dit wettelijk mag. Een pil zit in je bloed totdat hij is afgebroken. Dus als je ’s avonds een lage dosis melatonine op het juiste tijdstip slikt – dat wil zeggen: redelijk vroeg op de avond – schuif je je klok naar een vroeger tijdstip. Maar als je een hoge dosis slikt, zit het ’s ochtends nog steeds in je bloed en dan doet melatonine het omgekeerde van waarom je het innam: je klok wordt naar een later tijdstip verschoven. Je wordt dus minder fit wakker. Een hoge dosis melatonine kan dus juist voor slaapproblemen zorgen.’




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
Mis het nieuwe nummer niet!
inhoud_032019.png